Cijferrapport

Overkoepelend rapport bereik Jeugdhulp Opgroeien

Ga snel naar...

Cijfers over bereik jeugdhulp per sector en werkvormen in detail

Cijfers op maat
Heel wat actoren ondersteunen kinderen, jongeren en gezinnen in een moeilijke situatie om ervoor te zorgen dat ze veilig, omringd en kansrijk kunnen opgroeien. Het agentschap Opgroeien is één van die actoren. Omdat dit rapport een cijfermatig beeld wil schetsen over de jeugdhulp die onder de bevoegdheid van Opgroeien gerealiseerd wordt, starten we met een korte schets van de organisaties, diensten en netwerken waarvoor Opgroeien bevoegd is. Nadien nemen we cijfers op over (de evolutie van) het aantal kinderen en jongeren die door de betrokken diensten en organisaties in de loop van 2025 werden bereikt en voorzien we meer duiding en details bij cijfers per dienst en organisatietype. Tot slot schetsen we -dankzij een koppeling van bestanden- cijfers over het aantal unieke kinderen dat in totaal door de organisaties en diensten van Opgroeien werd bereikt in 2025. Daarbij hebben we ook oog voor het aandeel kinderen dat in de loop van 2025 door meerdere soorten diensten/organisaties werd ondersteund. Nadien nemen we cijfers op over (de evolutie van) het aantal kinderen en jongeren die door de betrokken diensten en organisaties werden bereikt en voorzien we meer duiding en details bij cijfers per dienst en organisatietype. Tot slot schetsen we -dankzij een koppeling van bestanden- cijfers over het aantal unieke kinderen dat in totaal door de organisaties en diensten van Opgroeien werd bereikt. Daarbij hebben we ook oog voor het aandeel kinderen dat in de loop van 2025 door meerdere soorten diensten/organisaties werd ondersteund.

Introductie op diensten, organisaties en netwerken die tot Jeugdhulp Opgroeien horen

Vlaanderen ondersteunt kinderen, jongeren en gezinnen op verschillende wijzen, afhankelijk van de hulpvraag en de context. Vaak is dit door een hulpverlener naar het gezin te laten komen om begeleiding te bieden, maar evengoed door aanbod voor kinderen, jongeren en ouders in groep te organiseren of een steungezin te zoeken. Ten slotte gaat het soms ook om opvang indien een kind of jongere niet langer thuis kan wonen.

Opgroeien neemt 3 belangrijke rollen inzake jeugdhulp op:

 

Opgroeien staat vooreerst in voor de erkenning, aansturing en subsidiëring van heel wat private organisaties, diensten of netwerken in de jeugdhulp die kinderen, jongeren  en gezinnen begeleiden of opvangen. Denk bv. aan de diensten voor pleegzorg, de netwerken 1 gezin 1 plan (1G1P), de Organisaties voor Bijzondere Jeugdzorg (OVBJ), de organisaties die naadloze flexibele trajecten (NAFT) aanbieden, de Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK) of de crisisnetwerken en -meldpunten.  Een volledig overzicht is hier te vinden.

Een aanzienlijk deel van dat aanbod is rechtstreeks toegankelijk (RTH). Kinderen en jongeren kunnen er op eigen initiatief – of dat van hun ouders – terecht.

Een deel van het aanbod omvat intensieve en ingrijpende vormen van jeugdhulp. Kinderen en jongeren kunnen hier enkel terecht via de intersectorale toegangspoort of een jeugdrechter en is dus niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTH).

Tot eind 2025 werden ook de HCA-diensten (Diensten voor Herstelgerichte en constructieve afhandeling) door Opgroeien erkend. Vanaf 2026 horen de HCA-diensten tot de bevoegdheid van het agentschap Justitie en Handhaving.

 

Ten tweede heeft Opgroeien in de afdeling Jeugdzorg en - bescherming zelf ook een aantal eigen diensten en teams in huis met specifieke opdrachten. Vanuit een helder mandaat en in nauwe samenwerking met partners nemen die teams en diensten twee kernopdrachten op: het maximaal waarborgen van bescherming voor kinderen en jongeren in verontrustende situaties of bij jeugddelinquentie, en het maximaal garanderen van tijdige en passende hulp en ondersteuning. In 2025 ging het om volgende teams en diensten:

  • De intersectorale toegangspoort (ITP) die de toegang tot intensieve en ingrijpende vormen van jeugdhulp regelt. Ze ontvangt vragen voor Niet Rechtstreeks Toegankelijke jeugdHulp (bij Opgroeien en/of VAPH), onderzoekt welke hulpvorm het meest aangewezen is en zoekt uit wie de hulpverlening effectief kan uitvoeren.
  • De teams continuïteit die de samenwerking en afstemming tussen jeugdhulpaanbieders en andere relevante partners willen verbeteren, ook buiten de jeugdhulp. Deze teams staan niet alleen in voor cliëntoverleg en bemiddeling (COBE), maar ook voor het beleid rond de zorggarantie voor het jonge kind (ZORGG) met het oog op een veilig en stabiel traject voor heel jonge kinderen in verontrustende leefsituaties waar sprake is van een dreigende uithuisplaatsing en de werking rond jongvolwassenen. 
  • De ondersteuningscentra jeugdzorg (OCJ) nemen een gemandateerde rol op in verontrustende situaties. Ze bieden consult aan hulpverleners, onderzoeken de nood aan overheidsingrijpen in functie van de veiligheid en ontwikkeling van het kind of de jongere, en nemen beslissingen over het opstarten of opvolgen van hulpverlening. Indien nodig verwijzen zij door naar het parket wanneer gerechtelijke tussenkomst aangewezen is. 
  • De sociale diensten bij de jeugdrechtbank (SDJ) die functioneren binnen het gerechtelijk kader van jeugdbescherming zowel in verontrustende situaties als situaties waarbij er sprake is van het plegen van een jeugddelict. Ze onderzoeken en volgen situaties op van jongeren waarvoor gerechtelijke maatregelen nodig zijn, adviseren de jeugdrechter en zien toe op de uitvoering van de beslissingen.
  • Tot eind 2025 maakten ook de gemeenschapsinstellingen (GI) en het Vlaams detentiecentrum deel uit van Opgroeien. Vanaf 2026 horen ze tot de bevoegdheid van het agentschap Justitie en Handhaving.

 

Ten derde staat Opgroeien ook in voor registraties en rapportering. Opgroeien beheert systemen waarin zowel de organisaties en netwerken die Opgroeien erkent, als de eigen diensten onder meer dienen te registreren welke kinderen ze ondersteunen en/of welke vragen/aanmeldingen ze ontvingen. Die informatie wordt niet alleen gebruikt om de activiteiten en het bereik van de organisaties en diensten op te volgen, maar ook voor beleidsrelevante analyses en rapportering, al dan niet na koppeling van bestanden. Zo benut Opgroeien cijfers van de crisismeldpunten in dashboards en rapporteert Opgroeien jaarlijks over de jeugdhulp in de private voorzieningen (zie BINC rapport).

Tot en met 2025 beheerde Opgroeien ook de gegevens van het centraal aanmeldpunt (CAP GI) voor rapportering over de aanvragen voor plaatsing of time-out in de Gemeenschapsinstellingen. Sinds 2026 valt het CAP onder het Agentschap Justitie en Handhaving.

Overzicht bereik van diensten en organisaties Jeugdhulp Opgroeien

Om zicht te krijgen op hoeveel kinderen er bereikt worden door of via Opgroeien berekenden we voor elke dienst of organisatietype hoeveel kinderen in de loop van dat jaar minstens 1 dag ondersteund, opgevolgd, opgevangen, begeleid of aangemeld werden door/bij de betrokken dienst of organisatietype. Deze aantallen liggen doorgaans hoger dan de cijfers over aanmeldingen in een bepaald jaar omdat heel wat diensten en organisaties ook kinderen en jongeren opvolgen en/of begeleiden die in de jaren voordien werden aangemeld.

De grafiek toont aan dat de diensten en organisaties van Jeugdhulp Opgroeien heel wat kinderen bereiken. Bij de sociale diensten voor de jeugdrechtbank en bij de teams continuïteit en toegang, maar ook door de OCJ, VK, pleegzorgdiensten en voorzieningen Jeugdhulp werden in 2025 meer dan 10.000 kinderen bereikt.

De grafiek toont ook een grote variëteit in bereik en illustreert dat er ook in het rechtstreeks toegankelijk aanbod heel wat kinderen ondersteund of opgevolgd werden. Zo bereikten de 1G1P netwerken in 2025 meer dan 8.700 kinderen. Deze diversiteit en complementariteit van het aanbod is een troef. De jeugdhulp combineert laagdrempelige ondersteuning, preventieve en ambulante begeleiding, intensieve trajecten en meer gespecialiseerde of gerechtelijk ingebedde hulp. Deze gelaagdheid maakt het mogelijk om flexibel en op maat te werken, afgestemd op de situatie van kinderen, jongeren en gezinnen.

De vergelijking ten opzichte van 2024 toont aan dat het aantal bereikte kinderen quasi bij elke dienst en organisatietype toenam. We noteren enkel een daling van het aantal trajecten bij NAFT. De grootste procentuele evoluties deden zich in 2025 voor bij Zorggarantie jonge kind, 1G1P en bij CAP/GI. In absolute aantallen zien we de grootste stijgingen bij de intersectorale toegangspoort, bij de voorzieningen Jeugdhulp, bij 1G1P, bij OCJ en SDJ en bij Pleegzorg.

Duiding en details bij cijfers Pleegzorg

Het aantal kinderen, jongeren en volwassenen in pleegzorg steeg in 2025 met 5,4% tot 12.560. Dat aantal lag ruim 92% hoger dan het aantal van 2015. 

De jaarlijkse stijging is geen toeval. De Vlaamse overheid zet sterk in op pleegzorg. Gezien de diversiteit aan vormen van pleegzorg en de mogelijkheid om pleegzorg te combineren met andere jeugdhulp kan het op maat worden ingezet.  Bovendien is het  de eerste te overwegen optie bij een uithuisplaatsing van een kind of jongere. 

De grootste groep vormt perspectiefbiedende pleegzorg (76,8% van de pleegzorg-situaties). De ondersteunende pleegzorg (20,0%) en de perspectiefzoekende pleegzorg (3,2%) vormen een minderheid van de pleegzorgsituaties. 

De meeste kinderen (79,5% van alle nieuwe pleegzorgdossiers in 2025) worden opgevangen in hun eigen netwerk: een tante, grootouder, een gekend vertrouwensfiguur ... . Slechts 1 op de 5 pleegzorgkinderen komt dus terecht bij een pleeggezin dat niet tot het netwerk van het kind hoorde.

Duiding en details bij cijfers 1G1P

In totaal bereikten de 1G1P voorzieningen in 2025 8.737 unieke kinderen, 839 meer dan in 2024 (+10,6%). 

Het aantal opgestarte gezinsdossiers stijgt van 4.888 in 2023 naar 5.119 in 2025 (+5%), wat ook wijst op een groeiend bereik van de werking. Het CLB blijft over de jaren heen de meest frequente aanmelder, maar tegelijk stijgt ook het aantal meldingen door de jongere zelf en/of de context, namelijk van 973 in 2023 (20% van de aanmeldingen) naar 1.146 in 2025 (22% van de aanmeldingen). Dit kan worden gezien als een indicatie dat 1G1P een laagdrempelige werking is, waarbij burgers zelf de weg naar de ondersteuning in toenemende mate vinden. Daarnaast tonen de cijfers een divers bereik over verschillende soorten aanmelders heen, waaronder gezondheidszorg, justitie, welzijnsorganisaties en andere actoren uit de leefomgeving van het kind en het gezin.

Bij het totaal aantal dossiers waar er een eerste handeling voorkwam in de registratie, gebeurde dat in ca 59% van de gevallen binnen de 1ste maand na aanmelding. In de situaties waar dit langer dan 1 maand duurt, blijft dit ook beperkt in duur. Zo zien we dat er in ca 80% van de situaties binnen de 50 dagen wordt opgetreden. Deze cijfers wijzen erop dat het merendeel van de aanmeldingen binnen een relatief korte termijn tot een eerste geregistreerde actie leidt en een opstart binnen het traject.

Het aantal gezinnen dat op eigen kracht verder kon bij het afsluiten van het traject is van 2023 tot 2025 met 22% gestegen (2.081 gezinnen in 2023 t.o.v. 2.543 in 2025 of +3% op het totaal aantal dossiers van dat jaar). De laatste 2 jaar benaderde dit de helft van het totaal aantal afgesloten dossiers in het jaar (48% in 2025). Tellen we hier ook de gezinnen bij die verder kunnen mits enige ondersteuning van basisvoorzieningen, ging het zelfs om 78%. Deze cijfers wijzen erop dat 1G1P in een groot aandeel van de trajecten leidt tot een situatie waarin gezinnen opnieuw verder kunnen, al dan niet met beperkte verdere ondersteuning en zo escalatie van problematieken voorkomen kan worden.

Duiding en details bij cijfers Voorzieningen Jeugdhulp

Opgroeien subsidieert private voorzieningen met een divers aanbod jeugdhulp. Hulp kan bestaan uit thuisbegeleiding, oudertraining, diagnose, crisisbegeleiding, dagopvang, verblijf … Deze hulp wordt aangeboden door specifieke werkvormen of ‘organisatietypes’ (Organisaties Voor Bijzondere Jeugdzorg, Onthaal Observatie en Oriëntatie Centra (OOOC), Crisishulp aan Huis (CaH) enzovoort). 

Elke werkvorm heeft een eigen  opdracht of doelpubliek. Zo richten de OOOC zich op diagnostiek, de Centra voor Integrale Gezinszorg (CIG) bieden gezinsopnames aan, CaH biedt kortdurende en intensieve ondersteuning aan bij een crisis, enzovoort.

In 2025 bereikten deze werkvormen samen 18.741 unieke kinderen en jongeren, een stijging van ongeveer 4% (18.033 kinderen en jongeren in 2024).

De Organisaties voor Bijzondere Jeugdzorg (OVBJ) met en zonder verblijfsaanbod kennen een zeer gevarieerd aanbod (van thuisbegeleiding tot verblijf en autonoom wonen) en vertegenwoordigen meer dan 60% van het aanbod door private voorzieningen JH Opgroeien (bereik van bijna 13.000 kinderen in 2025). De Centra voor kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) bereikten in 2025 bijna 4.400 kinderen, de andere werkvormen kenden een veel lager bereik. 

Jeugdhulp is breder dan enkel uithuisplaatsing van kinderen en jongeren. Wanneer we kijken naar de soort hulp die wordt ingezet bij de start van een begeleiding, zien we dat slechts in ongeveer een kwart van de opgestarte dossiers meteen een module (veilig) verblijf wordt ingezet. In de meeste gevallen start de begeleiding met ambulante ondersteuning, wat het meest voorkomende type hulp is binnen de verschillende organisatietypes. Uit de grafiek blijkt bovendien dat er vaak verschillende hulpvormen gecombineerd (de som van de functies is immers vaak hoger dan 100%) worden ingezet (bijvoorbeeld verblijf en begeleiding), wat de geïntegreerde en complementaire aanpak binnen de jeugdhulp illustreert.

In de jaarlijkse Binc-rapporten zijn meer gedetailleerde cijfers te vinden over de doelgroep en jeugdhulptrajecten van al deze werkvormen (inclusief pleegzorg en 1G1P).

Op basis van een analyse van de begeleidingsduur van dossiers afgesloten in 2025, weten we dat de duurtijd van de begeleiding bij Pleegzorg het langst is (bijna 4 jaar, wat logisch is gezien het hoge aandeel van perspectiefbiedende pleegzorg). GES+ volgt met bijna 3 jaar. Zonder deze twee werkvormen komt de gemiddelde begeleidingsduur op 326 dagen (mediaan 212), vergelijkbaar met 2024. 

Als we de duurtijd bekijken bij OVBJ met en zonder verblijf dan zien we dat minstens 60% van de kinderen minder dan 1 jaar begeleid werd. Bij CIG, CKG en CaH ligt de begeleidingsduur vaak nog veel lager.

Duiding en details bij cijfers NAFT

Opgroeien subsidieert 19 NAFT-aanbieders om elk jaar 4.000 trajecten op te starten.

Een naadloos flexibel traject (NAFT) wordt ingezet om schooluitval in het secundair onderwijs te voorkomen of aan te pakken. Het biedt tijdelijke, intensieve begeleiding voor leerlingen, klasgroepen en scholen. 

In 2025 waren 4.930 trajecten lopende. Een kleine 10% betrof klastrajecten (483), ruim 90% (4.447) waren individuele trajecten voor 3.716 unieke leerlingen.

De minieme daling in het aantal opgestarte trajecten in 2025 is te wijten aan reconversie en innovatie bij twee aanbieders (wordt tijdelijk niet geregistreerd).

Duiding en details bij cijfers Crisismeldpunten

De crisismeldpunten boden in 2025 in totaal 8.160 keer consult aan en gingen voor 5.478 kinderen en jongeren op zoek naar passende hulp binnen organisaties voor jeugdhulp en de netwerken Geestelijke Gezondheid Kinderen en Jongeren (GGKJ). Dit betekent een toename van 5,3% in het aantal kinderen waarvoor actief naar hulp werd gezocht, wat wijst op een blijvende en versterkte bereikbaarheid van de crisishulpverlening.

Het grootste aandeel betreft kinderen en jongeren met één crisistraject: 3.454 (63%). Daarnaast werden 2.720 kinderen en jongeren meerdere keren aangemeld, waaronder 347 kinderen en jongeren die meer dan vijf keer werden aangemeld. Dat zoveel kinderen meermaals aangemeld werden zorgt ervoor dat het totaal aantal aanmeldingen heel wat hoger lag dan in 2024.

829 unieke kinderen en jongeren stonden op het moment van hun aanmelding bij het crisismeldpunt reeds op een wachtlijst bij de intersectorale toegangspoort, dat is 15,1% van alle kinderen en jongeren die aangemeld werden. 431 unieke kinderen en jongeren kregen reeds niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (pleeggezin, voorziening Opgroeien en/of VAPH) op het moment van hun aanmelding bij het crisismeldpunt, dat is 7,8% van alle kinderen en jongeren die aangemeld werden.

Er werd voor 2.758 kinderen en jongeren hulp geboden door de voorzieningen erkend door Opgroeien, het VAPH en departement Zorg, dat is het hoogste aantal van de afgelopen 10 jaar. Er werd eveneens crisishulp geboden vanuit de netwerken GGKJ, doch deze wordt niet in INSISTO geregistreerd met uitzondering van een pilootregistratie in Limburg. 

Duiding en details bij cijfers intersectorale toegangspoort

De intersectorale toegangspoort ontvangt vragen voor NRTH, zoekt naar gepaste hulp en houdt zicht op de wachtlijst voor NRTH. In totaal bereikte de ITP in 2025 zo dossiers van 21.612 unieke kinderen, een toename met 5,5%.

In 2025 had de toegangspoort 12.897 nieuwe aanmeldingen voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Het gaat daarbij niet alleen om vragen naar hulp in voorzieningen erkend door Opgroeien, maar ook om vragen naar hulp in een pleeggezin, naar hulp door voorzieningen erkend door het VAPH en om  aanvragen van een budget voor een specifieke actie in kader van een moeilijke thuissituatie of een persoonlijk assistentiebudget voor een kind met een handicap. De nieuwe vragen gingen vooral over hulp door Opgroeien (9.211 versus 4.264 vragen voor hulp bij VAPH), waaronder 2.707 vragen voor een pleeggezin. Dit rapport en dit dashboard bevatten meer details over de vragen en de aanmelders.

Via de intersectorale toegangspoort werd er in 2025 voor de eerste keer intensieve hulp (voor een typemodule) opgestart voor 6.801 kinderen en jongeren in een voorziening of pleeggezin. Voor hulpverlening erkend door Opgroeien, ging het om 4.713 unieke kinderen en jongeren, waarvan 2.440 unieke kinderen en jongeren die onder toezicht van een jeugdrechter stonden.

De teams jeugdhulpregie monitoren de instroom van kinderen en jongeren en  faciliteren de opstart voor kinderen en jongeren die het meest nodig hebben door aanvragen te prioriteren, voorzieningen te bevragen en partners rond de tafel te zetten.

In het kader van deze opdracht houden ze ook de wachtlijst actueel in dialoog met de contactpersoon aanmelders. Op 31/12/2025 stonden er 9.748 kinderen en jongeren te wachten op hulp bij een voorziening en pleeggezin. 41,4% van die 9.748 kreeg op dat moment al NRTH, 10,2% kreeg op dat moment geen NRTH, maar had dat vroeger wel gekregen (zie onderstaande figuur). Uit niet opgenomen analyses weten we bovendien dat 812 van de 5.708 wachtenden die geen NRTH hadden, op 31/12/2025 wel gebruik maakten van rechtstreeks toegankelijke hulp via Opgroeien. Er staan dus heel wat kinderen op de wachtlijst, maar het is niet zo dat al die kinderen nog geen hulp krijgen of kregen.

De intersectorale toegangspoort doet ook de inschaling van de kinderen en jongeren met een vraag voor een persoonlijk assistentie budget. In 2025 waren er 1.074 nieuwe aanvragen, en stonden er 2.450 te wachten. De ITP behandelt ook de priorvragen voor mensen met een vraag naar een PAB. 

Duiding en details bij cijfers OCJ

Het OCJ komt tussen in verontrustende situaties waarin er ernstige zorgen zijn over de veiligheid, ontwikkeling of ontplooiingskansen van een kind of jongere, men geen medewerking en/of onvoldoende samenwerking van ouders en netwerk ervaart en waarin wordt vermoed dat vrijwillige hulp niet langer volstaat zonder maatschappelijk mandaat.

Het totale aantal kinderen en jongeren waarvoor OCJ hulp verleent, blijft toenemen. In 2025 waren er 15.498 unieke kinderen en jongeren waarvoor in de loop van het jaar hulp werd verleend door een OCJ (+4,4% t.o.v. 2024). Deze totale stijging uit zich zowel in het aantal consultvragen, als in een toename van het aantal MANO-meldingen.

Via consult ondersteunt het OCJ professionals in het omgaan met verontrusting. In 2025 werden 2.827 consultvragen gesteld aan de Ondersteuningscentra Jeugdzorg (+6% tov 2024), vooral via individuele consulten.  De stijging wijst op een blijvende nood bij professionals aan ondersteuning bij het inschatten en hanteren van verontrusting.

In 2025 werden 6.187 unieke kinderen aangemeld bij het OCJ voor een onderzoek naar maatschappelijke noodzaak, een stijging van 4,5% tov 2024. De meldingen situeren zich vooral bij oudere kinderen: 45,9% betrof jongeren ouder dan 12 jaar, tegenover 28,6% bij kinderen tussen 6 en 12 jaar en 24% bij kinderen jonger dan 6 jaar. De sterkste stijgingen zien we bij de leeftijdsgroepen 0-2 jaar (+6%), 9-11 jaar (+4,8%) en 15-17 jaar (+7,7%), wat lijkt aan te sluiten bij de versterkte beleidsfocus de afgelopen jaren op het jonge kind en jongvolwassenen. De grootste aanmelder blijft het Parket, gevolgd door het CLB en jeugdhulpvoorzieningen.

Meer detailcijfers over OCJ, ook per provincie, zijn opgenomen in cijfers op maat OCJ

Duiding en details bij cijfers SDJ

De Sociale Dienst Jeugdrechtbank (SDJ) komt tussen wanneer een situatie via gerechtelijke weg wordt toevertrouwd aan de jeugdrechter, bijvoorbeeld bij ernstige verontrusting of jeugddelinquentie. De kernopdracht van de SDJ is om vanuit maatschappelijk onderzoek zicht te krijgen op de situatie van het kind of de jongere, de veiligheid, de ontwikkelingskansen, de aanwezige krachten en risico’s, en de hulp die nodig is. Op basis daarvan formuleert de SDJ advies aan de jeugdrechter over het meest aangewezen traject en volgt het traject vervolgens op, samen met de betrokkenen. 

Het aantal unieke cliënten met een lopend dossier bij de SDJ is in 2025 (n=22.126) verder toegenomen ten opzichte van 2024 (+2,6%), wat wijst op een aanhoudende instroom en druk in het gerechtelijk kader.  

In 2025 werden in totaal 5.160 kinderen gevorderd. De cijfers tonen dat het grootste aandeel van de kinderen bij de SDJ gevorderd wordt in functie van een verontrustende situatie, waarbij VOS via een gemandateerde voorziening de voornaamste instroomweg blijft( n= 3.190, +5% tov 2024). Tegelijk zien we dat het aantal kinderen met een vorderingsgrond jeugddelict (n=1.654) het sterkst toeneemt ten opzichte van 2024 (+7,7%), terwijl Vos Hoogdringend en Vos na delict relatief stabiel blijven.

De leeftijdsverdeling bij SDJ toont dat de zwaarte van het gerechtelijk kader vooral ligt bij oudere kinderen en jongeren, met een uitgesproken aandeel bij de 15–17-jarigen en in mindere mate ook bij de 12–14-jarigen en 18–20-jarigen. In vergelijking met 2024 zien we in bijna alle leeftijdsgroepen een stijging, het sterkst bij de 15–17-jarigen, terwijl de jongste leeftijdsgroepen relatief stabiel blijven.

De SDJ brengt, net als het OCJ, het maatschappelijk perspectief binnen, maar doet dit binnen een gerechtelijk kader. De jeugdrechter beslist welke maatregel nodig is; de SDJ zorgt ervoor dat deze maatregel mee uitgevoerd, opgevolgd en geëvalueerd wordt. Daarbij blijft de veiligheid en ontwikkeling van het kind of de jongere richtinggevend. De SDJ werkt samen met het kind, de jongere, de ouders, het netwerk en betrokken hulpverlening. Ze bewaakt of de opgelegde maatregel bijdraagt aan meer veiligheid, bescherming en ontwikkelingskansen, en rapporteert hierover aan de jeugdrechter.

In het totaal hadden 20.202 unieke kinderen een maatregel in 2025, een stijging van 3% tov 2024. Zoals ook bij de instroom zichtbaar is, situeert het grootste aandeel zich binnen maatregelen die samenhangen met een verontrustende situatie, terwijl jeugddelict eveneens een belangrijke component vormt. Voor VOS hoogdringend gaat het in 2025 om 1.719 unieke kinderen (9,7% van het totaal).

Meer detailcijfers over SDJ zijn opgenomen in dit dashboard.

Duiding en details bij cijfers VK

De VK ondersteunen en begeleiden jeugdhulpaanbieders en voorzieningen in het omgaan met situaties van kindermishandeling en hebben ook een chat-lijn (nu praat ik er over) voor meldingen over kindermishandeling. Ze zijn -samen met de OCJ- door de overheid gemandateerd om in te grijpen wanneer de veiligheid of het welzijn van een kind of jongere in het gedrang komt en vrijwillige hulpverlening onvoldoende blijkt. 

Doorheen het hele jaar 2025 bereikten de VK in totaal 15.688 kinderen en jongeren, een lichte toename (+1,3%) tegenover 2024. Bijna 60% van die kinderen was jonger dan 12 jaar. We tellen hier niet alleen de kinderen die in de loop van 2025 aangemeld werden, maar ook de kinderen die in voorgaande jaren werden aangemeld en verder werden opgevolgd.

In 2025 ontvingen de VK’s 1.096 contactnames door burgers, wat een minimale daling betekent t.o.v. de 1.131 in 2024. Deze contacten verlopen vooral via de chat ‘nupraatikerover.be. Met hun reguliere werking bereikten ze 11.069 unieke kinderen in 2025 (ongeveer stabiel tov 2024, n=11.038). 

Ongeveer 15% van de meldingen gebeurde in het kader van de procedure maatschappelijke noodzaak. Het rapport Verontrusting bevat meer details over de door het VK ontvangen meldingen en bereikte kinderen. 

Totale aantal kinderen bereikt door Jeugdhulp Opgroeien

Door een koppeling van gegevens uit verschillende registratiesystemen kan Opgroeien berekenen hoeveel kinderen en jongeren er in totaal bereikt werden, wat het geslacht en de leeftijd van de bereikte kinderen was en hoeveel kinderen en jongeren in 2025 door meerdere diensten en/of organisaties opgevolgd en/of ondersteund werden en welke combinaties zich daar vooral bij voordeden. 

In totaal bereikten de diensten en organisaties van Opgroeien in 2025 72.553 kinderen en jongeren, dat is 3,2 % van de populatie 0 tot 25-jarigen (Vlaams Gewest + 30% van de populatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

De cijfers van 2025 tonen een jeugdhulp die sterk verankerd is in de samenleving en die jaarlijks een groot aantal kinderen, jongeren en gezinnen bereikt en ondersteunt. Het jeugdhulplandschap vormt daarbij een breed, toegankelijk en goed uitgebouwd netwerk waarin verschillende organisaties en diensten samen werken aan veilig, omringd en kansrijk opgroeien voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen.

Bij deze cijfers mag niet vergeten worden dat het enkel gaat over diensten en voorzieningen die onder Opgroeien ressorteren (inclusief de intersectorale toegangspoort, het centraal aanmeldpunt en de crisismeldpunten) en dat we enkel gegevens meenemen van kinderen van wie het INSZ-nummer gekend is (waardoor gegevens van de VK niet konden meegenomen worden). Het totale aantal kinderen bij Jeugdhulp Opgroeien zal in 2025 dus nog hoger gelegen hebben.  

Bijna 60% van de kinderen en jongeren was van het mannelijk geslacht, al zien we verschillen naargelang dienst en organisatietype. Bij de crisismeldpunten is meer dan de helft van de cliënten waarvoor hulp gezocht wordt vrouwelijk, bij pleegzorg gaat het om 48%. Het laagste aandeel meisjes zien we bij CAP/GI en de HCA-diensten.

61% van de bereikte kinderen en jongeren die in de koppeling van de bestanden werden meegenomen waren minstens 12 jaar oud, 4,7% was ouder dan 20 jaar. 13,4% was jonger dan 6 jaar. Ook qua leeftijdsverdeling zien we verschillen tussen de diensten en organisatietypes:

  • Bij zorggarantie jonge kind gaat het heel duidelijk vooral om zeer jonge kinderen (0-2 jaar). 
  • Bij 1G1P is de meerderheid van de bereikte kinderen jonger dan 12 jaar, bij de andere diensten en organisatietypes is de meerderheid van de kinderen en jongeren minstens 12 jaar. 
  • Bij de voorzieningen Jeugdhulp was 18,3% jonger dan 6 jaar, 27,3% tussen 6 en 12 jaar, 36,4% tussen 12 en 17 jaar oud.
  • Bij CAP/GI, HCA en NAFT is het merendeel van de cliënten tussen 15 en 18 jaar.

Hoeveel unieke kinderen waren gekend bij meerdere diensten en organisatietypes?

Als we nader gaan kijken hoeveel van die 72.553 kinderen en jongeren kinderen in 2025 bij meerdere diensten en organisatietypes gekend waren, dan stellen we volgende zaken vast:

  • 40,8% van de 72.553 kinderen en jongeren waren bij meer dan 1 dienst of organisatietype gekend. Dit illustreert allicht de praktijk dat kinderen en jongeren vaak ondersteund worden door meerdere diensten of hulpvormen, wat wijst op een systeem waarin expertise wordt gedeeld en trajecten op elkaar worden afgestemd. Dit versterkt de continuïteit en samenhang in de geboden ondersteuning.
  • 62.527 kinderen waren in 2025 gekend bij 1G1P, pleegzorg, voorzieningen Jeugdhulp, zorggarantie, COBE, NAFT, OCJ, SDJ, de GI en/of HCA en werden dus opgevolgd of ondersteund en waren niet zomaar alleen ergens aangemeld.
  • 68,9% van de kinderen en jongeren die eind 2025 aan het wachten waren op NRTH was in 2025 al gekend bij jeugdhulp van Opgroeien (exclusief ITP, CAP en Crisis). Bijna de helft (46,5%) van de wachtenden was gekend bij SDJ, 33,8% was in de loop van 2025 gekend bij een voorziening Jeugdhulp Opgroeien, 19,3% bij pleegzorg en 18,3% bij OCJ. Deze cijfers geven aan dat heel wat van de kinderen die eind 2025 op niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp aan het wachten waren, eerder in 2025 vaak al iets van hulp of opvolging kregen. 
  • 67,3% van de kinderen waarvoor in 2025 naar hulp gezocht werd in het crisisnetwerk was in 2025 ook gekend bij een dienst of organisatietype die hulp bood of het kind opvolgde. 43,3% was gekend bij voorzieningen Jeugdhulp en 13% bij pleegzorg wat betekent dat heel wat kinderen ook effectief hulp hebben gekregen in 2025. 35,1% van de kinderen was ook gekend bij SDJ, 25,9% bij OCJ wat impliceert dat deze kinderen niet enkel door de crisismeldpunten werden opgevolgd.
  • Van de kinderen en jongeren die in 2025 door de OCJ werden gevolgd, was er  voor 52,3% in 2025 (nog) geen andere partner (zoals voorzieningen of 1G1P) van Jeugdhulp Opgroeien betrokken. Een deel (+/- 10%) van die kinderen was wel aangemeld bij de toegangspoort. Die 52,3% betekent niet automatisch dat er geen ondersteuning of opvolging is/was. Het OCJ onderzoekt telkens samen met het kind, de jongere, de ouders, het netwerk en eventuele betrokken hulpverlening wat nodig is om veiligheid en ontwikkelingskansen te versterken. Steeds wordt het informele netwerk rond het gezin betrokken en bekeken wie wat kan betekenen in functie van veilig, geliefd en omringd opgroeien. Soms vereist de situatie ogen en oren in de context zelf en is  net actieve ondersteuning nodig dicht in het gezin en het netwerk zelf om dat netwerk te versterken en veiligheid concreet te maken, bijvoorbeeld via contextbegeleiding. Wanneer de veiligheid onder druk blijft staan of verder verslechtert, kan bijkomende, meer intensieve hulp nodig zijn. Dit kan ook betekenen dat een uithuisplaatsing dreigt of dat tijdelijk verblijf buiten het gezin nodig is als onderdeel van een veiligheidsplan (plan B).

Deze cijfers vragen dus om een genuanceerde interpretatie: de afwezigheid van een interne partner jeugdhulp kan wijzen op een bewuste inzet op het netwerk, maar ook op situaties waarin verdere opschaling van hulp nodig is om veiligheid duurzaam te waarborgen.

  • Van de 22.044 kinderen en jongeren die door de SDJ opgevolgd werden, was er voor  30,2% in 2025 (nog) geen andere partner (zoals voorzieningen, OCJ of 1G1P) van Jeugdhulp Opgroeien betrokken.

In totaal waren 8.374 kinderen in 2025 gekend bij HCA en/of CAP/GI, dat is 11,5% van de 72.553 kinderen uit de analyse op gekoppelde bestanden. 47,9% van die kinderen waren in 2025 niet gekend bij 1G1P, COBE, Zorggarantie, Voorzieningen Jeugdhulp, Pleegzorg, NAFT, Crisisdispatch, OCJ of SDJ.

Ook interessant
Nog niet gevonden wat je zocht?
Vraag het aan team Datamanagement
Diederik Vancoppenolle, wetenschappelijk adviseur Opgroeien

Team Datamanagement bundelt wetenschappelijk onderzoek en datarapportering en -monitoring. 

Team Datamanagement