Jeugddelinquentie

Jaarrapport Herstelgerichte en Constructieve Afhandeling (HCA)

Ga snel naar...

Achtergrondinfo

Dit jaarrapport (2024) wordt gepresenteerd door HCA Vlaanderen, een netwerk van tien erkende diensten voor Herstelgerichte en Constructieve Afhandeling (HCA). De HCA-diensten voorzien in een herstelgericht en constructief antwoord op jeugddelinquentie in Vlaanderen.

Kaart van Vlaanderen met aanduiding van HCA‑diensten per provincie.

Een jeugddelict benaderen we als een overtreding van een maatschappelijke norm die schade aanricht bij slachtoffers, de samenleving én de jongere zelf. Deze drie betrokkenen staan dan ook centraal binnen onze herstelgerichte en constructieve werking. Ze vormen als het ware een hersteldriehoek.

De hersteldriehoek

De hersteldriehoek

 

Elke HCA-dienst werkt vanuit de gedeelde visie dat jeugddelinquentie een antwoord vraagt dat gericht is op herstel, groei en verbinding. Dit herstelgericht en constructief antwoord realiseren we aan de hand van onze vijf werkvormen: herstelbemiddeling, herstelgericht groepsoverleg (HERGO), leerproject, gemeenschapsdienst en positief project. Daarnaast organiseren we herstelgesprekken voor jongeren die in gemeenschapsinstelling De Grubbe geplaatst worden. 

De cijfers in dit rapport weerspiegelen de registratie van alle HCA-diensten in 2024 in de registratietool BINC (Begeleiding in Cijfers).  De registratie van de hersteltrajecten op maat (HOM) werd niet opgenomen in het jaarrapport omdat er nog geen registratiemogelijkheid voorzien is voor dit (nieuwe) aanbod.

Vermits de registratie van gegevens handmatig plaatsvindt, is het niet uit te sluiten dat er zich sporadisch kleine onnauwkeurigheden voordoen. Waar nodig zijn deze bij de analyse gecorrigeerd of buiten beschouwing gelaten.

Algemeen beeld

Evolutie doorheen de tijd

In 2024 waren er in totaal 5.890 aanmeldingen bij de HCA-diensten overheen Vlaanderen. Dit is een lichte daling met 3,3% in vergelijking met het jaar 2023. Deze daling doet zich voor bij alle afhandelingsvormen, met uitzondering van het herstelgericht groepsoverleg. De daling is het meest uitgesproken bij het positief project (11%). 

Herstelbemiddeling maakt systematisch het grootste deel uit van alle aanmeldingen. Voor 2024 bedraagt hun aandeel 67,7%. Dit is niet verrassend gezien het decreet jeugddelinquentierecht bepaalt dat in elke zaak, als aan de voorwaarden voldaan is, systematisch een herstelaanbod overwogen moet worden. Het aantal aanmeldingen kent een daling in 2020 en 2021, als gevolg van de covid-pandemie, waarna een stijging optreedt.   

De tweede grootste groep wordt gevormd door de leerprojecten. Hun aandeel bedraagt ongeveer 20%. Het aandeel van de gemeenschapsdiensten schommelt tussen 8,2% en 10%. Het herstelgericht groepsoverleg en het positief project vormen doorheen de jaren steeds een kleine minderheid van alle aanmeldingen.

Beeld per dienst

Bovenstaande cijfers tonen de verdeling van de aanmeldingen per HCA-dienst. Het totaal aantal aanmeldingen verschilt van dienst tot dienst, wat onder meer te maken heeft met de grootte van het bevoegdheidsgebied. 

Daarnaast zijn er ook verschillen wat het aandeel van iedere afhandelingsvorm per dienst betreft. Zo heeft, bijvoorbeeld, ongeveer een derde (32,2%) van alle aanmeldingen bij CAFT betrekking op een leerproject  in tegenstelling tot ALBA, waar het aandeel van de leerprojecten 9,8% bedraagt. ALBA kenmerkt zich dan weer door een hoog aantal aanmeldingen voor herstelbemiddeling (82,5%). Deze verschillen kunnen onder meer toe te schrijven zijn aan een verschil in het beleid van de verwijzers.

Verwijzer

De meeste aanmeldingen bij de HCA-diensten komen van het parket (73%). Een trend die zich de afgelopen jaren reeds zette. Voor bemiddeling loopt dit zelfs op tot 95%. Hetzelfde geldt ook voor het positief project, waar het parket de grootste verwijzer is (66,2%). Een aanmelding voor een leerproject komt daarentegen verhoudingsgewijs vaker van de jeugdrechtbank (71,3%). 

Een herstelgericht groepsoverleg of een gemeenschapsdienst kan, volgens het decreet, enkel opgelegd worden door de jeugdrechtbank.

Profiel van de jongeren

1. Geslacht

De jongeren die bij de HCA-diensten aangemeld worden zijn overwegend jongens. In 2024 bedroeg het aandeel aangemelde jongens 82,2%. Hoewel het aandeel aangemelde meisjes in 2024 weer iets afnam, liggen de cijfers voor 2023 en 2024 wel hoger dan in voorgaande jaren.

Het aandeel van de meisjes is het grootst bij aanmeldingen voor een herstelbemiddeling (21,9%), een leerproject (11,1%) of een herstelgericht groepsoverleg (10,9%).

2. Leeftijd

Wat de leeftijd van de aangemelde jongeren betreft , stellen we vast dat de grootste groep (44,9%) van de jongeren 16 of 17 jaar is. De 14- en 15-jarigen vormen de tweede grootste groep (34,5%). 

Ongeveer 10% van de aanmeldingen betreffen jongeren die ouder zijn dan 18 jaar en aangemeld worden voor feiten die tijdens hun minderjarigheid gepleegd werden. Zij werden verhoudingsgewijs vaker aangemeld voor een gemeenschapsdienst. 

In uitzonderlijke gevallen werd een minderjarige aangemeld die jonger is dan 12 jaar. In 2024 kwam dit 20 keer voor en gebeurde dit steeds in het kader van een herstelbemiddeling. 

In 2024 is de gemiddelde leeftijd van de aangemelde jongeren 15,6 jaar. Dit gemiddelde lijkt relatief stabiel doorheen de jaren, met uitzondering van de stijging in 2020 en 2021. Deze stijging kan allicht gelieerd worden aan de stijging van covid-gerelateerde inbreuken in diezelfde periode.

3. Leeftijd én geslacht

Doorheen de jaren is de gemiddelde leeftijd voor zowel de aangemelde meisjes als de aangemelde jongens relatief stabiel, al ligt de gemiddelde leeftijd wel lager voor de meisjes dan voor de jongens. In 2024 bedroeg de gemiddelde leeftijd van de aangemelde meisjes 15,2 jaar, voor de jongens is dit 15,7 jaar. Het aandeel van de meisjes is verhoudingsgewijs het grootst in de groep 12-13 jarigen (24,5%) en 14-15-jarigen (22%).

Aard van de feiten

De feiten waarvoor jongeren het vaakst bij een HCA-dienst aangemeld worden, zijn slagen en verwondingen (29,1%), (poging tot) diefstal (25,1%) en bedreiging, belaging of belediging (10,5%). Onder de categorie ‘andere’ (11%) valt onder meer: racisme, heling, informaticabedrog of oplichting.  

Als we de feiten bekijken naar de afhandelingsvorm, dan valt onder meer op dat slagen en verwondingen vooral aangemeld worden voor een bemiddeling. In het kader van druggerelateerde feiten wordt eerder doorverwezen voor een leerproject of gemeenschapsdienst. 

Doorheen de jaren zien we geen opmerkelijke verschuivingen in de aard van de feiten waarvoor jongeren bij de HCA-diensten aangemeld worden.

Bemiddeling

Het jeugdparket of de jeugdrechtbank kan een herstelbemiddeling voorstellen aan de partijen. Bij een herstelbemiddeling staat de directe of indirecte dialoog tussen de jongere en het slachtoffer centraal. Tijdens een herstelbemiddeling wordt samen met de jongere, het slachtoffer(s) en hun omgeving gesproken over de feiten die gepleegd zijn, de gevolgen ervan en de vragen die dat oproept. 

Beide partijen krijgen de kans om hun verhaal te doen, gevoelens te delen en verwachtingen uit te spreken. De bemiddelaar faciliteert een veilig gesprek waarin erkenning van de aangerichte schade en het perspectief van het slachtoffer voorop staan. Het biedt het slachtoffer en de betrokken jongere de mogelijkheid om samen te zoeken naar concrete stappen om het geleden onrecht zo goed mogelijk te herstellen, rekening houdend met de noden en grenzen van het slachtoffer. 

De belangrijkste principes die hierbij gelden zijn vertrouwelijkheid, meerzijdige partijdigheid van de bemiddelaar, transparantie en vrijwilligheid van het aanbod.

Bemiddeling al dan niet opgestart

Van alle beëindigde aanmeldingen voor een bemiddeling in 2024, leidde ongeveer 1 op 3 (27,4%) tot een effectieve opstart.

In samenwerking met onze verwijzers streven we ernaar om voor elke verdachte en elk slachtoffer een aanbod van bemiddeling te doen. De bemiddelaar probeert steeds contact op te nemen met alle betrokken partijen. In vele situaties volstaat een eerste contactmoment. Het feit dat de klacht serieus wordt genomen en het slachtoffer de kans krijgt om zijn verhaal te doen of dat beide partijen informatie krijgen over het gerechtelijk traject kan al voldoende zijn. Het geeft slachtoffers erkenning voor wat hen overkwam. Een bemiddelingsproces start in deze situaties niet op. 

Er zijn nog andere redenen waarom een bemiddeling niet opstart. Soms komt het aanbod te laat na de feiten, waardoor de partijen het niet meer zinvol vinden om met elkaar in gesprek te gaan of hebben de partijen alles al onderling geregeld. Soms wensen partijen geen bemiddeling en is een gesprek met elkaar niet mogelijk. Er zijn ook situaties waarin de bemiddelaar, ondanks herhaalde pogingen, geen contact kon leggen met de partijen. Al deze factoren verklaren het percentage van niet-opgestarte bemiddelingen. Zoals hierboven beschreven, levert de bemiddelaar ook in deze situaties waardevol werk.

Het type en resultaat van de bemiddeling

Van de beëindigde bemiddelingen in 2024, verliep het merendeel (75,3 %) indirect. Bij een indirecte bemiddeling ontmoeten de partijen elkaar niet. De communicatie verloopt via de bemiddelaar, die pendelt tussen de partijen en boodschappen, vragen en antwoorden overbrengt. 

Een kleine 20% van de bemiddelingen verliep direct. Bij een directe bemiddeling heeft de bemiddelaar eerst voorbereidende gesprekken met de partijen apart. Pas wanneer de beide partijen er klaar voor zijn, vindt het gezamenlijk gesprek plaats waarin de jongere, het slachtoffer en hun contexten met elkaar in gesprek gaan over het jeugddelict en de gevolgen ervan. 

In de overige 5% van de bemiddelingen vond enkel een ontmoeting plaats. Er is sprake van een ontmoeting wanneer de partijen elkaar ontmoeten zonder dat hier een bemiddelaar bij aanwezig is.

De meerderheid (66,6%) van deze bemiddelingen leidde tot een volledig akkoord. Dit is een constante doorheen de jaren. In ongeveer een derde (32%) wordt geen akkoord bereikt, wat niet betekent dat het proces geen betekenis voor de betrokken partijen heeft gehad. 

In de meeste situaties gaat het akkoord over een financieel herstel. Ook kunnen afspraken betrekking hebben op andere vormen van herstel, zoals het rechtstreeks herstellen van schade, het aanbieden van excuses of het verrichten van vrijwilligerswerk.

Profiel van de slachtoffers bemiddeling

Bovenstaande grafieken geven inzicht in het aantal beëindigde bemiddelingen volgens type slachtoffer. Één aanmelding kan meerdere type slachtoffers en ook meerdere leeftijden bevatten. 

Ongeveer 70% van deze bemiddelingen hebben betrekking op natuurlijke personen. In de overige gevallen betrof het slachtoffer een rechtspersoon, waaronder winkels, gemeenten en bedrijven. 

Indien er natuurlijke personen betrokken waren, had een groot deel (56,1%) van deze bemiddelingen  te maken met een minderjarige. Veel conflicten spelen zich af tussen leeftijdsgenoten op school, in de buurtwerking, verenigingen of tijdens de vrije tijd.

Herstelgericht groepsoverleg

Een herstelgericht groepsoverleg (HERGO) kan worden voorgesteld door de jeugdrechtbank. Een HERGO werkt volgens dezelfde principes als bemiddeling, maar werkt toe naar een ontmoeting met alle betrokken partijen. 

Ook ouders en steunfiguren worden betrokken tijdens de bijeenkomst. Deze bijeenkomst resulteert in een herstelplan waarin de jongere acties tot herstel ten aanzien van zichzelf, het slachtoffer en de samenleving formuleert. Daarnaast beschrijft het plan wie de jongere ondersteunt bij de uitvoering van de intenties tot herstel.

Naast de jongere en het slachtoffer zijn ook een politieambtenaar als vertegenwoordiger van de samenleving, de consulent van de jongere, de advocaat van de jongere en/of het slachtoffer en twee neutrale moderatoren bij het groepsoverleg aanwezig.

HERGO al dan niet opgestart

In ongeveer 1 op 3 (29,5%) van de afgesloten trajecten in 2024, werd een HERGO opgestart. 

In de meerderheid van de zaken (70,5%) ging het groepsoverleg niet door. Meestal ging hier een proces van verkenning en informeren aan vooraf. Actief en laagdrempelig informeren vinden wij, als HCA-diensten, van groot belang. Deze gesprekken kunnen op zich waardevol zijn en bijdragen aan herstel. 

De redenen om niet op het aanbod in te gaan, zijn divers. Partijen geven aan dat ze niet op het aanbod wensen in te gaan of reageren niet op het aanbod. Slachtoffers hebben geen vragen meer of alles is al geregeld. Een aantal keren werd een HERGO omgezet naar een herstelbemiddeling.

Profiel van de slachtoffers HERGO

Bovenstaande grafieken geven inzicht in het aantal beëindigde trajecten HERGO volgens het type slachtoffer. Één dossier kan meerdere type personen en ook meerdere leeftijden bevatten. 

Aan een HERGO kunnen meerdere slachtoffers deelnemen. In 2024 hadden de meerderheid (80%) van de dossiers betrekking op natuurlijke personen, waarvan ongeveer 60% met meerderjarige personen.

Positief project

Het jeugdparket of de jeugdrechtbank kan een positief project voorstellen aan de jongere. De jongere krijgt zo de kans om, ondersteund vanuit een HCA-dienst en zijn omgeving, verantwoordelijkheid op te nemen en zelf een voorstel tot herstel uit te werken. Dit kan onder meer bestaan uit het aanbieden van excuses aan het slachtoffer, deelname aan een leerproject, een prestatie, ...

Positief project al dan niet opgestart

In 97,9% van de afgesloten dossiers in 2024 werd het positief project effectief opgestart. De meeste jongeren zijn gemotiveerd om hun eigen plan vorm te geven. Binnen ieder traject trachten we  zoveel mogelijk op maat te ondersteunen, gelinkt aan de feiten, persoonlijkheid en talenten, maar ook aan het cognitief niveau of het reflectieniveau van onze jongeren. 

Onderzoek toont nog enige voorzichtigheid bij de verwijzers om te kiezen voor een positief project. Vaak nog wordt de voorkeur gegeven aan een leerproject gezien dit voor verwijzers (zowel parket als de jeugdrechtbank) meer duidelijkheid en zekerheid biedt. De aanbeveling aan HCA-diensten luidt dan ook om hierover blijvend in communicatie te gaan en hier goed rond af te stemmen, te sensibiliseren in functie van het wegnemen van mogelijke twijfels. 

De meerderheid (78,1%) van deze positieve projecten in 2024 werd volledig en positief afgerond. Deze cijfers tonen dan ook kansen voor het groeipotentieel van deze afhandelingsvorm.

 

[1] Roevens, E., Put, J., & Pleysier, S. (februari 2025). Evaluatie van het jeugddelinquentierecht – De rol van het openbaar ministerie (SWVG-rapport 36). Steunpunt Welzijn Volksgezondheid en Gezin.

Leerproject

Een leerproject bestaat uit individuele en/of groepsgesprekken waarbij er nieuwe inzichten en/of vaardigheden verworven kunnen worden. Er worden daarnaast gedragsalternatieven aangereikt om jongeren te helpen om geen nieuwe jeugddelicten te plegen. 

Het jeugdparket of de jeugdrechtbank bepaalt hoeveel uren leerproject de jongere zal volgen en welke thema’s aandacht nodig hebben. We werken daarbij steeds op maat. We bespreken thema’s zoals criminaliteit en de samenleving, slachtofferschap en gevolgen, omgaan met agressie, weerbaarheid en grenzen, en identiteit.

We hebben daarbij oog voor de verschillende levensdomeinen zoals school, vrije tijd, familie en vrienden.

Al dan niet gestart – type

In 2024 werd 93,6% van de afgesloten dossiers opgestart en hiervan 78,9% volledig uitgevoerd. Het niet opstarten of stopzetten van een leerproject kan zich onder meer voordoen wanneer de jongere plots niet meer bereikbaar is, afspraken niet nakomt, niet langer gemotiveerd is of wanneer er sprake is van een herziening van de maatregel. 

Iets minder dan de helft van deze leerprojecten (46,9%) werd individueel uitgevoerd. Ongeveer een derde vond plaats in groep en iets meer dan een vijfde werd zowel in groep, als individueel uitgevoerd. We zien hier regionale verschillen, ook wat het aanbod van de soorten leerprojecten betreft. Iedere HCA-dienst stemt haar aanbod af op de noden van de verwijzers.

Er zijn verschillende soorten leerprojecten. ILOM (Individueel leerproject op maat) en Rots & Water kwamen in 2024 het meest voor. Andere soorten leerprojecten, zijn: Drugs en SIB-M (Slachtoffer in Beeld), leerprojecten SOVA (sociale vaardigheden) en SGG (seksueel grensoverschrijdend gedrag). Sommige leerprojecten spitsen zich toe op specifieke thema’s zoals online weerbaarheid, geld, groepsdruk en discriminatie.

Aantal uren leerproject

De verwijzer bepaalt steeds het aantal uren dat het leerproject zal bedragen. In 2024 werd er in bijna 70% van de gevallen gekozen voor een leerproject van 20 uur. In een beperkt aantal gevallen (7%) wordt gekozen voor een leerproject van 40u of meer. 

Van de leerprojecten die werden opgelegd door de jeugdrechtbank was er in bijna 80% van de gevallen sprake van een leerproject van 20 uur. Op parketniveau wordt er - in vergelijking met de jeugdrechtbank - vaker geopteerd voor een leerproject van 10 of 15 uur. Dit ligt in lijn met de wettelijke bepalingen omtrent het aantal uren leerproject dat kan opgelegd worden door het parket of de jeugdrechtbank.

Gemeenschapsdienst

De gemeenschapsdienst is een reactie die wordt opgelegd door de jeugdrechtbank, waarbij de jongere een bepaald aantal uren moet werken zonder daarvoor betaald te worden. Dit doet de jongere bij een openbare dienst of VZW. 

De jeugdrechtbank bepaalt hoeveel uren de jongere zal werken. Binnen een gemeenschapsdienst herstelt de jongere op een symbolische wijze de schade die hij of zij heeft aangericht aan de samenleving. 

Bovendien is een gemeenschapsdienst vaak een manier om een (eerste) werkervaring op te doen en een mogelijkheid om een succeservaring op te doen. De begeleiders gaan samen met de jongere op zoek naar een goede match met de werkplaats en volgen het verloop van de gemeenschapsdienst nauwgezet op, zodat de jongere de nodige arbeidsattitudes verder kan ontwikkelen.

Gemeenschapsdienst al dan niet opgestart

Bij de afgesloten dossiers in 2024, zien we dat er in iets meer dan 90% van de gevallen sprake was van een opstart. Van deze opgestarte trajecten gemeenschapsdienst, zien we dat iets meer dan 80% volledig afgerond werd. Een kleine 20% werd stopgezet.

Het niet opstarten of stopzetten kan verschillende redenen hebben, zoals de jongere is niet langer gemotiveerd of komt zijn afspraken niet na, een herziening van de maatregel of een wijziging in de situatie van de jongere (vb. ziekte of verhuis).

Aantal uren gemeenschapsdienst

Het aantal opgelegde uren bedroeg in de meerderheid van de gevallen (87%) minder dan 60 uur. De meerderheid (66,4%) had een duur tussen 30 en 60 uur. Slechts in een beperkt aantal gevallen lag het aantal uren boven de 90.

Uitleiding

2024 is het jaar waarin we voor het eerst een collectief jaarrapport lanceren. We zijn trots op het bereikte resultaat en kijken ernaar uit om dit rapport in de toekomst verder te verfijnen.

Als HCA Vlaanderen waren we daarnaast nauw betrokken bij het traject van de gedeelde trajecten met de gemeenschapsinstelling (GI) en andere partners. Concreet verdiepten we ons in het hersteltraject op maat (HOM) met de GI.

In functie van onze kwaliteitsvolle praktijk organiseerden we intervisies, die in 2024 toegespitst waren op HOM en het positief project.

We hebben ons bovendien gepresenteerd aan de databank Kwaliteitsvolle Praktijken (met ondersteuning van Opgroeien) en kwamen tot een goed onderbouwd document: Praktijkbeschrijving Herstelbemiddeling

We werkten daarnaast actief mee aan het wetenschappelijk onderzoek dat werd gevoerd door Elke Roevens ‘Evaluatie van het jeugddelinquentierecht. De rol van het Openbaar Ministerie’. De resultaten ontvingen we begin 2025, die waren bevestigend en uitnodigend om verder aan de slag te gaan.

Nog niet gevonden wat je zocht?
Vraag het aan team Datamanagement
Portret van Meten en Weten
Meten en Weten
Team Datamanagement