Cijfers over Groeipakket op lokaal én Vlaams niveau.
Cijfers op maatLees Groeipakketanalyses over specifieke thema's en ontdek welke bronnen we gebruiken voor onze kwaliteitsvolle data.
Achtergrondinformatie en documentatieDe evoluties worden in kaart gebracht aan de hand van de drie meest recente jaren. Het datawarehouse wordt continu aangepast aan de dossierbewegingen in CGPA. Daarnaast worden toekenningen en wijzigingen ook retroactief verwerkt. Voor 2025 en 2024 worden voorlopige cijfers weergegeven, terwijl voor 2023 het definitieve cijfer wordt opgenomen.
Voor de zorgtoeslag wordt hiervan afgeweken en wordt ervoor gekozen om het voorlopig cijfer te gebruiken. Binnen deze toeslag komen veel retroactieve toekenningen voor, wat het definitieve cijfer kan vertekenen en de indruk van een daling kan geven. In de praktijk zien we momenteel echter een stijging van het aantal zorgtoeslagen. Om deze evolutie correct weer te geven, wordt in het themarapport het voorlopig cijfer voor 2023 gehanteerd.
De definitieve cijfers voor 2023 rond zorgtoeslag zijn terug te vinden in het dashboard gezinsbijslagen.
Eind 2025 ontvingen meer dan 1,6 miljoen kinderen uit 930.010 gezinnen een basisbedrag uit het Groeipakket. Een toename met 0,1% kinderen ten opzichte van eind 2024. De toename situeert zich volledig bij kinderen en jongeren vanaf 12 jaar. Bij kinderen tot en met 11 jaar is er een lichte afname. Niet alle meerderjarigen krijgen overigens nog een basisbedrag, want vanaf 18 jaar geldt er een voorwaardelijk recht. Toch is 19,6% van de kinderen met een basisbedrag minstens 18 jaar.
Eind 2025 ontving 33,6% van de kinderen het nieuwe basisbedrag (ingevoerd in 2019), 66% ontving nog de transitiebedragen (die verschillen naargelang de rang van het kind). Jaar na jaar stijgt het aandeel kinderen dat het nieuwe basisbedrag ontvangt met ongeveer 5 procentpunten. 0,41% van de kinderen ontvangt gezinsbijslagen op basis van een link met het buitenland. Dit gaat zowel over verschilbetalingen tussen landen in de Europese Economische Ruimte (EU, Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) als betalingen op basis van bilaterale overeenkomsten met landen buiten deze ruimte.
Eind 2025 werd het nieuwe basisbedrag uitbetaald aan 280.615 gezinnen (30,2%) met enkel kinderen die nieuwe bedragen ontvangen, alsook aan 97.240 gezinnen die zowel kinderen hebben met nieuwe bedragen als kinderen met transitiebedragen. Die ‘combinatiegezinnen’ vertegenwoordigen 10,5% van het aantal gezinnen dat een Groeipakket ontvangt. Er zijn nog 548.464 gezinnen (59%) met enkel kinderen met transitiebedragen.
In het dashboard gezinsbijslagen vind je meer cijfers over de kinderen met een basisbedrag.
In december 2025 kregen 522.148 kinderen (uit 281.551 gezinnen) een sociale toeslag, een daling met 3,4% (-18.292 kinderen) ten opzichte van december 2024. De daling in 2025 is vooral te verklaren door een indexeringsasymmetrie: in 2024 werden de inkomensgrenzen sneller geïndexeerd dan de referentiegezinsinkomens, waardoor méér gezinnen recht hadden op een sociale toeslag. In 2025 lag de indexatie van de gebruikte referentiegezinsinkomens hoger dan deze van de inkomensgrenzen. Daardoor verloren een aantal gezinnen in 2025 de sociale toeslag.
In totaal werd een sociale toeslag uitbetaald aan 32% van de kinderen met een Groeipakket, waarvan 71% met een gezinsinkomen onder de laagste inkomensgrens.
Eind 2025 was het aandeel kinderen met een sociale toeslag het hoogst bij kinderen tussen 6 en 11 jaar. 35,1% van deze kinderen had recht op een sociale toeslag. Bij kinderen ouder dan 11 jaar neem het aandeel kinderen met een sociale toeslag af. In de groep 18- tot 24-jarigen met een Groeipakket ontvangt 27,1% een sociale toeslag en bij de groep +25 jaar nog 11%. Deze percentages blijven stabiel over de jaren sinds 2023.
In de provincie Antwerpen ligt het aandeel kinderen met een sociale toeslag het hoogst (36,6%) en in Vlaams-Brabant het laagst (27%). Op gemeentelijk niveau ontvangen zowel in Antwerpen, Oostende, Ronse als in Turnhout meer dan 50% van de kinderen met Groeipakket een sociale toeslag. In Antwerpen ontvangt 54% een sociale toeslag. 77,8% van deze groep heeft een gezinsinkomen onder de laagste inkomenscategorie.
Meer info vind je in het dashboard lokale cijfers: gezinsbijslagen met cijfers over het Groeipakket op lokaal niveau.
In december 2025 waren er 21.741 kinderen (uit 14.824 gezinnen) die recht hadden op een wezentoeslag doordat ze hun ouder(s) verloren, een toename met 1,2% in vergelijking met december 2024.
Het aantal kinderen dat op basis van de voormalige, federale regeling de wezentoeslag krijgt, is in 2025 met 1.259 kinderen afgenomen. Het aantal kinderen dat in de nieuwe regeling de wezentoeslag krijgt is met iets meer dan 1.500 kinderen toegenomen ten opzichte van 2024.
42,4% (9.215 kinderen) van de kinderen met wezentoeslag is 18 jaar of ouder en 3,7% (794 kinderen) is jonger dan 6 jaar.
Kinderen die sinds 2019 een ouder verloren, kunnen hun wezentoeslag combineren met een sociale toeslag. Van de kinderen die sinds 2019 één ouder verloren, krijgt 62,9% een sociale toeslag. Voor de kinderen die beide ouders verloren, bedraagt dat aandeel 70,6%.
In het dashboard gezinsbijslagen vind je meer gegevens over de kinderen met een wezentoeslag.
Eind 2025 hadden 51.261 kinderen (3,1%) in 46.748 gezinnen recht op een zorgtoeslag omwille van een zorgnood. Van de kinderen die een zorgtoeslag ontvangen is 52,1% minstens 12 jaar en 10,5% is jonger dan 6 jaar. De toename van het aantal kinderen met een zorgtoeslag ten opzichte van december 2024, situeert zich in alle leeftijdsgroepen, met uitzondering van de jongste leeftijdscategorie. Bij de kinderen 0-5 jaar zien we zelfs een daling van net geen 300 kinderen. Zoals aangegeven in de inleiding zijn de cijfers voor 2023 hier nog de voorlopige cijfers in plaats van definitieve cijfers.
De graad van de zorgnood wordt vastgesteld door een evaluatieteam van Opgroeien. De evaluatie wordt uitgedrukt in punten, waaraan bedragen zijn gekoppeld. De toekenning kan retroactief gebeuren tot 5 jaar na de aanvraag. In deze grafiek worden de voorlopige cijfers van de afgelopen jaren nog getoond. Er is een duidelijke stijging van het aantal aanvragen én toekenningen. Dit strookt met signalen vanuit onderwijs over de toename van diagnoses voor ASS en ADHD. Dit is immers ook de meest voorkomende diagnose bij kinderen met recht op een zorgtoeslag.
Eind 2025 werd de ondersteuningsbehoefte voor ongeveer 3 op de 4 kinderen (80,5%) uitgedrukt in een puntenaantal lager dan 12 punten. 5,4% van de kinderen heeft een puntenaantal van minstens 18. Meer details over het aantal punten vind je in dit dashboard met cijfers op maat.
Het puntenaantal is niet alleen belangrijk voor de hoogte van de zorgtoeslag, maar ook voor het recht op afgeleide rechten. Voor kinderen met een lager totaal puntenaantal kan het aantal punten op pijler 1 een rol spelen voor afgeleide rechten. In 2025 waren er 1.915 kinderen met minstens 4 punten op pijler 1 en minder dan 12 punten in het totaal. Bij kinderen met een totaal puntenaantal van minstens 12 punten kan een ondersteuningstoeslag worden toegekend als het kind aan enkele voorwaarden voldoet.
In het dashboard gezinsbijslagen vind je meer gegevens over de kinderen met een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.
Sinds 1 januari 2023 voorziet het Groeipakket in een ondersteuningstoeslag. Dit is een extra tegemoetkoming voor kinderen (jonger dan 21 jaar) met een zorgnood van minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal. Eind 2025 ontvingen 8.735 kinderen een ondersteuningstoeslag, waarvan ongeveer de helft jonger was dan 12 jaar. Er zijn 6.350 kinderen die zowel een zorgtoeslag als ondersteuningstoeslag ontvingen.
Dat niet alle kinderen met ondersteuningstoeslag ook een zorgtoeslag krijgen wordt vooral verklaard door het feit dat ook kinderen en jongeren die in Brussel wonen en een band hebben met de Vlaamse Gemeenschap recht kunnen hebben op de ondersteuningstoeslag, terwijl de zorgtoeslag niet kan worden toegekend aan kinderen buiten het Vlaams Gewest. Daarnaast zijn er ook kinderen en jongeren die voor 2023 op basis van historische toekenningsregels recht hadden op een basisondersteuningsbudget en bij de inkanteling in 2023 een recht kregen op een ondersteuningstoeslag. Meer details vind je in dit dashboard met cijfers op maat.
Meer details vind je in het dashboard gezinsbijslagen.
Eind 2025 werd de pleegzorgtoeslag toegekend aan 5.891 gezinnen voor 7.348 kinderen, een toename van 4% ten opzichte van eind 2024. De absolute toename is het grootst bij de kinderen tussen 6-11 jaar (+102 kinderen).
Voor kinderen die sinds 2019 in een pleeggezin terechtkwamen of van wie de pleegzorgsituatie wijzigde, wordt voor het Groeipakket een onderscheid gemaakt tussen perspectiefbiedende en perspectiefzoekende pleegzorg.
We spreken van perspectiefbiedende pleegzorg wanneer het pleegkind voor lange tijd in een pleeggezin verblijft. Bij perspectiefzoekende pleegzorg onderzoekt men of het pleegkind op korte termijn kan terugkeren naar de ouders.
Van de kinderen met een pleegzorgtoeslag in 2025 verblijft 83,2% in perspectiefbiedende pleegzorg en 15,1% in perspectiefzoekende pleegzorg.
In het dashboard gezinsbijslagen vind je meer gegevens over de kinderen met een pleegzorgtoeslag.
Kinderen geboren of geadopteerd in Vlaanderen ontvangen een startbedrag. Ouders kunnen het bedrag aanvragen na 5 maanden zwangerschap, anders wordt het automatisch uitbetaald na de geboorte. Het startbedrag adoptie wordt uitbetaald zodra het kind in het gezin verblijft.
62.681 kinderen ontvingen in 2025 een startbedrag, waarvan 93,3% van de startbedragen uitbetaald werd voor de geboorte. Dit ligt in dezelfde lijn als 2024 toen er 62.535 startbedragen werden uitbetaald, waarvan 92,9% voor de geboorte van het kind.
Het dashboard startbedragen geboorte en adoptie bevat cijfers per maand.
Meer dan 1,6 miljoen kinderen die in juli 2025 in Vlaanderen woonden en een basisbedrag Groeipakket ontvingen, kregen in augustus een schoolbonus die qua bedrag varieerde naargelang de leeftijd. Het totale aantal kinderen met schoolbonus verschilt van het totaal aantal kinderen met een basisbedrag zoals elders vermeld in dit rapport en/of in de dashboards. Dit komt omdat de cijfers over kinderen met een schoolbonus berekend worden op basis van het recht op het basisbedrag in juli 2025.
In het schooljaar 2025-2026 hebben voorlopig 499.339 kinderen recht op een schooltoeslag, een daling met 37.234 kinderen (-6,9%) ten opzichte van schooljaar 2024-2025. De daling doet zich voor op alle onderwijsniveaus.
Hiervoor geldt dezelfde reden als bij de sociale toeslag. Vorig jaar was er een sterke stijging door de indexeringsasymmetrie: in 2024 werden de inkomensgrenzen sneller geïndexeerd dan de gezinsinkomens, waardoor méér gezinnen recht hadden op een schooltoeslag. In 2025 werden voor de rechtenberekening inkomens gebruikt die meer waren gestegen dan de toegepaste inkomensgrenzen. Daardoor verloren een aantal gezinnen in 2025 de schooltoeslag.
Bij de interpretatie van die evoluties moet er rekening gehouden worden met de provisionele aard van de toeslag. Het gaat om voorlopige cijfers voor schooljaar 2024-2025 en 2025-2026. De cijfers voor schooljaar 2023-2024 werden in oktober 2025 opnieuw berekend om wijzigingen na controle van de pedagogische voorwaarden en inkomens te verrekenen.
In tegenstelling tot de sociale toeslag is het toepassingsgebied van de schooltoeslag ruimer dan het Vlaams Gewest, omdat de regeling geldt voor het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, ongeacht waar het kind zelf woont en ongeacht of het kind recht heeft op de basisbedragen van het Groeipakket. 6,8% (33.956) van de kinderen met een schooltoeslag ontvangt geen gezinsbijslagen via het Groeipakket, het grootste deel van hen omdat ze in Wallonië of Brussel wonen.
Van de kinderen met een schooltoeslag die wel recht hebben op gezinsbijslagen via het Groeipakket ontvangt 76,8% ook een sociale toeslag. De inkomensgrenzen van de schooltoeslagregeling en het toepassingsgebied zijn ruimer dan die van de sociale toeslag, dat verklaart waarom niet alle kinderen met een schooltoeslag ook een sociale toeslag ontvangen.
Vanaf het lager onderwijs kunnen leerlingen verschillende types toeslagen ontvangen afhankelijk van het gezinsinkomen en de -samenstelling. Voor kleuters bestaat er 1 vast bedrag. Het aandeel leerlingen met een schooltoeslag dat een volledige toeslag ontvangt omwille van een inkomen onder de minimuminkomensgrens, ligt voor het lager onderwijs op 38,9%, voor het secundair onderwijs op 40,9% en voor de graduaatsopleiding Basisverpleegkunde op 42%. Het aandeel leerlingen in het lager en secundair onderwijs met een uitzonderlijke toeslag bedraagt 0,27%. Deze toeslag wordt toegekend aan leerlingen in kwetsbare gezinnen met zeer lage gezinsinkomens.
Meer details vind je terug in het dashboard participatietoeslagen
Leerlingen, die een schooltoeslag krijgen, ontvangen gemiddeld 871 euro schooltoeslag per jaar in het secundair onderwijs en 190 euro in het lager onderwijs. Studenten uit de graduaatsopleiding Basisverpleegkunde krijgen gemiddeld een hoger bedrag (1.843 euro). Kleuters krijgen een vast bedrag (127 euro in 2025).
Meer details vind je terug in het dashboard lokale cijfers: participatietoeslagen.
In 2025 ontvingen 67.513 vierjarige kinderen een kleutertoeslag. 6% van de kinderen die de toeslag ontvingen, hebben geen recht op een basisbedrag, omdat ze niet in het Vlaams Gewest wonen. In 2025 werd het recht op een kleutertoeslag voor kleuters van 3 jaar afgeschaft. Daarom zijn er geen cijfers meer opgenomen voor driejarigen in 2025.
Meer details vind je terug in het dashboard participatietoeslagen en in het dashboard lokale cijfers: participatietoeslagen.
In totaal hadden 22.531 kinderen in 2025 recht op een kinderopvangtoeslag. Gemiddeld ontvangen iets minder dan 15.000 kinderen per maand een kinderopvangtoeslag.
De sterke daling ten opzichte van 2023 is onder andere te verklaren doordat heel wat kinderopvanginitiatieven zijn overgegaan naar een systeem met verhoogde subsidies waardoor gezinnen er een prijs betalen op basis van hun inkomen. Om recht te hebben op een kinderopvangtoeslag moet het kind deelnemen aan een kinderopvang waarbij de prijs van opvang niet afhangt van het inkomen van de ouders.
Op jaarbasis ontvangt 37,9% van de kinderen met een kinderopvangtoeslag minstens 400 euro toeslag om de kosten voor kinderopvang zonder inkomenstarief gedeeltelijk te compenseren.
Meer details vind je terug in het dashboard participatietoeslagen en het dashboard lokale cijfers: participatietoeslagen.
Met het Groeipakket kende de Vlaamse Overheid via de uitbetalingsactoren in 2025 ongeveer 4,7 miljard euro toe aan gezinnen. Het dashboard budgettaire gegevens geeft een overzicht van de toegekende bedragen per toeslagsoort voor de rechtsjaren 2019 tot en met 2025.
Team Datamanagement bundelt wetenschappelijk onderzoek en datarapportering en -monitoring.