Geboorte

Banner themarapport Geboorte, baby

Evolutie geboortecijfer Vlaams Gewest en provincies 

In 2021 registreerde Kind en Gezin 66.560 geboorten bij moeders met een woonplaats in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er 2.949 meer dan in 2020 (+4,6%). De laatste 10 jaar kende het geboortecijfer vooral een dalende trend en zagen we geen stijgingen van dergelijke omvang meer. We zien ook in het (voorlopige) officiële geboortecijfer van Statbel een stijging van die grootteorde (+4,9%).

Grafiek evolutie geboortecijfers 2001-2021

Het geboortecijfer stijgt in elk van de Vlaamse provincies, maar de stijging is duidelijk sterker in Oost-Vlaanderen (+7%) en Antwerpen (+5,4%) dan in Vlaams-Brabant (+4%), Limburg (+2,5%) en West-Vlaanderen (+2,3%). 

Grafiek evolutie geboortecijfer Kind en Gezin per provincie, 2017-2021

Evolutie aantal geboorten per maand

Het is opmerkelijk dat we in 2021 een ongelijke evolutie zien van het aantal geboorten ten opzichte van 2020. In de eerste 2 maanden was er een daling, nadien zien we in elke maand meer geboorten dan in 2020, waarbij het verschil het grootst is in de maanden september (+11,2%), november (+12,3%) en december (+16,4%). Dat de stijging in november en december zo sterk is, heeft uiteraard ook te maken met het feit dat het aantal geboorten in die periode in 2020 lager lag dan de voorgaande jaren, wat een gevolg zou kunnen zijn van de coronacrisis.

Grafiek evolutie geboortecijfer Kind en Gezin per maand – verschil 2020-2021

Duiding bij de evolutie van het geboortecijfer

Om de evolutie van het aantal geboorten te kunnen duiden, kijken we naar evoluties in de samenstelling van de populatie vrouwen (qua leeftijd en nationaliteit) en naar vruchtbaarheidscijfers, die een indicatie geven over de verhouding tussen het aantal borelingen bij vrouwen en het totaal aantal vrouwen.

Als we het aantal vrouwen op de meest vruchtbare leeftijden (20-40 jaar) vergelijken voor 2021 en 2020 op het niveau van het Vlaams Gewest, zien we dat er in 2021 minder vrouwen tussen 20 en 40 jaar waren dan in 2020 (-1.259). De stijging van het aantal geboorten komt dus niet voort uit het feit dat er simpelweg meer vrouwen waren. We zien echter wel dat er meer vrouwen tussen 30 en 35 jaar waren (+3.745, +1,8%). Dit kan een van de redenen zijn voor de stijging van het geboortecijfer. Het is echter niet de hoofdreden, want de evolutie is te beperkt om de volledige stijging van het aantal geboorten te verklaren.

Grafiek: Evolutie (2020-2021) van het aantal vrouwen (20-40 jaar), absolute verschillen

 

Het feit dat de populatie iets anders is samengesteld (stijging aantal en aandeel vrouwen tussen 20 en 40 jaar van niet-Belgische nationaliteit (+1,5%), kan evenmin de hoofdreden zijn voor de toename van het aantal geboorten.

Of het aantal geboorten beïnvloed werd door de mate waarin vrouwen in 2021 kinderen kregen, gaan we na aan de hand van vruchtbaarheidscijfers. De totale vruchtbaarheid drukken we uit in aantal kinderen per vrouw. Eigenlijk is dat een virtueel aantal kinderen dat per vrouw geboren zou worden, omdat het de optelsom is van de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers die in een bepaald kalenderjaar worden vastgesteld, terwijl vrouwen kinderen krijgen in de loop van meerdere kalenderjaren.

We zien op basis van gegevens en berekeningen van Opgroeien dat het totale vruchtbaarheidscijfer (TVC) in 2021 1,63 bedroeg, een duidelijke stijging ten opzichte van 2020 (1,56). Vrouwen brachten in 2021 dus meer kinderen ter wereld dan in het jaar voordien. Het is wel opvallend dat enkel het TVC voor Belgische vrouwen is toegenomen (van 1,45 naar 1,53) en dat het TVC voor niet-Belgische vrouwen iets afnam (van 2,32 naar 2,29). Hoewel het vruchtbaarheidscijfer van niet-Belgische vrouwen nog steeds heel wat hoger ligt dan dat van Belgische vrouwen, is het verschil dus wel opnieuw kleiner geworden.

Grafiek: Evolutie TVC Vlaams Gewest naar nationaliteit, 2008-2021

Onderliggend aan de stijging van het TVC in 2021 zien we een toename van de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers van vrouwen tussen 25 en 40 jaar. In tegenstelling tot de voorgaande jaren is in 2021 dus ook de vruchtbaarheid van vrouwen tussen 25 en 30 jaar toegenomen. De stijging is wel duidelijk het sterkst bij de vrouwen tussen 30 en 35 jaar (van 11,9 naar 12,8 kinderen per 100 vrouwen). Bij de 20- tot 25-jarigen worden er nog minder kinderen per 100 vrouwen geboren dan in 2020 (van 3,1 naar 2,9 kinderen per 100 vrouwen).

Grafiek: Evolutie leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers Vlaams Gewest, 1971-2021

De stijging van het geboortecijfer heeft dus niet alleen te maken met het feit dat er meer vrouwen van 30 tot 35 jaar zijn, maar ook – en vooral – met het feit dat (vooral Belgische) vrouwen van die leeftijdsklasse in 2021 meer kinderen voortbrachten dan in 2020. Hoewel onze data niet toelaten om hierover conclusies te trekken, zou dat een gevolg kunnen zijn van de coronacrisis. 

Dat het aantal geboorten verschilt tussen provincies komt uiteraard ook voort uit een verschil in vruchtbaarheidscijfers. In Antwerpen ligt het TVC het hoogst (1,69), in Limburg ligt het het laagst (1,49).  

Grafiek: TVC naar nationaliteit en provincie, 2021

 

Uit het dashboard met de provinciale cijfers leren we dat de vruchtbaarheidscijfers van Belgische vrouwen in elke provincie stijgen en dat de stijging van het geboortecijfer in Oost-Vlaanderen vooral te maken heeft met gestegen vruchtbaarheidscijfers, zowel bij Belgische vrouwen als bij vrouwen met een buitenlandse nationaliteit.

Internationale situering geboorte- en vruchtbaarheidscijfer 

In 2021 kenden Vlaanderen en België een stijging van het geboortecijfer. De jaren daarvoor daalde het aantal geboorten, net zoals in vele andere Europese landen. In 2020 zagen we slechts bij 6 van de 27 EU-landen een (beperkte) toename van het geboortecijfer. Het geboortecijfer steeg procentueel het sterkst in Cyprus en Luxemburg en daalde het meest in de 3 Baltische staten. België kende net zoals 9 andere landen in de periode 2018-2020 een aanhoudende daling van het aantal geboorten.

Tabel: Evolutie geboortecijfer in de EU-27-landen 2017-2020

Vergeleken met de vruchtbaarheidscijfers van landen uit de Europese Unie voor het jaar 2020  situeert Vlaanderen zich boven het Europese gemiddelde. Frankrijk is het land met het hoogste TVC (1,83), Malta het land met het laagste TVC (1,13).

Vooruitzichten evolutie geboortecijfer

Op basis van de meest recente vooruitzichten van het Federaal Planbureau en Statbel gaan we ervan uit dat het geboortecijfer van 2022 lager zal liggen dan dat van 2021, maar dat het nadien jaar na jaar licht zal toenemen. Pas in 2030 zouden we opnieuw meer dan 66.000 geboorten kennen volgens die ramingen over het officiële geboortecijfer.

Grafiek: Vooruitzichten geboortecijfer in Vlaams Gewest 2021-2030

Kenmerken van de borelingen en hun moeder volgens registratie Kind en Gezin 

Er werden in 2021 – net zoals in de vorige jaren – meer jongens (51,0%) dan meisjes (49,0%) geboren in het Vlaams Gewest. We zien dat er in elke provincie meer jongens dan meisjes geboren worden. 

1,1% van de kinderen werd niet in een kraamkliniek geboren.  

7,7% van de levend geboren kinderen werd prematuur geboren. De daling die we in 2020 vaststelden zet zich dus niet door. De stijging doet zich vooral voor bij de matig prematuren (van 5,5% naar 5,8%, zie pagina 2 van dit dashboard). We blijven wel nog een iets lager aandeel prematuren kennen dan in de periode 2017-2019 (7,9%).  

44% van de kinderen is het eerste kind van de moeder. Dat aandeel is afgenomen ten opzichte van 2020 (-0,7 procentpunt). Er werden daarentegen meer tweede kinderen geboren dan in 2020 (van 35,4% naar 36%). Het aandeel kinderen van rang 3 of hoger bleef (nagenoeg) constant. 

In Vlaams-Brabant en Antwerpen werd het laagste aandeel (<43%) eerste kinderen geboren. Beide provincies kenden daarentegen wel het hoogste aandeel borelingen van pariteit 3 of meer.

Grafiek: Aandeel geboorten naar pariteit per provincie, 2021

72,2% van de kinderen had bij geboorte een moeder die tussen 25 en 35 jaar was. 0,9% van de in 2021 geboren kinderen had een moeder jonger dan 20 jaar, 3,5% een moeder ouder dan 40 jaar. 

Grafiek: Aandeel geboorten naar leeftijd van de moeder

We zien in 2021 dat het aandeel geboorten bij vrouwen onder de 30 jaar verder afneemt. Sinds 2015 is het aandeel kinderen met een moeder onder de 30 jaar bij de geboorte zelfs afgenomen met meer dan 6 procentpunt (van 47,7% naar 41,2%). 

We zien die verschuiving naar meer borelingen met een moeder van 30 jaar of ouder in de figuur vooral bij de eerstgeborenen. Van de eerstgeboren kinderen heeft 55,7% een moeder jonger dan 30 jaar, in 2020 en 2019 was dat nog respectievelijk 58,8% en 59,7%.  

Grafiek: Aandeel geboorten naar rang en leeftijd van de moeder

In 2021 heeft 20,4% van de borelingen een moeder met niet-Belg als huidige nationaliteit. Dat is lager dan de voorgaande jaren. Het aandeel kinderen met een moeder met een niet-Belgische nationaliteit ligt in 2021 het hoogst in de provincie Antwerpen (24,4%) en het laagst in de provincie West-Vlaanderen (16,1%).

Tabel: Aandeel geboorten naar huidige nationaliteit van de moeder naar provincie, 2019-2021

Geboortegegevens van het SPE 

Het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE) verspreidt relevante geboortegegevens op kindniveau volgens de geboorteplaats. De onderstaande figuren bevatten cijfers over het aandeel borelingen dat in Vlaanderen verlost wordt via keizersnede of technische hulpmiddelen, het aandeel kinderen dat overgebracht wordt naar een neonatale afdeling, het aantal kinderen van een meerling en het aantal kinderen met een laag geboortegewicht.  

Grafiek: Bevallingswijze

Grafiek: Transfer naar neonatologie

Grafiek: Eenling of meerling

Grafiek: Geboortegewicht