Sociale cohesie

Sociale cohesie in beleid en onderzoek

Het decreet Preventieve Gezinsondersteuning en studies bieden richting en onderbouwing.

Het Decreet Preventieve Gezinsondersteuning en studies bieden richting en onderbouwing 

Sociale cohesie is een veelgebruikt beleidsdoel, maar laat zich niet herleiden tot cijfers alleen. Natuurlijk kunnen indicatoren zoals participatiegraad of buurtbetrokkenheid iets zeggen. Toch blijft een belangrijk deel onzichtbaar in statistieken: voelen gezinnen zich welkom, ervaren ze vertrouwen, hebben ze het gevoel erbij te horen? Zulke ervaringen vragen om luisteren naar verhalen, niet enkel om meten. 

Beleidsmatige verankering: een brede maatschappelijke opdracht 

In Vlaanderen kreeg sociale cohesie een duidelijke plaats in het gezinsbeleid via het Decreet Preventieve Gezinsondersteuning (2013). Dat decreet erkent ontmoeting en sociale cohesie als één van de drie pijlers van de preventieve gezinsondersteuning, naast opvoedingsondersteuning en preventieve gezondheidszorg (Vlaamse Overheid, 2013; 2014). Daarmee werd expliciet gekozen voor een brede maatschappelijke opdracht: niet alleen gezinnen individueel versterken, maar ook de sociale verbanden en context waarin zij leven. 

Die visie krijgt concreet vorm in de Huizen van het Kind, waar een universeel aanbod wordt gecombineerd met extra ondersteuning voor gezinnen die grotere drempels ervaren. Dit principe van proportioneel universalisme blijkt essentieel om sociale cohesie te versterken zonder ongelijkheid te vergroten (Emmery et al., 2013; Van Lancker & Van Mechelen, 2015). Zonder die aandacht dreigt een focus op cohesie net het omgekeerde effect te hebben: vooral mondige gezinnen bereiken, terwijl anderen verder op afstand blijven (Jenson, 2010; Zapata-Barrero, 2017).  

Onderzoek: van relationeel naar sociaal-politiek 

Onderzoek toont aan dat sociale cohesie vaak te eng wordt ingevuld als een relationeel fenomeen: warme contacten, netwerken en wederzijdse hulp. Dat sociaal kapitaal is waardevol (Putnam, 2000), maar het volstaat niet. Relaties ontstaan en functioneren altijd binnen een maatschappelijke context. Wanneer toegang tot kinderopvang ongelijk is, procedures onduidelijk zijn of informatie ontoegankelijk blijft, komt sociale cohesie onder druk te staan, hoe sterk de netwerken ook zijn. 

Recente studies pleiten daarom voor een bredere conceptualisering waarin ook institutioneel vertrouwen, rechtvaardigheid en participatie worden meegenomen (Dragolov et al., 2016). De Sociale Cohesie Radar maakt zichtbaar hoe relationele en structurele dimensies elkaar beïnvloeden. Sociale cohesie groeit pas duurzaam wanneer nabijheid samengaat met eerlijke structuren. 

Macht, normativiteit en diversiteit 

Beleid en onderzoek wijzen er bovendien op dat sociale cohesie nooit neutraal is. Het streven naar gedeelde normen kan onbedoeld uitsluiten wanneer dominante verwachtingen rond taal, cultuur of ouderschap de maatstaf worden. Daarom vraagt sociale cohesie: 

  • aandacht voor macht en normativiteit,
  • ruimte voor verschil en diversiteit,
  • voortdurende reflectie over wie bereikt wordt en wie niet (Schiefer & van der Noll, 2017). 

Diversiteit is geen hinderpaal, maar een voorwaarde voor sociale cohesie, mits er actief wordt gewerkt aan inclusie en dialoog (Loobuyck, 2012). 

Sociale cohesie als semi-sensitief kompas 

Om die complexiteit hanteerbaar te maken, stellen onderzoek en praktijk voor om sociale cohesie te benaderen als een semi-sensitief concept: geen strak omlijnde definitie, maar een richtinggevend kader dat uitnodigt tot kijken, vragen stellen en afwegen. Het biedt houvast zonder te verengen en laat ruimte voor lokale vertaling. 

Die openheid is een kracht, maar ook een waarschuwing. Te vage invullingen kunnen worden ingepalmd door assimilatie- of controlelogica’s (Anderson, 1991; Vasta, 2010). Daarom is het belangrijk om sociale cohesie niet alleen reflectief, maar ook operationeel te maken: tijdelijk en contextueel afbakenen wat nabijheid, vertrouwen, rechtvaardigheid en diversiteit betekenen in concrete praktijken. 

Richtinggevende pijlers 

Op basis van onderzoek (Dierckx & Devlieghere, 2026) tekenen zich vier pijlers af die samen richting geven aan sociale cohesie in de preventieve gezins- en jongerenondersteuning: 

  1. Lichte ontmoetingen als fundament: alledaagse interacties laten vertrouwen en wederkerigheid groeien (Soenen, 2006).
  2. Meervoudige identiteiten erkennen: ouders verbinden zich in verschillende rollen en gemeenschappen (Geens, 2016).
  3. Diversiteit als voorwaarde: verbondenheid groeit dankzij verschil, niet ondanks verschil (Loobuyck, 2012).
  4. Rechtvaardige structuren en institutioneel vertrouwen: toegankelijke voorzieningen en eerlijke spelregels zijn cruciaal (Dragolov et al., 2016). 

Onderzoek maakt duidelijk dat sociale cohesie geen vaststaand eindpunt is, maar een dynamisch proces. Ze ontstaat waar relationele warmte samenvalt met structurele rechtvaardigheid, waar gezinnen zich gezien en gehoord voelen, en waar beleid ruimte laat voor dialoog en aanpassing.

Door sociale cohesie te benaderen als een semi-sensitief én werkbaar kompas, kunnen beleid, praktijk en onderzoek elkaar versterken en samen bouwen aan een samenleving waarin elk gezin gelijke kansen ervaart om mee te doen en mee te groeien.