Gezagsco-ouderschap en verblijfsco-ouderschap
De term co-ouderschap verwijst naar twee verschillende zaken:
- Bij gezagsco-ouderschap oefenen beide ouders samen het ouderlijk gezag uit en nemen zij samen belangrijke beslissingen over hun kind. Dit is het wettelijke uitgangspunt.
- Verblijfsco-ouderschap is geen wettelijke term, maar betekent in de praktijk vaak dat een kind tussen 33% en 66% van de tijd bij elke ouder verblijft.
Beide vallen niet automatisch samen. Een kind kan hoofdzakelijk bij één ouder verblijven, terwijl beide ouders samen het ouderlijk gezag uitoefenen. Meer informatie hierover vind je in 'Juridische aspecten van scheiding'.
Geen partners meer, wel nog ouders
Na een scheiding staan ouders die samen het ouderlijk gezag uitoefenen voor de uitdaging om hun voormalige partnerrelatie om te vormen tot een nieuwe ouderschapsrelatie. Er zijn heel wat afspraken nodig om de zorg voor het kind werkbaar te organiseren vanuit twee huishoudens, waaronder:
- hoe en waar wisselmomenten verlopen;
- school, opvang, hobby’s en medische afspraken;
- kleding, schoolmateriaal en andere spullen;
- de verdeling van kosten;
- vakanties, verjaardagen en andere bijzondere momenten;
- het delen van belangrijke informatie;
- hoe en wanneer het kind bij beslissingen wordt betrokken.
Het proces van ouderschapsreorganisatie is niet vanzelfsprekend en vraagt gewenning. Professionele ondersteuning, zoals bemiddeling, kan helpen om verwachtingen te verduidelijken en afspraken concreet te maken.
Een regeling die kan meegroeien
Afspraken die kort na de scheiding nodig zijn, blijven niet noodzakelijk passend. Kinderen worden ouder, gezins- en werksituaties wijzigen, en ook de ouderschapsrelatie kan veranderen. Ouders die aanvankelijk nood hebben aan strikte en gedetailleerde afspraken, kunnen vertrouwen opbouwen en flexibeler gaan overleggen. Omgekeerd kan een veranderde situatie, zoals een nieuwe partner, tijdelijk om meer duidelijkheid en structuur vragen.
Het is daarom nuttig om regelmatig na te gaan of de regeling nog werkbaar is voor beide ouders en aansluit bij de noden en beleving van het kind. Het kind kan daarbij gehoord worden, zonder verantwoordelijk te zijn voor de uiteindelijke beslissing. Lees meer over de positie van het kind in 'Juridische aspecten van scheiding'.
Communiceren als ouders
In het vormgeven van de nieuwe ouderschapsrelatie is het nuttig dat ouders duidelijke afspraken maken over welk communicatiekanaal zij gebruiken, welke informatie zij delen, wat als dringend geldt en hoe wijzigingen worden besproken en bevestigd.
De communicatie verloopt bij voorkeur feitelijk, respectvol en gericht op het kind. Het kind mag niet als boodschapper worden ingezet, en ouders hoeven niet steeds op de hoogte te zijn van wat er in het andere huishouden gebeurt.
Hoe intensief ouders communiceren, kan verschillen. Sommige ouders stemmen gemakkelijk en informeel af. Voor anderen werkt een beperkt en voorspelbaar contact via één vast kanaal beter. Professionals kunnen helpen om algemene verwachtingen om te zetten in concrete afspraken. “We houden elkaar op de hoogte” is bijvoorbeeld minder duidelijk dan “we delen medische en schoolinformatie dezelfde dag via e-mail”.
Wanneer co-ouderschap bemoeilijkt wordt
De scheidingswetgeving zette de voorbije decennia in op overleg tussen ouders en op voortgezet ouderschap. Enkele voorbeelden:
- Sinds 1995 is gezamenlijk ouderlijk gezag het wettelijke uitgangspunt.
- Met de invoering van de familierechtbank in 2014 kregen familiale geschillen één centrale plaats en werden ouders gewezen op bemiddeling.
- Sinds 2018 kan een echtscheiding door onderlinge toestemming schriftelijk worden afgehandeld, zonder persoonlijke verschijning voor de rechtbank.
Een vlottere juridische procedure maakt de emotionele en relationele scheiding echter niet eenvoudiger. Vaak blijven ouderschapsrelaties zelfs na een lange periode van aanpassing en reorganisatie moeilijk. Zo gaf in de Gezinsenquête van 2021 ongeveer vier op de tien ouders aan zelden of nooit contact te hebben met de ex-partner.
Bemiddeling kan helpen in het proces van ouderschapsreorganisatie, maar alleen wanneer beide ouders bereid en in staat zijn om naar afspraken toe te werken. Bij langdurig conflict, grensoverschrijdend gedrag of geweld kan een meer parallelle organisatie van het ouderschap worden overwogen, waarbij het rechtstreekse contact tussen ouders wordt beperkt tot het noodzakelijke en de nodige afspraken zo duidelijk en voorspelbaar mogelijk zijn. Lees meer in 'Scheiding en langdurige conflicten'.