De impact van ingrijpende ervaringen tijdens de kindertijd is groot. Ervaringen die belastend of pijnlijk zijn voor kinderen, kunnen ook invloed hebben op hun verdere ontwikkeling of beleving van de wereld rondom. Dat kan gaan over een plotse gebeurtenis maar ook de omstandigheden waarin een kind opgroeit, zoals een gezinssituatie met chronische stress.
Professionals in de basiszorg zijn vaak één van de eerste getuigen wanneer een kind, jongere en gezin in nood zijn. Ze zijn aanspreekpunt, bieden laagdrempelige ondersteuning en hebben een belangrijke signaalfunctie. De inspiratiedag richtte zich dan ook tot een breed spectrum binnen Opgroeien: psychopedagogen, trainers rond infant mental health (IMH), leidinggevenden van de teams Kind en Gezin, medewerkers Jeugdzorg en -bescherming en beleidsmedewerkers uit de andere afdelingen. Stuk voor stuk zijn zij een cruciale schakel in de preventieve en geïntegreerde aanpak rond trauma.
Wat maakt die eerste 1000 dagen zo belangrijk?
“De eerste duizend dagen zijn cruciaal in het leven van elk kind,” vertelt Annelies De Boeck, afdelingshoofd Kind en Gezin. “In deze periode ontwikkelt het brein zich razendsnel en worden de fundamenten gelegd voor de latere gezondheid, ontwikkeling en welzijn. Dat gaat dus ook om hechting, emotieregulatie, stressverwerking en sociale ontwikkeling. Positieve ervaringen – zoals warmte en veiligheid – versterken die ontwikkeling. Negatieve of ingrijpende ervaringen kunnen de ontwikkeling dan weer verstoren.”
Ingrijpende ervaringen kunnen diepe sporen nalaten, ook voor het later functioneren van kinderen. Ze vergroten het risico op een minder gezonde leefstijl en op lichamelijke, psychische en sociale problemen. Ze kunnen ook een blijvende invloed hebben op het stresssysteem, zodat het ouderschap voor hen later extra uitdagend is. Zo gaan stress en onveiligheid over van generatie op generatie.
Wat betekent traumasensitief werken?
Wanneer stress tijdelijk is, kan een kind hiermee omgaan, zeker als er voldoende steun is. Dat is anders bij chronische stress. Bij jonge kinderen is de impact niet altijd meteen zichtbaar. Ze kunnen niet vertellen wat er speelt, maar geven wel signalen. Bijvoorbeeld door hun gedrag - huilen, driftbuien of terugtrekken. Andere signalen zijn lichamelijk - slaap- of eetproblemen en spanningsklachten – of emotioneel, zoals angst, onzekerheid en overmatige afhankelijkheid.
“Een kind dat in een gezin met veel conflicten opgroeit, kan sneller reageren op kleine frustraties.” vertelt Nadine Aerts, afdelingshoofd Jeugdzorg en -bescherming. “Dat gedrag is vaak een signaal van stress en niet een probleem van ‘ongehoorzaamheid’. We moeten ons dan afvragen: ‘Wat heeft dit kind meegemaakt om zo te reageren?’. In plaats van ‘probleemdenken’ verschuiven we naar oprecht willen begrijpen. Dat brengt ook mildheid mee tegenover de ouders en de opvoedingscontext. Misschien hebben ook de ouders zelf ooit trauma’s opgelopen die nog een plaats moeten krijgen.”
Hoe bouw je een nest rond het nest?
Om stressvolle situaties bij kinderen zo vroeg mogelijk te detecteren en de impact ervan te verkleinen, is het belangrijk om veilige netwerken rondom kinderen en gezinnen te bouwen. Dat is vooral het dichte netwerk van een gezin: familie, vrienden, buren … Maar niet iedereen heeft zo een netwerk om op terug te vallen.
“Informele netwerken – denk maar aan buurt- of jeugdwerk en sport- of cultuurverenigingen - en professionele netwerken - zoals Huizen van het Kind, OverKop, huisartsen, kinderopvang en scholen - kunnen dan die rol opnemen,” zegt Annelies De Boeck. “Ook zij kunnen ouders versterken in warme relaties met hun kinderen. Daarnaast zijn het ook ruimere groeiplekken waar mensen betekenisvolle relaties aangaan met anderen - een nest rond het nest dus. Zeker voor gezinnen met een klein netwerk en gezinnen die het moeilijk hebben om ondersteuning te zoeken, zijn vertrouwde brugfiguren van grote meerwaarde. Professionals in de basiszorg – zoals medewerkers van Kind en Gezin – spelen hier een sleutelrol.”
Hoe kunnen we bijdragen aan een geïntegreerde zorg en ondersteuning?
Traumasensitief werken is een gedeelde verantwoordelijkheid voor iedereen die met jonge kinderen en gezinnen werkt. Samenwerken, kennisdelen en elkaar versterken, kunnen een groot verschil maken. Dat draagt bij aan geïntegreerde zorg en ondersteuning.
“Er zijn al zinvolle ad-hoc samenwerkingen,” vertelt Nadine Aerts. “Toch blijft het belangrijk om extra bruggen blijven te slaan tussen zorg- en hulpverleners, en zo samenwerkingsverbanden te versterken en te verankeren. Zo zijn er nauwe samenwerkingen tussen kinderopvang voor baby’s en peuters en het basisonderwijs of tussen jeugdwerk en hulpverlening in de OverKop-huizen. Maar ook de netwerken geestelijke gezondheidszorg, drughulpverlening, vroedvrouwen, justitie … zijn belangrijke partners.”
Hoe gaan we naar een traumasensitieve samenleving?
“Onze ambitie overstijgt de individuele hulpverlening,” zegt Nadine Aerts. “We willen evolueren naar een samenleving waarin trauma herkend en erkend wordt, en waarin ondersteuning tijdig en toegankelijk is. Dat vraagt ook een andere manier van kijken. Niet focussen op “wat loopt hier mis?”, maar wél op de vraag: Wat heeft dit kind of dit gezin meegemaakt, en wat hebben zij nodig? Dat helpt om meer afgestemd vanuit een oprechte nieuwsgierigheid en mensgericht te werken.”
“De focus ligt op preventie en vroege interventie: zo vroeg mogelijk ondersteunen, bij voorkeur al tijdens de zwangerschap,” besluit Annelies De Boeck. “Daarnaast wordt gewerkt aan geïntegreerde zorg en het versterken van samenwerking tussen diensten en sectoren. Door het ondersteunen van professionals via vorming, intervisie en ruimte voor reflectie, is traumasensitief werken geen extra opdracht, maar een fundamentele manier van werken.”