Diversiteitscommunicatie als fundament
Diversiteitscommunicatie vertrekt vanuit inclusie en overeenkomsten. In plaats van te focussen op verschillen, benadruk je wat mensen met elkaar delen. Zo spreek je een brede, diverse doelgroep aan, ook gezinnen die drempels ervaren of minder vertrouwen hebben in de hulpverlening.
Iedere persoon heeft een meervoudige identiteit, maar gezinnen delen vaak dezelfde basisvragen:
- Welke ouder wil ik zijn?
- Hoe bouw ik aan een warme relatie met mijn kind?
- Hoe stel ik grenzen?
- Deze universele thema’s verbinden ouders ongeacht achtergrond, taal of levensbeschouwing.
Door deze vragen centraal te zetten in gesprekken en materialen, vergroot je herkenning, veiligheid en vertrouwen.
Toegankelijke en meertalige communicatie
Veel gezinnen botsen op talige, administratieve of culturele drempels. Inclusieve communicatie betekent daarom dat informatie:
- begrijpbaar,
- vindbaar,
- visueel of meertalig ondersteund,
- verspreid via verschillende kanalen
moet zijn. Denk aan digitale en gedrukte materialen, vertalingen, samenwerking met lokale partners, of het inzetten van visueel materiaal.
Ook binnen cultuursensitieve gezinsondersteuning is dit essentieel: gezinnen voelen zich sneller gezien en erkend wanneer de communicatie echt aansluit bij hun leefwereld.
Communicatie in de diepte: wanneer verschillen er wel toe doen
Hoewel diversiteitscommunicatie breed en inclusief vertrekt, sluit dit doelgroepgerichte communicatie niet uit. Sommige gezinnen herkennen zich onvoldoende in algemene boodschappen, of hebben specifieke noden door taal, cultuur, migratie-ervaring of wantrouwen tegenover diensten. In dat geval kan communicatie in de diepte nodig zijn — mits goede dialoog en onderzoek met en binnen de doelgroep.
Gelijkwaardigheid, verbinding en zelfreflectie
In cultuursensitief werken staat een gelijkwaardige relatie centraal. De professional staat niet boven, maar naast het gezin. Dit betekent:
- ruimte geven aan verschillende perspectieven,
- jouw eigen normen en referentiekader onderzoeken,
- je bewust zijn van je positie als hulpverlener,
- en tegelijk oog hebben voor de ontwikkeling en veiligheid van kinderen.
Door open, eerlijk en nieuwsgierig te zijn, ontstaat er ruimte voor echte verbinding — zelfs wanneer er taal- of cultuurverschillen bestaan.
Communicatietips
Heldere taal
Voor eender welke doelgroep geldt altijd: teksten moeten toegankelijk en begrijpelijk zijn voor iedereen. Doordat we steeds meer online lezen, lezen we ook anders: meer versnipperd en minder geconcentreerd. Korte en heldere teksten zijn dus een must.
- eenvoudige woorden, geen vaktaal
- vermijd figuurlijk taalgebruik
- vermijd afkortingen en letterwoorden
- maak actieve en korte zinnen
- gebruik spreektaal
- humor kan anders geïnterpreteerd worden, let daarmee op
- zorg voor een logische opbouw en structuur in je tekst (door kleurgebruik, opsommingstekens, kadertekstjes ...)
- één boodschap per alinea
- prikkelende tussentitels sporen aan om verder te lezen. Een vragende zin is vaak een goed idee.
- zorg voor blikvangers (zowel in woord als beeld)
- gebruik namen die je doelgroep herkent
- kies voor vertalingen waar nodig
- wees je bewust van de gevoelswaarde van woorden. Termen zoals 'bejaarde' 'allochtoon-autochtoon' 'negers' 'gehandicapten' 'zigeuner' zijn woorden met een negatieve bijklank. Gebruik 'ouder' in plaats van 'moeder of vader', 'partner' in plaats van 'echtgeno(o)t(e)'. Gebruik genderneutrale termen: 'leerkracht' in plaats van 'juf', verpleegkundige, poetshulp ...
Visuele ondersteuning
Alleen tekst trekt niet voldoende aandacht in onze beeldcultuur. Beelden ondersteunen de informatie en kunnen verduidelijken.
- kies beelden met stopkracht, die de aandacht trekken naar de tekst
- gebruik kwalitatief goede beelden
- sta stil bij de betekenis en de interpretatie van een beeld: ze kunnen verbinden, maar ook verdeeldheid zaaien
- test ook de beelden uit bij je doelgroep
- pictogrammen kunnen een tekst verduidelijken als ze niet dubbelzinnig geïnterpreteerd kunnen worden
- gebruik nooit fake of gemanipuleerde beelden, waarbij bijvoorbeeld een witte hand zwart gemaakt werd
- vermijd clichés, stereotypes en negatieve beeldvorming
- noem je ontmoetingsruimte geen mamacafé; vaders zullen zich niet welkom voelen
- een activiteit 'vlechtjes maken voor papa's' laat uitschijnen dat dat per definitie een taak voor mama's is
- een moslima hoeft niet altijd een hoofddoek te dragen om herkenbaar te zijn
- je maakt een ouderavond niet per definitie diverser door couscous en muntthee te serveren
Positieve en authentieke verhalen en rolmodellen
- Laat gebruikers aan het woord. Wat heeft het aanbod voor hen betekend? Vonden ze makkelijker kinderopvang door de info-avond in het Inloopteam? Was de buddy bij het inburgeringstraject een echte steun om andere gewoontes te leren kennen? Betekent het wekelijkse spelmoment ook een rustpunt voor de ouder en een plek om met andere ouders te babbelen? Authentieke verhalen laten je aanbod tot leven komen en beïnvloeden anderen om het ook eens te proberen.
- Rolmodellen zijn mensen naar wie anderen opkijken, in wie ze vertrouwen hebben en met wie ze zich identificeren. Influencers of rolmodellen met diverse achtergrond inzetten kan helpen om je boodschap breder te verspreiden en geloofwaardiger te maken.
Diversiteitsbeleid
Om een goed diversiteitscommunicatiebeleid uit te bouwen, heb je een breed gedragen diversiteitsbeleid nodig. Het volstaat niet dat enkele communicatiemedewerkers doordrongen zijn van het belang. Elke medewerker, van onthaalmedewerker over dienstverlener tot communicatiemedewerker en directie, zijn nodig om de mentaliteit te veranderen.
- Stel specifieke, realistische en meetbare streefdoelen voorop. Zo wordt je beleid meer dan een papieren engagement.
- Zet in op een divers medewerkersbestand. Positieve acties, focussen op talenten van kansengroepen en het wegwerken van drempels om te solliciteren kunnen hiertoe bijdragen.
- Doorspek je werking met diversiteit.
- Wees duidelijk en authentiek, ook als mensen het niet eens zijn met jullie visie op diversiteit.
Methodes om je gebruikers te leren kennen
- Stel zel kritische vragen: Valt het aanbod in de smaak bij de beoogde doelgroepen? Wat is nodig om beter aan te sluiten? Denk aan prijs, toegankelijkheid, begrijpbaarheid, locatie, tijdstip ...
- Deskresearch: onderzoeksrapporten, opiniestukken, persoonlijke verhalen, sociale media, statistieken van je website, nieuwsbrief en sociale media ...
- Rechtstreeks contact met gebruikers: huisbezoeken, ontmoetingsplaatsen, evenementen ... Verlaat je ivoren toren en ga in gesprek met je gebruikers.
- Focusgroepen: groepsgesprekken met 6 tot 12 deelnemers, met een moderator en een vast thema dat of campagne die je wil bespreken. Door de deelnemers gericht aan te spreken, kan je feedback krijgen van groepen die je anders niet of moeilijk bereikt.
- Tupperware-methode: Vind je het moeilijk om zelf contact te leggen met doelgroepen die je nu niet bereikt, maar waar je wel inspanningen voor wil doen? Via deze methode brengen sleutelfiguren je in contact met nieuwe doelgroepen. Mensen uit de beoogde doelgroep worden gevraagd om op te treden als gastvrouw/gastheer. Tijdens deze bijeenkomst kan je de gasten bevragen en/of informeren over je aanbod. Op het einde wordt gevraagd wie een volgende bijeenkomst wil organiseren. Zo bereik je makkelijk veel mensen.
- Diepte-interviews: individuele gesprekken met gebruikers over communicatiemateriaal of ander aanbod in je organisatie. Plan die gesprekken goed zodat de waardevolle input ten volle tot zijn recht komt: welk profiel wil je interviewen? Doe dat het liefst voor het materiaal of het aanbod in zijn eindstadium van afwerking is. Zorg ervoor dat de geïnterviewden het materiaal op voorhand hebben kunnen bekijken en uitproberen. Neem zorgvuldig verslag.
- Vragenlijsten: een manier om een grote groep systematisch te bevragen. Let op de valkuilen: Begrijpt iedereen de vragenlijst en de uitleg over hoe de resultaten gebruikt worden? Krijgt iedereen de kans om de vragenlijst in te vullen? Vaak is het nuttig om andere organisaties aan te spreken om de vragenlijst te helpen verspreiden, of werkt een combinatie van online en op papier invullen beter.
- Gebruikerstesten van je digitale platformen: laat je doelgroep zelf je website uittesten. Met de hardop-denkmethode kan je aan gebruikers vragen om zoekopdrachten te doen, een formulier in te vullen, contactgegevens op te zoeken ... De testpersonen vertellen alles wat ze zien, doen, niet begrijpen of interpreteren luidop. Als observator krijg je zo een schat aan informatie.
- Persona's: persona's zijn fictieve personages die symbool staan voor de doelgroep. Ze helpen je om in de huid van de gebruiker te kruipen. Zo krijg je meer zicht op interesses, mogelijke drempels, drijfveren, normen en waarden, gemeenschappelijke kenmerken ... Het project 'Bridging the gap' biedt alvast 65 persona's die de Vlaamse bevolking vertegenwoordigen.