Wat is het?
Hoe organiseer je samenwerking binnen het BOA-netwerk concreet? Hoe benut je bestaande partnerschappen optimaal en creëer je nieuwe verbindingen tussen opvang, vrije tijd, onderwijs, gezinnen en lokaal bestuur?
Waarom is het belangrijk
Door inzicht te krijgen in verschillende samenwerkingsmodellen kan je bewuster keuzes maken die passen bij je context, netwerk en ambities.
Hoe gebruiken
Kernconcepten
Er bestaan verschillende modellen rond samenwerken en netwerken met elk hun eigen focus, accenten of insteek. Haal zelf aspecten uit de verschillende modellen die voor jou en je lokale context goed aanvoelen.
Soorten organisatienetwerken (VVSG)
Samenwerking kan verschillen in mate van sturing:
- Zelfregulerend netwerk: partners organiseren en sturen samen, zonder centrale coördinatie. Dit vraagt veel vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid.
- Leider-gestuurd netwerk: één partner neemt de regierol op en stuurt de samenwerking aan.
- Netwerk met coördinatie-entiteit: een aparte organisatie of rol ondersteunt en coördineert de samenwerking, vaak met focus op praktische en administratieve afstemming.
De keuze hangt af van vertrouwen, gedeelde doelen en beschikbare capaciteit.
Lees meer over soorten organisatienetwerken.
ArrowRoots-model (Arteveldehogeschool)
Dit model beschrijft verschillende domeinen (zoals vertrouwen, communicatie en structuur) die samen de kwaliteit van samenwerking bepalen. Het helpt om sterktes en werkpunten in je netwerk zichtbaar te maken.
Lees meer over de 10 domeinen van het ArrowRoots-model. Je vindt per domein heel wat ondersteunend materiaal.
Platform Design (Stichting Lodewijk De Raet)
Platform Design is een manier om maatschappelijke uitdagingen samen aan te pakken door verschillende partners rond een gedeelde ambitie te verbinden. Het vertrekt vanuit een brede blik op het ecosysteem en benut de kracht van diverse perspectieven. Het platform blijft open en in beweging, met focus op samen leren en stap voor stap vooruitgang boeken.
Lees meer over Platform Design op de website Platform C of de website Stichting Lodewijk De Raet.
Collectieve impact
Het collectieve impactmodel vertrekt vanuit samenwerken rond een gedeelde maatschappelijke uitdaging en bestaat uit 5 bouwblokken om tot collectieve impact te komen:
- Backbone-organisatie: een trekker of regisseur (bv. lokaal bestuur)
- Gedeelde agenda: een gezamenlijke ambitie of urgentie, zonder dat iedereen exact hetzelfde perspectief moet hebben
- Open communicatie: continue afstemming tussen alle partners, inclusief kinderen en ouders
- Versterkende acties: partners vullen elkaar aan en werken complementair
- Gedeelde dataverzameling: samen informatie verzamelen over noden, bereik en impact (bv. deelname, tevredenheid, toegankelijkheid)
Zelf aan de slag
Volgende stappen en vragen kunnen je helpen om het lokaal samenwerkingsverband concreet vorm te geven. Ze vertalen bovenstaande theorieën naar de praktijk.
- Neem je netwerkkaart of -analyse er opnieuw bij
Gebruik je netwerkanalyse om actieve partners uit je netwerk te betrekken: kijk waar energie, engagement en invloed zit.
- Op welke manier krijgen we diverse perspectieven mee in het lokaal samenwerkingsverband?
Check of alle relevante perspectieven vertegenwoordigd zijn (kinderen, gezinnen, organisaties…). Denk ook aan specifieke doelgroepen, zoals éénoudergezinnen of gezinnen in een financieel kwetsbare situatie.
- Formuleer een gedeelde uitdaging
Bepaal samen wat jullie gemeenschappelijke ambitie is en vertaal die algemene uitdaging naar enkele veranderingen die je in je eigen lokale context wil realiseren.
- Wat moet het lokaal samenwerkingsverband doen of zijn?
Denk na over welke stappen jullie als samenwerkingsverband willen zetten om de veranderingen te realiseren. Wat zijn een aantal basisafspraken die jullie maken? Welke werkwoorden en eigenschappen passen bij wat jullie willen bereiken? Blijf nog weg van concrete acties, focus op hoe jullie willen samenwerken. Deze topiclijst kan je hierbij helpen.
- Denk na over mogelijke werkvormen en acties
Vanuit de vorige stappen kan je nadenken hoe het samenwerkingsverband vorm zal krijgen? Je kan een combinatie maken van formele overlegmomenten overdag, informele samenkomsten ’s avonds, thematische werkgroepen, werkmomenten… Onthoud hierbij dat één werkvorm of één moment meestal niet voldoende zal zijn.
Valkuilen
- Partners zien de meerwaarde van de samenwerking niet.
- Er is te veel focus op eigen belangen.
- De samenwerking heeft een te strakke structuur, met weinig ruimte voor experiment en kansen.
- Er wordt te snel resultaat van de samenwerking verwacht, netwerken vraagt tijd.
Succesfactoren
- Betrokkenheid van alle relevante partners.
- Duidelijke afspraken over rollen, taken en verwachtingen.
- Regelmatige afstemming en communicatie.
- Flexibiliteit om de samenwerking bij te sturen aan veranderende behoeften van kinderen en gezinnen.
- Samenwerking zien als leerproces, met ruimte om te experimenteren.
Laat je inspireren
Dit thema maakt deel uit van de strategie 'Netwerken en samenwerken', binnen het inspiratiekader BOA.