Dit onderzoek brengt in kaart hoeveel baby’s en peuters gebruikmaken van opvang en hoeveel niet. Daarnaast laat de studie zien hoe groot de onvervulde behoefte aan formele opvang is.
Opgroeien heeft in het verleden al meermaals onderzoek laten verrichten naar het gebruik van kinderopvang bij ouders met kinderen jonger dan 3 jaar. Sinds het meest recente onderzoek in 2018 wordt ook de onvervulde vraag naar formele opvang in kaart gebracht.
Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten in het gebruik van kinderopvang en helpt Opgroeien de behoefte aan opvang voor kinderen jonger dan 3 jaar beter in te schatten.
Het onderzoek is belangrijk om een nauwkeurig beeld te krijgen over aspecten van het opvanggebruik die onvoldoende via eigen registraties gekend zijn, zoals:
Daarnaast is een actuele inschatting van de onvervulde opvangbehoefte noodzakelijk, omdat:
Het onderzoek volgt dezelfde methodologie als in 2018 en combineert drie bevragingsmethoden: een websurvey, een telefonische enquête en face-to-face-interviews. De doelgroep bestaat uit gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar.
De onderzoekers gebruiken contact- en profielgegevens van Opgroeien, strikt geregeld via een verwerkersovereenkomst. De onderzoeksmethode is goedgekeurd door de data protection officers (DPO's) van Opgroeien en KU Leuven.
De bevraging liep van 17 maart tot begin juni 2025.
Websurvey
Telefonische interviews
Face-to-face-interviews
Gebruik van opvang
Van de niet-schoolgaande kinderen maakt 87,8% gebruik van opvang (formeel en/of informeel). 12,2% maakt geen gebruik van opvang.
Het regelmatig gebruik van formele opvang is toegenomen ten opzichte van 2018. Bij informele opvang is er een lichte daling.
Verschillen tussen gezinnen
Het gebruik van opvang verschilt naargelang:
Zo ligt het aandeel kinderen dat formele opvang gebruikt aanzienlijk lager:
Intensiteit van opvanggebruik
Bij kinderen die regelmatig formele opvang gebruiken:
Bij gebruikers van informele opvang gebruikt slechts 5,3% de opvang voltijds.
Gemiddeld maken kinderen:
Redenen voor (niet-)gebruik van opvang
De belangrijkste redenen voor opvanggebruik zijn:
Deze tweede reden was ook in 2018 al belangrijk.
De belangrijkste redenen voor niet-gebruik van opvang zijn:
Opvallend is de sterke toename van gezinnen die geen formele opvang gebruiken omdat ze geen plaats vonden:
Voorkeur en flexibiliteit
Gebruik op atypische momenten
Het gebruik van opvang op atypische momenten (vóór 7 uur, na 18 uur, meer dan 11 uur per dag, ’s nachts of in het weekend) is gedaald ten opzichte van 2018:
In 2025 werd:
Voor zowel formele als informele opvang is opvang na 18 uur het meest voorkomend atypisch moment:
Net zoals in 2018 komen opvang langer dan 11 uur per dag, nachtopvang en weekendopvang zelden voor in de formele opvang, maar wel vaker in de informele opvang. Dit wijst erop dat informele opvang flexibeler is en vaak aanvullend wordt ingezet naast formele opvang.
Gezinnen met niet-schoolgaande en schoolgaande kinderen kregen de vraag of ze meer gebruik willen maken van formele opvang. Indien ja, werd gevraagd naar het gewenste aantal dagen en uren.
Bij gezinnen die al formele opvang gebruiken, werd nagegaan waarom ze geen extra opvang inzetten. Enkel wanneer dit te maken had met een tekort aan plaatsen, werd dit meegeteld als onvervulde behoefte.
Evolutie van de opvangbehoefte
Op basis van deze gegevens schatten de onderzoekers dat op populatieniveau:
Opgroeien:
Als Opgroeien dezelfde methode hanteert als bij het vorige rapport en gebruikmaakt van de meest recente bevolkingsprognoses (gepubliceerd door het Planbureau begin februari 2026), dan wordt het tekort geschat op:
Daarbij is al rekening gehouden met een voorafname van 10% voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het gaat om een globale inschatting; er worden geen uitspraken gedaan per provincie of gemeente.
Het feit dat ook kwetsbare gezinnen een onvervulde behoefte aan formele opvang hebben en dat 30% aangeeft dat extra opvang te duur is, onderstreept het belang van voldoende uitbreidingen. Dat geldt in het bijzonder voor:
De bijkomende opvangplaatsen moeten dus voldoende toegankelijk en betaalbaar zijn voor deze gezinnen.