Dit onderzoeksrapport toont cijfers van trajecten in de rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en de overlap tussen beide. Dat maakt deel uit van een groter longitudinaal onderzoek. Het rapport sluit naadloos aan bij het plan jeugdhulp dat versterkt wil inzetten op preventie en laagdrempelige hulp.
De voorbije jaren liep een longitudinaal onderzoek naar de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Dat bracht in beeld hoe lang trajecten duren, welke breuken er zijn … Daarnaast kwam de vraag om het onderzoek uit te breiden naar de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Dit moest een beeld schetsen van de overstap tussen rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen Opgroeien.
Eén van de meest opvallende conclusies is dat de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp vrij afzonderlijke systemen zijn. Wie rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp krijgt, blijft meestal in dat aanbod. Dat geldt ook voor wie opstart in de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
De cijfers in dit rapport zijn niet volledig. Zo is het onderzoek beperkt tot het aanbod van voorzieningen erkend door Opgroeien. Dat betekent:
Dat vraagt vervolgonderzoek.
Het rapport bevestigt de beleidskeuze binnen het plan jeugdhulp om sterk in te zetten op preventie en laagdrempelige hulp.