Cijfers over bereik jeugdhulp per sector en werkvormen in detail
Cijfers op maatOntdek welke bronnen we gebruiken voor onze kwaliteitsvolle data.
Achtergrondinformatie en documentatieAantal kinderen en jongeren in jeugdhulp per sector
Onderstaande grafiek belicht per sector het aantal unieke kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar dat jeugdhulpverlening kreeg. Voor dezelfde jongere lopen soms diverse vormen van ondersteuning (in verschillende sectoren), waardoor cijfers niet opgeteld kunnen worden. Via de filters kunnen de cijfers verbijzonderd worden per provincie (waarbij Brussel om technische redenen bij Vlaams-Brabant is geteld) en per regio 1Gezin1Plan, indien sectoraal beschikbaar. De regionale cijfers van de CAW en de CGG hebben betrekking op de regionale vestiging van de centra waar de jongere wordt ondersteund. Bij het VAPH en Opgroeien gaat het om het domicilie adres van de jongere.
De eerste kolom gaat over de zorg en ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). In 2024 steeg het bereik van het VAPH: 33.559 kinderen en jongeren tegenover 31.786 in 2023. Het gaat zowel om rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH, 0-21 jaar) als niet-rechtstreeks toegankelijke hulp: de multifunctionele centra (MFC), individuele materiële bijstand (IMB, 0-21 jaar) en de persoonlijke assistentiebudgetten (PAB). De stijging is vooral toe te wijzen aan een stijging bij het RTH-aanbod en bij de PAB n.a.v. uitbreidingsbeleid. Meer info over de ondersteuningsvormen die kinderen en jongeren van of via het VAPH kregen in 2024 is terug te vinden in de dashboards van het VAPH.
De tweede kolom handelt over het aantal kinderen en jongeren begeleid door centra geestelijke gezondheidszorg (CGG). Dat bereik is ongeveer gelijk gebleven. In 2024 ging het om 19.245 kinderen en jongeren, terwijl het er 19.630 waren in 2023. Meer info rond de verwijzers, problematieken en wachttijd bij CGG in cijfers op maat.
De derde kolom toont het aantal kinderen en jongeren geholpen door een jeugdhulpvoorziening van Opgroeien, 18.042 in 2024 wat een lichte daling is tegenover 18.582 in 2023 (-2,9%). Deze voorzieningen omvatten heel wat soorten organisaties: organisaties voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ), onthaal-, observatie- en oriëntatiecentra (OOOC), de centra integrale gezinszorg (CIG), crisishulp aan huis (CaH), de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG), de voorzieningen voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen plus (combinatie complexe problematieken) (GES+) en de observatie- en behandelcentra (OBC). Het aparte cijferrapport 2024 bevat meer details over het aanbod en bereik van deze voorzieningen. Dat het bereik van de jeugdhulpvoorzieningen van Opgroeien vanaf 2020 hoger ligt dan in 2019 komt deels ook omdat in de loop van 2020 de OBC en de GES+-voorzieningen van het VAPH naar Opgroeien overgeheveld zijn en dat sinds 2020 de CKG bij de jeugdhulpvoorzieningen van Opgroeien worden geregistreerd.
Pleegzorg wordt hier in een aparte kolom vermeld, maar behoort ook tot jeugdhulp Opgroeien. Hier zien we een duidelijk stijgende trend over jaren heen: van 8.863 in 2019 naar 11.919 in 2024 (+34%). De stijging komt vooral door de toename van het aantal kinderen en jongeren in perspectiefbiedende of ondersteunende pleegzorg. Meer info in het pleegzorg rapport en het BINC rapport.
De vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) bereiken met hun reguliere werking ook een aanzienlijk aantal kinderen en jongeren. In 2024 waren dat er 11.405, de afgelopen 3 jaar zijn die cijfers vrij stabiel. De cijfers vanaf 2022 liggen heel wat hoger dan de jaren ervoor. Dat komt mede doordat halverwege 2021 een nieuw registratiesysteem in gebruik werd genomen, waarbij een aantal andere accenten liggen. Hierdoor kunnen cijfers van 2022 en daarna niet vergeleken worden met daarvoor. De cijfers over kinderen die omwille van maatschappelijke noodzaak gemeld worden bij het VK in haar rol als gemandateerde voorziening worden hier niet meegeteld. Het geïntegreerd rapport verontrusting bevat daarover meer gedetailleerde info.
De centra algemeen welzijnswerk (CAW) begeleiden ook kinderen en jongeren met een hulpvraag. In 2024 bleef dat aantal vrij stabiel met 7.262 kinderen en jongeren (7.283 in 2023). Meer info (bvb. thematische clusters) is terug te vinden bij cijfers op maat.
De trajecten van één gezin één plan (1G1P) zijn sinds 2022 toegevoegd aan dit rapport. In 2024 stijgt het bereik licht naar 7.897 (+2,3% in vergelijking met 7.723 voor 2023). In 2023 was er een grote stijging (+58,7%), die verklaard kon worden door het feit dat de registratie in 2022 startte. Voor 2023 en 2024 werden ook de lopende dossiers van voorgaande jaren meegenomen, de lopende dossiers van 2021 werden echter niet meegenomen in de cijfers van 2022 omdat deze niet geregistreerd werden.
Ten slotte valt op dat het aantal jongeren in een gemeenschapsinstelling (GI) relatief beperkt is (1.279), maar wel stijgt met 8,8% (1.176 in 2023). Het gaat om jongeren van wie de jeugdrechter een gesloten opvang nodig achtte omwille van een delict of een heel moeilijke thuissituatie. Meer specifieke cijfers over de gemeenschapsinstellingen zijn terug te vinden in het geïntegreerd rapport Jeugddelinquentie.
Het bereik van elke sector kan ter indicatie worden afgezet tegenover de demografische gegevens van alle kinderen en jongeren in Vlaanderen, waarbij voor Brussel de geldende norm van 30% Nederlandstaligen wordt geteld. In totaal komen we zo aan 2.228.579 kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar op 1 januari 2025. Het bereik van de verschillende sectoren bedraagt voor jeugdhulp Opgroeien (voorzieningen, pleegzorg, 1G1p samen) 1,67%, 0,05% voor de gemeenschapsinstellingen, 0,86% voor de CGG, 0,33% voor de CAW en 1,50% voor het VAPH. Voor het VAPH is dit een onderschatting omdat niet alle hulp en ondersteuning tot 25 jaar werd meegenomen maar enkel de jeugdhulp (zie achtergrondinformatie en documentatie).
Verdeling kinderen en jongeren per geslacht en per sector
Onderstaande grafiek geeft per sector weer hoe groot het aandeel meisjes en jongens is.
Er zijn meer jongens dan meisjes die gebruik maken van zorg en ondersteuning van het VAPH of die verblijven in de gemeenschapsinstellingen (GI). Bij het CAW en de CGG zien we dan weer iets meer meisjes dan jongens, hun aandeel is gestegen in vergelijking met 2019.
Bij laagdrempelige hulpverlening (bv. chat via VK) wordt niet altijd het geslacht geregistreerd, vandaar het balkje 'onbekend'.
Ter vergelijking: de verhouding van het aantal meisjes en jongens voor heel Vlaanderen (en Nederlandstalig Brussel met de norm van 30% Nederlandstaligen) is 49% meisjes en 51% jongens.
Leeftijdsverdeling kinderen en jongeren per sector
De jeugdhulp is er voor kinderen en jongeren van 0 tot 25 jaar. Onderstaande grafiek geeft verhoudingsgewijs per sector de verdeling aan per leeftijd in 2024. Bij laagdrempelige hulpverlening (bv. chat via VK en CAW) wordt niet altijd de leeftijd geregistreerd, vandaar de balkjes 'onbekend'.
Alle sectoren en hulpvormen richten zich tot alle leeftijden, behalve de gemeenschapsinstellingen. Een jongere kan pas in een (gesloten) gemeenschapsinstelling (GI) geplaatst worden vanaf de leeftijd van 12 jaar, daar is de overgrote meerderheid (81%) tussen de 15 en 17 jaar.
Bijna 40% (berekend op het totaal inclusief de onbekende) van het aantal unieke kinderen en jongeren die de CAW bereiken is minstens 18 jaar. Die centra spelen een belangrijke rol in het begeleiden van jongvolwassenen (met onder meer hun deelwerking Jongerenaanbod CAW).
De cijfers over de leeftijdsverdeling in het VAPH behoeven enige uitleg. Rechtstreeks toegankelijke hulp en individuele materiële bijstand van het VAPH zijn er zowel voor minder- als meerderjarige personen met een handicap. In dit rapport is de grens op 21 jaar genomen voor deze vormen van ondersteuning. Een MFC en/of PAB is specifiek voor kinderen en jongeren met een handicap tot en met respectievelijk 21 jaar (onder voorwaarden verlengbaar tot en met 25 jaar) en tot en met 22 jaar. Jongeren met een handicap die ook na deze leeftijd nog nood hebben aan intensieve, handicapspecifieke ondersteuning kunnen deze ondersteuning verderzetten via een persoonsvolgend budget. Het persoonsvolgend budget is een budget op maat waarmee meerderjarige personen met een handicap zorg en ondersteuning kunnen kopen binnen hun eigen netwerk, bij vrijwilligersorganisaties, bij individuele begeleiders, bij professionele zorgverleners en bij door het VAPH vergunde zorgaanbieders. Het VAPH heeft dus wel ondersteuning aan +21 jarigen, maar aangezien dit om ondersteuning voor meerderjarigen gaat is dit niet meegenomen in dit rapport. Meer info is terug te vinden in het jaarverslag VAPH.
Over de jaren heen zijn de leeftijdsverdelingen vrij stabiel.
Eigen aan de jeugdhulp is het streven naar zorg op maat. Een jongere kan verschillende hulpvormen combineren: diagnostiek, dagopvang, verblijf, (context)begeleiding of aangepaste therapie.
Om die reden kunnen onderstaande cijfers niet altijd opgeteld worden. De teleenheid is voornamelijk het aantal dossiers (traject door een voorziening) en niet het aantal unieke kinderen en jongeren. Jongeren kunnen in hetzelfde jaar verschillende dossiers lopende hebben per hulpvorm als er een onderbreking is en er kunnen ook meerdere dossiers zijn door combinaties met andere (inter)sectorale hulpvormen.
We bespreken hier enkel begeleiding en verblijf, de twee grootste hulpvormen.
Begeleiding wordt door alle sectoren aangeboden. Aan de hand van de cijfers geven we een beeld van het aantal mobiele/ambulante begeleidingen. Qua verblijf geven we een beeld van het aantal dossiers in de jeugdhulp waarbij een kind of jongere minstens één nacht per jaar niet thuis slaapt.
Aantal begeleidingen (dossiers/unieke minderjarigen)
Begeleiding is een ambulante of mobiele hulp- en ondersteuningsvorm die gecombineerd kan worden met andere vormen van hulp. Hieronder staan het aantal begeleidingen per sector voor de afgelopen zes jaren, voor kinderen en jongeren tussen 0-25 jaar. De teleenheid is het aantal dossiers/zorgperiodes, behalve bij het VAPH, waarbij het gaat om unieke kinderen die begeleid zijn bij de MFC en in de Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH, 0-21 jaar). Daarbij mag wel niet vergeten worden dat iedere jongere die verblijft in een jeugdhulpvoorziening van Opgroeien, een pleeggezin of een gemeenschapsinstelling ook de module begeleiding krijgt en hier wordt meegeteld. Bij de voorzieningen erkend door het VAPH kan daar apart of gecombineerd gebruik van worden gemaakt.
Over bijna alle (deel)sectoren heen zien we een stijging in vergelijking met 2019 van het aantal begeleidingen. Wanneer we kijken naar de evolutie van 2024 tegenover 2023, is de zich doorzettende stijging van het aantal begeleidingen bij rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) van het VAPH het meest opvallend. Dit is te verklaren door de pilootfase nieuw beleid rechtstreeks toegankelijke VAPH-hulp die in 2023 startte.
De CGG stonden in 2024 in voor 20.327 begeleidingen, vergelijkbaar met 2023. Het aantal activiteiten in een begeleiding stijgt wel voor de CGG, wat mogelijks kan wijzen op meer intensieve trajecten (Cijfers CGG).
Bij Voorzieningen Jeugdhulp Opgroeien nam het aantal begeleidingen beperkt toe tot 16.698.
9.851 unieke kinderen en jongeren kregen dagondersteuning (2023: 9.827) van een MFC van het VAPH. Deze ondersteuningsvorm is combineerbaar met de ondersteuningsfuncties verblijf en/of begeleiding .
Aantal dossiers verblijf
Kinderen en jongeren kunnen voor kortere of langere tijd buiten hun eigen huis worden opgevangen. De redenen hiervoor zijn divers, dit heeft te maken met draaglast, draagkracht in het gezin, maar evenzeer met afstand van thuis naar behandelcentrum, etc. Dit kan in een residentiële voorziening uit diverse sectoren, een pleeggezin of internaat. Ook deze module kan gecombineerd worden met andere hulpvormen waardoor cijfers niet opgeteld kunnen worden.
De meest opvallende trend is de stijging van pleegzorg, die zich ook in 2024 blijft doorzetten. Dit voor zowel ondersteunende als perspectiefbiedende pleegzorg. (meer info in het volgende rapport) De omgekeerde trend zien we bij de voorzieningen erkend door Opgroeien waar het aantal dossiers met verblijf over de jaren heen gestaag afneemt. Meer info hierover in het BINC-rapport.
Voor een correcte interpretatie van de grafiek zijn volgende zaken goed om weten:
Totaal aantal kinderen bereikt door Opgroeien (inclusief afdeling Jeugdzorg en Bescherming)
Omwille van aparte registratiesystemen in diverse betrokken sectoren is het nog niet mogelijk om een volledig en zuiver beeld te geven van het aantal unieke jongeren die de jeugdhulp in zijn totaliteit bereikt. De fusie tussen Kind en Gezin en Jongerenwelzijn bood Opgroeien voor het eerst de mogelijkheid om een aantal gegevens binnen het nieuwe agentschap te bundelen. Het is een eerste, zij het nog altijd onvolledige stap richting geïntegreerde intersectorale gegevens over het totale bereik. Het Steunpunt Welzijn Volksgezondheid en Gezin deed ook een onderzoek naar geïntegreerde gegevens voor de jaarcijfers van 2021. Een dwarsdoorsnede geeft enkel weer met wie een kind, jongere of gezin op 1 jaar in contact kwam, maar geeft geen trajectinformatie en dit kan dus zowel gelijktijdig als opeenvolgend zijn. Voor deze cijfers tellen we zowel de kinderen mee die hulp of ondersteuning krijgen, als de kinderen en jongeren die aangemeld zijn bij Opgroeien bij een intersectoraal meldpunt.
In totaal kwamen in 2024 69.090 unieke kinderen en jongeren tussen 0-25 jaar in contact met Opgroeien voor jeugdhulp, een lichte stijging van 1,6% (2023 exact 68.000). Dat is ongeveer 3,1% van de totale populatie tussen 0 en 25 jaar. Het gaat om alle kinderen en jongeren die tussen 1 januari 2024 en 31 december 2024 hulp kregen van één van volgende actoren: een voorziening jeugdhulp (VZB), pleegzorg, een gemeenschapsinstelling (GI), een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ), een sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ), cliëntoverleg of bemiddeling, de Naadloze Flexibele Trajecten (NAFT), een samenwerkingsverband één gezin één plan (1G1P), Herstelgerichte Constructieve afhandeling (HCA) of gekend waren bij de intersectorale toegangspoort (ITP) voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp inclusief de aanvragen zorggarantie (ZOG) en het overzicht op de actieve vragen persoonlijk assistentiebudget (PAB), de crisismeldpunten (CMP) of het centraal aanmeldpunt (CAP). De lichte stijging zien we bij alle actoren behalve voorzieningen jeugdhulp (VZB) en actieve vragen persoonlijk assistentiebudget (PAB).
Crisisjeugdhulp, Intersectorale Toegangspoort en cliëntoverleg en bemiddeling zijn intersectoraal in hun werking en brengen op die manier ook de andere sectoren een stuk in beeld in deze interne dwarsdoorsnede.
Leeftijden en geslacht van de door Opgroeien bereikte kinderen en jongeren
Wanneer we kijken naar de leeftijds- en geslachtsverdeling van de totale groep, zien we dat er meer jongens bereikt worden en dat de leeftijdsgroep 15 tot en met 17-jarigen de leeftijdsgroep is die het meest bereikt werd.
Onderstaande grafiek toont aan dat de overgrote meerderheid (60,3%) bij slechts 1 actor een lopend dossier heeft, 23,4% bij twee en 9,8% bij drie. 1 jongere was gekend bij 9 actoren in 2024.
Wanneer we per actor gaan kijken naar de overlap met andere actoren, zien we wel grote verschillen in patroon. De meerderheid van de kinderen of jongeren die in beeld zijn bij een één gezin één plan (1G1P) of bij een NAFT traject, komen in de loop van het jaar vaak niet in aanraking met andere actoren van/erkend door Opgroeien, terwijl dit voor kinderen gekend bij gemeenschapsinstellingen of pleegzorg bijna altijd het geval is. De consulent (OSD) is eveneens regelmatig de enige Opgroeien actor in een gezin (39,7%). Anderzijds zijn er de gemeenschapsinstellingen waar vaak meerdere actoren in aanraking komen op een jaar tijd, in 65% zelfs 4 of meer. In cijfers op maat is er meer info beschikbaar over de aard van de overlap.
Team Datamanagement bundelt wetenschappelijk onderzoek en datarapportering en -monitoring.