Niet elke partnerrelatie wordt op dezelfde manier beëindigd
Hoe een relatie juridisch wordt beëindigd, hangt af van de relatievorm. Voor gehuwde partners kent de wet twee vormen van echtscheiding:
- Echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT): beide echtgenoten willen scheiden en bereiken vooraf een volledig akkoord over de gevolgen, al dan niet met de bijstand van een bemiddelaar of notaris. Zij leggen dit akkoord voor aan de familierechtbank, die de echtscheiding uitspreekt en controleert of er aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
- Echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting (EOO): één echtgenoot vraagt de echtscheiding eenzijdig aan, of beide echtgenoten vragen de echtscheiding gezamenlijk aan zonder akkoord over alle gevolgen. De familierechtbank spreekt de echtscheiding uit en beslist over de betwiste gevolgen.
Wettelijk samenwonenden hoeven niet via de rechtbank te scheiden. Zij kunnen de wettelijke samenwoning, zowel eenzijdig als gezamenlijk, beëindigen via de ambtenaar van de burgerlijke stand. Voor feitelijk samenwonenden bestaat er geen formele beëindigingsprocedure.
Ongeacht hun vroegere relatievorm, moeten scheidende ouders afspraken maken over hun kinderen. Wanneer ze daar samen uitkomen, kunnen ze hun akkoord laten bekrachtigen door de familierechtbank. Zo worden de afspraken juridisch afdwingbaar. Lukt dat niet, dan kan de familierechtbank beslissen over gezag, verblijf, contact en financiële bijdragen.
Ouderlijk gezag en verblijf zijn niet hetzelfde
De wet bepaalt dat familierechters eerst onderzoeken of een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind, beter bekend als verblijfsco-ouderschap, mogelijk is en in het belang van het kind. "Gelijkmatig" kent in de praktijk een ruime invulling. Dit kan een precieze 50/50 verdeling betekenen, terwijl anderen over verblijfsco-ouderschap spreken indien het kind minstens 30% van de tijd bij elke ouder verblijft.
Het ouderlijk gezag staat los van de verblijfsregeling. Zelfs wanneer een kind hoofdzakelijk bij één ouder woont, is er doorgaans sprake van gezamenlijk ouderlijk gezag. Ouders zijn dan gezamenlijk verantwoordelijk voor belangrijke beslissingen over het kind, zoals de schoolkeuze en medische behandelingen. In 'Ouderschap opnieuw organiseren' en 'Scheiding en langdurige conflicten' wordt dieper ingegaan op de complexiteit van deze ouderschapsrelatie na een scheiding.
Enkel in uitzonderlijke gevallen, zoals bij ernstig misbruik of verwaarlozing, kan de rechter het gezag aan één ouder toewijzen. Ouders zonder gezag houden wel het recht op omgang en het recht op informatie over het kind.
Voor een professional betekent het gezamenlijk ouderlijk gezag dat je de ouder bij wie het kind op dat moment verblijft niet als enige beslissingsbevoegde mag beschouwen. In opvang, onderwijs, hulpverlening en gezondheidszorg ontstaan daarom vaak concrete praktijkvragen.
Kinderen hebben een eigen rechtspositie
Kinderen hebben recht op informatie die past bij hun leeftijd en maturiteit, en moeten hun mening kunnen geven over beslissingen die hen aanbelangen. Ze hebben het recht om gehoord te worden in alle aangelegenheden die hen aanbelangen met uitzondering van louter financiële kwesties zoals alimentatie. Het hoorrecht moet ervoor zorgen dat kinderen en jongeren hun bezorgdheden kunnen vertellen aan de rechter, zodat de rechter alle informatie heeft om de meest geschikte regeling te vinden.
Kinderen vanaf twaalf jaar worden door de familierechtbank geïnformeerd over die mogelijkheid. Ze hebben ook het recht dit hoorrecht te weigeren. Ook een jonger kind kan vragen om gehoord te worden. Gehoord worden betekent echter niet dat het kind zelf beslist. Lees hier meer over in 'Wat is volgens kinderen en jongeren belangrijk in hulp bij scheiding?'.
Ook professionals kunnen kinderen ruimte geven voor hun verhaal, zonder hen verantwoordelijk te maken voor de beslissing of hen te laten kiezen tussen hun ouders.
Contact met het netwerk
Ook (of zeker) na een scheiding kan het bredere netwerk belangrijk zijn. Grootouders hebben wettelijk recht om persoonlijk contact met hun kleinkind te vragen. Broers en zussen hebben eveneens het recht om niet van elkaar te worden gescheiden en contact te onderhouden.
Bij onenigheid kan de familierechtbank beoordelen welke regeling in het belang van het kind is. Andere steunfiguren, zoals plusouders, hebben niet automatisch dezelfde juridische positie, maar een rechter kan rekening houden met een bijzondere affectieve band met het kind en de wens van het kind, om hen ook een recht op contact te geven.
Financiële afspraken
Beide ouders blijven na de scheiding naar verhouding van hun middelen bijdragen in de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding en de opleiding van hun kind. De verplichting kan voortduren tot een passende opleiding is voltooid.
Bij niet-betaling volgens de afspraken kan de andere ouder onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op de Dienst voor Alimentatievorderingen. Dit geldt, onder bepaalde voorwaarden, ook voor vastgelegde onderhoudsuitkeringen tussen ex-echtgenoten.