Praktijk

Lokaal Bondgenotennetwerk Nieuw Gent: Ervaringskennis van jonge gezinnen toevoegen aan beleid

Het lokaal bondgenotennetwerk in Nieuw Gent wil de samenwerking versterken tussen alle actoren die zich inzetten tegen kinderarmoede. De ervaringskennis van jonge gezinnen wordt toegevoegd aan beleid rond leefbaarheid, onderwijs, welzijn en vrije tijd.

Doel

  1. Gezinnen versterken: Gezinnen worden ondersteund om hun rechten maximaal uit te putten door hen in contact te brengen met relevante diensten en organisaties. Daarnaast krijgen ze de kans om samen met anderen na te denken over specifieke thema’s en mee te werken aan voorstellen voor structurele oplossingen.
  2. Organisaties en diensten versterken: Organisaties en diensten krijgen meer inzicht in de leefwereld van gezinnen in armoedesituaties. De opgebouwde ervaringskennis helpt hen om hun werking beter af te stemmen op de noden van gezinnen.
  3. Beleidsactoren versterken: Beleidsactoren zetten gerichte verbeteracties op door signalen uit de praktijk te verzamelen en door te geven. De groepswerking rond specifieke thema’s brengt bovendien structurele verbeterpunten in beeld, wat beleidsontwikkeling ondersteunt. 

Doelgroep

Gezinnen met kinderen tussen 0 en 12 jaar die in Nieuw Gent wonen of gebruikmaken van het aanbod in de wijk.

Werkwijze

Via de beleidsbabbels (jaar 1) werd een gesprek aangeknoopt met verschillende gezinnen en werd ervaringskennis opgehaald rond verschillende thema’s. Na elke bevraging werden de signalen gebundeld in beleidsbundels. Deze brachten knelpunten in dienstverlening en noden van gezinnen in kaart. De resultaten werden teruggekoppeld naar de betrokken diensten. In de stuurgroep werd bekeken waar kansen lagen voor de wijk en welke signalen stadsbreed moesten worden aangekaart. 

De groepswerking (jaar 2) rond het thema ‘Zonder zorgen kind zijn in Nieuw Gent’ ging in het tweede jaar door. In de werking werd de brug gemaakt tussen bewoners en verschillende diensten/beleidsmakers en organisaties in de wijk. Ook de vraag: ‘Wat maakt een publieke plek kindvriendelijk? werd besproken. De groep formuleerde samen randvoorwaarden en bracht structurele verbeterpunten in kaart voor publieke plekken.

Partners

De Zuidpoort vormde een netwerk met een medewerker van de dienst beleidsparticipatie, de Brede School-coördinator, de opgroeicoach en Inloopteam Gent en een opgeleide ervaringsdeskundige. 

Wat maakt je praktijk tot een succes?

Het succes van dit bondgenotennetwerk ligt in de sterke samenwerking tussen kruispuntwerkers uit verschillende levensdomeinen (kruispunt middenveld en administratie, kruispunt wijk en stad, en kruispunt migratie en armoede bijvoorbeeld). Hun integrale aanpak, kennis van de sociale kaart en brugfunctie zorgden ervoor dat signalen uit de groepswerking waar mogelijk omgezet werden in concrete acties. Zo kregen ervaringskennis en noden van gezinnen daadwerkelijk een plaats in beleid en dienstverlening. 

Daarnaast ervaren de deelnemende moeders de groepswerking als bijzonder waardevol. Ze krijgen de ruimte om hun stem te laten horen, leren van elkaar en bouwen onderlinge verbondenheid op. De wisselwerking tussen ervaringskennis en professionele expertise verrijkt zowel de deelnemers als de betrokken organisaties en versterkt de impact van het project.

Welke uitdagingen liggen er voor?

  • Lokaal word je met veel verhalen geconfronteerd die vooral bovenlokaal moeten worden aangepakt. Dat maakt het soms moeilijk naar verandering te komen.
  • De groepswerking kende verschillende uitdagingen. 
    • Hoe vind je een goed evenwicht tussen informatie geven en beleidsbeïnvloedend werken? Welke bewoners bereiken we wel, welke niet? 
    • Hoe krijg je deelnemers blijvend gemotiveerd voor een traag proces en overtuig je hen van het belang van hun stem blijven geven?
    • Hoe zorgen we voor de randvoorwaarden om wederzijds te leren (bewoners en diensten)? 
    • Hoe kunnen we impact aantonen, effect terugkoppelen?
  • Specifieke uitdaging bij beleidsmakers en diensten.
    • Hoe zorgen we ervoor dat beleidsmakers en diensten geen eigen interpretatie maken van ervaringskennis maar de verhalen op zich laten bestaan? 
    • Hoe komen we tot een gemeenschappelijke ‘taal’ rond gedeelde signalen? 
    • Hoe geraken we voorbij ‘weerstand’ of het idee: ‘we kennen de signalen al’?
    • Hoe weten we hoeveel impact we hebben door het toevoegen van ervaringskennis en hoe kunnen we dat teruggeven? 
Ook interessant