Scheiding

Scheiding en langdurige conflicten

Complex ouderschap na scheiding: ouderschap in situaties van aanhoudende conflicten, moeilijke communicatie of onveiligheid. Hoe ondersteun je ouders en kinderen in het zoeken naar wat wél nog mogelijk is?

Wat is een complexe scheiding en hoe vaak komt het voor?

Na een scheiding ervaren veel ouders een periode van spanning of conflict. Bij veel gezinnen neemt dit na verloop van tijd af en vinden ouders opnieuw een manier om vorm te geven aan het ouderschap. Soms blijven ouders echter vastzitten in conflict en wantrouwen. Verschillende factoren kunnen zulke strijdspiralen in stand houden, zoals de houding van familie of vrienden, weinig ruimte om het eigen standpunt bij te stellen, verslavingsproblemen of geweld. Hierdoor neemt het conflict tussen ex-partners de overhand en komt hun vermogen om als ouders af te stemmen op de noden van hun kind onder druk te staan

Meer dan zes op tien gescheiden ouders met kinderen maken een sterk conflictueuze periode door. Bij ongeveer 18% blijft een langdurig conflict bestaan. Er zijn voortdurende ruzies, beschuldigingen, manipulaties en soms zelfs jarenlange juridische geschillen. Bij ongeveer de helft van deze complexe scheidingen is ook sprake van huiselijk geweld. Het kan daarbij gaan om fysiek of seksueel geweld, maar ook om psychisch geweld, stalking, controle of dwang. Soms is er sprake van intieme terreur, waarbij één partner de andere probeert te controleren en overheersen.

Wat betekent een langdurig conflict voor kinderen?

Een scheiding kan voor kinderen een ingrijpende jeugdervaring zijn. Dit betekent niet dat ieder kind na een scheiding problemen ontwikkelt. Wanneer conflicten tussen ouders langdurig blijven bestaan, neemt het risico op problemen in het functioneren en welzijn van kinderen wel toe.  

Een scheiding wordt extra moeilijk voor kinderen en jongeren, wanneer zij bijvoorbeeld: 

  • zich niet gezien, gehoord of geliefd voelen door hun ouders; 
  • denken dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de scheiding; 
  • het gevoel krijgen te moeten kiezen tussen beide ouders; 
  • het gevoel krijgen dat ze één van hun ouders niet graag mogen zien of geen band met die ouder mogen hebben (als er bijvoorbeeld vaak negatief over die ouder wordt gesproken of als contact wordt ontzegt);
  • te maken krijgen met fysiek of emotioneel geweld of met verwaarlozing in het contact met één of beide ouders;
  • langdurig praktische of emotionele zorg opnemen voor volwassenen in het gezin, zonder erkenning.  

Tegelijk reageert ieder kind anders op een scheiding. Leeftijd, de relatie met beide ouders, de aard en ernst van het conflict en steun vanuit de omgeving spelen daarbij een rol. Meer hierover lees je in 'De impact van scheiding op kinderen'

In welke fase bevindt het conflict zich?

Niet elk conflict vraagt dezelfde ondersteuning. De escalatieladder van Glasl helpt om in te schatten hoe ver een conflict geëscaleerd is: 

  1. Conflict als probleem (rationele fase): ouders verschillen van mening, maar kunnen nog met elkaar in gesprek en staan open voor oplossingen. 
  2. Conflict als strijd (emotionele fase): winnen of verliezen komt steeds meer centraal te staan. Er ontstaan kampen en het perspectief van het kind raakt gemakkelijker uit beeld. 
  3. Conflict als oorlog (strijdfase): wantrouwen en strijd overheersen. Ook het netwerk en professionals kunnen in het conflict worden meegetrokken. 

Hoe verder het conflict escaleert, hoe moeilijker het voor ouders wordt om het conflict zelfstandig te doorbreken. Meer over passende ondersteuning vind je in 'Sociale kaart en scheiding'

Wat kan je als professional doen?

Als professional hoef je het conflict tussen ouders niet op te lossen. Je kan wel een belangrijke rol spelen door het welzijn van het kind centraal te houden en ouders te ondersteunen in hun ouderrol. Een belangrijk uitgangspunt is het externaliseren van het conflict: het conflict is het probleem, niet de ouders. Tegelijk spreek je ouders aan op hun ouderlijke verantwoordelijkheid en op hun vermogen om, ook onder grote druk, het perspectief van hun kind centraal te blijven stellen.  

Dat vraagt een professionele houding die tegelijk stuurt, steunt en stimuleert:

  • Sturen betekent grenzen stellen wanneer conflicten het welzijn of de veiligheid van het kind in het gedrang brengen. Je helpt ouders focussen op wat hun kind nodig heeft en bewaakt dat het kind niet belast wordt met de strijd tussen de ouders. 
  • Je steunt ouders door erkenning te geven aan het verlies, de stress en de machteloosheid die een scheiding met zich mee kan brengen. 
  • Stimuleren kan je doen door ouders uit te nodigen om te kijken naar wat zij zelf kunnen beïnvloeden. Je moedigt hen aan om hun kind buiten het conflict te houden, de ouder-kindrelatie te versterken en steunfiguren in hun netwerk in te schakelen. 

Blijf oog hebben voor signalen van huiselijk geweld, controle, dwang of andere vormen van onveiligheid. Bemiddeling of het stimuleren van overleg tussen ouders is niet in iedere situatie passend, zeker wanneer sprake is van een ongelijke machtsverhouding of onveiligheid. In die meest complexe situaties sluit Opgroeien aan bij de principes van parallel solo-ouderschap (zie verder).

Parallel solo-ouderschap

In de meest complexe situaties kiest Opgroeien ervoor om aan te sluiten bij de principes van parallel solo-ouderschap. Deze benadering bouwt voort op internationaal onderzoek naar parallel ouderschap en werd, vanuit jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar scheiding en hoogconflictueuze scheidingen, verder uitgewerkt en aangescherpt tot het concept van parallel solo-ouderschap. Opgroeien sluit voor de begeleiding van gezinnen aan bij de praktijkgerichte vertaling die hierover werden beschreven door Vanessa Maes (2022). 

‘Parallel’ verwijst naar het ouder zijn naast een andere ouder: beide ouders blijven van betekenis in het leven van hun kind. ‘Solo’ verwijst naar de eigen verantwoordelijkheid van elke ouder om in de relatie met het kind voldoende veiligheid, zorg en voorspelbaarheid te bieden.  

De focus van ondersteuning verschuift van het verbeteren van de ouderrelatie naar het versterken van elke ouder in zijn of haar afzonderlijke ouderrol. Als professional richt je je op wat wél mogelijk is: het ondersteunen van een veilige en stabiele ouder-kindrelatie, het verminderen van schadelijke interacties en het creëren van zoveel mogelijk rust en voorspelbaarheid voor het kind.