Een onderzoek naar herstelbemiddeling bij jeugdige delinquenten in Vlaanderen.
In dit rapport staat het onderwerp herstelgerichte en constructieve afhandeling voor minderjarige verdachten centraal.
Hoe gebruiken
Onderzoeksvragen:
Is het aanbod inzake herstelbemiddeling voor minderjarigen volgens de magistratuur voldoende herkenbaar en toegankelijk?
Signaleert de magistratuur knelpunten in de uitvoering van herstelbemiddeling?
Zijn er wijzigingen in de praktijk inzake de benadering van minderjarige verdachten sinds de introductie van herstelbemiddeling minderjarigen? Worden minderjarigen nu georiënteerd naar herstelbemiddeling daar waar vroeger een andere beslissing genomen zou worden?
Zijn er significante kenmerken op het niveau van het dossier, slachtoffer of minderjarige verdachte die een invloed hebben (faciliteren of belemmeren) op:
het al dan niet opstarten van het bemiddelingsproces?
het al dan niet afbreken van het bemiddelingsproces?
het al dan niet komen tot een overeenkomst?
Is er een verschil in tevredenheid van de betrokken partijen indien:
het bemiddelingsproces voortijdig wordt afgebroken,
de bemiddeling wordt opgestart maar niet leidt tot een volledige overeenkomst of
er sprake is van een volledig doorlopen bemiddeling met akkoord? En hebben kenmerken van het dossier, slachtoffers of minderjarige verdachten hier invloed op?
Geven minderjarige verdachten aan dat bepaalde te verwachten effecten op niveau van de protectieve factoren (slachtofferempathie, leerprocessen) werden gestimuleerd? Geven minderjarige verdachten en slachtoffers aan dat bepaalde sanctioneringelementen ontbreken? Zijn er verschillen tussen minderjarigen en slachtoffers waarbij:
het bemiddelingsproces voortijdig werd afgebroken,
het bemiddelingsproces doorlopen is maar heeft geleid tot een overeenkomst en
minderjarigen het proces volledig doorliepen en waarin een overeenkomst werd bereikt?
Hoe ervaren slachtoffers en minderjarige verdachten de uitvoering van de overeenkomst?