De armoedecijfers in Vlaanderen
Iets minder dan 8% van bevolking leeft in huishouden met inkomen onder armoededrempel
In 2022 leefde 7,7% van de inwoners in het Vlaamse Gewest in een huishouden met een huishoudinkomen(open definitie) onder de Belgische armoededrempel(open definitie). Dat komt overeen met ongeveer 510.000 personen. Er wordt vanuit gegaan dat huishoudens met een inkomen onder de armoededrempel een verhoogd risico op armoede lopen.
Ruim 11% van bevolking leeft in armoede of sociale uitsluiting
In 2022 leefde 11,2% van de inwoners van het Vlaamse Gewest in armoede of sociale uitsluiting. Dat komt overeen met ongeveer 740.000 personen.
Het gaat om personen die voldoen aan de criteria van de samengestelde armoede-indicator van de Europa 2030-strategie. Dat zijn personen die leven in een huishouden met een inkomen onder de armoededrempel(open definitie), die leven in een huishouden met ernstige materiële en sociale deprivatie(open definitie) en/of die jonger zijn dan 65 jaar en leven in een huishouden met zeer lage werkintensiteit(open definitie).
Hoogste aandeel personen in armoede of sociale uitsluiting bij werklozen
Naar geslacht was het aandeel personen in armoede of sociale uitsluiting in 2022 ongeveer gelijk.
Opgedeeld naar huishoudtype lag het aandeel in armoede of sociale uitsluiting in 2022 het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (28%) en eenpersoonshuishoudens (23%).
Naar socio-economische positie is het hoogste aandeel in armoede of sociale uitsluiting te vinden bij werklozen (55%) en niet-actieven zonder gepensioneerden (31%).
Het aandeel in armoede of sociale uitsluiting neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt.
Ten slotte varieert het aandeel in armoede of sociale uitsluiting ook naar geboorteland.
Ruim 3% leeft in ernstige materiële en sociale deprivatie
In 2022 leefde 3,2% van de inwoners in het Vlaamse Gewest in ernstige materiële en sociale deprivatie(open definitie). Dat komt overeen met ongeveer 210.000 personen. Het gaat om personen die een aantal basisitems en sociale activiteiten moeten missen of niet kunnen doen omwille van financiële redenen.
(Bron van de cijfers: www.statistiekvlaanderen.be)
Wat zijn de grootste risicofactoren op armoede?
Hoogste armoederisico bij werklozen en personen geboren buiten EU
Naar geslacht blijven de verschillen in armoederisico beperkt. Het aandeel onder de armoededrempel lag in 2022 het hoogst bij ouderen.
Opgedeeld naar huishoudtype lag het armoederisico in 2022 het hoogst bij eenoudergezinnen (19%), eenpersoonshuishoudens (14%) en oudere koppels (13%).
Naar socio-economische positie is het hoogste armoederisico te vinden bij werklozen (39%). Ook niet-actieven zonder gepensioneerden (18%) scoren relatief hoog.
Het armoederisico lag in 2022 ook veel hoger bij huurders (18%) dan bij eigenaars (5%).
Het armoederisico neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt: bij hooggeschoolden ging het in 2022 om 5%, bij laaggeschoolden om 16%.
Ten slotte varieert het armoederisico ook naar geboorteland. Personen geboren in België kennen het laagste armoederisico (6%), personen geboren buiten de Europese Unie (EU27) het hoogste armoederisico (26%).
Armoederisico hoogst in provincie Antwerpen
Het armoederisico lag in 2022 het hoogst in de provincie Antwerpen (11%) en het laagst in de provincie Oost-Vlaanderen (5%).
(Bron: Statistiek Vlaanderen)
Is er meer armoede in de stad dan op het platteland ?
Als we de Vlaamse gemeenten indelen volgens de VRIND-indeling die ook door de Studiedienst van de Vlaamse Regering vaak gebruikt wordt, dan stellen we vast dat kansarmoede zich meer voordoet in steden dan in kleinere gemeenten. De index van de groot- en centrumsteden ligt veel hoger dan de index van randgemeenten of plattelandsgemeenten.
Zelfs onder de steden zijn er duidelijke verschillen tussen structuurondersteunende steden, centrumsteden en grootsteden.
Alle Vlaamse gemeenten staan opgelijst met hun VRIND- classificatie op https://www.statistiekvlaanderen.be/nl/gebiedsindelingen-vrind)
Hoe evalueren Vlaamse gezinnen hun eigen financiële situatie ?
In 2021, middenin de Coronapandemie, werd voor de tweede keer een Gezinsenquête uitgerold in Vlaanderen. Daarmee wordt in beeld gebracht wat gezinnen nodig hebben, hoe ze het gezinsleven zelf ervaren en welke ondersteuning gezinnen belangrijk vinden in een goed gezinsbeleid.
Bijna 15% van de ouders geeft aan te moeten rondkomen met een maandelijks inkomen lager dan 2000 euro. Vrouwen, ouders van 55 jaar en ouder, ouders met een niet-EU herkomst en ouders met een diploma lager secundair onderwijs geven vaker aan een lager inkomen te hebben.
8,3% van de ouders geven aan moeilijk tot zeer moeilijk te kunnen rondkomen met het gezinsinkomen.
Een vijfde van de gezinnen kan zich geen week vakantie veroorloven of hebben problemen bij onverwachtse uitgaven.
De kwetsbare groepen gezinnen zijn:
- ouders met een lager opleidingsniveau,
- ouders met een niet-EU+-herkomst,
- alleenstaande ouders
- ouders zonder betaald werk of in werkonderbreking.