Wat is het?
Hoe neem je de ervaringen, belevingen en meningen van kinderen mee in BOA-beleid? En hoe zorg je dat participatie meer is dan hen af en toe bevragen, maar ook effectief invloed heeft op beslissingen?
Waarom is het belangrijk
Participatie is een recht, vastgelegd in het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Participatie van kinderen wordt vaak belangrijk gevonden, maar is niet altijd eenvoudig in de praktijk.
Door bewust te werken aan betekenisvolle participatie:
- krijgen kinderen echt ruimte om hun stem te laten horen, ze brengen vaak creatieve en brede inzichten
- worden hun ideeën meegenomen in beslissingen, waardoor het beleid en aanbod beter aansluit bij hun leefwereld
- wordt participatie structureel ingebed in beleid en werking, beslissingen worden sterker onderbouwd
- is er meer draagvlak en betrokkenheid
Deze argumenten zijn gebaseerd op het project It takes a child to raise a village.
Hoe gebruiken
Kernconcepten
Er bestaan verschillende modellen rond participatie. Deze twee modellen kunnen binnen de context van BOA houvast bieden:
Model van Lundy
Dit model beschrijft de voorwaarden voor kwaliteitsvolle participatie en bestaat uit vier elementen:
- Ruimte: kinderen krijgen een veilige en toegankelijke plek om zich uit te drukken.
- Stem: kinderen worden ondersteund om hun mening te uiten (op verschillende manieren, niet alleen verbaal).
- Publiek: de mening van kinderen bereikt de juiste mensen die er iets mee kunnen doen.
- Invloed: de input van kinderen wordt meegenomen in beslissingen, of er wordt teruggekoppeld waarom het niet kan meegenomen worden.
Participatie is pas zinvol als alle vier de elementen aanwezig zijn
Meer weten?
Model van de Scholierenkoepel
Dit model toont verschillende vormen van participatie:
- Mee weten: kinderen worden geïnformeerd over wat hen aanbelangt (basisvoorwaarde).
- Mee denken: kinderen geven input en ideeën.
- Mee beslissen: kinderen hebben invloed op keuzes.
- Mee doen: kinderen nemen actief deel aan uitvoering.
Participatie kan verschillende niveaus aannemen, afhankelijk van de context.
Op de website van de Scholierenkoepel vind je bij het model ook nog enkele aandachtspunten en heel wat methodieken en tips.
Zelf aan de slag
Reflectievragen
Deze reflectievragen helpen je om bewust stil te staan bij hoe je participatie van kinderen vormgeeft. Je kan ze gebruiken als leidraad wanneer je hiermee aan de slag gaat, samen met partners.
- Hoe betrek je kinderen vroeg, duurzaam en inclusief?
- Hoe zorg je voor een veilige omgeving waarin kinderen zich comfortabel kunnen uiten?
- Hoe maak je deelname vrijwillig en toegankelijk, met passende ondersteuning?
- Over welke thema’s wil je hun mening horen en hoe hou je focus?
- Op welke manieren kunnen kinderen hun mening uiten, afgestemd op hun noden?
- In welke mate kunnen ze zelf onderwerpen aanbrengen?
- Bereikt hun input de juiste mensen en besluitvormers?
- Hoe wordt hun mening geregistreerd en gevalideerd op een kindvriendelijke manier?
- Hoe ondersteun je kinderen om hun standpunten te communiceren?
- Weten kinderen welke invloed ze hebben (en de grenzen daarvan)?
- Hoe en wanneer krijgen ze feedback over wat er met hun input gebeurt?
- Hoe kunnen ze het proces mee evalueren en bijsturen?
Deze reflectievragen zijn gebaseerd op een checklist van de Ierse organisatie Hub na nÓg, die zich inzet voor de versterking van kinder- en jongerenparticipatie in beleid en praktijk. Op hun website vind je ook checklists vanuit andere insteken en meer informatie over het model van Lundy.
Valkuilen
- Schijnparticipatie: kinderen wel bevragen, maar niets doen met de input.
- De input van kinderen bereikt de beslissingsnemers niet.
- Tijdsdruk waardoor participatie wordt overgeslagen.
Succesfactoren
- Bewuste en doordachte aanpak van participatie.
- Participatie is structureel ingebed, niet eenmalig.
- Terugkoppeling en zichtbare impact van input.
Laat je inspireren
Dit thema maakt deel uit van de strategie 'Perspectief van kinderen binnenbrengen' binnen het inspiratiekader BOA.