Dak- en thuisloosheid aanpakken bij jongvolwassenen

De belangrijkste cijfers over dak- en thuisloosheid

Dak- en thuisloosheid treft in Vlaanderen veel kinderen en gezinnen, vaak in minder zichtbare maar even kwetsbare situaties. Betrouwbare cijfers en systematische tellingen zijn essentieel om te voorkomen dat groepen uit beeld blijven en om effectief beleid te kunnen ontwikkelen.

Globale cijfers voor Vlaanderen

In Vlaanderen zijn naar schatting 20.363 personen dak- en thuisloos, waarvan 14.068 volwassenen en 6.295 kinderen (30,9 % jonger dan 18 jaar). Deze kinderen delen rechtstreeks de dak- of thuisloze situatie van hun ouders. Daarnaast was in 2024 gemiddeld één op vijf getelde personen tussen 16 en 26 jaar. Het gaat om duizenden kinderen en jongeren die opgroeien zonder stabiele thuisbasis en zonder een veilige plek om tot rust te komen.

Hoewel ze meestal niet op straat slapen, is hun leefsituatie zeer onstabiel:

  • 44,1 % verblijft in opvang of tijdelijk verblijf,
  • 22,5 % woont tijdelijk bij familie of vrienden,
  • 16,7 % leeft in een woning met dreigende uithuiszetting.

Deze schatting is gebaseerd op de resultaten van alle tellingen die tussen 2020 en 2024 georganiseerd werden in niet minder dan 194 steden en gemeenten. Op de website van het Steunpunt tot bestrijding van armoede vind je een kaart met de locaties waar in Vlaanderen als ook in Wallonië is geteld.

Tellingen in België

In België wordt het beleid rond dak- en thuisloosheid steeds meer onderbouwd met systematische tellingen. Een belangrijke basis hiervoor is het rapport Measuring Homelessness in Belgium, afgekort MEHOBEL. Dit project ontwikkelde een wetenschappelijk onderbouwde en maatschappelijk gevalideerde strategie om dak- en thuisloosheid in België op een consistente en vergelijkbare manier te monitoren.

Een belangrijke aanbeveling is de nationale point-in-time-telling: op één specifiek moment wordt een ‘foto’ gemaakt van het aantal mensen in een dak- of thuisloze situatie. Dit gebeurt in samenwerking met diensten zoals het CAW, OCMW, ziekenhuizen, politie, armoedeverenigingen, woondiensten en mutualiteiten.

Sinds 2020 worden deze tellingen uitgevoerd in opdracht van het Departement Zorg en het interfederaal Steunpunt tot bestrijding van armoede, met wetenschappelijke ondersteuning van LUCAS KU Leuven. Hun globale rapport bevat de cijfers per telregio, extrapolaties voor Vlaanderen en Wallonië, en algemene tendensen uit de telling van oktober 2024.

Waarom herhaalde tellingen belangrijk zijn

Cijfers vormen een essentiële basis voor een effectieve aanpak van dak- en thuisloosheid. Tellingen maken niet alleen duidelijk hoeveel mensen dak- of thuisloos zijn, maar geven ook inzicht in:

  • wie deze personen zijn,
  • wat hun leefsituatie en profiel is,
  • en welke minder zichtbare vormen van woononzekerheid zich achter de cijfers verbergen.

Een belangrijk voordeel is dat tellingen lokaal en regionaal inzicht bieden, terwijl andere methoden vaak alleen nationale schattingen opleveren. Deze kennis is onmisbaar om beleid, preventie en hulpverlening gericht af te stemmen op de werkelijke noden.

Lees meer over het waarom, wie en hoe van tellingen op de pagina Tellingen dak- en thuisloosheid van het Departement Zorg.

Gerelateerde thema's