Groeipakket

Cijfers op maat

Ga snel naar...

Opgroeien biedt de gegevens over het Groeipakket aan via dashboards. Elk dashboard is opgebouwd uit verschillende tabellen en figuren. 

De cijfers worden getoond voor maart, juni, september en december (en starten vanaf juni 2019). De maanden verwijzen naar de rechtsperiode. Dat is de maand waarin er een recht was op het Groeipakket. Voor de schooltoeslag wordt er gerapporteerd op basis van het schooljaar (vanaf 2019-2020). De dashboards met de cijfers over de schoolbonus, startbedragen, kinderopvang- en kleutertoeslag starten vanaf 2019.

Elk dashboard bevat links een menu waarmee je:

  • tussen de verschillende pagina's kan navigeren
  • de gegevens kan filteren op bv. rechtsperiode, leeftijdsklasse ...
  • kan kiezen tussen voorlopige of definitieve cijfers
  • (in sommige dashboards) de data op het niveau van de kinderen of de gezinnen kan weergeven.

Drie maanden na de rechtsperiode bepalen we voorlopige cijfers. De definitieve cijfers halen we met een tussenperiode van twee jaar opnieuw op uit de Centrale Groeipakketapplicatie (CGPA). Zo pikken we achterstallige betalingen en regularisaties die achteraf nog gebeurden toch nog op. We geven telkens weer op welke datum de data uit het datawarehouse zijn opgehaald.

Met de gebruikte tool kan je de datasets echter wel niet exporteren.

Onder elk dashboard leggen we kort uit welke cijfers getoond worden en lichten we bepaalde begrippen toe. Er zijn negen dashboards:

Kinderen met basisbedragen (basisbedragen, leeftijdstoeslagen)

In het dashboard Kinderen met basisbedragen zijn alle kinderen opgenomen die recht hadden op het Groeipakket in de betrokken maand en vind je per leeftijdsklasse gegevens over de regeling, het type basisbedrag en het aantal kinderen met een leeftijdsbijslag. Meer info over de inhoud vind je onder het dashboard.

Er zijn drie verschillende categorieën kinderen, afhankelijk van de regeling waaronder ze vallen:   

  • Kinderen met nieuwe bedragen
  • Kinderen met transitiebedragen
  • Kinderen in bilaterale overeenkomsten

De kinderen met nieuwe bedragen krijgen de bedragen uit het Groeipakket. Die groep kinderen bestaat uit:  

  • De kinderen die geboren zijn vanaf 1 januari 2019.   
  • De kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019 en die vanaf 1 januari 2019 halfwees of volle wees geworden zijn, maar nog geen halfwees waren voor 1 januari 2019.  
  • De kinderen die voor 1 januari 2019 in een instelling geplaatst waren en van wie een derde van de kinderbijslag op de geblokkeerde rekening van het kind werd gestort en van wie de plaatsing sinds 1 januari 2019 beëindigd is.
  • De kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019 en die vanaf 1 januari 2019 in Vlaanderen kwamen wonen en die op 31 december 2018 nog niet de bedragen uit de oude kinderbijslagreglementering ontvingen.
  • Kinderen die op of na 1 januari 2019 naar Vlaanderen verhuisden en die op 31 december 2018 al de bedragen uit de federale kinderbijslagregeling kregen, behouden die bedragen.

De kinderen met transitiebedragen zijn de kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019 en die op 31 december 2018 recht hadden op de bedragen uit de oude federale kinderbijslagregeling. Zij ontvangen nog steeds de ‘oude’ bedragen.  

De kinderen in bilaterale overeenkomsten zijn de kinderen die recht hebben op een Groeipakket in het kader van een bilaterale overeenkomst met een ander land. Daaraan zijn ook verschillende bedragen gekoppeld. Het bedrag dat ze ontvangen is vastgelegd in de bilaterale overeenkomst waaronder ze vallen.

Type basisbedrag

  • Kinderen met nieuwe bedragen ontvangen allemaal hetzelfde maandelijkse basisbedrag. Kinderen die vanaf 1 januari 2019 een ouder verloren hebben en die dus halfwees geworden zijn, krijgen daarbovenop een wezentoeslag die 50% van het basisbedrag bedraagt.   
  • Kinderen die beide ouders verloren zijn en die dus volle wees geworden zijn vanaf 1 januari 2019 ontvangen bovenop hun basisbedrag een wezentoeslag die 100% van het basisbedrag bedraagt.  
  • Kinderen met transitiebedragen krijgen de basisbedragen uit de ‘oude kinderbijslagregeling’. Er zijn drie verschillende bedragen afhankelijk van de rang van het kind in het gezin: 
    • Rangbedrag laag (= het laagste basisbedrag uit de federale kinderbijslagregeling) 
    • Rangbedrag midden (= het middelste basisbedrag uit de federale kinderbijslagregeling) 
    • Rangbedrag hoog (= het hoogste basisbedrag uit de federale kinderbijslagregeling) 
  • Daarnaast is er nog de verhoogde wezenbijslag voor kinderen van wie een of beide ouders overleden zijn (én van wie de overlevende ouder niet opnieuw een gezin vormt).  
  • Ten slotte is er nog de proportionele verdeling voor kinderen in gezinnen waar een of meerdere kinderen in een instelling geplaatst zijn. De verschillende kinderbijslagbedragen van alle kinderen in het gezin worden samengeteld en ‘proportioneel’ verdeeld over het aantal kinderen. Dat is enkel het geval voor kinderen die op 31 december 2018 al in een instelling geplaatst waren. Voor kinderen die vanaf 1 januari 2019 geplaatst (of herplaatst) zijn, geldt die proportionele verdeling niet. 
  • Kinderen die recht hebben op gezinsbijslagen in het kader van een bilaterale overeenkomst krijgen de bedragen die vastgelegd zijn in de bilaterale overeenkomst. De bedragen zijn in elke bilaterale overeenkomst afzonderlijk bepaald. 

Leeftijdsbijslag

Kinderen met transitiebedragen hebben recht op een leeftijdsbijslag vanaf 6, 12 en 18 jaar. Voor de oudste of enige kinderen die geen sociale toeslag of zorgtoeslag ontvangen wordt de leeftijdsbijslag gehalveerd. De kinderen met nieuwe bedragen hebben geen recht op een leeftijdsbijslag.​​​​

Kinderen met een sociale toeslag

Het dashboard Kinderen met sociale toeslagen omvat alle kinderen die maandelijks een sociale toeslag ontvangen. De toeslag is bedoeld om de draagkracht van minder kapitaalkrachtige gezinnen te vergroten. Meer info over de inhoud vind je onder het dashboard.

Voor de kinderen met nieuwe bedragen zijn er vier verschillende bedragen mogelijk. Je hebt de gezinnen met een laag inkomen en 1 of 2 kinderen enerzijds en de gezinnen met een laag inkomen en meer dan 2 kinderen anderzijds. Dat zijn de gezinnen waarvan het inkomen onder de laagste inkomensgrens ligt. Daarnaast zijn er de gezinnen met een inkomen tussen de laagste en de middelste inkomensgrens en 1 of 2 kinderen. Tot slot ontvangen gezinnen ook sociale toeslag indien het inkomen zich bevindt tussen de laagste en hoogste inkomensgrens en er meer dan 2 kinderen in het gezin zijn, waarvan minstens 1 kind het nieuwe basisbedrag ontvangt.   

 

De kinderen met transitiebedragen behouden de bedragen van de sociale toeslag uit de oude kinderbijslagregeling, aangepast aan hun basisbedrag, indien het gezinsinkomen onder de laagste inkomensgrens ligt of bij een gezinsinkomen tussen de laagste en de hoogste inkomensgrens en 1 of 2 kinderen in het gezin (waarvan minstens 1 kind het nieuwe basisbedrag ontvangt):   

  • Het laagste toeslagbedrag is voor de kinderen met het hoogste basisbedrag. 
  • Het middelste toeslagbedrag is voor de kinderen met het middelste basisbedrag.   
  • Het hoogste toeslagbedrag is voor de kinderen met het laagste basisbedrag.  
  • Er is een verhoogd toeslagbedrag voor kinderen met het laagste basisbedrag van wie de ouder langdurig ziek of invalide is (toeslag ziekte en invaliditeit) (enkel voor de gezinnen onder de laagste inkomensgrens). 
  • Daarnaast is er ook een verhoogde toeslag voor kinderen met het hoogste basisbedrag die in een eenoudergezin opgroeien (toeslag voor eenoudergezinnen) (enkel voor de gezinnen onder de laagste inkomensgrens). 

Kinderen met een transitiebedrag met een gezinsinkomen tussen de laagste en de middelste inkomensgrens en 1 of 2 kinderen in het gezin, ontvangen een sociale toeslag die gelijk is aan het bedrag van de kinderen met nieuwe bedragen. 

Kinderen met zorgtoeslagen (wezentoeslag, pleegzorgtoeslag, zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte)

Het dashboard Kinderen met zorgtoeslagen omvat alle kinderen die maandelijks zorgtoeslagen ontvangen, opgesplitst per type zorgtoeslag. Meer info over de inhoud vind je onder het dashboard. 

Zorgtoeslag voor (half)wezen 

  • Kinderen die vanaf 2019 een ouder verliezen (halfwees), krijgen bovenop het basisbedrag een wezentoeslag van 50% van het basisbedrag.   
  • Kinderen vanaf 2019 beide ouders verliezen (volledig wees), krijgen bovenop het basisbedrag een wezentoeslag van 100% van het basisbedrag.   

Beide toeslagen worden betaald zolang het kind recht heeft op de gezinsbijslag, dus ook voor de kinderen van wie de overlevende ouder eventueel een nieuw gezin vormt.  

Kinderen die hun ouder(s) verloren voor 2019:  

  • behouden hun wezentoeslag volgens de oude kinderbijslagregeling, namelijk de verhoogde wezenbijslag zolang de overlevende ouder niet gaat samenwonen of hertrouwt. 
  • ontvangen een gewone wezenbijslag als de overlevende ouder een nieuw gezin vormt. 

Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte 

Sommige kinderen hebben als gevolg van een beperking of handicap een specifieke ondersteuningsbehoefte. Ze hebben maandelijks recht op een extra bedrag bovenop het basisbedrag. Het bedrag van de zorgtoeslag hangt af van de mate waarin het kind meer ondersteuning nodig heeft dan leeftijdgenoten.

Een evaluerend arts stelt de specifieke ondersteuningsbehoefte vast met de medisch-sociale schaal. De schaal bestaat uit drie pijlers:  

  1. Pijler 1: de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de aandoening of beperking.  
  2. Pijler 2: de gevolgen van de aandoening of beperking voor het dagelijkse leven van het kind.  
  3. Pijler 3: de gevolgen voor het gezin.

Zowel het aantal punten in pijler 1 (minder dan vier punten of minstens vier punten) als het totaal aantal punten over de drie pijlers bepalen het bedrag waarop het kind recht heeft. 

Zorgtoeslag voor pleegkinderen 

Een kind dat in een pleeggezin werd geplaatst, heeft net als elk ander kind in Vlaanderen recht op een Groeipakket. Het basisbedrag gaat naar het pleeggezin. Dat bedrag wordt aangevuld met een maandelijkse pleegzorgtoeslag. 

Gezinnen met recht op gezinsbijslagen

In het dashboard Gezinnen zijn alle gezinnen met kinderen opgenomen die recht hebben op een Groeipakket. We stellen de gezinnen voor volgens gezinsgrootte en gezinstype. Meer info over de inhoud vind je onder het dashboard.

Gezinsgrootte 

Bij de berekening van de gezinsgrootte wordt enkel rekening gehouden met de kinderen die recht hebben op een Groeipakket. De kinderen zonder recht op een Groeipakket worden niet meegeteld.   

Gezinstypes 

Daarnaast stellen we gezinnen ook voor volgens de leeftijd van het jongste kind in het gezin en volgens het gezinstype. Hier onderscheiden we vier gezinstypes:  

  • Gezin met enkel kinderen met nieuwe bedragen: dit gezin telt alleen kinderen die recht hebben op de bedragen uit het Groeipakket
  • Gezin met enkel kinderen met transitiebedragen: dit gezin telt alleen kinderen die nog de bedragen uit de ‘oude’ kinderbijslagregeling ontvangen  
  • Gezin met enkel kinderen in bilaterale overeenkomsten: dit gezin telt alleen rechtgevende kinderen die kinderbijslag ontvangen in het kader van een bilaterale overeenkomst.  
  • Combinatiegezin: dit gezin telt zowel kinderen met nieuwe bedragen als kinderen met transitiebedragen.

Kinderen en gezinnen met een ondersteuningstoeslag

In het dashboard zijn alle kinderen en gezinnen opgenomen die recht hadden op een ondersteuningstoeslag in de betrokken maand.

De ondersteuningstoeslag is een extra tegemoetkoming voor kinderen tot 21 jaar met een zorgbehoefte van minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal en is de opvolger van het basisondersteuningsbudget dat tot eind 2022 uitgekeerd werd door de Vlaamse sociale bescherming. Via het Groeipakket wordt de ondersteuningstoeslag sinds januari 2023 maandelijks uitbetaald. 

Meer informatie

Groeipakket (basisbedragen, sociale toeslag en zorgtoeslag) op lokaal niveau

Dit dashboard bevat cijfergegevens over kinderen én gezinnen met basisbedragen, sociale toeslagen en/of zorgtoeslagen op provinciaal en gemeentelijk niveau.

Kinderen met participatietoeslagen (schooltoeslag, kinderopvangtoeslag, kleutertoeslag)

Een van de vernieuwingen van het Groeipakket waren nieuwe toeslagen om de participatie aan onderwijs en kinderopvang te bevorderen/ondersteunen. De toeslagen hebben wel een ander toepassingsgebied dan de gezinsbijslagen die beperkt zijn tot kinderen uit het Vlaamse Gewest. Het dashboard kinderen met participatietoeslagen bevat cijfers over de toeslagen.

Je kan de cijfers voor de participatietoeslagen op lokaal niveau in het aparte dashboard Kinderen met participatietoeslagen op lokaal niveau raadplegen.

Meer info over de inhoud vind je onder het dashboard.

Kinderopvangtoeslag

De kinderopvangtoeslag is een bedrag dat per gebruikte opvangdag wordt gestort aan gezinnen met kinderen die vergunde opvang gebruiken in een locatie waar ze niet betalen volgens de inkomenstariefsregeling. 

Kleutertoeslag

De kleutertoeslag is een toeslag voor kleuters die drie of vier jaar worden, tijdig zijn ingeschreven en voldoende aanwezig zijn in het Nederlandstalige onderwijs.  

Schooltoeslag

De schooltoeslag is nieuw als onderdeel van het Groeipakket, maar er bestond al een schooltoeslagensysteem in het Vlaamse onderwijs om gezinnen met een beperkt inkomen extra te ondersteunen bij de schoolkosten. Met de lancering van het Groeipakket werd het systeem ingekanteld.

De schooltoeslag wordt automatisch toegekend bij de start van een schooljaar, maar de beslissingen zijn niet definitief omdat er na toekenningen in de loop van een schooljaar nog twee controlerondes zijn:  

  1. Na afloop van het schooljaar wordt nagegaan of voldaan werd aan de zogenaamde pedagogische voorwaarde inzake inschrijving, aanwezigheden op school en onderwijstype. 
  2. Na ontvangst van de inkomensgegevens over het inkomstenjaar wordt voor leerlingen die geen schooltoeslag ontvingen nagegaan of ze daar door hun inkomen toch recht op hadden, maar de alarmbelprocedures niet gebruikten.  

De toeslagen hebben een ander toepassingsgebied dan de gezinsbijslagen die beperkt zijn tot kinderen uit het Vlaamse Gewest.

  • De kleuter- en schooltoeslag kunnen worden toegekend aan leerlingen in het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, ongeacht waar het kind woont. Dus ook Vlaamse kinderen die in Brussel naar het Vlaamse onderwijs gaan en kinderen in Wallonië of Brussel die naar een school van het Vlaamse onderwijs gaan komen in aanmerking.
  • De kinderopvangtoeslag wordt toekend aan kinderen die gebruikmaken van door Opgroeien vergunde opvang voor baby’s en peuters waar het tarief niet afhangt van het gezinsinkomen, ongeacht waar de opvang zich bevindt en waar het kind woont.

Kinderen met participatietoeslagen op lokaal niveau (schooltoeslag, kinderopvangtoeslag, kleutertoeslag)

In dit dashboard worden alle cijfers weergegeven voor de schooltoeslagkinderopvangtoeslag en kleutertoeslag in een overzicht per gewest.

Voor het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest kan je nog tot op het niveau van de provincies of gemeenten gaan. Dat doe je door het gewenste gewest in de balk links van het dashboard te selecteren.

Voor de schooltoeslag is er ook een overzicht waarin we een vergelijking maken tussen de verschillende gewesten.

Kinderen met een schoolbonus

In het dashboard Kinderen met een schoolbonus zijn alle kinderen opgenomen die recht hadden op een Groeipakket in juli van het jaar en daardoor automatisch recht hebben op een schoolbonus (vroeger schoolpremie). De schoolbonus wordt elk jaar in augustus betaald. Ook kinderen die nog niet naar school gaan, krijgen de schoolbonus als ondersteuning in de opvoedingskosten. De schoolbonus is een duwtje in de rug bij de start van het nieuwe schooljaar. Meer info over de cijfers vind je onder het dashboard. 

De cijfers worden telkens weergegeven op basis van het type schoolbonus. Het type is gebaseerd op de leeftijdsklasse waarin het kind zich bevindt, want het bedrag van de schoolbonus hangt af van de leeftijd van het kind (er wordt gekeken naar de leeftijd van het kind op 31 december van het vorige kalenderjaar).

Startbedragen geboorte en adoptie

Voor de geboorte of de adoptie van een kind krijg je in Vlaanderen een startbedrag (vroeger kraamgeld/geboortepremie en adoptiepremie). Dit dashboard geeft de algemene en de lokale cijfers weer. Meer info over deze inhoud vind je onder het dashboard.

Voor de algemene cijfers maken we een onderscheid in betaaltype: 

  • Voorafbetaling: startbedragen die vóór de uitgerekende bevallingsdatum zijn uitbetaald indien tijdig en correct aangevraagd. 
  • Betaling na de geboorte

Het startbedrag adoptie wordt uitbetaald zodra het kind in het gezin verblijft.

Meer informatie

Nog niet gevonden wat je zocht?
Vraag het aan team Beleidsonderbouwing
Diederik Vancoppenolle, wetenschappelijk adviseur Opgroeien

Het team Beleidsonderbouwing bundelt wetenschappelijk onderzoek en datarapportering en -monitoring. 

Team Beleidsonderbouwing