Informele steun
Veel ouders zoeken in de eerste plaats steun in hun informele netwerk: bij familie, vrienden of andere ouders die ze ontmoeten. Zeker wanneer de kinderen jonger zijn ontstaan contacten vaak spontaan – bijvoorbeeld in het consultatiebureau, de kinderopvang of aan de schoolpoort. Die laagdrempelige uitwisseling biedt ruimte om ervaringen te delen, twijfels te normaliseren en elkaar te versterken.
Wanneer kinderen ouder worden, nemen deze spontane ontmoetingsmomenten doorgaans af. Tegelijk beschikt niet elke ouder over een sterk netwerk. Alleenstaande ouders, ouders na migratie of gezinnen die verder van familie wonen, kunnen sneller geïsoleerd raken. Informele contacten vragen zeker dan meer organisatie en initiatief.
Laagdrempelige ontmoetingsplaatsen, zoals een Huis van het Kind, kunnen hierin een belangrijke brugfunctie vervullen.
Uit onderzoek blijkt dat:
- ruim drie vierde van de ouders ontmoetings- en uitwisselingsmomenten met andere ouders (binnen de eigen kennissenkring) een zinvolle ondersteuningsvorm vindt;
- bijna de helft spel- en ontmoetingsactiviteiten voor ouders en kinderen zinvol vindt;
- algemeen geven ouders, onder meer bevraagd in het Gezinskabinet (2024), expliciet aan meer onderlinge uitwisseling te willen rond opvoeding en hun netwerk te willen versterken.
Naast contact en uitwisseling, is de behoefte aan informatie breed aanwezig: ruim 90% van de ouders wenst informatie, naast advies en een luisterend oor (zie Functies van opvoedingsondersteuning). De behoefte verschilt naargelang de gezinssituatie. Sommige ouders zoeken vooral erkenning en ontmoeting, anderen vooral informatie of praktische ondersteuning. Dit vraagt om een gevarieerd aanbod: individueel en groepsgericht, face to face en digitaal, eenmalig en langer lopend.
Formele steun
Naast hun netwerk zien ouders ook professionals als belangrijke ondersteuningsbronnen. Nabije actoren zoals leerkrachten, kinderbegeleiders en huisartsen spelen een rol, net als gespecialiseerde hulpverleners.
Bijna 4 op de 10 ouders heeft ooit professionele hulp, steun of advies ingeschakeld bij de opvoeding. Ouders doen vooral beroep op:
- therapeuten, psychologen of kinder- en jeugdpsychiaters (51,8%)
- school en CLB (40,3%)
- de huisarts (27,5%)
- websites, brochures, boeken, webinars, apps, enz. (27,5%)
Toch vindt niet elke ouder even gemakkelijk de weg naar formele ondersteuning. Financieel kwetsbare gezinnen ervaren vaak meer opvoedingsdruk en bijkomende zorgnoden, maar maken tegelijk minder gebruik van professionele hulp. Onbekendheid met het aanbod, financiële drempels en angst voor stigma spelen hierbij een rol. Vooral mannen, laagopgeleide ouders en ouders met een migratieachtergrond schakelen gemiddeld minder snel hulp in.
Opvallend is dat ouders met een sterk netwerk vaak ook gemakkelijker de stap zetten naar professionele ondersteuning.
Ouders geven aan dat ondersteuning ook tijdens de tienerjaren beschikbaar en toegankelijk moet blijven. Hoewel voorzieningen zoals een Huis van het Kind ouders in principe kunnen ondersteunen van nul tot 24 jaar, bereikt het aanbod in de praktijk vooral gezinnen met jonge kinderen. Ouders van tieners en jongvolwassenen vinden daardoor minder gemakkelijk ondersteuning.
Kenmerken van goede ondersteuning
Ouders schakelen ondersteuning in wanneer die betrouwbaar en bruikbaar is.
Goede ondersteuning betekent volgens ouders:
- respectvol en vertrouwelijk omgaan met gezinnen
- tijd nemen om te luisteren en ouders ernstig nemen als partner en expert van hun kind
- krachtgericht werken en ouders bevestigen in wat goed loopt
- heldere, correcte en transparante informatie geven
- zorgen voor warme en duidelijke doorverwijzing wanneer nodig
Ook praktische factoren spelen een belangrijke rol. Ouders waarderen één aanspreekpunt waar ze met verschillende vragen terechtkunnen, een vlotte bereikbaarheid en een betaalbaar of gratis aanbod.