Waarom een webinar over armoede?
Diederik: “Opgroeien beschikt over heel veel cijfers en data. Via het Groeipakket hebben we heel gedetailleerde data over het inkomen van gezinnen en over de kinderen met inkomensgerelateerde toeslagen. Via Kind en Gezin beschikken we over de kansarmoederegistratie. Al die eigen data verrijken we ook met data van andere bronnen, zoals het RIZIV.”
“Het is de verantwoordelijkheid van Opgroeien om onze signaalfunctie ten volle te gebruiken. We mogen heel fier zijn op alle dashboards en zeker op de lokale dashboards met armoede-indicatoren tot op gemeenteniveau. Die zijn enkel mogelijk dankzij alle collega’s die elke dag registreren, analyseren en data visueel helder samenbrengen. Die volgehouden inspanning verdient meer dan een pluim.”
“Ik zie het ook als mijn verantwoordelijkheid om die cijfers en inzichten - en zo ook het harde werk daarachter - zo helder en zoveel mogelijk te delen: met beleidsmakers in de Vlaamse en nationale politiek, lokale partners zoals lokale besturen ter ondersteuning van een sterk lokaal sociaal beleid, en dus ook alle collega’s die geïnteresseerd zijn, maar die misschien niet meteen thuis zijn in armoede-indicatoren en dashboards.”
Tine: “De webinar maakt meteen duidelijk dat de schrijnende armoedeverhalen die we onder meer in Zorgen voor mama zien, geen uitzonderingen zijn. Wel dagelijkse realiteit. 12% van alle kinderen wordt geboren in kansarmoede. Dat cijfer stijgt naar 26% voor kinderen geboren in Boom en Eeklo. Veel collega’s zien elke dag opnieuw hoe groot de impact is van armoede. Het zorgt voor acute en chronische stress in gezinnen en beknot de kansen van kinderen en jongeren.”
Welke signalen krijgen jullie daarover van collega’s?
Tine: “We krijgen heel wat signalen dat de echt schrijnende situaties toenemen en dat dat deels mee volgt uit de wooncrisis. 59% van de kinderen in kansarmoede heeft een slechte huisvesting. Er zijn absoluut onvoldoende leefbare en betaalbare woningen en appartementen. Dat leidt tot gezinnen die tussen de schimmels of in kraakpanden verblijven en lange periodes van dak- en thuisloosheid. Het verhaal van de dakloze 18-jarige Amber in 'Zorgen voor mama' is helaas een verhaal dat we steeds vaker horen.”
“De voorbije tien à vijftien jaar zagen we die huisvestingsthematiek ook verergeren tot de crisis van vandaag. We zien dat praktijkmedewerkers zich hier vaker machteloos voelen. Het lukt hun niet om gezinnen of jongvolwassenen ergens tijdelijk een dak boven het hoofd aan te reiken. Weten dat je een dak boven je hoofd hebt, is een enorme berg stress die wegvalt en het maakt energie vrij om andere zorgen en problemen aan te pakken.”
De reeks 'Zorgen voor mama' toont heel duidelijk dat armoede een kluwen van problemen is.
Tine: “Klopt. Armoede gaat niet alleen over niet genoeg geld of een schuld hebben, of geen betaalbaar huurappartement vinden. Het is echt vastzitten in een web van uitsluiting. De zorgen zijn op heel veel levensdomeinen intens met elkaar verweven. Armoede gaat vaak gepaard met ernstige gezondheidsproblemen. Daarom moeten we maximaal werk maken van beleid en dienstverlening waardoor gezinnen uit het web van armoede kunnen ontsnappen.”
Diederik: “Onderzoek toont aan dat geboren worden in armoede schadelijke effecten heeft op de fysieke en mentale gezondheid. Die wegen lang door tot in de volwassenheid. Het is daarom belangrijk om al vanaf het prille begin in te grijpen. Armoedebestrijding is terecht een van de vier grote kernopdrachten van alle Kind en Gezin-collega’s. Met ons eigen beleid en onze eigen dienstverlening kunnen we al een verschil maken, maar Opgroeien kan het niet alleen. Daarom werken we samen met heel wat partners, zowel op Vlaams als op lokaal niveau.”
Tine: “Tegelijk is het belangrijk om niet pessimistisch te zijn. De voorbije tien à vijftien jaar zagen we ook dingen ten goede veranderen. Sowieso is er meer bewustzijn dat armoedebestrijding een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle beleidsdomeinen en bestuursniveaus. Samen maken we het grootste verschil. Onderzoek bewijst dat de positieve impact van kwaliteitsvolle basisvoorzieningen gigantisch is en zelfs nog meer effect heeft op kinderen in armoede dan op kinderen die thuis al alle kansen krijgen. Leerkrachten, gezinsondersteuners, kinderbegeleiders, huisartsen, medewerkers van een lokaal bestuur, brugfiguren ... maken elke dag het verschil.”
Wat doet Opgroeien om gezinnen in armoede te ondersteunen?
Diederik: “Kind en Gezin komt thuis langs bij alle gezinnen vanaf het prille begin. Onze Kind en Gezin-collega’s ondersteunen gezinnen in kansarmoede extra: zij zijn voor heel veel gezinnen een vertrouwensfiguur, een bruggenbouwer en wegwijzer. Zij doen schitterend werk in vaak moeilijke omstandigheden. En ze brengen ook partners en hulpverleners samen rondom een gezin.”
“Via het Groeipakket worden gezinnen met een beperkt inkomen automatisch gericht versterkt, met extra ondersteuning via de sociale toeslag en de schooltoeslag. Onze intersectoraal medewerkers zijn er om de lokale besturen mee te versterken in de uitbouw van een sterk lokaal sociaal beleid. Ook de jeugdhulpcollega’s leveren sterk werk met gezinnen en jongeren, die vaak ook kampen met een armoedethematiek. We weten dat kinderen en jongeren in de jeugdhulp vaker opgroeien in armoede, wat zorgt voor heel wat uitdagingen.”
Hoe kan die gerichte ondersteuning uit armoede er dan uitzien? Wat werkt?
Tine: “Er bestaat géén mirakeloplossing, net omdat armoede vaak zo complex is en op zoveel fronten impact heeft. Tegelijk wil ik onderstrepen dat het nooit een louter individuele verantwoordelijkheid is om uit armoede te raken. Armoede is een maatschappelijke verantwoordelijkheid."
"Als aanvragen voor financiële ondersteuning enkel online kunnen, sluiten we mensen uit. Dat moeten we samen aanpakken. Net als ervoor zorgen dat élk kind terechtkan in de kinderopvang en niet alleen de kinderen van tweeverdieners. Kinderen, jongeren en hun gezin hebben recht op een geïntegreerde aanpak en ondersteuning met zo weinig mogelijk breuklijnen. Maar dat is een grote uitdaging, want onze ondersteuning en hulpverlening is vandaag sterk in hokjes verdeeld.”
Wat wensen jullie dat iedereen weet over armoede?
Diederik: “Vaak wordt gedacht dat werk hebben voldoende is om uit armoede te raken. Dat klopt niet. Zo’n 4% van de werkende beroepsbevolking heeft een inkomen onder de armoederisicogrens. Mensen in vaak zware, onregelmatige jobs waar hard gewerkt wordt voor weinig loon en waarmee ze hun gezin onvoldoende kunnen onderhouden. Er is dus veel meer nodig dan werk alleen, ook toegankelijke en betaalbare opvang en huisvesting, aanvullende financiële voordelen …"
Tine: “Ik wens dat iedereen weet met welke doorzettingskracht en moed praktijkwerkers elke dag opnieuw het verschil maken, en dat in soms heel schrijnende situaties. We moeten heel goed voor hen zorgen, want zij zorgen voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren.”