De conventies kwamen er na de opvangcrisis van 2015, toen de nood aan bijkomende opvangplaatsen groot was. Voor de jongste en meest kwetsbare minderjarigen werd duidelijk dat collectieve opvang niet altijd volstaat. Vanuit Opgroeien staat daarbij niet het statuut van de jongere centraal, maar wat een kind nodig heeft om veilig, kansrijk en verbonden op te groeien. Dankzij de conventies werden de expertise van Fedasil rond opvang en die van de jeugdhulp rond zorg, ontwikkeling en begeleiding gebundeld. Fedasil blijft verantwoordelijke partner binnen het opvangnetwerk en wijst jongeren toe aan beschikbare plaatsen. Jeugdhulppartners zorgen voor de dagelijkse opvang en begeleiding.
Kleiner, rustiger en met meer begeleiding
De samenwerking richt zich vooral op jongeren jonger dan 15 jaar, oudere jongeren met een bijzondere kwetsbaarheid en, waar nodig, broers en zussen die samen blijven. Voor Opgroeien zijn ook niet-begeleide minderjarigen in de eerste plaats kinderen en jongeren in ontwikkeling. Hun migratieverhaal is belangrijk, maar mag hen niet reduceren tot hun statuut. Zij hebben nood aan bescherming, rust, stabiliteit en begeleiding op maat.
“Voor sommige jongeren volstaat een plaats in een collectieve opvangstructuur niet. Ze zijn erg jong, hebben veel meegemaakt en hebben nood aan een omgeving die sterker lijkt op een gewone leefcontext: kleiner, rustiger en met meer begeleiding”, zegt Hedwige de Biourge, verantwoordelijke cel Jongeren bij Fedasil. “In de praktijk komen de jongeren terecht in kleinere leefgroepen, met een huiselijker kader en intensievere begeleiding.”
Meer dan opvang alleen
“Voor Opgroeien begint dit verhaal bij de vraag wat een kind nodig heeft om veilig, kansrijk en verbonden op te groeien. Sommige niet-begeleide minderjarigen hebben door hun leeftijd, kwetsbaarheid of voorgeschiedenis meer nodig dan opvang alleen. Dan kan een kleinschalige jeugdhulpcontext met nabijheid en begeleiding op maat, opnieuw rust, vertrouwen en perspectief bieden”, zegt Sharon Van Audenhove, beleidsmedewerker Voorzieningenbeleid jeugdhulp bij Opgroeien.
De jongeren krijgen er ondersteuning in het dagelijkse leven, medische en psychosociale opvolging, juridische begeleiding en hulp bij hun traject in België. De plaatsen blijven deel van het opvangnetwerk: Fedasil blijft de jongeren opvolgen en overlegt op regelmatige basis met de betrokken partners. “Het verschil zit vooral in de nabijheid en kleinschaligheid. In een jeugdhulpvoorziening staan begeleiders veel dichter bij de jongeren. Dat geeft meer structuur en rust, maar ook meer kansen om opnieuw vertrouwen op te bouwen”, aldus Ingrid Reumers, beleidsmedewerker Jongeren bij Fedasil.
Gemengde opvang
De samenwerking was een leerproces voor alle partners. Jeugdhulporganisaties bouwden expertise op met jongeren die vaak andere ervaringen en kwetsbaarheden meebrengen. In veel voorzieningen verblijven de jongeren in aparte leefgroepen, maar sommige organisaties zetten intussen stappen naar meer gemengde vormen van opvang. Daarbij worden niet-begeleide minderjarigen zoveel mogelijk geïntegreerd in bestaande leefgroepen of woonvormen, samen met andere jongeren. Reumers: “Dat is niet altijd eenvoudig, maar het biedt wel belangrijke kansen: jongeren komen meer in contact met leeftijdsgenoten, oefenen de taal in een natuurlijke omgeving en maken meer deel uit van het gewone dagelijkse leven.”
De vraag blijft groot
Vandaag blijft de nood aan deze aangepaste opvang groot, zegt Reumers: “De vraag is groter dan het beschikbare aanbod. Daardoor moeten elke dag moeilijke keuzes worden gemaakt en kunnen niet alle jongeren terecht op de plek die het best aansluit bij hun noden.”
“Voor Opgroeien toont de conventie hoe belangrijk het is om bruggen te blijven bouwen tussen opvang, jeugdhulp en andere beleidsdomeinen, zodat kwetsbare jongeren niet tussen systemen terechtkomen,” zegt Van Audenhove.
De voorbije tien jaar toonden aan dat samenwerking tussen opvang en jeugdhulp essentieel is voor jongeren die meer nodig hebben dan een bed alleen. “De beste plek voor een kind is idealiter een gezin. Maar wanneer dat niet kan, biedt een leefgroep vaak een veel betere tussenoplossing dan een grote collectieve opvangstructuur. Voor veel jongeren maakt dat echt een wereld van verschil”, zegt de Biourge. “Ook voor Opgroeien blijft dat de kern: vertrekken van wat een kind of jongere nodig heeft om kansrijk op te groeien, met rust, nabijheid en perspectief”, besluit Van Audenhove.