“Mijn loopbaan bij Opgroeien startte in 2002 als consulent hulpverlening bij de sociale dienst jeugdrechtbank in Gent. Later stapte ik over naar de intersectorale toegangspoort. Ik heb daar altijd met veel goesting gewerkt. Hulpverlening zat gewoon in mij. Tot het leven plots andere plannen had.”
“In april 2018 kreeg ik een zware beroerte. Ik was 44 jaar, leefde gezond, fietste elk weekend meer dan honderd kilometer. Een scheur in mijn halsslagader veroorzaakte hersenschade. Het resultaat: een halfzijdige verlamming en een niet-aangeboren hersenletsel.”
“Het begon op het werk, tijdens een stresserende voormiddag met permanentie. Ik voelde me niet goed, had nekpijn en zag plots een grijze vlek in mijn gezichtsveld. Mijn collega’s waren ongerust en brachten me naar huis. Achteraf bleken de vlekken in mijn gezichtsveld de eerste symptomen van een beroerte.”
“Thuis merkte mijn vriend op dat mijn mond scheef stond. Uiteindelijk gingen we naar de huisarts, die ons doorstuurde naar het het ziekenhuis. Op de spoed kon ik niet meer stappen en begon ik over te geven, ook een symptoom van een beroerte.”
“De volgende dag was ik vrij goed gerecupereerd: ik kon mijn linkerarm opnieuw bewegen. Na het bezoek van mijn mama zwaaide ik haar letterlijk nog uit bij het afscheid. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen en constante monitoring kreeg ik de dag erna een hersentrombose. En toen was het voorbij. Ik kon die linkerarm niet meer bewegen. Zes weken heb ik in bed gelegen. Ik was doodmoe, had helse nek- en hoofdpijn, at amper, was apathisch. Het ging toen echt niet goed met me. Plots was niets nog vanzelfsprekend: stappen, mezelf aankleden, eten ... Alles moest ik opnieuw leren. Er volgde een zwaar jaar van revalideren in het UZ Gent, met vallen en opstaan. Er waren dagen van hoop en dagen van kwaadheid. Maar ik vocht terug.”
Tweede mokerslag
“Net toen ik stilaan mijn evenwicht terugvond in 2020 sloeg het noodlot opnieuw toe met de diagnose van borstkanker. Een amputatie volgde, met een intense behandeling van chemo en bestraling. Mijn lichaam kreeg het zwaar te verduren, maar ik bleef geloven dat ik er weer zou staan. En dat ik zou terugkeren naar het werk dat ik zo graag deed. Werken gaf me altijd zin en structuur. Na een borstreconstructie begon ik voorzichtig te dromen van een herstart.”
“Tijdens die hele periode bleef ik altijd in contact met mijn collega’s van de toegangspoort. Ze kwamen op ziekenbezoek, ik ging mee op teamdagen. Ze organiseerden zelfs een benefiet met een wijnactie, omdat ik voor mijn beroerte een fervent fietser was. De opbrengst van 6400 euro hielp me om een elektrische driewieler te kopen, waardoor ik weer kan fietsen. Ik ben hun daar eeuwig dankbaar voor.”
De terugkeer
“Met mijn toenmalige leidinggevende Tom Elen en de dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid bekeken we wat ik nodig had om mijn heropstart mogelijk te maken. Spraakherkenningssoftware, een ergonomische stoel, een trolley om materiaal te vervoeren, een headset om te kunnen bellen. Kleine hulpmiddelen die mij zelfstandigheid geven.”
“In december 2021, exact drieënhalf jaar na mijn beroerte, ging ik weer aan de slag bij de afdeling Continuïteit en toegang (ACT). Dat was niet evident. De sector was veranderd. Bijbenen was zwaar, maar ik kreeg ongelofelijk veel steun. Van mijn team, van mijn leidinggevende, van een jobcoach bij Diversiteitsbeleid die me hielp mijn werk te structureren.”
“Toch merkte ik dat het niet vol te houden was. De snelheid, de complexiteit, het multitasken, typen met één hand … Het leven met een hersenletsel is veel vermoeiender, mijn hoofd kan minder prikkels aan. Na twee jaar hard knokken, moest ik erkennen dat ik niet meer dezelfde was. Bovendien ging de afdeling door een transitie, waardoor het niet meer duidelijk was welke bijdrage ik nog kon leveren in het team. Daarom werd er samen gekozen voor een heroriëntering.”
Een nieuw pad
“Uiteindelijk kwam HR-collega Heidi De Cock in beeld. Zij zocht samen met mij naar een functie die beter aansloot bij wat ik nog kon. Dat werd team Subsidiering bij de afdeling Voorzieningen Jeugdhulp. Sinds maart 2024 werk ik er zestig procent. Mijn job draait nu rond facturen controleren en dossiers in het registratiesysteem Binc opvolgen. Wanneer er iets misloopt met het Groeipakket van jongeren, neem ik contact op met voorzieningen om fouten recht te zetten. Het is administratief werk, maar ik haal er voldoening uit.”
“Mijn team werkt in de Hallepoortlaan. Maar mijn standplaats is Gent, want naar Brussel gaan lukt me niet. Mijn collega’s komen geregeld naar hier. Die bereidheid om mij tegemoet te komen, vind ik hartverwarmend.”
“Naast mijn nieuwe taken kreeg ik ook een nieuwe collega die al snel een vaste waarde werd: Stijn Remerie. Vanaf het eerste moment voelde ik me bij hem op mijn gemak. Hij was betrokken bij mijn opstart en nam de tijd om alles rustig uit te leggen, stap voor stap. Als ik ergens tegenaan liep, wist ik dat ik bij hem terechtkon. Soms dacht ik: amai, die mens heeft werk met mij, maar hij bleef altijd rustig en positief. Die steun maakt het verschil. Dankzij hem voel ik me opnieuw deel van een team, iemand die ertoe doet.”
Praktische hindernissen, kleine overwinningen
“Mijn werkdag vraagt wat organisatie. Ik rij met een wagen met een automatisch schakelsysteem met een stuurbol. Ik parkeer vlak bij de lift die rechtstreeks naar de negende verdieping gaat. Dat bespaart me lange afstanden. Thuis heb ik ook de nodige hulpmiddelen: een traplift, inloopdouche, automatische deuropener. Ik ga nog twee keer per week naar de kinesist en krijg regelmatig infiltraties in mijn hand om de spasticiteit te verminderen. Het is een levenslange revalidatie, maar ik geef niet op.”
“Ik heb geleerd hulp te vragen, iets wat ik vroeger moeilijk vond. En ik heb geluk met de mensen rondom mij. Els Daems van HR is mijn rots in de branding. Zij luistert als het moeilijk gaat en helpt te relativeren. Mijn collega’s zijn er voor mij, zonder dat ik het moet vragen. Als ik iets niet kan, zoeken we samen een oplossing.”
Cindy 2.0
“De grootste uitdaging is misschien niet fysiek, maar mentaal. Ik verloor een stukje van mezelf, en daar rouw ik nog altijd om. Ik was iemand die vier dingen tegelijk deed, snel besliste, altijd vooruitging. Nu moet ik doseren, plannen, pauzeren. Dat aanvaardingsproces is zo hard.”
“Maar ik ben ook trots op waar ik vandaag sta. Een huis afbetalen, twee kinderen grootbrengen, halftijds werken en tegelijk blijven vechten. Ik ben vooral dankbaar. Dankbaar dat Opgroeien mij aan boord houdt. Dat ik betekenis kan blijven hebben, ook al is het in een andere rol.”
“Ik hoop dat mijn kinderen later zeggen: ‘Onze mama heeft het toch maar gedaan.’ Want dat is wat ik wil tonen: hoe zwaar het ook wordt, er is altijd een weg. Soms traag, soms met vallen en opstaan, maar altijd vooruit.”