Veelgestelde vragen over Buitenschoolse opvang en activiteiten

Lokaal erkenningskader
Wordt het Vlaams kwaliteitskader verder geconcretiseerd?

Neen, het is niet de bedoeling om het Vlaamse kwaliteitskader verder in te vullen. Lokale besturen krijgen de autonomie om dit lokaal in te vullen en te vertalen naar een eigen erkenningskader. Dit lokaal erkenningskader wordt opgemaakt in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA.

De lokale erkenningsvoorwaarden kunnen verschillen per doelgroep (kleuters, lagere school) en context (voor- en naschools, vakantieperiodes, korte opvang versus lange opvang). Een lokaal bestuur mag dus verschillende voorwaarden formuleren voor verschillende types aanbod. Je kan dus meerdere lokale erkenningskaders hebben.  

Het Vlaamse kader, met hierin de 6 grote kerngebieden en enkele minimale voorwaarden, kan je vinden in de snelinfo en in de conceptnota.  

Arteveldehogeschool en VVSG ontwikkelden een materialenpakket Erkenningskader BOA om een sterk en gedragen lokaal erkenningskader uit te bouwen. 

Kan je de criteria van het kleuterlabel overnemen in het lokaal erkenningskader?

Dat kan, maar als je enkel dit kader overneemt, kan dit maken dat er heel wat aanbod is waarvoor deze voorwaarden niet haalbaar zijn. Zij kunnen dan geen erkenning en BOA-subsidie krijgen.

Wordt er dan geen kindratio meer opgelegd?

Er wordt geen minimale ratio opgelegd net omdat er op die manier ook gedifferentieerd kan worden op basis van context en/of doelgroep.  

We moedigen lokale besturen aan om binnen hun erkenningskader waar nodig hierover zaken op te nemen. Ook rond competenties van medewerkers is het aan de lokale besturen om dit mee op te nemen in het lokaal erkenningskader.  Het is aan het lokaal bestuur om mee vorm te geven aan de kwaliteit van het erkend opvangaanbod.   

Moeten verenigingen die elders een erkenning hebben gekregen een erkenning aanvragen?

Lokaal aanbod buitenschoolse activiteiten dat al een erkenning heeft op basis van andere regelgeving moet niet opnieuw erkend worden. Dat gaat bijvoorbeeld om aanbod vanuit sport, jeugd, cultuur en deeltijds kunstonderwijs met een bovenlokale of lokale erkenning. 

We moedigen aan om de eigenheid van de sectoren te behouden. Het is dus niet de bedoeling om al erkend aanbod buitenschoolse activiteiten een dubbele erkenning te geven. 

Voor aanbod dat nergens geregeld is, gelden de minimale Vlaamse voorwaarden en moet dus voldoen aan de voorwaarden van het lokaal erkenningskader.  

Kan je als aanbod een BOA-subsidie ontvangen zonder lokale erkenning?

Neen, je kan als aanbod enkel in aanmerking komen voor een BOA-subsidie als je effectief een erkenning hebt gekregen van het lokaal bestuur. De erkenning is geen verplichting voor een organisator, maar is wel een noodzakelijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor een BOA-subsidie. 

Wat is het verschil tussen BOA-aanbod en regulier aanbod?

BOA-aanbod is geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten. Regulier aanbod (bijvoorbeeld een voetbaltraining) kan niet gesubsidieerd worden met BOA-middelen, tenzij het bijdraagt aan de BOA-doelstellingen (bijvoorbeeld vrijwilligers die ervoor zorgen dat kinderen op de voetbaltraining kunnen geraken). 

De BOA-subsidie kan niet ingezet worden voor het overnemen van bestaande subsidies vanuit het gemeentefonds zonder dat dit aanbod acties opneemt die aansluiten bij het beleidsplan BOA. 

Valt weekendaanbod ook onder BOA-decreet?

Weekendaanbod wordt in het decreet niet expliciet uitgesloten.  Er kunnen middelen naartoe gaan als dit bijdraagt tot een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Ben je verplicht om al het erkend aanbod te subsidiëren?

Nee, je bent niet verplicht. Transparantie en motivatie zijn belangrijk om de neutraliteit te bewaken.

Kan niet-erkend aanbod opvang organiseren?

Dit kan. Er is geen vergunningsplicht. Dit aanbod zal dan niet in aanmerking komen voor een BOA-subsidie. 

Moet een lokaal bestuur zichzelf ook erkennen als organisator van aanbod?

Ja, ook eigen aanbod moet erkend worden en valt onder toezicht en handhaving. 

Moeten scholen die zelf opvang organiseren een erkenning aanvragen?

Scholen die zelf opvang organiseren buiten de schooluren zullen een erkenning moeten aanvragen. Het organiseren van opvang is geen kernopdracht van het onderwijs.  

Vanaf wanneer zal het kleuterlabel vervallen?

Het kleuterlabel vervalt zodra een lokaal bestuur de overstap maakt: ofwel op 1/1/2026 ofwel op 1/9/2026. Tot die tijd blijft het kleuterlabel behouden en blijven de subsidievoorwaarden voor de transitiesubsidies van kracht. Vanaf de overstap kunnen organisatoren een lokale erkenning aanvragen en bepaalt het lokale bestuur aan welke voorwaarden er voldaan moet worden.    

Met andere woorden: de stopzetting van het kwaliteitslabel gaat mee met de startdatum van het decreet, afhankelijk van de keuze dat het lokaal bestuur maakt.  Vanaf de start van het decreet is het lokaal erkenningskader van kracht.  

Kent Opgroeien nog nieuwe kwaliteitslabels toe?

Opgroeien kent geen nieuwe kwaliteitslabels meer toe, met uitzondering van organisatoren die een locatie met kwaliteitslabel kleuteropvang overnemen waarvoor een transitiesubsidie wordt toegekend.  

Toezicht en handhaving
Moet een lokaal bestuur toezicht houden op het eigen aanbod?

Lokale besturen moeten toezicht houden op al het erkende buitenschools aanbod, dus ook het aanbod waarvan het lokaal bestuur de organisator is.  

Wat zijn de minimale verwachtingen rond toezicht en handhaving?

Het lokaal bestuur zorgt minstens voor het registreren en documenteren van de behandeling van klachten over het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten.  

Daarnaast staat het lokaal bestuur in om het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten periodiek te evalueren op basis van de voorwaarden in het lokaal erkenningskader, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband.

Als tekorten worden vastgesteld of verbeteracties worden overeengekomen, volgt het lokaal bestuur deze verder op. 

Wat zijn de verwachtingen rond het uitwerken van een klachtenprocedure?

Het lokaal bestuur zorgt voor een klachtenprocedure voor klachten over het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. De klachtenprocedure kan ingebed worden in de reguliere klachtenprocedure van het lokaal bestuur. Uiteraard kan het lokale bestuur ook een specifieke procedure uitwerken voor klachten over het erkend BOA-aanbod.

Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor het registreren en documenteren van de behandeling van klachten over het erkend BOA-aanbod. 

Heeft Zorginspectie een rol?

Wanneer uit toezicht van het lokaal bestuur blijkt dat de veiligheid of gezondheid van kinderen mogelijk in het gedrang komt én het door het lokaal bestuur georganiseerde toezicht onvoldoende is om te beslissen over de noodzaak van handhaving, kan het lokaal bestuur in tweede lijn Zorginspectie verzoeken om een toezicht ter plaatse uit te oefenen.

De werkwijze en aanvraagprocedure wordt verder uitgewerkt. 

Lokaal samenwerkingsverband
Is het lokaal samenwerkingsverband een erkende adviesraad?

Nee, dit is geen officieel adviesorgaan, maar de rol van het samenwerkingsverband wordt versterkt. Het lokaal bestuur moet verplicht advies vragen aan het samenwerkingsverband bij de realisatie van de BOA-opdrachten. Het samenwerkingsverband is echter niet verplicht advies te geven. Wanneer ze dit wel doen dan is dit advies niet-bindend.  

Een lokaal bestuur moet wel kunnen motiveren waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. Als er afgeweken wordt van een advies, moet het lokaal bestuur dat kunnen motiveren. Op die manier waakt het samenwerkingsverband over de neutraliteit en kwaliteit van het lokaal BOA-beleid.  

Zijn er bepalingen rond de samenstelling van het samenwerkingsverband?

Er wordt regelgevend niet bepaald hoe het samenwerkingsverband moet opgebouwd zijn of wie minimale verplichte deelnemers zijn. Er wordt enkel gesproken van één samenwerkingsverband, dat divers is samengesteld uit actoren die relevant zijn voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Lokale besturen hebben de autonomie om daar zelf invulling aan te geven.

BOA-subsidie
Is er een kleuring op de besteding van de BOA-subsidie?

Ja, minstens 75% van de BOA-subsidie moet gaan naar de realisatie van het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarbij besteedt het lokaal bestuur minstens 33% van de subsidie aan erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten voor kleuters. Dit aanbod hoeft niet exclusief voor kleuters te zijn, maar moet wel steeds aangepast zijn aan de behoeften van kleuters.   

 25% van de BOA-subsidie kan gaan naar lokale regie. Middelen kunnen ingezet worden om bijvoorbeeld een BOA regisseur, inclusiecoach aan de werven ... De middelen kunnen ook gebruikt worden om in te zetten op netwerken, het verbinden van verschillende locaties buitenschoolse opvang en activiteiten (bv. inleggen van busvervoer) ...  

Kan de BOA-subsidie als reserve worden opgebouwd?

Ja, er kan maximaal 20 % als reserve worden overgedragen naar het volgend kalenderjaar. De gecumuleerde reserve die wordt opgebouwd uit de jaarlijkse subsidiebedragen, is maximaal 50% van het jaarlijkse subsidiebedrag. 

Vanaf wanneer kan de opgebouwde reserve teruggevorderd worden?

Als de reservebedragen hoger zijn dan de vastgelegde percentages, of niet besteed worden aan de doelstellingen, wordt het overschreden bedrag vanaf 1 januari 2028 teruggestort aan Opgroeien. 

Lokale besturen die sinds 2021 een BOA-subsidie ontvangen of de lokale besturen die kozen voor een vervroegde inkorting van de overgangstermijn - en die een deel daarvan hebben opgebouwd als reserves - krijgen nog de tijd om deze opgebouwde reserves te besteden tot en met 31 december 2027. 

Waaraan kan de opgebouwde reserve besteed worden?

Deze kan enkel besteed worden aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met infrastructuurwerken en materialen in functie van de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Kunnen lokale besturen die een compensatiebedrag ontvangen reserves opbouwen?

Er kunnen enkel reserves worden opgebouwd op het basisbedrag en het bedrag voor toegankelijkheid. Er kan geen reserve worden opgebouwd op het compensatiebedrag. 

Hoe is de BOA-subsidie samengesteld voor de periode 1/09/2026 t.e.m. 31/08/2031?

De BOA-subsidie bestaat uit 3 componenten:  

  1. Basisbedrag per kind 
    Kind = 60% schoolgaande kinderen + 40% inwonende kinderen; waarbij er een gemiddelde wordt genomen over 3 jaar.  
    Basisbedrag = 204,92 euro per kind
  2. Toegankelijkheid (= 10% van het BOA-budget) 
    = 88,99 euro per doelgroepkind 
    Doelgroepkind = gemiddelde van het aantal kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte
  3. Compensatie tot en met 31/8/2031 

Alle lokale besturen die middelen verliezen op basis van hun basisbedrag worden bijgepast tot 100% van hun huidige subsidies.  

Wordt de BOA-subsidie geïndexeerd? 

Het BOA-jaarbedrag (basisbedrag + bedrag toegankelijkheid + bedrag compensatie verliezende gemeente) wordt geïndexeerd wanneer de spilindex overschreden wordt.  

Mag je BOA-subsidies gebruiken om aanbod te financieren dat via andere kanalen subsidies ontvangt?

Nee, dit kan niet. Er is een verbod op dubbele financiering. Voor opdrachten die bijdragen tot de doelstellingen van het decreet kan wel een bijkomende BOA-subsidie ontvangen. 

Kan de BOA-subsidie de subsidie flankerend onderwijsbeleid vervangen?

De BOA-subsidie kan naar aanbod/opvang op school gaan, net zoals dat bij de subsidie flankerend onderwijsbeleid ook kan. Dit betekent niet dat het BOA-decreet het decreet flankerend onderwijsbeleid vervangt.  De 2 regelgevingen staan naast elkaar. De BOA-subsidie kan aanvullend zijn voor bijkomende opdrachten. Co-financiering is mogelijk. 

Hoe wordt het subsidiebedrag toegankelijkheid bepaald vanaf 1 september 2031?

De subsidie toegankelijkheid wordt dan berekend op basis van het bereik van kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften. De subsidieberekening voor het deel toegankelijkheid wordt later bepaald.  

Op welke manier oefent Opgroeien toezicht uit op de besteding van de BOA-subsidie?

Opgroeien oefent toezicht uit op basis van de jaarlijkse digitale rapportering over de gegevens van de jaarrekening in de Beleids- en Beheerscyclus (BBC).  

Als de digitale rapportering niet voldoet, kunnen er bijkomende gegevens over de besteding van de subsidies worden opgevraagd.   

Als blijkt dat het lokaal bestuur de opdrachten van het decreet onvoldoende realiseert of de ontvangen subsidie niet correct besteedt, treedt Opgroeien in de eerste plaats bemiddelend en ondersteunend op, en gaat hierbij in dialoog om tekorten uit te klaren en samen te bekijken welke acties er nodig zijn om tekorten weg te werken.  

De laatste stap is handhaving. Bij aanhoudende tekorten kan Opgroeien de subsidie terugvorderen of opschorten. 

Boostsubsidie
Waaraan kan de boostsubsidie besteed worden? 

De boostsubsidie is in het leven geroepen als specifieke werkingssubsidie ter ondersteuning van de uitrol van het decreet BOA. De boostsubsidie kan ingezet worden voor infrastructuur, maar reikt verder dan louter infrastructuurinvesteringen. 

We moedigen lokale besturen aan om de boostsubsidie in te zetten op manieren die rechtstreeks bijdragen aan de doelstellingen van het decreet. De kern van BOA ligt in het versterken van lokale netwerken, het verbinden van sectoren en het creëren van een stimulerende omgeving voor kinderen buiten de schooltijd.

 Denk hierbij aan het versterken van de lokale regie, het ontwikkelen van een breed en inclusief activiteitenaanbod, het aanstellen van een coördinator of het verbeteren van de toegankelijkheid van bestaande infrastructuur voor kinderen en gezinnen.   
 
Daarbij is het de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur om hierin keuzes te maken, te motiveren waarom zij bepaalde keuzes maken en op welke manier deze bijdragen tot de ambities en de doelstellingen van het BOA-decreet.  

Kan de boostsubsidie als reserve worden opgebouwd?

De subsidie kan enkel gedurende de gesubsidieerde periode (1 juli 2025 tot en met 31 december 2026) opgebouwd worden. Concreet betekent dit dat reserves kunnen opgebouwd worden om te besteden in 2026. De middelen die niet besteed zijn tegen 31 december 2026 worden nadien teruggevorderd.  

Zit er ook een kleuring op de besteding van de boostsubsidie?

Neen. Er wordt niet vastgelegd hoeveel procent van de middelen moet gaan naar lokale regie én het financieren van erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. Het is enkel bij de BOA-subsidie dat er werd vastgelegd dat minstens 75% van de middelen moet gaan naar erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten en dat 1/3e van het budget moet gaan naar erkend aanbod dat aangepast is aan de behoeften van kleuters.    

 

Hoe moet er gerapporteerd worden over de boostsubsidie? 

Er wordt gerapporteerd over de boostsubsidie via de Beleids- en Beheerscylcus (BBC) aan de hand van de codes OPG-BOA 1 (regiefunctie) en OPG-BOA 2 (financiering van aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten). Wanneer acties onder beide codes kunnen vallen, is het voldoende om dit onder één code te rapporteren.  

Hoe wordt de boostsubsidie geëvalueerd? 

De subsidie wordt geëvalueerd op basis van volgende indicatoren:  

  • acties in de meerjarenplanning/jaarrekening, gekoppeld aan de Vlaamse beleidsprioriteiten voor buitenschoolse activiteiten
  • de aanwezigheid van een lokaal samenwerkingsverband
  • de aanwezigheid van een lokaal erkennings- en handhavingskader

Het is dan ook van belang voor lokale besturen om al deze aspecten te behartigen en uit te werken.   

Subsidie toegankelijkheid
Overgangstermijn
Van kwaliteitslabel naar erkenningskader
Onthaalouders