Overstap tussen rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp
De voorbije jaren liep een longitudinaal onderzoek naar de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Dat bracht in beeld hoe lang trajecten duren, welke breuken er zijn … Daarnaast kwam de vraag om het onderzoek uit te breiden naar de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Dit moest een beeld schetsen van de overstap tussen rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen Opgroeien.
Eén van de meest opvallende conclusies is dat de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp vrij afzonderlijke systemen zijn. Wie rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp krijgt, blijft meestal in dat aanbod. Dat geldt ook voor wie opstart in de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
Dit blijkt geen vertekend beeld te zijn - bijvoorbeeld omdat veel trajecten nog liepen bij het afsluiten van het onderzoek. De trajecten die starten in rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, ronden dus ook vrijwel altijd daar af. Dat geldt ook voor de trajecten in de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
Diensten Opgroeien vooral betrokken bij meer complexe trajecten
Bij een groot deel van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is er geen dienst van Opgroeien (ondersteuningscentrum jeugdzorg of sociale dienst jeugdrechtbank) in beeld. Dat betekent niet dat er geen sprake is van verontrusting. Wellicht gaan jeugdhulporganisaties deels zelf aan de slag met situaties van eerder lichte verontrusting en blijft die info onzichtbaar in de huidige registratiesystemen.
Als er wel een dienst van Opgroeien betrokken is, zijn er meer 'gemengde' trajecten. Dat zijn trajecten met één of meerdere overstappen tussen rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Die groep telt dus meer complexe trajecten.
Rond crisisjeugdhulp is onderzocht of deze meestal alleen wordt ingezet of in combinatie met andere hulp. Daaruit blijkt dat het meestal voorkomt bij het begin van een jeugdhulptraject.
Feitelijke situatie van trajecten
De cijfers in dit rapport zijn niet volledig. Zo is het onderzoek beperkt tot het aanbod van voorzieningen erkend door Opgroeien. Dat betekent:
- Het intersectorale aanbod en pleegzorg zitten niet in de cijfers vervat. Ook de wachtlijsten blijven buiten beeld.
- De cijfers geven geen inzicht in de duur van de hulpverlening, de kwaliteit van de trajecten en de context van de overstap tussen rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
Dat vraagt vervolgonderzoek.
De cijfers zijn ook enigszins vertekend omdat minderjarigen in verblijf ook contextbegeleiding krijgen, maar alleen opgenomen zijn in de cijfers van de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Pas als ze niet langer een bed innemen bij een voorziening en alleen nog contextbegeleiding krijgen, duiken ze op de cijfers van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
Tenslotte toont het onderzoek alleen de feitelijke situatie van de trajecten maar dat is niet noodzakelijk ook wat wenselijk is. Als veel trajecten afgerond worden in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, kan dat betekenen dat dit volstond maar ook dat een gewenste opstart in niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp gewoon niet mogelijk was.
Omgekeerd waren sommige jongeren in de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp misschien beter geholpen in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Dat vraagt andere gegevens die meer vertellen over de concrete noden van de kinderen, jongeren en gezinnen.
Link met plan jeugdhulp
Het rapport bevestigt de beleidskeuze binnen het plan jeugdhulp om sterk in te zetten op preventie en laagdrempelige hulp.
Het rapport bevestigt ook het belang van andere beleidslijnen in het plan jeugdhulp:
- de doorgroei van de netwerken 1 Gezin 1 Plan naar netwerken laagdrempelige jeugdhulp
- de ontwikkeling van een divers aanbod in de jeugdhulp
- de positie van crisishulp
- de transitie binnen de afdeling Jeugdzorg en -bescherming. Dit betekent:
- een duidelijk mandaat binnen de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp
- nauwe samenwerking met de toekomstige netwerken laagdrempelige jeugdhulp voor situaties van lichtere verontrusting die niet aangemeld worden bij een OCJ maar waar de dienst wel een ondersteunende rol kan spelen.
Meer weten
- Onderzoeksrapport 2025 over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp vóór en na het niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulptraject gefinancierd door Opgroeien (periode 2020-2023)
- Onderzoeksrapport 2024 over de trajecten in de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp in de periode 2016-2020 van Opgroeien
- Onderzoeksrapport 2021 over de intensieve trajecten binnen de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ) van Opgroeien