Dit rapport onderzoekt hoe kinderen en jongeren zich bewegen binnen de Vlaamse jeugdhulp. Daarbij wordt gekeken naar het gebruik van rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ) vóór, tussen en na trajecten van niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ). Op basis van registratiegegevens van meer dan 10.000 kinderen en jongeren die in 2020 voor het eerst hulp ontvingen, brengt het onderzoek verschillende hulptrajecten en overstappen tussen beide hulpvormen in kaart.
Het rapport biedt belangrijke inzichten in hoe kinderen en jongeren daadwerkelijk gebruikmaken van het jeugdhulpaanbod. De resultaten tonen dat de meeste jongeren starten in rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en daar ook blijven. Overstappen naar niet-rechtstreeks toegankelijke hulp komen relatief weinig voor, waardoor beide hulpvormen in de praktijk vaak naast elkaar bestaan.
Daarnaast maakt het onderzoek duidelijk dat bepaalde groepen een ander traject volgen. Jongeren met een tussenkomst van het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) of de Sociale Dienst voor de Jeugdrechtbank (SDJ) maken vaker de overstap tussen hulpvormen. Ook leeftijd en geslacht spelen een rol: oudere jongeren stromen vaker door naar NRTJ en meisjes zijn binnen NRTJ-trajecten sterker vertegenwoordigd, vooral wanneer crisishulp betrokken is. Deze inzichten kunnen helpen om hulpverlening en beleid beter af te stemmen op de diverse noden van kinderen, jongeren en gezinnen
Het rapport kan hulpverleners, beleidsmakers en organisaties ondersteunen bij het versterken van de jeugdhulppraktijk. De bevindingen helpen om:
Deze studie levert daarmee waardevolle kennis over de manier waarop het Vlaamse jeugdhulpsysteem wordt gebruikt en waar kansen liggen om de ondersteuning van kinderen, jongeren en gezinnen verder te verbeteren.