Wanneer een grens toch wordt overschreden, is het cruciaal om zorgzaam en systematisch te handelen. Niet elk incident vraagt dezelfde aanpak, maar elk incident verdient aandacht.
Wat te doen als je er zelf mee te maken krijgt?
- Overweeg een gesprek met de cliënt: als het veilig en werkbaar voelt kan je ervoor kiezen om de cliënt aan te spreken op het gedrag. Vraag rustig wat de bedoeling was, benoem de impact die het gedrag op jou heeft en stel duidelijke verwachtingen (bijvoorbeeld bericht verwijderen, geen contact buiten werkuren, geen privékanalen).
- Meld het incident: rapporteer het gedrag bij je leidinggevende of de bevoegde instanties binnen je organisatie. Volg indien aanwezig het interne protocol.
- Zoek ondersteuning: praat met collega's, leidinggevende of vertrouwenspersonen over je ervaringen. Organisaties zoals slachtofferhulp bieden ondersteuning en advies. Ook bij Vlaams Meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag kan je hiervoor terecht.
- Documenteer alles: houd een gedetailleerd verslag bij van de incidenten, inclusief data (screenshots), tijden, locaties en beschrijvingen van wat er is gebeurd.
- Neem juridische stappen: overweeg om aangifte te doen bij de politie als het gedrag strafbaar is.
- Zelfzorg: zorg goed voor jezelf door stressmanagementtechnieken (mindfulness, lichaamsbeweging, ademhaling,...) toe te passen en, indien nodig, professionele hulp te zoeken om met de emotionele impact om te gaan.
Wat te doen als je collega ermee te maken krijgt?
- Erken en luister actief: vraag actief hoe het met je collega gaat en wat hij/zij op dit moment nodig heeft. Luister zonder te oordelen en erken dat online gedrag even kwetsend en bedreigend kan zijn als fysiek gedrag.
- Ondersteun bij het melden: moedig je collega aan om het incident te melden bij jullie leidinggevende. Help indien nodig bij het verzamelen van bewijs (screenshots, data, context).
- Volg op: blijf op regelmatige momenten checken hoe het gaat. Kleine signalen van steun maken een groot verschil: samen pauzeren, een luchtig gesprek, of gewoon aanwezig zijn.
- Ga zelf niet in interactie met de dader: reageer nooit impulsief of persoonlijk richting de veroorzaker.
- Signaleer: zie je online discriminerende of grensoverschrijdende content over een collega voorbijkomen? Doe niet niets. Informeer de betrokken collega, bespreek het binnen je team en werk samen aan een gezamenlijke aanpak. Voor concrete tips over ingrijpen bij verschillende vormen van online discriminatie, waaronder haatspraak tegen vrouwen, raadpleeg het eindrapport van het project #datmeenjeniet.
Wat te doen op teamniveau?
- Schat de situatie in: elke melding is anders. Weeg samen de ernst, impact en aanvaardbaarheid van het gedrag af, en bepaal op basis daarvan de volgende stappen. Onderstaande vragen kunnen helpen om de risico’s en het vervolgbeleid te bepalen:
- Kan er nog veilig en geweldloos contact blijven via dit kanaal?
Denk aan toon, inhoud en frequentie van de berichten. - Hoeveel contact is werkbaar én veilig?
Maak afspraken: hoe vaak mag de cliënt contact opnemen, op welke momenten en via welke kanalen? - Wanneer wordt communicatie stopgezet of niet meer beantwoord?
Bepaal duidelijke grenzen — bijvoorbeeld wanneer het gedrag herhalend, intimiderend of escalatiegevoelig is. - Wanneer neemt een collega of leidinggevende de communicatie over?
Maak vooraf helder wie welke rol opneemt zodat niemand alleen komt te staan.
- Kan er nog veilig en geweldloos contact blijven via dit kanaal?
- Ondersteun de collega: maak actief tijd voor nazorg: check-ins, stressontlasting, of de mogelijkheid om tijdelijk bepaalde taken over te nemen. Bespreek ook wanneer externe ondersteuning (bijvoorbeeld preventiedienst indien aanwezig) wordt ingeschakeld.
- Doe aangifte indien gewenst: online seksuele intimidatie is strafbaar sinds 1 juli 2024. Hoofstuk 'Wat zegt de wet' gaat verder in op welke wetten nog relevant kunnen zijn om aangifte te doen. In dat geval is het belangrijk om het (digitale) bewijsmateriaal te bewaren en een logboek van gebeurtenissen bij te houden. Gooi berichten of beeldmateriaal niet meteen weg, en adviseer het slachtoffer om een afspraak te maken met de politie om te weten wat voor bewijsmateriaal nodig is.
- Leer uit elke situatie: plan een korte reflectie achteraf: Wat werkte? Wat niet? Welke afspraken moeten worden aangescherpt?
- Volg op: zorg dat het slachtoffer niet uit beeld verdwijnt wanneer het incident “voorbij” lijkt. Blijf opvolgen en normaliseer het bespreken van ongerustheid, onzekerheid of stress. Impact kan later nog voelbaar zijn.
Wat te doen op organisatieniveau?
- Voorzie richtlijnen, bied bied bijhorende zorg, leerkansen en herstel aan. Leg vast:
- wat je als organisatie moet doen als er een incident is;
- waar en bij wie je medewerkers terechtkunnen;
- op welke externe ondersteuning je beroep kan doen;
- hoe je mensen op de hoogte brengt;
- hoe je reageert als teamleider/collega/begeleider;
- hoe je herstel na een incident bewerkstelligt;
- hoe je erover waakt dat er ook actief gewerkt wordt aan het herstelproces;
- wat je doet om te leren uit elk incident.
- Neem zelf actie waar mogelijk: verwacht niet dat een medewerker alles zelf regelt wanneer hij/zij al onder druk staat.