Toegankelijkheid

Zeven B’s als analysekader om drempels in kaart te brengen en weg te werken

Verschillende drempels kunnen de toegankelijkheid van het aanbod bemoeilijken.

Deze drempels kunnen ontstaan op niveau van overheidsinstanties, organisaties en medewerkers. Zo kan bepaalde communicatie van een basisvoorziening onvoldoende begrijpbaar zijn voor een gezin, kan complexe regelgeving de toegang van bepaalde gezinnen aan een basisvoorziening bemoeilijken, een bepaalde voorwaarde (bv. zindelijk zijn) zorgen voor uitsluiting, kunnen begeleiders of leerkrachten bepaalde vooroordelen hebben... Verschillende actoren zijn dus samen verantwoordelijk om de drempels te identificeren en aan te pakken.  

Een nuttig kader om de toegankelijkheid te screenen en te bepalen welke acties nodig zijn, is het kader van de 7 B’s. Oorspronkelijk vormden 5 B’s van toegankelijkheid (uitgewerkt door Prof. Dr. Bouverne-De Bie) de basis van het toegankelijkheidsbeleid: bereikbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, begrijpbaarheid en bruikbaarheid. Doorheen de tijd werden de 5 B’s verfijnd naar 7 B’s met ‘betrouwbaar’ en ‘bekend’ als bijkomende dimensies.  

1. Beschikbaar

BESCHIKBAAR zijn, gaat om de mate waarin er voldoende voorzieningen zijn, de openings- of dienstverleningstijden en de flexibiliteit hierin of de momenten waarop activiteiten doorgaan. Maar evengoed gaat het om de (on)voorwaardelijkheid van de dienst- en hulpverlening, de ‘aanspreekbaarheid’ van de medewerkers en de tijd en ruimte die gemaakt kan worden voor ontmoeting, gesprek en diepgang om bijvoorbeeld de vraag te ontrafelen.  

Illustratie: een lokaal samenwerkingsverband BOA maakt een omgevingsanalyse waarbij ze vraag en aanbod in kaart brengen. Ze stellen vast dat kwetsbare gezinnen veel minder participeren aan vrijetijdsaanbod en er weinig aanbod is in kwetsbare buurten. Het lokaal bestuur bekijkt samen met een opvangorganisator en sportaanbieder waar men bijkomend aanbod kan voorzien.  

Illustratie: een Huis van het Kind stelt vast dat ouders vaak niet weten waar ze hun vraag moeten stellen. Ze richten in het gemeentehuis een Huis van het Kind-loket in. Achter het loket hebben ambtenaren van de verschillende gemeentediensten hun bureau. Zo kunnen ouders aan één loket zowel vragen stellen aan de sportdienst en de cultuurdienst als aan de dienst kinderopvang. 

Illustratie: een lokaal loket kinderopvang staat in voor de registratie van alle opvangvragen in de stad. Ouders kunnen een opvangaanvraag indienen via een speciaal hiervoor ontwikkelde website. Sommige ouders hebben echter moeite met de online registratie van hun opvangvraag. Het lokaal loket bundelt de krachten met het Huis van het Kind. Het Huis van het Kind is actief op verschillende locaties. Ze spreken af om op de verschillende locaties speekuren kinderopvang in te richten. Daar kunnen ouders hun vragen over kinderopvang stellen en hun opvangvraag registreren.  

2. Betaalbaar

BETAALBAAR legt vaak de nadruk op het financiële. Het gaat dan bijvoorbeeld om lidgeld of kledijkosten bij jeugdverenigingen en sportclubs, ouderbijdragen in de kinderopvang en kosten verbonden aan opleidingen. Maar betaalbaarheid heeft ook een immateriële kant. Het gaat dan om vragen als: ‘Welke inspanningen moeten gebruikers leveren?’, ‘Hoeveel privacy en eigen verhaal moeten ze prijsgegeven?’ en ‘Wat zijn de mogelijke gevolgen als het niet goed loopt?’.  

Illustratie: een Huis van het Kind organiseert een ontmoetingsplaats voor ouders met hun kind van 0 tot 4 jaar. Om te kunnen deelnemen is het voldoende de voornaam en leeftijd van het kind te noteren op het krijtbord bij binnenkomst. Het is ieders eigen vrije keuze andere persoonlijke informatie al dan niet te delen.  

Illustratie: een kinderverblijf merkt dat sommige gezinnen moeite hebben met het betalen van de facturen. Een verlaagd tarief toekennen is mogelijk. Of er kunnen afspraken gemaakt worden over uitstel van betaling of een afbetalingsplan. Ouders weten dit niet of durven hier niet naar te vragen. Het kinderdagverblijf beslist om bij het kennismakingsgesprek met elke ouder meteen deze mogelijkheden uit te leggen. Daarnaast polsen ze bij de opvolggesprekken met ouders of er wijzigingen zijn in de financiële situatie van het gezin en het toegekende tarief eventueel herzien moet worden.  

Illustratie: een lokaal samenwerkingsverband BOA stelt vast dat de UiTPAS nog beter benut kan worden. UiTPAS is een voordeelkaart om deel te nemen aan vrijetijdsactiviteiten. Mensen met een laag inkomen kunnen een UiTPAS kopen aan een sterk verminderd tarief (€1 of gratis) en genieten 80% korting bij deelname aan UiTPAS-activiteiten. Niet iedereen die hierop recht heeft, vraagt er één aan. De partners spreken af dat ze het gebruik van de UiTPAS actief gaan promoten bij gezinnen. Daarnaast zet het samenwerkingsverband bij het ontwikkelen van het lokale BOA-aanbod tijdens de zomervakantie actief in op een aanbod waarvoor de UiTPAS kan gebruikt worden.  

3. Bruikbaar

BRUIKBAAR gaat erom in welke mate voorzieningen aansluiten op de noden en behoeften van ouders, kinderen en jongeren en om de vraag of zij er daadwerkelijk iets aan hebben. Soms geven kinderen, jongeren en ouders een andere invulling aan de bruikbaarheid van het aanbod dan basisvoorzieningen zelf of professionals. Zo kunnen professionals vaststellen dat ouders (schijnbaar) niet veel doen met de adviezen en informatie die ze krijgen, terwijl ouders net bijzonder veel kracht halen uit het ontmoeten van andere ouders en net daar de bruikbaarheid leggen.  

Illustratie: een kinderopvanginitiatief en een Huis van het Kind werken samen in KOALA (Kind- en OuderActiviteiten voor Lokale Armoedebestrijding) om beter in te spelen op de noden van gezinnen in een maatschappelijk kwetsbare situatie. De stap naar de kinderopvang is vaak groot terwijl gezinnen wel zoekende zijn naar plekken waar hun kind kan spelen met andere kinderen en ze als ouder andere ouders kunnen ontmoeten. Een kinderbegeleider uit het kinderopvanginitiatief en een medewerker van het Huis van het Kind organiseren samen Kind- en Ouderactiviteiten. Denk aan een voorleesmoment, een babbel met de ouders terwijl de kinderen vrij spelen, een wandeling naar de speeltuin, een bezoek aan wijkscholen … Ouders maken ook kennis met de kinderopvang om zo de drempel te verlagen.  

Illustratie: een buitenschools opvanginitiatief merkt dat vanaf het vijfde leerjaar minder kinderen naar de opvang komen. Een vader signaleert dat zijn zoon van 10 jaar niet meer wil komen omdat hij het niet meer leuk vindt. Het team beslist om een werkgroep te starten samen met enkele kinderen uit het vijfde en zesde leerjaar. Samen met de kinderen denken ze na wat er kan gebeuren om de buitenschoolse opvang meer aantrekkelijk te maken voor deze oudere leeftijdsgroep.  

Illustratie: in het OverKopnetwerk van de Kempen denken de jongeren mee over de toegankelijkheid van de organisaties. Op die manier wordt de bruikbaarheid van de organisaties voor hen versterkt. 

4. Bereikbaar

BEREIKBAAR gaat zowel over de fysieke bereikbaarheid, als over de psychologische bereikbaarheid. Hier kan bijvoorbeeld de idee dat ouders, kinderen en jongeren het aanbod (n)iets voor hen vinden een rol spelen. Ook de mate waarin vastgehouden wordt aan een bureau-model of ingezet wordt op outreachend werken, kan de bereikbaarheid mee bepalen.  

Illustratie: een stad wil dat het Huis van het Kind voor iedere inwoner maximaal bereikbaar is. Daarom ontwikkelen de stad en de betrokken partners een langetermijnplanning om te groeien naar meerdere fysieke Huizen van het Kind in de stad.  

Illustratie: een kinderdagverblijf realiseert via een doordacht personeelsbeleid een sociaal-culturele mix in het team. Dit verhoogt de toegankelijkheid voor ouders. Een cultureel divers team versterkt het beeld dat iedereen welkom is in de kinderopvang.  

Illustratie: een Huis van het Kind organiseert in samenwerking met het OCMW een wekelijkse zitdag in enkele scholen met een hoog aandeel gezinnen in een maatschappelijk kwetsbare situatie. Eenmaal per week is een maatschappelijk werker van de sociale dienst aanwezig op school om ouders te ondersteunen bij allerlei welzijnsvragen.  

5. Begrijpbaar

BEGRIJPBAAR houdt in dat de communicatie helder en transparant is. Wordt er bijvoorbeeld rekening gehouden met de meertalige context en de diversiteit in geletterdheid van gezinnen? Worden er al dan niet tolken ingeschakeld? Zijn er vertalingen voorhanden? En is er ruimte voor de thuistaal? Begrijpbaar betekent ook dat procedures en regels helder, transparant en niet complex zijn.  

Illustratie: Kind en Gezin dienstverleners ontmoeten vaak ouders die het Nederlands niet of onvoldoende machtig zijn. Waar de taal een drempel vormt in de dienstverlening, kunnen medewerkers verschillende brugfuncties inzetten zoals tolken, vertalingen of Kind in Beeld. De gesprekswijzer ondersteunt medewerkers hierbij. Het helpt beslissen welke methodieken of tools je het best inzet bij een gesprek met een cliënt die geen of nauwelijks Nederlands spreekt en/of begrijpt. Daarnaast helpt de gesprekwijzer om een gesprek methodisch en gestructureerd voor te bereiden en te voeren. 

Illustratie: een kinderopvanginitiatief ontwikkelde samen met het team affiches die de visie van het kinderopvanginitiatief tot leven brengt. Het team selecteerde foto’s van de werking met kinderen en ouders en enkele bijhorende quotes die de visie illustreren.  

Illustratie: Een Huis van het Kind stelt vast dat vele ouders de Nederlandstalige info op de site onvoldoende begrijpen. Daarom leggen ze op de site ook uit hoe je als ‘gebruiker’ de site in zijn geheel kan vertalen naar de taal van voorkeur.  

 Illustratie: Om de activiteiten van het Huis van het Kind kenbaar te maken, kiest een Huis van het Kind voor een duidelijk overzicht van activiteiten, ingedeeld volgens leeftijd en/of aard van de activiteit. Het beeldmateriaal ondersteunt de inhoud en heeft oog voor diversiteit. Men heeft ook een makkelijke zoekfunctie toegevoegd bij de ‘agenda’. 

6. Betrouwbaar

BETROUWBAAR betekent dat ouders, kinderen en jongeren zich welkom voelen in een voorziening en dat ze er met hun vragen terecht kunnen. Het betekent dat ze respectvol en zonder vooroordelen benaderd worden en dat ze de gepaste kwalitatieve begeleiding of ondersteuning krijgen.  

Illustratie: een leerkracht kleuteronderwijs en een begeleider uit de kleuteropvang gaan regelmatig in dialoog over de opvang van een kleuter met specifieke ondersteuningsbehoefte. Ze wisselen uit over hoe zij het aanpakken op drukke momenten wanneer de kleuter vermoeid is (bijvoorbeeld om 16u toekomen in alle drukte in de opvang of net na het middageten). De ouders voelen dat er een warme overdracht is tussen school en opvang. 

Illustratie: een kinderdagverblijf hanteert een flexibel wenbeleid. Nieuwe kinderen en ouders kunnen geleidelijk aan wennen aan de nieuwe omgeving door meermaals samen naar de kinderopvang te komen. Een vertrouwensrelatie opbouwen met kind en ouders is een belangrijke doelstelling van de wenperiode. Het aantal wenmomenten ligt vooraf niet vast maar wordt flexibel ingevuld op basis van de nood van het kind en de ouder.   

 Illustratie: Een OverKop-huis heeft als grote opdracht om welzijn en veerkracht bij jongeren te stimuleren via ontmoeting. De kracht van het OverKop-huis situeert zich net binnen deze ONT-MOET-ing. Jongeren zoeken elkaar op, sluiten aan op activiteiten en weten dat ze er veilig terecht kunnen als ze er hun verhaal willen vertellen. Ze kunnen terecht bij leeftijdsgenoten en bij professionals die, indien nodig, helpen om de stap te zetten naar hulpverlening. 

7. Bekend

BEKEND houdt in dat ouders, kinderen en jongeren op de hoogte zijn van het bestaan van het aanbod en de mogelijkheden waarop zij een beroep kunnen doen. Het betekent ook dat zij de kans krijgen om bekend te worden met het aanbod.  

Illustratie: een kinderdagverblijf organiseert maandelijks Soep op de stoep. Buurtbewoners krijgen op de stoep een tas soep aangeboden en er is tijd voor een babbel. Op deze manier krijgt het kinderdagverblijf meer zichtbaarheid in de buurt en wordt de drempel voor gezinnen lager.  

Illustratie: in het OverKopnetwerk Gent werken ze via ambassadeurs die de brug vormen tussen jongeren en hulpverleners. Ze zijn getraind om signalen van onwelzijn te detecteren, er zelf mee aan de slag te gaan en indien nodig warm door te verwijzen. 

Illustratie: Een gemeente kiest er bewust voor om de werking te realiseren in en vanuit vier antennepunten bij organisaties waar gezinnen reeds over de vloer komen, met name het sociaal huis, Kind en Gezin, de jeugddienst en kinderopvanglocaties. Deze outreachende werking draagt bij tot wederzijdse toeleiding en meer bekendheid bij een breder publiek.  

 Illustratie: De ruilwinkel bevindt zich in aan de ingang van een Huis van het Kind. Dit verlaagt de drempel om het Huis van het Kind binnen te stappen. Zo vinden ouders vanuit hun diverse contexten en motieven om gebruik te maken van de ruilwinkel (ecologie, armoede…) gemakkelijk de weg en kunnen ze elkaar ontmoeten.