Onderzoeksrapport

Onderzoek naar het gebruik van en de behoefte aan kinderopvang 2025

Wat is het?

Dit onderzoek brengt in kaart hoeveel baby’s en peuters gebruikmaken van opvang en hoeveel niet. Daarnaast laat de studie zien hoe groot de onvervulde behoefte aan formele opvang is.

Opgroeien heeft in het verleden al meermaals onderzoek laten verrichten naar het gebruik van kinderopvang bij ouders met kinderen jonger dan 3 jaar. Sinds het meest recente onderzoek in 2018 wordt ook de onvervulde vraag naar formele opvang in kaart gebracht.

Waarom is het belangrijk

Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten in het gebruik van kinderopvang en helpt Opgroeien de behoefte aan opvang voor kinderen jonger dan 3 jaar beter in te schatten.

Het onderzoek is belangrijk om een nauwkeurig beeld te krijgen over aspecten van het opvanggebruik die onvoldoende via eigen registraties gekend zijn, zoals:

  • Hoeveel kinderen gebruiken informele opvang en hoeveel gebruiken geen opvang?
  • Hoeveel kinderen combineren formele en informele opvang?
  • Wat zijn de kenmerken van kinderen die (in)formele opvang gebruiken en van kinderen die geen opvang gebruiken?
  • Hoe vaak en intensief wordt formele of informele opvang gebruikt?
  • Wat zijn de redenen voor het al dan niet gebruiken van formele of informele opvang?

Daarnaast is een actuele inschatting van de onvervulde opvangbehoefte noodzakelijk, omdat:

  • Opgroeien geregeld vragen krijgt over de omvang van de niet-vervulde vraag naar formele kinderopvang.
  • De registratie door Lokale Loketten nog geen uniek beeld geeft van deze onvervulde vraag en de nood aan extra opvangplaatsen.

Werkwijze

Het onderzoek volgt dezelfde methodologie als in 2018 en combineert drie bevragingsmethoden: een websurvey, een telefonische enquête en face-to-face-interviews. De doelgroep bestaat uit gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar.

De onderzoekers gebruiken contact- en profielgegevens van Opgroeien, strikt geregeld via een verwerkersovereenkomst. De onderzoeksmethode is goedgekeurd door de data protection officers (DPO's) van Opgroeien en KU Leuven.

De bevraging liep van 17 maart tot begin juni 2025.

Websurvey

  • Uitvoering: HIVA-KU Leuven.
  • Steekproef: 15.000 gezinnen, door Opgroeien getrokken uit Mirage en gestratificeerd naar provincie en leeftijd van het kind.
  • Respondenten krijgen een 4-tal weken om te antwoorden, met twee herinneringen.
  • De vragenlijst bevat een introductie van Opgroeien. Medewerkers van Opgroeien worden geïnformeerd zodat zij ouders kunnen stimuleren om deel te nemen.

Telefonische interviews

  • Uitvoering: IPSOS in opdracht van HIVA-KU Leuven.
  • Steekproef: 6.000 ouders.
  • De steekproef wordt gestratificeerd naar provincie en origine van de moeder.
  • Minstens drie contactpogingen per respondent.
  • Gestructureerde vragenlijst: verkorte versie van de websurvey.

Face-to-face-interviews

  • Uitvoering: IPSOS in opdracht van HIVA-KU Leuven.
  • Beoogde steekproef: 150 ouders die weinig of geen Nederlands, Frans of Engels spreken.
  • Interviews worden afgenomen in Arabisch, Turks en Berbers.
  • Vragenlijst: dezelfde verkorte versie als voor de telefonische interviews.

Resultaten in een notendop

Resultaten over het opvanggebruik

Gebruik van opvang

Van de niet-schoolgaande kinderen maakt 87,8% gebruik van opvang (formeel en/of informeel). 12,2% maakt geen gebruik van opvang.

  • 79,1% gebruikt formele opvang
    • 77,3% regelmatig
    • 1,8% beperkt
    • Het grootste deel combineert formele en informele opvang (58,8%)
    • 20,3% gebruikt enkel formele opvang
  • 67,5% gebruikt informele opvang
    • 38,7% regelmatig
    • 28,8% beperkt
    • 8,7% gebruikt uitsluitend informele opvang

Het regelmatig gebruik van formele opvang is toegenomen ten opzichte van 2018. Bij informele opvang is er een lichte daling.

Verschillen tussen gezinnen

Het gebruik van opvang verschilt naargelang:

  • de werksituatie van de ouders (vooral die van de moeder),
  • de inkomenssituatie,
  • de origine van de moeder,
  • kansarmoede,
  • provincie en verstedelijkingsgraad.

Zo ligt het aandeel kinderen dat formele opvang gebruikt aanzienlijk lager:

  • bij gezinnen in kansarmoede (42,4% tegenover 82,5%),
  • bij gezinnen met een moeder van niet-Belgische origine (56% tegenover 90,1%),
  • bij gezinnen waar de moeder niet werkt.

Intensiteit van opvanggebruik

Bij kinderen die regelmatig formele opvang gebruiken:

  • maakt 28,7% gebruik van voltijdse opvang,
  • gebruikt 71,3% opvang deeltijds.

Bij gebruikers van informele opvang gebruikt slechts 5,3% de opvang voltijds.

Gemiddeld maken kinderen:

  • 3,8 dagen per week gebruik van formele opvang,
  • 1,7 dagen per week gebruik van informele opvang.

Redenen voor (niet-)gebruik van opvang

De belangrijkste redenen voor opvanggebruik zijn:

  • de ouder wil of moet blijven werken (94,4%),
  • opvang is goed voor de ontwikkeling van het kind (58,6%).

Deze tweede reden was ook in 2018 al belangrijk.

De belangrijkste redenen voor niet-gebruik van opvang zijn:

  • een bewuste keuze in functie van het welzijn van het kind (47,6%),
  • er is iemand thuis omdat de ouder(s) niet werkt(en) (47,6%).

Opvallend is de sterke toename van gezinnen die geen formele opvang gebruiken omdat ze geen plaats vonden:

  • van 11,3% in 2018
  • naar 27,8% van de niet-gebruikers in 2025.

Voorkeur en flexibiliteit

  • 85,5% van de gezinnen zit in de opvangvorm van hun voorkeur.
  • Het aandeel gezinnen dat niet in de gewenste opvangvorm zit, is licht gestegen (van 11,2% in 2018 naar 14,6% in 2025).

Gebruik op atypische momenten

Het gebruik van opvang op atypische momenten (vóór 7 uur, na 18 uur, meer dan 11 uur per dag, ’s nachts of in het weekend) is gedaald ten opzichte van 2018:

  • 35,3% in 2018
  • 31,8% in 2025

In 2025 werd:

  • 13% van de kinderen die regelmatig formele opvang gebruiken, ook op atypische momenten opgevangen.

Voor zowel formele als informele opvang is opvang na 18 uur het meest voorkomend atypisch moment:

  • 5,1% in de formele opvang,
  • 28,7% in de informele opvang.

Net zoals in 2018 komen opvang langer dan 11 uur per dag, nachtopvang en weekendopvang zelden voor in de formele opvang, maar wel vaker in de informele opvang. Dit wijst erop dat informele opvang flexibeler is en vaak aanvullend wordt ingezet naast formele opvang.

Resultaten over de onvervulde behoefte aan formele opvang

Gezinnen met niet-schoolgaande en schoolgaande kinderen kregen de vraag of ze meer gebruik willen maken van formele opvang. Indien ja, werd gevraagd naar het gewenste aantal dagen en uren.

Bij gezinnen die al formele opvang gebruiken, werd nagegaan waarom ze geen extra opvang inzetten. Enkel wanneer dit te maken had met een tekort aan plaatsen, werd dit meegeteld als onvervulde behoefte.

Evolutie van de opvangbehoefte

  • Het aandeel kinderen met een onvervulde behoefte aan formele opvang steeg van 8,3% in 2018 naar 11,6% in 2025.
  • Het gemiddeld aantal benodigde opvangdagen blijft stabiel op 2,6 dagen per week, al nam dit in sommige groepen toe.

Op basis van deze gegevens schatten de onderzoekers dat op populatieniveau:

  • ongeveer 20.494 kinderen gemiddeld 2,6 dagen per week nood hebben aan formele opvang,
  • wat neerkomt op in totaal ongeveer 53.635 opvangdagen.

Wat doet Opgroeien met deze resultaten?

Opgroeien:

  • deelt en bespreekt de resultaten met de sector,
  • gebruikt de inschatting van de opvangbehoefte om het tekort aan opvangplaatsen te berekenen.

Als Opgroeien dezelfde methode hanteert als bij het vorige rapport en gebruikmaakt van de meest recente bevolkingsprognoses (gepubliceerd door het Planbureau begin februari 2026), dan wordt het tekort geschat op:

  • meer dan 11.500 plaatsen in 2029,
  • bijna 12.000 plaatsen in 2034.

Daarbij is al rekening gehouden met een voorafname van 10% voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het gaat om een globale inschatting; er worden geen uitspraken gedaan per provincie of gemeente.

Het feit dat ook kwetsbare gezinnen een onvervulde behoefte aan formele opvang hebben en dat 30% aangeeft dat extra opvang te duur is, onderstreept het belang van voldoende uitbreidingen. Dat geldt in het bijzonder voor:

  • plaatsen met subsidies voor inkomenstarief (trap 2),
  • bijkomende subsidies voor opvang die zich richt op kwetsbare gezinnen (trap 3).

De bijkomende opvangplaatsen moeten dus voldoende toegankelijk en betaalbaar zijn voor deze gezinnen.

 

Auteur

HIVA-KU Leuven in het kader van het Steunpunt WVG

Jaar van publicatie

2025

Thema's

Kinderopvang
Ook interessant