Cijferrapport

Aanvragen crisisjeugdhulp en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Ga snel naar...

Cijfers over aanvragen crisisjeugdhulp en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Cijfers op maat

Ontdek welke bronnen we gebruiken voor onze kwaliteitsvolle data.

Achtergrondinformatie en documentatie
Voor aanvragen jeugdhulp beschikt het agentschap Opgroeien over data met betrekking tot aanvragen voor crisisjeugdhulp bij de crisismeldpunten, aanvragen voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp bij de intersectorale toegangspoort en aanvragen voor time-out in de gemeenschapsinstellingen bij het centraal aanmeldingspunt (CAP). Voor rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp zijn het de private organisaties zelf die de aanmeldingen bijhouden, deze komen niet aan bod in dit rapport.

Dit rapport bevat cijfers over het aantal aanvragen en het aantal betrokken kinderen en jongeren, kenmerken van de kinderen en jongeren die een hulpvraag stellen (o.a. geslacht, leeftijd) en tenslotte wat het resultaat van de aanvraag is. Qua resultaat kan het gaan om een opstart van hulp of het registreren van de reden waarom geen aanbod mogelijk is. Het antwoord op de hulpvraag kan voor de intersectorale toegangspoort ook zijn dat jeugdhulpregie bepaalde acties opzet om hulpverlening te faciliteren.

Aanvragen bij het crisismeldpunt

De crisismeldpunten ontvangen 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 crisisvragen van professionelen en cliënten. In de eerste plaats bieden ze telefonisch consult, indien nodig kunnen ze ook zelf een interventie opstarten. Wanneer specifieke crisisjeugdhulp noodzakelijk is, zoeken ze geschikte hulp in het crisisnetwerk. Alle vragen waarvoor het meldpunt op zoek gaat naar crisishulp binnen het crisisnetwerk worden geregistreerd als ‘dispatch’, de andere vragen waarbij ze als meldpunt enkel consult bieden worden geregistreerd als ‘afgesloten als consult’. Om een totaalbeeld te krijgen van het aantal vragen naar crisisjeugdhulp moet het aantal crisisvragen afgesloten als consult en aantal crisistrajecten (dispatch) samen bekeken worden. We spreken van een crisistraject vanaf het crisismeldpunt op zoek gaat naar hulp tot wanneer de crisishulp eindigt enerzijds, anderzijds wanneer er geen hulp gevonden wordt of de vraag vervalt.

Het aantal crisisvragen kende de voorbije jaren een aanhoudende stijging, ook in 2025 blijft dit het geval. Er waren in totaal 20.916 crisisvragen (+15,9% in vergelijking met 2024). Het aantal consultvragen nam af, (-0,9%) het aantal vragen waarvoor gezocht wordt naar hulp in het crisisnetwerk steeg (+30,1%). Uit nadere analyse blijkt wel dat het uniek aantal aangemelde kinderen en jongeren in 2025 waarvoor hulp werd gezocht veel minder toeneemt (van 5.201 in 2024 naar 5.478 in 2025,+5,3%). De stijging van het aantal crisisvragen valt dus vooral te verklaren vanuit een stijging bij het aantal heraanmeldingen.

Het aantal kinderen en jongeren met 1 crisistraject in 2025 bedraagt 3.454 (63%) en blijft de grootste groep. Doch het aantal kinderen met meer dan één traject neemt toe. Het aantal kinderen en jongeren waarvoor meer dan 5 keer wordt aangemeld stijgt van 207 naar 347 (+67%). Het betreft hier enerzijds situaties waarin vaker heraangemeld wordt, nadat geen aanbod werd gevonden en anderzijds terugkerende vragen naar weekendopvang van kinderen en jongeren in een andere voorziening of schoolinternaat.

829 unieke kinderen en jongeren stonden op het moment van hun aanmelding bij het crisismeldpunt reeds op een wachtlijst bij de intersectorale toegangspoort, dat is 15,13% van alle kinderen en jongeren die aangemeld werden. 431 unieke kinderen en jongeren kregen reeds niet rechtstreeks toegankelijke hulp op het moment van hun aanmelding bij het crisismeldpunt, dat is 7,8% van alle kinderen en jongeren die aangemeld werden.

Een analyse naar leeftijd en geslacht (onderstaande figuur) leert dat het aantal unieke kinderen jonger dan 12 jaar met een crisisvraag het hoogst ligt sinds de metingen (zowel bij meisjes als jongens). Bij jongens ouder dan 12 jaar is er een kleine daling. Vooral de stijging van crisisvragen voor adolescente meisjes in 2021 springt in het oog. Deze werd gelinkt aan de corona crisis, maar blijft ook in 2025 nog beduidend groter dan de andere groepen.  

Resultaat na bevraging van het crisisnetwerk

Het aantal unieke kinderen en jongeren waarvoor crisisjeugdhulp is opgestart bedraagt 2.758 in 2025, wat voor het tweede jaar op rij een stijging is (+3%). In vergelijking met 2018 is er een stijging met 29,4% Dit is grotendeels toe te schrijven aan de extra investeringen in de crisisnetwerken. Crisishulp bestaat uit crisis interventies, begeleiding en crisisverblijf aangeboden vanuit verschillende sectoren. Meer informatie is terug te vinden in cijfers op maat.

Het uniek aantal kinderen en jongeren waarvoor aanbod volzet werd geregistreerd, is gestegen met 13,1% in vergelijking met 2024. Voor 40% van de aangemelde kinderen en jongeren kan het crisisnetwerk dus geen hulp bieden omdat het aanbod volzet is. De stijgende trend sinds de start van de metingen houdt aan. Dit verklaart ook voor een deel het grote aantal heraanmeldingen bij het crisismeldpunt.  Een jongere die geen hulp heeft gekregen, wordt regelmatig opnieuw aangemeld op een later moment in het jaar.

Een jongere kan in beide grafieken geteld worden, als die in hetzelfde jaar zowel een vraag had waarvoor die hulp gekregen heeft als een vraag waarvoor geen hulp geboden werd doordat het aanbod volzet was. In de opgestarte crisishulp komt voornamelijk jeugdhulp aanbod, de hulp vanuit de netwerken geestelijke gezondheid wordt op Limburg na niet geregistreerd bij opstart. In het aantal crisisvragen en aanbod volzet wordt alle hulp geregistreerd.

Aanvragen niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Het aantal kinderen en jongeren met een aanmelding bij de intersectorale toegangspoort door middel van een A document is in 2025 gestegen naar 15.446 (+3,9%). Het betreft hier ongeveer 0,68% van de bevolking (0-25 jaar). Daar zitten ook een aantal heraanmeldingen bij, onder andere voor verlenging van de lopende hulp. Ook het aantal kinderen en jongeren met een nieuwe hulpvraag is toegenomen (+ 4,9%, 12.897 in 2025). De cijfers liggen zo weer op het niveau van 2023.

Nieuwe aanvragen voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp betroffen enerzijds vragen naar hulp door Opgroeien (9.211) en anderzijds hulp door het VAPH (4.264).  Voor het VAPH gaat het om hulp bij een voorziening, een aanvraag tot bijstand via hulpmiddelen of een persoonlijk assistentiebudget. Voor Opgroeien gaat dit voornamelijk om vragen voor hulp door een voorziening of pleegzorg, maar ook over vragen om bijstand. Het betreft vragen om begeleiding, diagnostiek, behandeling, etc. De grootste groep zijn 5.756 vragen voor verblijf, waarvan 2707 voor een pleeggezin. Meer info in cijfers op maat.

De evolutie van 2022 naar 2023 had vooral te maken met de transitie van een aantal zorginternaten van Onderwijs naar Opgroeien en het VAPH. Alle kinderen en jongeren die er op internaat zaten of op een interne wachtlijst stonden, werden toen immers aangemeld bij de intersectorale toegangspoort om migratie van gegevens te volbrengen in 2023. Deze toename is te zien over de verschillende leeftijden, sectoren en provincies.

Opvallend is dat de evolutie van het aantal aanvragen voor niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp bij de toegangspoort anders loopt dan de quasi jaarlijkse toename die we zagen bij de evolutie van het aantal crisisvragen.  De aanvragen bij de toegangspoort bleven min of meer stabiel tot en met 2022, daarna de stijging door de transitie, gevolgd door een daling in 2024 en een nieuwe substantiële 'reële' stijging in 2025.

De grootste groep aanmelders betreft consulenten, vanuit de sociale dienst jeugdrechtbank waren er 4.953 aanmeldingen, vanuit het ondersteuningscentrum jeugdzorg 2.192. Daarnaast is de tweede grootste groep de erkende multidisciplinaire teams met 4.762 aanmeldingen. Meer info over aanmelders en de aard van de hulpvragen zijn te vinden in cijfers op maat.

Opstart niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Het grootste deel van de kinderen en jongeren waarvoor jeugdhulp opstartte in 2025, kon een beroep doen op hulp van een jeugdhulpvoorziening van Opgroeien of het VAPH of via pleegzorg (6.801 in 2025, +6% ten opzichte van 2024). De stijging is vooral te verklaren door extra opgestarte hulp bij de MFC van het VAPH.  Een beperkt aantal kreeg een persoonsvolgend aanbod, zoals een persoonlijk assistentiebudget (PAB: 330) of een persoonsvolgende convenant (PVC: 53). 

Terwijl het aantal unieke kinderen en jongeren met opgestarte hulp is toegenomen, nam het aantal nieuwe hulpvragen beperkt af, van 9.945 in 2024 naar 9.838 in 2025. 

De grote toename van 2022 naar 2023 heeft te maken met de inkanteling van de zorginternaten in 2023, waarbij de hele populatie om technische redenen is meegeteld bij opstart verblijf Opgroeien of VAPH. Nadien blijft het niveau van kinderen en jongeren die opstarten met jeugdhulp hoger dan in 2022.  In vergelijking met 2022 is er sprake van een stijging met 1.190 (+21%) unieke minderjarigen waarvoor hulp werd opgestart. Hierbij is de toename van het aantal kinderen en jongeren voor wie een pleeggezin gevonden werd en waarvoor hulp door een MFC opstartte de belangrijkste factor.

Cijfers over welke niet rechtstreeks toegankelijke hulp opstartte en of deze in gerechtelijk of vrijwillig kader zit, zijn terug te vinden in de cijfers op maat. Meer info over pleegzorg is terug te vinden in het pleegzorgrapport

Wachtenden niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Op 31 december 2025 stonden in totaal 9.748 kinderen en jongeren op een NRTJ-wachtlijst (inclusief wachtend op zorg door een MFC, exclusief Persoonlijke assistentiebudget (PAB)). Dat zijn er 6 procent meer dan in 2024 (9.194). Die stijging is te verklaren door een stabiele instroom van vragen in combinatie met een tragere opstart van hulp.

Iets meer dan de helft van de wachtenden (51,6%) krijgt ondertussen andere niet rechtstreeks toegankelijke hulp of heeft die gekregen. Daarnaast  kan er ook rechtstreeks toegankelijke hulp lopen, wat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, maar dat cijfer is voor 2025 niet ter beschikking. Een oefening binnen het agentschap Opgroeien leert dat van de kinderen en jongeren op de wachtlijst op 31/12/2025 die nog geen NRTJ hulp krijgen er 812 unieke kinderen en jongeren RTJ hulp kregen door een voorziening erkend door Opgroeien. 

In cijfers op maat zijn meer detailgegevens over leeftijd, geslacht, handicap, aard van de hulp en regio terug te vinden. 
 

Het aantal wachtenden op een persoonlijk assistentiebudget (PAB) is in 2025 opnieuw gestegen en wel met 39 %. Bij deze cijfers is het goed om weten dat jongeren die wachten op een PAB ook van een andere NRTJ-hulpvorm gebruik kunnen maken. In 2025 maakte 27,6% van de kinderen en jongeren die stonden te wachten op een PAB eveneens gebruik van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp van een voorziening, waar dit twee jaar voordien nog 45% was. 

De vragen naar PAB zijn toegenomen de afgelopen jaren, in cijfers op maat is te zien dat er op drie jaar tijd een verdubbeling is van 540 naar 1.074. De opstart kent die evolutie niet waardoor de wachtlijst toeneemt. Bij de nieuwe vragen zit een groter aandeel mensen die nog geen NRTJ hulp krijgen.

Faciliteren van hulp in complexe trajecten door jeugdhulpregie

Het team jeugdhulpregie van de intersectorale toegangspoort zorgt voor de matching van kinderen en jongeren met een hulpvraag aan voorzieningen die hulp aanbieden. Jeugdhulpregie heeft een aantal instrumenten om de opstart van jeugdhulp in complexe trajecten te faciliteren. Er kunnen extra middelen toegekend worden om zorg op maat te installeren via intersectorale prioritaire hulpvragen (IPH) middelen en een persoonsvolgend convenant (PVC) kan zorg vanuit het VAPH met rugzakfinanciering laten opstarten. We zien in 2025 175 kinderen en jongeren met IPH-middelen, opnieuw een daling (-15,4%). Dit is vooral te verklaren door het feit dat het moeilijker wordt om IPH af te bouwen, terwijl het als tijdelijke maatregel bedoeld is. Daarnaast wordt vaak het maximum bedrag gevraagd bij opstart, waardoor er minder jongeren een budget kunnen krijgen.

Voor de personen met een persoonsvolgende convenant zien we een stijging tot 53 (+60%).

Voorheen konden er ook een beperkt aantal casussen aan de intersectorale zorgnetwerken worden toevertrouwd. Deze zijn in 2024 overgegaan in de hulpprogramma’s geblokkeerde ontwikkelingstrajecten, vandaar dat er geen nieuwe cijfers zijn voor 2024 en 2025.

Aanvragen time-out vanuit het centraal aanmeldpunt

Het centraal aanmeldpunt ontvangt de aanvragen voor een plek in de gemeenschapsinstellingen. Naast de vragen gerelateerd aan het decreet jeugddelinquentie betreft het hier ook vragen tot time-out. Een voorziening jeugdhulp kan wanneer het erg moeilijk loopt met een jongere, een time out voor 14 dagen aanvragen waarbij er aan herstel gewerkt wordt tussen voorziening en jongere. Er werden 981 aanvragen voor een time-out behandeld (+2,7% t.o.v. 2024). In 2025 werden er 704 time-out trajecten opgestart door het centraal aanmeldpunt (+8,6%).

Ook interessant
Nog niet gevonden wat je zocht?
Vraag het aan team Datamanagement
Diederik Vancoppenolle, wetenschappelijk adviseur Opgroeien

Team Datamanagement bundelt wetenschappelijk onderzoek en datarapportering en -monitoring. 

Team Datamanagement