Wat is proportioneel universalisme?
De term proportioneel universalisme werd geïntroduceerd door de Britse onderzoeker Michael Marmot in zijn werk rond gezondheidsongelijkheid. Hij stelde vast dat gezondheidsongelijkheid het meest effectief wordt bestreden via een aanpak voor iedereen (universeel), maar met extra aandacht voor de meest kwetsbaren (proportioneel).
Vandaag wordt proportioneel universalisme toegepast in verschillende beleidsdomeinen, niet alleen binnen het domein van gezondheid. Het biedt een kader om een toegankelijk dienstverlening uit te bouwen voor de hele bevolking en tegelijk sociale ongelijkheden aan te pakken.
Ook voor Huizen van het Kind biedt proportioneel universalisme een waardevol kompas. Vanuit een breed en laagdrempelig aanbod voor alle gezinnen kan je extra inspanningen doen om gezinnen in een kwetsbare situatie te bereiken en te ondersteunen. Lees in dit artikel hoe Huizen van het Kind proportioneel universalisme in de praktijk kunnen brengen.
Andere voorbeelden zijn de de mogelijkheid om binnen de universele dienstverlening van Kind en Gezin meer huisbezoeken en contacten in te zetten indien gezinnen specifieke noden hebben, of om binnen de universele dienstverlening van kinderopvang ondersteuning te bieden aan gezinnen met specifieke noden zoals sterk inzetten op de sociale functie van de kinderopvang en de Trap-3 plaatsen.
Meerwaarde van proportioneel universalisme
Om sociale ongelijkheid aan te pakken kunnen verschillende uitgangspunten gekozen worden. Er kan gekozen worden voor een beleid met enkel interventies gericht op specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld gezinnen met een migratieachtergrond) of specifieke (vaak kansarme) buurten. Deze categoriale benadering kan stigmatisering in de hand werken en leiden tot een gebrek aan solidariteit voor wie uit de boot valt.
En een ongenuanceerde universele dienstverlening vermijdt die uitsluiting, maar gaat er vaak onterecht van uit dat hetzelfde aanbod voor iedereen ook dezelfde impact heeft. Dat is niet altijd het geval. Gezinnen verschillen in hun mogelijkheden, noden en drempels. Hier komt het Mattheuseffect in beeld: hogere-inkomensgroepen halen relatief gezien meer voordeel uit sociale voorzieningen dan lagere inkomensgroepen. Daardoor kunnen goedbedoelde maatregelen bestaande ongelijkheden onbedoeld versterken.
Proportioneel universalisme omzeilt deze nadelen en zorgt voor het beste van beide werelden. Het steunt op een mensen- en kinderrechtenperspectief en vertrekt van de diversiteit in de samenleving en de verscheidenheid aan noden.
Hoe in de praktijk?
Proportioneel universalisme is een krachtig uitgangspunt, maar geen eenvoudig recept. Het vraagt een geïntegreerde aanpak waarbij organisaties en partners over verschillende levensdomeinen heen samenwerken om gezinnen ondersteuning te bieden die aansluit bij hun noden.
De vertaling naar de praktijk roept vaak vragen op. Hoe zorg je ervoor dat een aanbod toegankelijk is voor iedereen én tegelijk aansluit bij gezinnen die meer ondersteuning nodig hebben? Welke keuzes vraagt dat van beleid, organisaties en professionals?
Het Referentiekader Buurtgerichte Netwerken biedt hiervoor houvast. Geïnspireerd door het Europese INTESYS-project (Towards Integrated Early Childhood Education and Care Systems – Building the Foundations) beschrijft het acht bouwstenen die essentieel zijn om proportioneel universalisme in de praktijk vorm te geven:
- een gedeelde visie;
- kwaliteitsvolle dienstverlening;
- voortdurende ontwikkeling van professionele en vrijwillige medewerkers;
- transparante en laagdrempelige communicatie en informatiedeling;
- sterk en gedeeld leiderschap;
- voldoende tijd voor samenwerking;
- gerichte inzet van financiële middelen;
- monitoring en evaluatie.
Samen met een multidisciplinaire werkgroep onderzocht EXPOO|Opgroeien hoe deze bouwstenen kunnen bijdragen aan een proportioneel universeel aanbod. Daarbij werd gekeken naar bestaande praktijken die vandaag al het verschil maken, en naar kansen voor verdere ontwikkeling. Het resultaat is geen eindpunt, maar een uitnodiging tot reflectie, dialoog en verdere praktijkontwikkeling.
Lees meer in het document.