Cijferrapport

Verontrusting

Ga snel naar...

Cijfers over verontrusting opgesplitst per leeftijdsklasse, per provincie en per instantie  

Cijfers op maat

Ontdek welke bronnen we gebruiken voor onze kwaliteitsvolle data.

Achtergrondinformatie en documentatie
In dit rapport schetsen we cijfers over meldingen/kinderen in (mogelijk) verontrustende situaties.

In dit rapport schetsen we cijfers over meldingen/kinderen in (mogelijk) verontrustende situaties. Er is sprake van verontrusting volgens het decreet integrale jeugdhulp wanneer:

  • de ontwikkelingskansen van een minderjarige bedreigd worden;
  • de (psychische, fysieke of seksuele) integriteit van een minderjarige of van één of meer gezinsleden worden aangetast. 

Verontrusting omvat een breed scala aan zorgsituaties, waaronder kindermishandeling. 

Bij verontrusting engageren vele hulpverleners zich om hulp te bieden. Dat vraagt inzet en motivatie van alle betrokkenen. Als de vrijwillige hulpverlening moeilijk is of vastloopt, kan na een onderzoek door een gemandateerde voorziening, een aanklampend traject maatschappelijke noodzaak vanuit deze instantie helpen oplossen. Als dat niet lukt, zal verwezen worden naar de jeugdrechtbank voor gedwongen hulpverlening. Zowel de ernst van de situatie, als de aanpak van de verontrustende situatie situeren zich dus op een continuüm. 

Dit rapport bevat cijfers van diverse instanties en centra die te maken hebben met of specifiek werken rond verontrusting. Eerst brengen we cijfers over de contactnames door burgers bij hulplijnen & instanties, daarna over contactnames door professionals bij gespecialiseerde instanties, vervolgens over meldingen Maatschappelijke noodzaak (MANO) bij gemandateerde voorzieningen en tot slot cijfers over gerechtelijke trajecten bij verontrustende situaties (VOS). We nemen cijfers op over contactnames, over het aantal betrokken unieke kinderen en -wanneer specifiek wordt geregistreerd- over gemelde problematieken.

Momenteel bevat het rapport cijfers van “1712”, de Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK) waaronder ook cijfers op basis van de chat nupraatikerover.be (NPIE), de Centra voor LeerlingenBegeleiding (CLB’s) en CLBch@t, Kind & Gezin, de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s), de Ondersteuningscentra jeugdzorg (OCJ’s), de Sociale Diensten van de Jeugdrechtbank (SDJ’s) en de Vlaamse jeugdparketten. We hopen in een latere fase ook cijfers over verontrusting op te nemen van andere instanties/sectoren.


 

 

Cijfers over burgers die een professionele hulplijn/instantie contacteren over verontrusting

Aantal contactnames “verontrusting” door burgers bij een hulplijn/instantie 

Bij de hulplijn 1712 kunnen burgers terecht met een vraag over geweld, misbruik en kindermishandeling. Als we het hierna hebben over contactnames, betreft dit enkel het eerste contact van een oproeper met de hulplijn, zonder de contacten bij verdere behandeling van de oproep. Hoewel we weten dat een deel van deze contactnames gaat over personen ouder dan 25 jaar, kunnen we de cijfers niet beperken tot kinderen en jongvolwassenen omdat de leeftijdscategorie ‘meerderjarig’ in de registratie niet verder opgesplitst wordt. We nemen daarom de totaalcijfers op.

De hulplijn “1712” ontving in 2024 9.594 contactnames, 170 meer dan de 9.424 in 2023, of bijna 2% meer dan in 2023. Over de jaren heen zien we een opmerkelijke stijging van 2019 naar 2020, welke beweging zich nadien in lichte mate verderzet. De toename in het aantal oproepen bij de hulplijn 1712 heeft allicht te maken met het feit dat burgers zich nu meer naar 1712 richten, dan rechtstreeks tot de VK’s.

Evolutie oproepen bij 1712

Kind en Gezin is geen hulplijn maar ontvangt zorgmeldingen van burgers en in mindere mate van professionelen die zich zorgen maken over (de leefsituatie van) een kind. Ten opzichte van 2023 is er een daling van het aantal zorgmeldingen in 2024 met 9% (1.119 in 2024). De daling komt vooral door een afname van zorgmeldingen voor oudere kinderen, die niet tot de doelgroep van de teams van Kind en Gezin behoren en waarvoor we samenwerkingsafspraken maakten met Hulplijn 1712. 

Evolutie zorgmeldingen door burgers bij Kind & Gezin

In het schooljaar 2022-2023 waren er 1.469 chatsessies bij CLBch@t over problematieken die verontrustend zijn. Bijna 48%  (684) ging over kinderen en jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot 14 jaar, in bijna 32% (453) van de chatsessies betrof het jongeren van 15 tot 17 jaar.

Het aantal CLBch@t sessies over deze problematieken daalde licht in het schooljaar 2023-2024 met 2,7 % t.o.v. het schooljaar 2022-2023. De daling doet zich vooral voor bij de jongeren van 15 tot 17 jaar. 

Evolutie CLBch@t sessies naar leeftijd, geslacht en soort aanmelder

De VK ontvingen in 2024 1.131 contactnames door burgers (+13%), met over de jaren heen steeds een groeiend aandeel via de chat ‘nupraatikerover.be‘. In 2024 waren er bij deze chat 981 contactnames, wat 86,7%% van de burgercontacten bij het VK uitmaakte. De chat en hulplijn 1712 zijn duidelijk voor de burger meer toegankelijke kanalen geworden om problemen in de leefsituatie van een kind en/of vermoedens van kindermishandeling te melden.  

Evolutie contactnames bij VK en Nupraatikerover.be

Aantal unieke kinderen en jongeren betrokken bij contactnames/dossiers “verontrusting” door de burger 

De 9.594 contactnames met de hulplijn 1712 hebben betrekking op 13.281 unieke personen, wat een stijging met 482 unieke personen betekent t.o.v. de 12.799 in 2023 (kinderen, jongvolwassenen en volwassenen). Minder contactnames dan unieke personen wijst erop dat een contactname betrekking kon hebben op meerdere kinderen, jongvolwassenen en/of volwassenen.

Omdat de leeftijd vanwege het anonieme karakter van de hulplijn niet voor alle personen geregistreerd kon worden en omdat de groep meerderjarigen niet nader opgesplitst kan worden, kunnen we het precieze aandeel kinderen en jongvolwassenen niet berekenen. Het is wel duidelijk dat de kinderen jonger dan 18 jaar over de jaren heen meer dan de helft van het totaal innemen. 

Evolutie aantal unieke personen aangemeld bij 1712 naar leeftijd en geslacht

De 1.119 zorgmeldingen bij Kind & Gezin gingen over 912 unieke kinderen. Over sommige kinderen werd dus meermaals contact genomen, al dan niet door dezelfde of een andere zorgmelder.  

Een opvallend verschil tussen 2023 en 2024 is de leeftijd van de gemelde kinderen. In 2023 behoorde 69% van de gemelde kinderen tot de doelgroep van de dienstverlening (kinderen onder de drie jaar of jonge niet-schoolgaande kinderen), nu gaat het om 85%. 

Het aantal unieke kinderen dat bij Kind en Gezin werd gemeld is, samen met het aantal zorgmeldingen gedaald. Binnen de beoogde doelgroep van de dienstverlening is het aantal kinderen echter opvallend gestegen van 691 naar 775. Voor de teams van Kind en Gezin betekende dit dus concreet een stijging van 84 op te volgen dossiers in 2024.

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren met een zorgmelding door burgers bij Kind & Gezin

In 2024 hadden 1.058 kinderen en jongeren een hulpverlenend contact met een CAW. Net zoals vorige jaren maakt de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar het grootste aandeel (46,8%) uit. 

Net zoals vorige jaren gebeurden de meeste contacten (44,2%) met kinderen tussen 12 en 17 jaar Dit komt doordat het Jongeren Advies Centrum (JAC) zich specifiek op jongeren van 12 tot en met 17 jaar richt. In deze levensfase kunnen jongeren gemakkelijker zelf hulp vragen en verwoorden wat er aan de hand is. 

Als we vergelijken met 2023 zien we dat de cijfers stabiel gebleven zijn. De evolutie per leeftijdscategorie van de kinderen blijft over het algemeen ook ongewijzigd. Er is nog steeds een lichte afname zichtbaar van het aantal hulpverlenende contacten met kinderen van 0-11 jaar (14,6%). De contacten met 12-17-jarigen en met de jongvolwassenen zijn opnieuw licht gestegen. 

Zoals hierboven reeds aangegeven, bevinden kinderen tussen 12 en 17 jaar zich in een levensfase waarin ze grote persoonlijke en sociale veranderingen doormaken. Dit gaat vaak gepaard met meer conflicten thuis of in hun omgeving, waardoor zij sneller in contact komen met (eerstelijns) hulpverlening.

Bij kinderen van 0 tot 11 jaar worden problemen daarentegen minder snel opgemerkt en kunnen zij moeilijker zelf hulp zoeken. Jongere kinderen worden bovendien zelden rechtstreeks begeleid door het CAW. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een gezinsopname of begeleiding van een moeder met jonge kinderen, wordt het contact geregistreerd op naam van de ouder en niet van het kind. De hulpvraag situeert zich in die gevallen dus bij de ouder. In sommige situaties kunnen ook kinderen binnen de categorie 0 – 11 jaar apart als cliënt geregistreerd worden. Dit gebeurt wanneer zij zelf een specifieke hulpvraag hebben of wanneer er actief met hen gewerkt wordt (zoals bij de module neutrale bezoekruimte of begeleiding binnen slachtofferhulp). Echter zijn deze situaties zeer beperkt.

De gegevens ondergingen een kwalitatieve en betrouwbare update vanaf jaar 2021 tot en met 2024, waardoor de gegevens anders zijn ten opzichte van vorig rapport. 

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren die een hulpverlenend contact hadden bij een CAW, naar leeftijd en geslacht

Het aantal unieke kinderen aangemeld bij een VK ligt lager dan het aantal meldingen. Dit is omdat sommige kinderen in hetzelfde jaar meer dan één keer bij een burgermelding betrokken waren. 

Het aandeel contacten via de website nupraatikerover.be kende een stijgende lijn, wat we ook terugvinden bij het aantal betrokkenen bij deze chat. Zo namen er 855 kinderen/jongeren in 2024 contact op met deze hulplijn, t.o.v. 752 in 2023 en 677 in 2022. Voor wat de reguliere burgermeldingen bij het VK betreft waren er in 2024 200 kinderen/jongeren betrokken (zonder de chat nupraatikerover), 22 minder dan in 2023.

Uit nadere analyse blijkt dat het leeftijdsprofiel van de kinderen verschilt naargelang het kanaal waarlangs men contact neemt. Via het chatkanaal nupraatikerover.be gebeurt dit in meer dan 90% door/voor kinderen ouder dan 12 jaar, terwijl bij de reguliere burgermeldingen meer dan de helft van de gemelde kinderen jonger is dan 12 jaar. Het feit dat de oproepers via de chat het vaak over zichzelf – de eigen problemen - hebben, en hiertoe zelf contact opnemen, speelt hierbij mee.  

Ook op vlak van geslacht zien we bij de chat nupraatikerover.be duidelijke verschillen. Van de 855 kinderen die dit kanaal in 2024 gebruikten waren er 171 jongens (23%) en 640 meisjes (75%).

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld door burgers bij VK en nupraatikerover.be naar leeftijd en geslacht

VK’s begeleiden niet alleen de kinderen waarover ze een melding ontvingen in de loop van het jaar, maar werken ook verder aan de kindtrajecten uit meldingen van voorgaande jaren. In 2024 werkten de VK’s op die manier in totaal met 1.263 kinderen en jongeren die betrokken waren bij contactnames door burgers. Hiervan  waren er 960 met een lopend traject via nupraatikerover en 303 via andere kanalen, respectievelijk 76% en 24% van het totaal. Deze % liggen in de lijn van de cijfers over 2023. 

Voor meer details betreffende de kinderen met een lopende melding in het jaar zie dashboard bij cijfers op maat.

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld door burgers, waarvoor er in de loop van het jaar hulp verleend werd bij VK en NPIE naar leeftijd en geslacht

Problematieken “verontrusting” bij contactnames door burgers 

Bij de 9.594 oproepen bij 1712 in 2024 waren er 13.281 personen betrokken, elk met hun problemen. Zoals eerder vermeld kunnen de cijfers niet zuiver toegespitst worden op kinderen en jongvolwassenen, wat dus evenmin kan voor hun gemelde problematieken. 

In 2024 werd kindermishandeling het vaakst gemeld, nl. 7.713 keer (bij 58% van de betrokken personen). Per leeftijdsgroep doen zich verhoudingsgewijze verschillen voor. Zo zijn er 4.944 jongvolwassenen van 18 jaar of meer, bij wie 563 keer kindermishandeling werd gemeld (11% van deze leeftijdsgroep), terwijl dit bij de 8.327 kinderen en jongeren t.e.m. 17 jaar 7.148 keer gebeurde (86% bij deze leeftijdsgroep). 

Daarna volgt geweld tussen of tegen volwassenen waarvan het kind getuige is. In 2024 werd deze problematiek 2.993 keer gemeld (22% van het totaal). Bij de 4.944 jongvolwassenen van 18 jaar of meer, gebeurde dit 2.830 keer (57% van deze groep) en bij de 8.327 kinderen en jongeren t.e.m. 17 jaar was dit 162 keer (1,95% van deze groep). 

De percentages liggen voor zowel kindermishandeling als geweld waarvan kinderen getuige zijn in de lijn van voorgaande jaren, wat ook het geval is bij de andere problematieken die veel minder worden aangehaald.
 

Evolutie aantal personen waarvoor contact werd genomen met 1712 naar problematiek, leeftijd en geslacht

Bij de CLBch@t wordt voor chatsessies in het kader van verontrusting melding gemaakt van vier problematieken: gezinsconflicten, zelfmoordgedachten, misbruik/mishandeling en zelfverwonding. Het is mogelijk tijdens één chatsessie een combinatie van deze problematieken geregistreerd. In het schooljaar 2023-2024 werd er in 799 van de 1.429 (55,9%) chatsessies melding gemaakt van gezinsconflicten. Zelfmoordgedachten (vermeld in 26,9%, n= 385, van de chatsessies) kwamen vaker aan bod dan situaties van misbruik/mishandeling (9,5%, n=136). 

Evolutie aantal CLBCh@t sessies naar problematiek, leeftijd, geslacht en soort aanmelder

Net zoals bij de CLBch@t kunnen er per melding bij het VK meerdere problematieken gemeld worden, maar hier wordt enkel de belangrijkst gemelde problematiek geteld. In het totaal (contactnames VK en nupraatikerover.be samen) gaat het vooral om risicosituaties (36%), gevolgd door (vermoedens van) van seksueel misbruik (27%), daarna emotionele verwaarlozing en/of mishandeling (18%) en als vierde grootste groep lichamelijke verwaarlozing en/of mishandeling (19%). 

Deze verdeling weerspiegelt vooral de verdeling van  de chat NPIE, die van de 1.055 problematieken er 855 innemen (81%). Bij de 200 reguliere contactnames bij het VK krijgen we wel een ander beeld. Daar komen de emotioneel gerelateerde problemen het vaakst voor (39%), gevolgd door de lichamelijk gerelateerde problemen (29%), daarna seksueel misbruik (16%) en het minst frequent risicosituaties (13%). 

Hierbij kunnen we stellen dat de burger die het VK contacteert (en het heeft over een ander kind), dit doet vanuit andere bezorgdheden dan de contactnemer bij de chat (die het meestal heeft over de eigen problemen). 

Evolutie aantal kinderen en jongeren betrokken bij een contactname bij VK en NPIE, naar belangrijkste problematiek

Volgende cijfers hebben uitsluitend betrekking op kinderen en jongeren bij wie een verontrustend thema werd geregistreerd. CAW telt geen afzonderlijke verontrustende situaties. Tijdens een gesprek met een cliënt worden alle thema’s die aan bod komen of waarrond gewerkt wordt, geregistreerd. Op die manier brengen ze in kaart hoeveel thema’s rond verontrusting besproken werden. In 2024 werd er bij 946 (89,4%) kinderen en jongeren van de 1.058 unieke kinderen en jongeren die een hulpverlenend contact hadden bij een CAW, melding gemaakt van kindermishandeling. Deze groep vormt een deel van alle kinderen en jongeren die dat jaar contact hadden met CAW. Het totale bereik van CAW ligt dus hoger dan de hier vermelde 1.058 kinderen en jongeren.

Het groot aantal meldingen rond de problematiek “kindermishandeling” binnen de geregistreerde verontrustende thema’s blijft ook dit jaar vrij hoog, namelijk net geen 90%. Over de andere problematieken wordt in vergelijking tot ‘kindermishandeling’ weinig meldingen gemaakt. Er is in 2024 een lichte daling vastgesteld voor de andere problematieken (gedwongen huwelijk en gedwongen prostitutie). Voor de problematiek ‘eergerelateerd geweld’ is er een daling vastgesteld van 24,8% ten opzichte van 2023. De problematiek ‘genitale verminking’ is ten opzichte van vorig jaar licht gestegen (van 1 melding in 2023 naar 5 in 2024). Dit geeft weer dat ondanks deze thematieken minder sterk naar voor komen in de cijfers, er toch aandacht voor is.

De hoge cijfers voor het thema “kindermishandeling” moeten echter in context worden geplaatst. De voorbije jaren wordt er, zowel door het CAW als via externe organisaties, sterker ingezet op het herkennen en bespreekbaar maken van signalen van kindermishandeling. CAW-hulpverleners hebben de verantwoordelijkheid om in te grijpen wanneer er vermoedens zijn van kindermishandeling. CAW werkt met een handelingsplan verontrusting, waarbij het beroepsgeheim kan doorbroken worden wanneer dit nodig is. Verder wordt in alle werkingen van CAW de kindreflex toegepast, waardoor dit eveneens kan bijdragen in het sneller opmerken van situaties van kindermishandeling. . Deze zaken kunnen bijdragen aan het hoge aantal geregistreerde meldingen. Bovendien omvat het thema “kindermishandeling” een brede waaier aan situaties, gaande van fysieke of emotionele verwaarlozing tot het getuige zijn van intrafamiliaal geweld. Dit verklaart deels het hoge aandeel in vergelijking met andere problematieken. 

De andere thema’s (eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijk, gedwongen prostitutie, genitale verminking) komen in mindere mate voor, aangezien ze vaak onder de radar blijven en waarbij ze in de praktijk minder snel gemeld of herkend worden.

Evolutie aantal kinderen en jongeren met een hulpverlenend contact bij een CAW naar problematiek, leeftijd, geslacht

Cijfers over contactnames verontrusting door professionelen bij een gespecialiseerde instantie

Aantal contactnames “verontrusting” door professionelen bij een gespecialiseerde instantie 

In 2024 werden er 2.668 consultvragen gesteld aan de Ondersteuningscentra Jeugdzorg (OCJ), een stijging van 18%. Het consultaanbod bestaat uit een individueel consult, een groepsconsult op vraag en een consult gelinkt aan 1Gezin1Plan (1G1P).

In 71% van de gevallen ging het om een individueel consult, een stijging van 28,7% t.o.v. 2023. Dit bestaat voornamelijk uit telefonische consulten, maar kan in uitzonderlijke situaties ook fysiek. In tegenstelling tot de voorbijgaande jaren wordt de stijging in consult door individueel consult bepaald. Het aantal “Groepsconsulten (op vraag)” bleef gelijk en is goed voor 5.6% van de consultvragen. Een groepsconsult houdt in dat consultgevers op vraag van professionals in een specifieke case ter plaatse gaan, expertise in het omgaan met verontrusting delen en handelingsmogelijkheden van de betrokkenen trachten te verruimen.

De voorbije jaren werd de stijging in het aantal consultvragen vooral verklaard door de inzet op outreachend en meer nabij gaan werken en meer bepaald door de inzet op partnerschap vanuit consult met 1Gezin1Plan. Consultgevers gaan daarbij ter plaatse en delen hun expertise in het omgaan met verontrusting. In 2024 merken we een lichte daling van een 3% tav 2023, terwijl we in 2023 een stijging kenden van 23%. 

Het grootste aantal consultvragen worden gesteld in West-Vlaanderen (n= 669), 26% van het totale aantal consultvragen in Vlaanderen. In alle regio’s stijgt het aantal consultvragen. De grootste stijger in 2024 is Oost-Vlaanderen met 57%. De sterke stijging in het aandeel consulten in deze regio is mede het resultaat van een gerichte inspanning binnen het OCJ om aanmelders beter te ondersteunen bij het scherpstellen van de verontrusting. Door deze versterkte samenwerking en afstemming worden handelingsmogelijkheden in kaart gebracht, worden aanmelders verder op weg gezet en wordt ook sneller duidelijk of sprake is van maatschappelijke noodzaak.

Evolutie aantal consultvragen bij de OCJ’s naar soort vraag

Het aantal contactnames van professionelen bij het VK varieert slechts beperkt over de jaren heen, met het hoogste aantal in 2021 (n= 5.722) . Na een licht golvende beweging van 2022 over 2023 ging het in 2024 om 5.351 contacten, een daling van 3.8% t.o.v. 2023. 

Met betrekking tot het soort professionele melders stellen we eenzelfde trend vast, waarbij de meldingen vanuit een school gerelateerde omgeving (grotendeels CLB) over de jaren heen de grootste groep blijven uitmaken 34%). 

Evolutie aantal contactnames door professionelen bij het VK naar soort aanmelder

Aantal unieke kinderen en jongeren betrokken bij contactnames/dossiers “verontrusting” door professionelen bij een gespecialiseerde instantie 

In het schooljaar 2023-2024 werd er bij 12.196 unieke kinderen en jongeren een traject verontrusting gelopen bij de CLB’s na contactname door een professional (waaronder leerkrachten, leerlingenbegeleiders, …). 25,1% van die leerlingen behoorde tot de categorie 12 tot en met 14-jarigen, 15,2% was jonger dan 6 jaar. 

Het aantal unieke kinderen en jongeren waarvoor er in 2023-2024 een traject verontrusting bij de CLB’s is gelopen, is gestegen in vergelijking tot schooljaar 2022-2023 met 5,7%. De stijging doet zich voor bij de 3 tot met 17-jarigen. 

Evolutie van het aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld door professionelen, waar een traject verontrusting gelopen is bij de CLB’s, naar geslacht en leeftijd

Bij de 5.351 meldingen door professionelen bij het VK in 2024 waren er 8.154 unieke kinderen en jongeren betrokken, wat in de lijn ligt met voorgaand jaar. Anders dan bij de burgermeldingen zijn hier gemiddeld meer kinderen betrokken per melding. Voor elk van hen start het VK een eigen traject op. 

In tegenstelling tot de burgermeldingen bij het VK zien we hier een meer gelijkmatige verdeling bij de betrokken kinderen op vlak van leeftijd. 

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld door professionelen bij VK naar leeftijd en geslacht

De VK’s werken daarnaast nog verder met jongeren die al gemeld waren vóór 2024. Zo tellen we bij de professionele contactnames 11.038 unieke kinderen en jongeren met een lopend traject, wat 212 meer is dan de 10.826 in 2023 (+2%). Qua leeftijd en geslacht zien we een soortgelijke verdeling als bij de kinderen met een opgestart traject 

Evolutie van het aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld door professionelen, waarvoor er in de loop van het jaar hulp verleend werd bij VK naar leeftijd en geslacht

Problematieken “verontrusting” bij contactnames door professionelen bij een gespecialiseerde instantie 

Er kunnen meerdere kinderen betrokken zijn bij eenzelfde melding, eenzelfde kind kan ook na een afgesloten traject bij een nieuwe melding voorkomen. Telkens start het VK een nieuw traject op. Vermits de problematiek per kind, per melding telkens kan verschillen, komt het aantal problematieken overeen met het totaal aantal opgestarte dossiers.

Zo hebben professionelen in 2024 het VK 5.351 keer gecontacteerd voor een nieuwe melding (t.o.v. 5.567 in 2023). In 2024 waren hierbij 8.154 unieke kinderen betrokken (t.o.v. 8.138 in 2023). In totaal ging het in 2024 om 8.414 problematieken (bij evenveel opgestarte dossiers) (t.o.v. 8.229 in 2023).

Zoals voorgaande jaren komt Emotionele verwaarlozing of mishandeling in 2024 het meest voor (36%), gevolgd door Lichamelijke verwaarlozing of mishandeling (30%).Seksueel misbruik en problemen vanuit risicosituaties liggen qua aantal in dezelfde lijn (resp. 15% en 14%). 

Als we kijken naar het totaal aantal problematieken, merken we dat die vooral gemeld werden vanuit de gezondheidszorg en schoolgerelateerde voorzieningen (elk 33% van alle melders voor alle problematieken). Per soort problematiek zien we wel verschillen in hun aandeel. Zo worden problemen van emotionele aard het vaakst gemeld vanuit gezondheidsorganisaties (35% van alle melders van deze problematieken), gevolgd door schoolgerelateerde voorzieningen (met percentages tussen 24 en 29%). 

Bij lichamelijke verwaarlozing of mishandeling zien we een omgekeerd beeld (44% keer gemeld vanuit schoolgerelateerde voorzieningen tegenover 25% vanuit gezondheidszorg). Grensoverschrijdend gedrag wordt ook duidelijk het vaakst gemeld door schoolgerelateerde voorzieningen (43%), maar ditmaal in veel mindere mate door gezondheidsorganisaties (16%). 

Evolutie aantal kinderen en jongeren betrokken bij een contactname door professionelen bij VK, naar belangrijkste problematiek en naar soort aanmelder

Cijfers over meldingen ‘Maatschappelijke Noodzaak’ bij een gemandateerde voorziening (OCJ, VK)

Aantal MANO-meldingen “verontrusting” bij gemandateerde voorzieningen 

In 2024 ontvingen de OCJ’s 5.999 meldingen in het kader van onderzoek naar maatschappelijke noodzaak (MANO). 25,4% van de meldingen gingen over kinderen jonger dan 6 jaar, 28.6% over kinderen tussen 6 en 12 jaar en 45,9% over kinderen ouder dan 12 jaar. 

Het aantal aanmeldingen voor Vlaanderen steeg bij de OCJ’s met 4.4% ten aanzien van 2023. De grootste stijgingen doen zich voor bij de leeftijdscategorieën 0-2 jaar (+6%), 9-11 jaar (4.8%) en 15-17 jaar (7.7%). Geografisch zien we de grootste stijging in de provincies Antwerpen (+9.4%) en West-Vlaanderen (+7%). Vlaams-Brabant daalt lichtjes (-2%)

Bij de VK’s waren er in 2024 1.761 meldingen in het kader van onderzoek naar maatschappelijke noodzaak. Dit betekent een stagnering van de stijgende lijn tot 2023. Bij de kinderen voor wie deze procedures in 2024 werden opgestart, is het aantal qua geslacht evenwichtig verdeeld tussen jongens (871) en meisjes (848), net zoals voorgaande jaren. Qua leeftijd nemen de categorieën 6-8 jaar, 9-11 jaar en 12-14 jaar, telkens 19% in (tevens hoogste percentage). De jongvolwassenen van 18-20 jaar nemen duidelijk de kleinste groep in (2%).   

Evolutie aantal aanmeldingen maatschappelijke noodzaak bij OCJ en VK MANO naar leeftijd en geslacht

Het grootste deel (43,8%) van de aanmeldingen bij OCJ komt vanuit het parket. Het aantal aanmeldingen bij de OCJ’s vanuit de CLB’s neemt net zoals de voorbijgaande jaren verder toe, een stijging van 13,6% tegenover 2023, t.o.v. 2019 laat zich een stijging van +56% optekenen. Enkel het aantal aanmeldingen vanuit het cliëntsysteem zelf blijft dalen, net zoals de voorgaande jaren. (-14,4 t.o.v. 2023). Vermoedelijk wenden zij zich tot kanalen zoals 1712, nupraatikerover of andere actoren waar burgers zich aanmelden.

Evolutie aantal aanmelders maatschappelijke noodzaak bij OCJ naar soort aanmelder en naar leeftijd en geslacht

Ook bij de opgestarte MANO-procedures door VK is het parket de grootste melder, maar het aandeel van het parket in de meldingen kende een lichte daling tegenover 2023 (66% in 2024 t.o.v. 70% in 2023). 

Evolutie aantal aanmeldingen bij VK MANO naar soort aanmelder en naar leeftijd en geslacht

Bij de OCJ’s blijkt na case-onderzoek dat in 2024 20.5% van de aanmeldingen toch geen Maatschappelijke noodzaak was (een daling van -13% tov 2023). Bij VK Mano ligt dat percentage lager (8,3% van de opgestarte procedures). 

Het merendeel van de Mano-meldingen bij de OCJ’s (59,5%) en VK’s (65%) wordt opgevolgd door de gemandateerde voorziening zelf, in de vorm van casemanagement. Er wordt dus meer intern opgevolgd en begeleid, dan doorgestuurd naar het parket, 20% van de aanmeldingen OCJ wordt doorverwezen naar het Openbaar Ministerie, een daling van 9,6%. Bij VK wordt in 26% na het onderzoek doorgestuurd naar parket. In het dashboard zit meer detail over de aanmeldingen door professionelen bij OCJ en VK.

 

Evolutie resultaat aanmeldingen Maatschappelijke noodzaak bij OCJ en VK naar leeftijd en geslacht

Aantal unieke kinderen en jongeren “verontrusting” bij gemandateerde voorzieningen 

In het kader van maatschappelijke noodzaak werden in 2024 er 5.968 unieke kinderen en jongeren aangemeld bij een OCJ en  1.699 bij een VK.  Zowel bij OCJ als bij VK Mano waren de kinderen vooral jonger dan 11 jaar, respectievelijk 54,4% en 64%. Bij VK zien we telkens eenzelfde aandeel bij de categorieën 6-8 jaar, 9-11 jaar en 12-14 jaar, telkens 19% in (tevens hoogste percentage per uitsplitsing). De jongvolwassenen van 18-20 jaar nemen duidelijk de kleinste groep in (2%). Qua geslacht is er een evenwichtige verhouding tussen jongens (871) en meisjes (848), net zoals voorgaande jaren. 

Vergeleken met 2023 stijgt het aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld bij een OCJ (+4,5%). Bij VK Mano zien we, net zoals bij het aantal opgestarte procedures, een stagnering.  

Voor meer detail van de unieke kinderen aangemeld bij OCJ en VK verwijzen we naar cijfers op maat.

 

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren aangemeld bij OCJ of VK Mano

Naast de meldingen die in de loop van het jaar ontvangen werden, werken de gemandateerde voorzieningen ook nog aan dossiers van kinderen die gemeld werden in voorgaande jaren. In 2024 waren er 14.845 unieke kinderen en jongeren waarvoor er in de loop van het jaar hulp werd verleend door een OCJ (tov 14.269 in 2023), bij VK MANO waren dat 3.196 unieke kinderen en jongeren (tegenover 2.891 in 2023). 

Het aantal unieke kinderen en jongeren waarvoor er in de loop van het jaar hulp werd verleend stijgt, net als de voorbijgaande jaren, zowel bij de OCJ’s (+4%), als bij VK Mano (+10%) in 2024 t.o.v. 2023,

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren waarvoor er in de loop van het jaar hulp verleend werd bij OCJ of VK MANO naar leeftijd en naar geslacht

Problematieken “verontrusting” bij VK MANO 

De procentuele verdeling van de problematieken bij de opgestarte Mano-procedures ligt voor 2024 in de lijn van voordien, met “emotionele verwaarlozing en mishandeling” (52%) en “lichamelijke verwaarlozing en mishandeling” (27%) als het vaakst gemelde belangrijkste probleem. Seksueel misbruik en risicosituaties worden hier minder vaak gemeld dan bij de contactnames door burgers of professionelen met het VK.

Evolutie aantal aanmeldingen maatschappelijke noodzaak bij VK naar belangrijkste problematiek, leeftijd en naar geslacht

Cijfers over gerechtelijke trajecten in het kader van verontrusting

Instroom kinderen in “verontrustende situaties” bij de Vlaamse jeugdparketten 

Op basis van cijfers van het Openbaar Ministerie weten we hoeveel unieke kinderen instromen op de Vlaamse jeugdparketten. Cijfers over het rechtsgebied Brussel werden hierbij niet meegeteld. 

Voor de 6 Vlaamse jeugdparketten ging het in 2024 in totaal om 39.082 unieke kinderen en jongeren, 3,3 % meer dan in 2023. Ruim 58% van de kinderen was jonger dan 12 jaar. 

Dit dashboard bevat meer provinciale details over de leeftijden van de kinderen volgens provinciaal werkingsgebied van het parket.

Het aantal kinderen en jongeren in een verontrustende situatie dat instroomt bij de jeugdparketten stijgt in alle rechtsgebieden, behalve in Antwerpen. De stijging was het grootst in de rechtsgebieden Oost-Vlaanderen (+7%), Vlaams-Brabant (+5%) en Limburg (+4%).

 

Aantal vorderingen “verontrusting” bij jeugdrechtbank 

In 2024 waren er 3.868 vorderingen “verontrusting” bij de sociale diensten van de jeugdrechtbank: 44,5% van deze vorderingen gebeurde voor kinderen ouder dan 12 jaar, 29,6% voor kinderen jonger dan 6 jaar en 26% voor kinderen tussen 6 en 12 jaar en 29,6% jonger dan 6 jaar.

Na een daling in 2023 blijft het aantal stabiel, de grootste stijging liet zich opmeten in 2021 (n=4.295), daarna daalde het aantal, maar het aantal vorderingen vandaag ligt wel nog steeds hoger dan in de jaren 2019-2020. In de leeftijdscategorieën 15-17 (+7%), 9-11 (+14%) en 6-8 jaar (+5%) kennen we een stijging, de rest kent een daling behalve de leeftijd 3-5 jaar. Voor het tweede jaar op een rij was de sterkste stijging voor kinderen van 9-11 jaar (22,9%). De sterkste daling was voor kinderen tussen 12-14 jaar.

Evolutie aantal vorderingen “VOS” (verontrustende situatie) bij de sociale diensten van de jeugdrechtbank naar leeftijd en naar geslacht

Aantal unieke kinderen en jongeren “verontrusting” (VOS) bij jeugdrechtbank 

In 2024 hadden 3.561 unieke kinderen en jongeren een vordering “verontrusting”. Het aantal unieke kinderen ligt lager dan het aantal vorderingen omdat 301 kinderen meerdere vorderingen hadden.

Dat deze cijfers heel wat lager liggen dan de cijfers over de instroom bij de Vlaamse jeugdparketten betekent dat slechts voor een deel van de kinderen die instromen op jeugdparketten een jeugdrechter wordt gevorderd en een opdracht wordt gegeven aan de sociale diensten.

Waar het aantal kinderen en jongeren met een vordering nog met bijna 9% daalde in 2023 t.o.v. het jaar 2022, blijft dit in 2024 ongeveer stabiel (+1,3%). De regio met de hoogste stijgingen zijn Limburg (+9%) en West – Vlaanderen (+6%).

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren met een vordering “VOS” bij de sociale diensten van de jeugdrechtbank naar leeftijd en naar geslacht

In 2024 hadden 17.894 kinderen en jongeren in de loop van het jaar een maatregel “verontrusting” (VOS).

Het aantal unieke kinderen en jongeren die in de loop van het jaar een maatregel VOS gehad hebben, blijft verder heel licht stijgen (+2% t.o.v. 2023). 

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren die in de loop van het jaar een maatregel VOS gehad hebben bij de sociale diensten van de jeugdrechtbank naar leeftijd en naar geslacht

In 2024 waren er 16.432 kinderen en jongeren met een maatregel “VOS via gemandateerde voorziening”, 1.644 jongeren hadden een maatregel “VOS via hoogdringendheid” en 294 hadden een maatregel “VOS na delict”. 

Het aantal kinderen en jongeren dat in de loop van het jaar een maatregel “VOS” via hoogdringendheid gehad hebben, stijgt met 7,5% tegenover 2023. Enkel in de provincie Vlaams-Brabant & Brussel daalt het aantal kinderen en jongeren die een maatregel VOS via hoogdringendheid kregen met -14,5%. In West- en Oost-Vlaanderen zijn er stijgingen in het aantal kinderen met een maatregel via VOS hoogdringendheid (met respectievelijk +11% en +8%).

Evolutie aantal unieke kinderen en jongeren die in de loop van het jaar een maatregel “VOS” gehad hebben bij de sociale diensten van de jeugdrechtbank naar vorderingsgrond, leeftijd en geslacht

Ook interessant
Nog niet gevonden wat je zocht?
Vraag het aan team Datamanagement
Portret van Meten en Weten
Meten en Weten
Team Datamanagement