Onderzoeksrapport

Opvolg-en verwijsbeleid lichamelijke groei

Wat is het?

De opvolging van de lichamelijke groei van kinderen tot 3 jaar is een belangrijke opdracht binnen de medisch preventieve dienstverlening van Kind en Gezin. Het opvolg- en verwijsbeleid gebeurt zowel voor gewicht, als lengte en hoofdomtrek aan de hand van flowcharts. 10 jaar na invoering van deze flowcharts en 1 jaar na de invoering van de nieuwe Vlaamse groeicurven wilde Opgroeien op basis van data-analyse onderbouwd nagaan of bijsturing van de flowcharts (en de bijhorende verwijscriteria en drempelwaarden) noodzakelijk en/of wenselijk is.

Waarom is het belangrijk

Een grondige analyse en evaluatie van het opvolg- en verwijsbeleid drong zich op omdat:

  • De richtlijnen voor het verwijsbeleid dateren van 2014. Om kwaliteitsvol te blijven werken, leek het ons noodzakelijk om na te gaan of er nieuwe wetenschappelijke evoluties, tendensen, maatschappelijke veranderingen zijn die in rekening gebracht dienden te worden.
  • Opgroeien signalen uit de praktijk kreeg dat het verwijsbeleid van Kind en Gezin vaak ongekend is en/of soms door externe zorgverleners in vraag wordt gesteld. Het was dus belangrijk om na te gaan hoeveel kinderen om welke redenen verwezen worden en om te bespreken of de verwijspercentages aanvaardbaar waren.
  • Sinds begin 2024 de nieuwe Vlaamse groeicurven zijn ingevoerd als referentiekader en Opgroeien het eerste werkingsjaar van deze nieuwe curven nauwgezet wilde opvolgen.

Met dit rapport beoogt Opgroeien dan ook 3 doelen: 

  1. Duidelijk weergeven hoe het opvolg- en verwijsbeleid van Kind en Gezin over groei er uit ziet zodat iedereen die betrokken is bij het opvolgen van groei weet hoe we werken en welke overwegingen aan de basis liggen van ons opvolg- en verwijsbeleid.
  2. Transparant rapporteren over verwijzingen van Kind en Gezin over groei en over het profiel van de verwezen kinderen zodat er antwoorden komen op vragen als: Hoeveel % van de kinderen worden verwezen voor groei? Op welke leeftijd worden kinderen vooral verwezen voor groei? Welke redenen vormen de belangrijkste aanleiding voor de verwijzingen groei?
  3. Rapporteren over de belangrijkste bevindingen uit de analyses over de verwijscriteria en de bespreking met de experten zodat duidelijk wordt dat er overwogen én gedragen keuzes gemaakt worden om een zo sensitief en specifiek mogelijk verwijsbeleid over groei te installeren en zodat duidelijk is waarom we bestaande opvolg- en verwijscriteria wel of niet wijzigen. 

Werkwijze

De evaluatie bestond uit 2 delen:

  • We maakten eerst een grondige kwantitatieve analyse van alle verwijzingen groei die in 2024 gedaan werden en van de redenen, parameters en overschreden drempelwaarden die de aanleiding vormden voor de verwijzing. Diverse bestanden werden daarvoor aan elkaar gekoppeld en de standaarddeviatiescores werden berekend door Mathieu Roelants van het Departement Zorg. Analyses werden uitgevoerd door Opgroeien.
  • De resultaten van deze analyses werden besproken met een begeleidende expertengroep met academici en clinici die getrokken werd door adviserende artsen van Opgroeien. Samen met deze experten werden de opvolg- en verwijscriteria geëvalueerd en werd besproken of en indien nodig hoe ze best werden bijgestuurd.

Resultaten in een notendop

Algemene resultaten

Kind en Gezin deed 8.952 verwijzingen voor groei in 2024. Als we dat aantal verwijzingen afzetten tegenover het totaal aantal metingen, dan resulteert dat in een verwijspercentage van 0,5% t.o.v. 1.800.048.

Uit analyse per vermelde reden leiden we af dat van de 8.952 verwijzingen voor groei:

  • Er bij 5.531 (61,8%) gewicht als reden was genoteerd.
  • Er bij 3.954 (44,2%) hoofdomtrek als reden was genoteerd.
  • Er bij 1.235 (13,8%) lengte als reden was genoteerd.

Als we het aantal verwijzingen waar gewicht als reden genoteerd werd afzetten t.o.v. het totaal aantal metingen voor gewicht dan bekomen we een verwijspercentage van 0,88% (5.531/627.345). Bij hoofdomtrek lag het verwijspercentage op 0,65% (3.954/604.247) en bij lengte op 0,22%.

Bij de 8.952 verwijzingen waren 8.207 unieke kinderen betrokken, wat betekent dat 4,1% (8.207/199. 337) van de unieke kinderen waarvoor minstens 1 meting groei gebeurde in 2024, verwezen werd voor groei. 

De analyses bevestigen dat het aantal verwijzingen voor Groei in lijn ligt van de theoretische verwachting op basis van de verwijscriteria én beheersbaar is voor de curatieve sector. Dat is belangrijke informatie voor alle eerste- en tweedelijnsactoren die kinderen onderzoeken die we doorverwezen hebben en voor de legitimiteit van het opvolg- en verwijsbeleid inzake groei.

Resultaten qua verwijscriteria

De meeste verwijzingen konden verklaard worden door het voorkomen van een rood of oranje kruisje in de Groeimodule of door het overschrijden van andere drempelwaarden. Bij lengte lag het aandeel dat we konden verklaren wel iets lager (+/- 80%) dan bij verwijzingen voor gewicht (+/- 90%) en hoofdomtrek (+/- 85%). Deze cijfers en de cijfers per criterium werden besproken met de expertengroep. Dit resulteerde in volgende conclusies en voorstellen tot aanpassing van de flowcharts.

Lengte:

  • Drempelwaarden en verwijsbeleid voor lengte zit goed en kan behouden blijven.
  • Te ‘kleine’ en te ‘grote’ geboortelengte wordt te definiëren als SDS < -2 en SDS > +2 bij geboorte

Gewicht:

  • Drempelwaarden en verwijsbeleid voor gewicht zit goed en kan behouden blijven.
  • Expertengroep bevestigt dat in gevallen waar enkel een oranje kruisje verschijnt op G/L of BMI curve niet verwezen moet worden.
  • De expertengroep stelt voor om de curve Gewicht voor Lengte (G/L) mee in rekening te nemen vanaf de geboorte en niet enkel pas vanaf 13 weken.

Hoofdomtrek:
De expertengroep stelt voor om het opvolg- en verwijsbeleid voor hoofdomtrek aan te houden, maar wel aan te scherpen als volgt:

  • om het criterium Verschil > 2 SDS ten opzichte van eerste meting na geboortemeting enkel nog toe te passen tot en met consult 12 maanden.
  • om hoofdomtrek niet meer op te volgen op het consult 30 maanden. Na de leeftijd van het consult 24 maanden heeft het opvolgen van de hoofomtrek vanuit de preventieve opdracht geen toegevoegde waarde meer.
  • om de SDSc voor hoofdomtrek ook te berekenen voor kinderen die op consult 24 maanden al ouder zijn dan 24 maanden.
  • om voor hoofdomtrek rechtstreeks naar de kinderarts te verwijzen.

Wat doet Opgroeien met de resultaten en aanbevelingen van de expertengroep?

De bespreking van de analyses met de experten resulteerde in algemene feedback over de relevantie van ons opvolg- en verwijsbeleid. De experten bevestigen dat de verwijspercentages van Kind en Gezin inzake groei beheersbaar zijn. Ze stellen dan ook voor om het verwijs- en opvolgingsbeleid aan te houden, mits enkele aanpassingen en verfijningen.

Het project resulteerde in concrete suggesties ter verfijning van enkele verwijscriteria om de specificiteit te verhogen. Sommige aanpassingen kunnen direct ingaan, andere behoeven IT-aanpassingen in de groeimodule.

Opgroeien paste de flowcharts voor groei aan.

De resultaten van de analyses en de wijzigingen in het opvolg- en verwijsbeleid werden door Opgroeien uitgebreid voorgesteld aan medewerkers van de Kind en Gezin-teams, aan CB-artsen en aan huisartsen en pediaters tijdens infosessies in april-mei 2026.

Auteur

Opgroeien (Diederik Vancoppenolle, Liesbet Vergauwen en Tine Cornelissen) in samenwerking met expertengroep

Jaar van publicatie

2025

Thema's

Preventie
Ook interessant