Gezinshuizen zijn een kleinschalige vorm van residentiële jeugdhulp voor kinderen en jongeren die niet thuis kunnen wonen. In een huiselijke omgeving bieden professionele gezinshuisouders de klok rond zorg en ondersteuning, en de kans om, ondanks een moeilijke thuissituatie, een zo gewoon mogelijk gezinsleven te ervaren.
In hun gezinshuis in Bonheiden bieden Hilde en Bert al 30 jaar een warme thuis aan kinderen en jongeren die tijdelijk of langdurig niet in hun eigen gezin kunnen opgroeien. Ook Kim en Bianca, intussen allebei dertigers met elk hun eigen gezin, brachten een deel van hun jeugd door bij Hilde en Bert — of bij moeke en vake, zoals ze hen zelf noemen.
Een plek krijgen in een gezin
Voor ze bij Hilde en Bert terechtkwamen, hadden Kim en Bianca allebei al een heel traject in de jeugdhulp doorlopen en onder meer enkele jaren in leefgroepen gewoond. De overstap naar het gezinshuis betekende een zoveelste verhuis en opnieuw een nieuwe start, maar zou voor allebei uiteindelijk een groot verschil maken in hun verdere leven, zo blijkt al snel in ons gesprek.
Dankzij de aanwezigheid en zorg van de gezinshuisouders, vonden ze in het gezinshuis eindelijk stabiliteit en houvast die daarvoor ontbrak. “Bij een leefgroep heb je heel vaak verschillende begeleiders die komen en gaan. Hier heb je het gezin, moeke en vake, en dat is het. Die zijn er altijd voor je. Dat is het grootste verschil”, legt Bianca uit. “Hier ben je part of the family. Deel kunnen uitmaken van een warm gezin, dat is goud waard”, vult Kim aan.
Voor Kim en Bianca bestond dat gezin niet alleen uit Hilde en Bert, maar ook uit hun kinderen, met wie ze opgroeiden in het gezinshuis en zelfs mee op vakantie gingen. “Ik beschouw hen als mijn zussen en broer. Eén van hen was mijn getuige en is meter van mijn jongste zoon”, vertelt Kim.
Tegelijk blijft er in een gezinshuis aandacht voor de context waaruit een kind of jongere komt, ook wanneer het contact daarmee verbroken is. Dat was bij Kim het geval. “Mijn familiegeschiedenis was niet zo bekend. Hoewel ik zelf geen vragen stelde, zijn ze dat toch allemaal gaan uitpluizen: met wie ze contact konden opnemen en hoe ze die connecties opnieuw konden opbouwen, voor als die vragen later toch zouden komen.”
Openstellen en kansen grijpen
In het begin was het niet vanzelfsprekend om opnieuw deel uit te maken van een gezin. Kim beschrijft het als een stevige burcht die ze rond zichzelf had opgetrokken. Een enorme omwalling met boogschutters in de aanslag, klaar om zich te verweren om niet opnieuw gekwetst te worden. “Wij kwamen toe met een rugzak. Je moet eerst terug leren vertrouwen. Nu hebben wij als volwassenen nog steeds die rugzak, maar we hebben hem leren dragen. Dat is hun verdienste en van onschatbare waarde.”
Ook Bianca benadrukt hoe belangrijk het was om zich open te stellen en de kansen te grijpen die haar in het gezinshuis werden aangereikt. “Elk kind wilt graag bij zijn ouders kunnen wonen. Je beseft niet dat deze optie beter is dan thuis en doet dan tegendraads, maar we bleven kansen krijgen. We hebben hier allemaal veel kansen gekregen om te staan waar we nu staan.”
Kinderen en jongeren zoveel mogelijk kansen geven, met oog voor hun talenten en mogelijkheden, is een belangrijk uitgangspunt in een gezinshuis. “Wij hebben altijd hobby’s mogen doen: naar de jeugdbeweging, naar de turnclub, op kampen. Dat is wel heel mooi, want dat maakt je toch ook wel als persoon”, vertelt Kim. Bianca vult aan: “Dat werd echt aangemoedigd. Het maakte niet uit wat je deed als hobby, maar je moest wel iets doen. Dat vonden ze belangrijk.”
Een netwerk dat klaar blijft staan
Ook wanneer het eens wat minder ging, vonden Kim en Bianca altijd de nodige steun bij hun moeke en vake. “Op school had ik er een beetje een boeltje van gemaakt. Pas later heb ik beseft: ik kan en wil eigenlijk wel meer. Dan zijn zij samen met mij gaan kijken en hebben ze mij de juiste richting uitgewezen”, vertelt Kim. “Ze hebben ons altijd gesteund, ook op momenten dat we het wilden opgeven. Als eigenwijze puber ben je soms niet akkoord, maar achteraf ben je wel blij dat ze toch hebben doorgezet.”
“Dat komt ook door het feit dat je die houvast hebt”, gaat Bianca verder. “In een leefgroep proberen ze dat ook wel, maar de band is daar minder groot. Je gaat daar minder snel iets vertellen. Hier vertel je meer, waardoor ze makkelijker kunnen helpen.”
Die nabijheid blijft voor zowel Kim als Bianca tot op vandaag een grote meerwaarde. Het betekent dat ze ook nu nog steeds beroep kunnen doen op een stevig netwerk, dat ze daarvoor niet hadden. “Ik ben hier nu al negen jaar weg en nog kan ik hier altijd naartoe komen. Het is niet omdat je hier niet meer woont, dat je hier niet meer terecht kan”, vertelt Bianca.
“Ik kan niet met woorden beschrijven wat dat zij voor mij betekenen”, zegt ook Kim. “Een week geleden hing ik nog in tranen aan de telefoon omdat ik het moeilijk had met mijn oudste zoon. Dan heb ik een uur met moeke aan de telefoon gehangen omdat ik het even niet meer wist.”
Belang van goede omkadering
Vlaanderen zet binnen het plan jeugdhulp de komende jaren verder in op gezinsgerichte jeugdhulp en een uitbreiding van het aantal gezinshuizen. Kim en Bianca juichen dat toe, maar wijzen tegelijk op het belang van goede omkadering voor de gezinshuisouders.
“Als je als gezinshuisouder na drie jaar plots vaststelt dat het niet lukt en ermee stopt, dan is dat voor het kind weer een teleurstelling. Die moet dan opnieuw van nul ergens starten. Dus weet goed waar je aan begint”, vertelt Bianca. “Moeke en vake krijgen ook goede ondersteuning van een gezinsbegeleidster. Dat is een echte meerwaarde waar ook aandacht voor moet zijn.”
“Het is geen nine-to-five job hè”, gaat Kim verder. “Zeven dagen op zeven de kinderen van een ander opvoeden, dat is niet evident. Als ik vake en moeke een cadeau wil geven, dan kies ik altijd iets dat ze met z’n tweeën kunnen doen. Zodat ze ook even van elkaar kunnen genieten.”
Zorg die blijft doorwerken
Kim is vandaag zelf mama van drie kinderen en voor Bianca is het eerste op komst. Op de vraag wat ze meenemen uit hun eigen ervaring in de opvoeding van hun kinderen, antwoorden ze allebei hetzelfde: een zo goed mogelijke mama zijn.
Het netwerk en houvast om hen daarbij te helpen, vonden ze bij Hilde en Bert. “Als ik met mijn kinderen nog maar een derde kan bereiken van wat zij met mij hebben bereikt, dan weet ik dat ze zich geliefd zullen voelen en zorg zullen dragen voor anderen. Dan staan ze aan de start van een toekomst die wij voor hen hebben uitgestippeld, maar waarvoor ze zelf sterk genoeg zijn om die in te kleuren”, besluit Kim.