Tijdens deze BOA-cafés gebruiken ze vaak actieve methodieken en vermijden ze eenzijdige toelichtingen. Zo gaan partners bijvoorbeeld aan de slag met brochures van het vrijetijdsaanbod van verschillende diensten, waarbij deelnemers aanduiden wat ze goed vinden en wat beter kan. Deze manier van werken levert waardevolle en concrete input op. Voor inspiratie rond werkvormen maken ze onder meer gebruik van boeken zoals Het Groot Werkvormenboek.
Ze vermijden bewust klassieke overlegmomenten met lange toelichtingen of eenrichtingsverkeer. Ze kiezen voor interactie, uitwisseling en betrokkenheid. Door telkens te vertrekken vanuit wat partners nodig hebben, blijft het overleg relevant en bruikbaar.
Tegelijk beseffen ze dat één formule niet iedereen bereikt. De BOA-cafés vinden bijvoorbeeld ’s avonds plaats, waardoor sommige partners, zoals scholen, minder makkelijk kunnen aansluiten. Daar houden ze rekening mee door andere manieren te zoeken om hen te betrekken. Verschillende vormen en momenten van overleg en betrokkenheid vullen elkaar aan, afgestemd op de doelgroep.
Ze gaan bovendien bewust om met de verwachtingen die ze stellen aan partners. Ze vermijden om te veel engagement of verantwoordelijkheid bij deelnemers te leggen, omdat dit hen kan afschrikken of doen afhaken. De BOA-cafés dienen in de eerste plaats als klankbord: een plek om ideeën af te toetsen en input te verzamelen. Een keerzijde van die aanpak is dat de gemeente zelf vaak veel blijft opnemen in de verdere uitwerking van het BOA-verhaal.
Deze praktijk toont dat samenwerken binnen BOA geen kwestie is van één juiste formule. Door in te zetten op informele ontmoeting, participatieve werkvormen en een combinatie van verschillende aanpakken, bouwen ze in Wijnegem stap voor stap aan een gedragen samenwerking met hun partners.