Cultuursensitieve gezinsondersteuning

Cultuur-sensitieve hulpverlening: Vooral een krachtgerichte basishouding

Het bestaande aanbod aan gezinsondersteuning bereikt superdiverse gezinnen vaak onvoldoende. Ook de zorg, de ondersteuning of hulpverlening aan gezinnen is vaak nog onvoldoende cultuur-sensitief. Hulpverlening in een tijd van superdiversiteit zorgt voor nieuwe hulpvragen bij gezinnen. Hoe moeten ouders omgaan met racisme-ervaringen van hun kinderen? Wat met kinderen die ouderlijke rollen overnemen omdat ze de taal beter spreken en het hulpverleningslandschap beter kennen?

Het proces van interculturalisering van diensten en organisaties moet explicieter ondersteund en aangestuurd worden. Een inhaalbeweging is nodig in de methodieken, maar ook in het personeelsbeleid. Basisopleidingen moeten sterker dan vandaag inspelen op competenties van meertaligheid en kennis van en openheid naar meerdere culturen.

Cultuur-sensitiviteit uit zich op meerdere vlakken.

Enerzijds zullen organisaties die inzetten op divers-sensitief handelen hun bereik van diverse doelgroepen kunnen versterken.

Anderzijds zal hun inhoudelijk aanbod ook beter afgestemd zijn op de noden en verwachtingen van diverse gezinnen. De kern van cultuur-sensitieve gezinsondersteuning zit in een open dialooghouding waarin we bouwen aan een gelijkwaardig partnerschap met ouders

Gezinnen met een migratiegeschiedenis beter bereiken

In de literatuur vinden we verschillende strategieën en aandachtspunten om gezinnen met een migratiegeschiedenis beter te bereiken. Volgende aandachtspunten worden regelmatig benoemd:

  • Bekendheid is een eerste vereiste. Onbekendheid maakt de drempel hoog. Sommige gezinnen vinden het niet vanzelfsprekend binnen te lopen of te bellen naar een organisatie. Werken aan bekendheid kan bijvoorbeeld door aan te sluiten bij bestaande, succesvolle activiteiten die al veel ouders uit minderheidsgroepen bereiken.
  • Gerichte communicatie. Om de toegankelijkheid van de organisatie te vergroten, is het van belang om het promotiemateriaal en je openingsuren te laten beoordelen door de gezinnen zelf, met diverse achtergronden. Aanpassingen aan taal en communicatie kunnen nodig zijn, bijvoorbeeld door het inzetten van tolken of professionals met dezelfde culturele achtergrond of van vertaalde en aangepaste materialen. Letterlijke vertaling van materialen is overigens niet voldoende. Het is belangrijk gebruik te maken van beelden, woorden en uitdrukkingen die passen binnen de leefwereld van verschillende gezinnen, en niet enkel die van de maatschappelijk dominante groep.
  • Een open outreachende benadering en samenwerking met brugfiguren en (zelf)organisaties. Vindplaatsgericht werken, zo mogelijk met intermediairs, om vertrouwde plekken voor verschillende gezinnen te bereiken. Drempels verlagen kan ook door contact te leggen met sleutelfiguren en organisaties van etnisch-culturele of religieuze minderheden.
  • Locatie en uitstraling. Het is belangrijk dat de benadering van gezinnen met een migratieachtergrond niet probleemgericht is. De dienst moet streven naar een positief waarderend en multicultureel imago en een sfeer scheppen waarin iedereen zich thuis kan voelen. Optimaal kiezen we voor een voor ouders bekende omgeving: school, buurthuis, CLB, zelforganisaties, …; en indien mogelijk een voorziening waar gezelligheid en dienstverlening hand in hand gaan.

De krachtgerichte dialooghouding: drie schakels van divers-sensitief partnerschap

Basisopleidingen zijn er doorgaans op gericht om zich een krachtgerichte basishouding eigen te maken. 

Een hulpverleningsrelatie is in eerste instantie een ontmoeting die plaatsvindt tussen twee of meer personen. Je kan de hulpverleningsrelatie daarom zien als een systeem waarin verschillende tandwielen of schakels met elkaar in verbinding staan. Indien een van deze schakels niet of niet vlot meedraait, loopt het hele systeem stroef. Deze schakels zijn: menselijke verbinding, professionele interventie en zelfbewuste maatschappelijke positionaliteit.

 

voorstelling 3 schakels

Dit betekent dat een professionele interventie pas tot positieve uitkomsten kan leiden wanneer deze plaatsvindt in een context waarin een vertrouwensrelatie ontstaat – dit vatten we samen onder de noemer “menselijke verbinding” – en wanneer de hulpverlener zich bewust is van de eigen positie in de maatschappij en de maatschappelijke machtsverhoudingen waarin de hulpverlener en cliënt zich situeren – dit noemen we “zelfbewuste maatschappelijke positionaliteit”.

Menselijke verbinding tussen de professional en een persoon of gezin kan alleen maar ontstaan en groeien wanneer beiden werkelijk en volledig aanwezig mogen zijn, als mens, in deze relatie. Deze eerste schakel wijst op het belang van de relationele en emotionele grondhoudingen van hulpverleners en worden uitvoerig beschreven in de vakliteratuur over hulpverlening (zie bijvoorbeeld de Rogeriaanse grondhoudingen van onvoorwaardelijke acceptatie, echtheid en empathie en de presentatietheorie van Baart. 

Professionaliteit staat in deze benadering nooit los van die verbondenheid; het ontstaan van een vertrouwensrelatie is namelijk noodzakelijk om een werkrelatie mogelijk te maken. Naast menselijke verbinding gaat het in deze benadering over een wederkerig partnerschap tussen hulpvrager en hulpverlener, waarin hulpverlener en cliënt in gelijkwaardigheid samen in dialoog “zoekende zijn”. Het empowermentparadigma is een krachtgerichte benadering in de hulpverlening die uitgaat van iemands krachten in plaats van gebreken om sociale verandering te bekomen. 

Om ouders en gezinnen te kunnen empoweren, moet de professional eerst weten hoe zij zelf 'het probleem' zien zodat de interventies daarbij aansluiten. Deze vraag kan men enkel beantwoorden door, vanuit een zoekende, niet-alles-wetende houding, steeds dialoog en overleg als vertrekpunt te nemen voor de eigen professionele interventies, zo mogelijk tot op het niveau van doelbepalingen van een ondersteuningstraject.

Elke hulpverleningsrelatie is onlosmakelijk verbonden met de omringende maatschappelijke context. Als mensen maken we allemaal onvermijdelijk interpretaties en associaties op basis van wie we zijn en hoe we in deze wereld staan. We dragen ook sociale identiteiten mee waardoor we door anderen op een bepaalde manier worden gezien. We kunnen deze interpretaties niet vermijden maar we kunnen wel bewust reflecteren over deze associaties, interpretaties en hun effecten, opdat ze de relatie van vertrouwen en veiligheid niet onbewust in de weg zouden staan. De groepen waartoe we behoren en de sociale identiteiten die we meedragen kunnen we vaak niet zelf kiezen (denk maar aan leeftijd, huidskleur, sociale klasse, …). Met andere woorden, onze maatschappelijke “locatie” is iets dat we grotendeels niet zelf in handen hebben. Ook op de maatschappelijke machtsverhoudingen die hiermee gepaard gaan hebben we weinig vat. Het is daarom van groot belang dat machtsverhoudingen in de hulpverleningsrelatie niet nog meer worden vergroot door zich hiervan onvoldoende bewust te zijn als professional. Beschikken over een zelfbewuste maatschappelijk positionaliteit is dan ook essentieel voor sociale professionals om op adequate wijze in dialoog te kunnen gaan. Men dient zich bewust te zijn van maatschappelijke (machts)verhoudingen en bestaande uitsluitingsmechanismen, alsook van de eigen sociale locaties en de privileges die daarmee gepaard gaan (zie ook Van Robaeys et al., 2014). Deze zaken sijpelen immers onvermijdelijk door tot in de hulpverleningsrelatie, en enkel wanneer we ons hiervan bewust zijn, kunnen we hierover communiceren, onze communicatie bijsturen waar nodig en onszelf corrigeren waar mogelijk. Doen we dit niet of onvoldoende, riskeert het gevoel van vertrouwen en veiligheid in het gedrang te komen nog voor we goed begrijpen hoe dit komt.