Groeipakket

Banner themarapport cijfers Groeipakket

In dit themarapport schetsen we voor alle soorten bedragen en toeslagen van het Groeipakket de evolutie van het aantal kinderen dat er in de 2 voorbije jaren recht op had. Voor details over kwartaalevoluties, voor evoluties sinds de start van het Groeipakket in 2019, voor details over de variatie qua bedragen en voor lokale cijfers verwijzen we via links naar de dashboards op cijfers op maat over dit thema. Meer informatie over begrippen en specifieke regelingen vind je op www.groeipakket.be, meer informatie over de berekeningswijze en de bron van al die data vind je op achtergrondinformatie en documentatie over dit thema.

Evolutie aantal kinderen met een basisbedrag 

Eind 2021 ontvingen meer dan 1,6 miljoen kinderen uit 905.091 gezinnen een basisbedrag uit het Groeipakket, een toename met 0,4% ten opzichte van eind 2020. 18,2% van de kinderen met een Groeipakket is minstens 18 jaar. Niet alle meerderjarige kinderen krijgen nog een basisbedrag, want vanaf 18 jaar geldt een voorwaardelijk recht.  

Evolutie aantal kinderen met een basisbedrag volgens leeftijd 

Eind 2021 ontving 15% van de kinderen met een basisbedrag al het nieuwe basisbedrag. 84,9% ontving nog transitiebedragen uit de voormalige federale regeling. In de jongste leeftijdsklasse ligt het aandeel kinderen met nieuwe bedragen al op 50,5%. Het aandeel kinderen met een nieuw basisbedrag neemt jaar na jaar toe met ongeveer 5 procentpunt.

Evolutie aantal kinderen met een basisbedrag volgens regeling 

Nieuwe basisbedragen werden eind 2021 niet alleen betaald aan 125.433 gezinnen waarvan alle kinderen de nieuwe bedragen ontvangen, maar ook aan 75.679 gezinnen die zowel kinderen hebben met nieuwe basisbedragen als kinderen met transitiebedragen. Die ‘combinatiegezinnen’ maken 8,4% uit van het aantal gezinnen dat een Groeipakket ontvangt. 

Meer dan 1,17 miljoen kinderen ontvangen nog leeftijdsbijslagen op basis van de oude federale regeling. 

Evolutie aantal kinderen met een sociale toeslag 

Eind december 2021 kreeg 24% van de kinderen met een Groeipakket een sociale toeslag. Het gaat om 388.117 kinderen (uit 202.797 gezinnen), een toename met 14.290 kinderen (+3,8%) ten opzichte van december 2020.  

Evolutie aantal kinderen met/zonder sociale toeslag volgens type toeslag 

Het aantal kinderen met een sociale toeslag met een gezinsinkomen onder de laagste inkomensgrens neemt licht af (-3.480). De toename doet zich dus enkel voor bij kinderen uit grote gezinnen met middeninkomens. In december 2020 waren er 32.216 kinderen in een gezin met een middeninkomen met een sociale toeslag, in december 2021 was dat aantal gestegen tot 49.986, 12,8% van de kinderen met een sociale toeslag. Die toename is logisch en was voorspeld, omdat het recht op een sociale toeslag voor middeninkomens pas ontstaat als er een kind met het nieuwe basisbedrag bijkomt in een gezin waar al 2 kinderen waren.  

Het aandeel kinderen met een sociale toeslag neemt af met de leeftijd en lag eind 2021 het hoogst (26,3%) bij de jongste kinderen. Van de 18- tot 24-jarigen met een Groeipakket ontvangt 20,8% een sociale toeslag. 

Evolutie aandeel kinderen met/zonder sociale toeslag volgens leeftijd 

In het kader van de automatische toekenning van sociale toeslagen werd begin 2022 op basis van de inkomensgegevens voor 2019 nagegaan of in 2019 wel alle kinderen met een recht op een sociale toeslag die ook daadwerkelijk kregen. Pas nu is er dus een definitief cijfer over het aantal/aandeel kinderen met een sociale toeslag in 2019. In vergelijking met het voorlopige cijfer over december 2019 dat eerder in de dashboards en jaarverslagen opgenomen werd, zien we een toename met 42.776 kinderen met een sociale toeslag. Het aandeel voor 2019 evolueert zo van 22,2% naar 24,7%. Het gaat allicht vooral om kinderen die de alarmbelprocedure voor een beperkt inkomen in 2019 niet gebruikten of om kinderen die op basis van de gebruikte alarmbelprocedure geen recht op een toeslag kregen. In de dashboards namen we voor 2019 zowel de voorlopige als de definitieve cijfers op, zodat alle gegevens teruggevonden en vergeleken kunnen worden. 

Cijfers over het aandeel kinderen met sociale toeslag zijn er via dit dashboard ook op lokaal niveau (ook visueel voorgesteld via kaart gemeenten). 

Evolutie aantal kinderen met een wezentoeslag 

Eind 2021 waren er 20.829 kinderen (uit 14.147 gezinnen) die hogere basisbedragen kregen doordat ze wees zijn, 217 kinderen meer dan eind 2020. Het aantal kinderen dat op basis van de voormalige federale regeling de volledige wezentoeslag krijgt, is met meer dan 2000 kinderen gedaald. Het aantal kinderen dat in de nieuwe regeling de wezentoeslag krijgt, is evenwel sterker toegenomen.  

Evolutie aantal kinderen met een wezentoeslag volgens type toeslag 

tekst

De bovenstaande cijfers over wezen met verhoogde bedragen mogen wel niet benut worden om af te leiden hoeveel kinderen een ouder verloren hebben. Er zijn immers ook nog 3.464 kinderen onder de 25 jaar die vóór 2019 hun ouder(s) verloren hebben, maar geen hogere bedragen ontvangen omdat de overlevende ouder samenwoont of hertrouwd is.  

Van de wezen met verhoogde bedragen is 44% 18 jaar of ouder, 3,9% (815 kinderen) is jonger dan 6 jaar.  

Evolutie aantal kinderen met een wezentoeslag volgens leeftijd

Bij het Groeipakket kunnen kinderen die sinds 2019 een ouder verloren hun wezentoeslag combineren met een sociale toeslag. 60,1% van de wezen die 1 ouder verloren en 75,5% van de wezen die beide ouders verloren, ontvangen ook een sociale toeslag.  

Evolutie aandeel kinderen met een wezentoeslag met/zonder sociale toeslag

Evolutie aantal kinderen met een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte 

Eind 2021 ontvingen 39.255 kinderen (2,4%) in 35.823 gezinnen een zorgtoeslag omwille van de specifieke ondersteuningsnood. Dat zijn 519 kinderen meer dan in 2020. De evolutie tussen de jaren moet echter voorzichtig geïnterpreteerd worden want het gaat niet om definitieve cijfers omdat toekenningen ook retroactief mogelijk zijn.  

58% van de kinderen die deze zorgtoeslag ontvangen zijn minstens 12 jaar. 3.655 kinderen zijn jonger dan 6 jaar. 

Evolutie aantal kinderen met een zorgtoeslag specifieke ondersteuningsbehoefte volgens leeftijd 

De graad van de ondersteuningsnood wordt vastgesteld door een evaluerend arts en wordt uitgedrukt in een aantal punten. Kinderen met minstens 12 punten krijgen – indien ze geen gebruik maken van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp – automatisch nog een aanvullend basisondersteuningsbudget (BOB) toegekend. Kinderen met minstens 18 punten kunnen – als ze voldoen aan de voorwaarden – ook een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden ontvangen. Eind 2021 werd de ondersteuningsnood voor ongeveer 3 op de 4 kinderen uitgedrukt in een puntenaantal lager dan 12. 3.141 kinderen hebben een puntenaantal van minstens 18. Meer details over het aantal punten vind je in het dashboard over de zorgtoeslagen.

Evolutie aantal kinderen met een zorgtoeslag specifieke ondersteuningsbehoefte volgens aantal punten

Niet enkel het aantal punten is van belang voor de hoogte van de zorgtoeslag, ook het aantal punten dat kinderen halen op pijler 1 (die de lichamelijke en geestelijke gevolgen uitdrukt van de beperking, aandoening of ziekte) speelt een rol. 11.095 kinderen met een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte kregen minstens 4 punten toegekend in de eerste pijler. Het aandeel kinderen met meer dan 4 punten in de eerste pijler verschilt naargelang het totaal aantal punten.

Evolutie aantal kinderen met een pleegzorgtoeslag 

Eind 2021 werd de pleegzorgtoeslag toegekend aan 4.503 gezinnen voor 5.706 kinderen, een toename qua kinderen met 8,4% ten opzichte van 2020. De toename is het sterkst bij de kinderen tussen 12 en 18 jaar.  

Evolutie aantal kinderen met een pleegzorgtoeslag volgens leeftijd 

Door het Groeipakket wordt er voor kinderen die sinds 2019 in een pleeggezin terechtkwamen of van wie de pleegzorgsituatie wijzigde een onderscheid gemaakt tussen perspectiefbiedende en perspectiefzoekende pleegzorg. Van de 15% van de pleegkinderen voor wie we het onderscheid kunnen maken, stellen we vast dat 82,3% in perspectiefbiedende pleegzorg verblijft en 17,7% in perspectiefzoekende pleegzorg.

Evolutie aantal kinderen met startbedragen geboorte en adoptie 

66.600 kinderen ontvingen in 2021 een startbedrag, 4.058 meer dan in 2020. De stijging heeft uiteraard te maken met de toename van het aantal geboorten. Bijna 93% van de startbedragen wordt uitbetaald vóór de geboorte van het kind. Het dashboard startbedragen bevat cijfers per maand. 

Evolutie aantal uitbetaalde startbedragen 

Evolutie aantal kinderen met een schoolbonus 

Meer dan 1,6 miljoen kinderen die in Vlaanderen wonen en een Groeipakket kregen, kregen in augustus 2021 een schoolbonus die varieert naargelang de leeftijd. In dit dashboard vind je meer details en ook lokale cijfers. 

Evolutie aantal kinderen met een schoolbonus volgens leeftijd

Evolutie aantal kinderen met een schooltoeslag 

Ten opzichte van het schooljaar 2020-2021 is er in het algemeen een daling van 5.662 leerlingen met recht op een schooltoeslag (-1,1%). De daling is er wel enkel bij kleuters (-5,4%) en in het lager onderwijs (-2,5%). In het secundair onderwijs zien we een stijging van 2,3%. Bij het interpreteren van die evoluties mag niet vergeten worden dat de aantallen beïnvloed worden door demografische evoluties, dat het voor beide schooljaren nog om voorlopige cijfers gaat en dat de cijfers voor schooljaar 2020-2021 in mei 2022 opnieuw berekend werden om wijzigingen na controle van de pedagogische voorwaarden te verrekenen.  

Evolutie aantal kinderen met een schooltoeslag volgens type onderwijs 

Voor het Vlaams Gewest hebben we berekend dat meer dan 1 op de 3 kinderen tussen 3 en 17 jaar een schooltoeslag krijgt. 

Net zoals bij de sociale toeslag wordt er bij ontvangst van de inkomensgegevens over een jaar automatisch nagegaan of er kinderen zijn die toch recht hadden op de schooltoeslag, hoewel ze die tijdens dat schooljaar niet kregen of aanvroegen via de alarmbelprocedure. Pas in 2022 zijn er dus definitieve cijfers voor het schooljaar 2019-2020. Vergeleken met de cijfers die in het jaarverslag 2020 werden opgenomen zien we dat bijkomend nog 31.250 kinderen een schooltoeslag kregen toegekend. In schooljaar 2019-2020 kregen in totaal 522.632 kinderen een schooltoeslag. In het dashboard participatietoeslagen namen we voor schooljaar 2019-2020 zowel de voorlopige als de definitieve cijfers op, zodat alle gegevens teruggevonden en vergeleken kunnen worden. 

Vanaf het lager onderwijs kunnen leerlingen vier types toeslagen afhankelijk van het gezinsinkomen en de samenstelling ervan ontvangen. Het aandeel leerlingen met een schooltoeslag dat een volledige toeslag ontvangt omwille van een inkomen onder de minimuminkomensgrens ligt voor elk van de 3 onderwijsniveaus hoger dan 40% en ligt het hoogst bij de leerlingen uit de HBO5-opleiding. Het aandeel leerlingen met een uitzonderlijke toeslag bedraagt minder dan 0,5%. We zien weinig wijzigingen in de verdeling van het type toeslagen ten opzichte van 2020. 

Evolutie aandeel toeslagtypes volgens type onderwijs

In het algemeen (dus ongeacht woonplaats) ontvangen leerlingen met een schooltoeslag gemiddeld 748 euro per jaar in het secundair onderwijs, 161 euro in het lager onderwijs en 107 euro in het kleuteronderwijs. Studenten uit HBO5 krijgen gemiddeld een veel hoger bedrag (1.651 euro). De gemiddelde bedragen evolueren slechts beperkt. 

Evolutie gemiddeld toegekend bedrag per leerling volgens type onderwijs 

 

In tegenstelling tot de sociale toeslag is het toepassingsgebied van de schooltoeslag ruimer dan het Vlaams Gewest, omdat de regeling geldt in het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, ongeacht waar het kind zelf woont en ongeacht of het kind recht heeft op de basisbedragen van het Groeipakket. 6,6% (32.399) van de kinderen met een schooltoeslag ontvangt geen gezinsbijslagen via het Groeipakket, het grootste deel van hen omdat ze in Wallonië of Brussel wonen.   

Van de kinderen met een schooltoeslag die wel recht hebben op gezinsbijslagen via het Groeipakket ontvangt 59,3% ook een sociale toeslag. Omdat de inkomensgrenzen van de schooltoeslagregeling ruimer zijn dan die van de sociale toeslag, is het uiteraard logisch dat niet alle kinderen met een schooltoeslag ook een sociale toeslag ontvangen. 

Evolutie aantal kinderen met een kleutertoeslag 

In 2021 ontvingen iets minder kinderen (-4,2%) een kleutertoeslag dan in 2020. Ongeveer 1 op de 20 kinderen die de toeslag ontvingen, hebben geen recht op een basisbedrag omdat ze niet in het Vlaamse Gewest wonen. 

Evolutie aantal kinderen met een kleutertoeslag 

Evolutie aantal kinderen met een kinderopvangtoeslag 

In totaal hadden 37.702 kinderen in 2021 recht op minstens 1 kinderopvangtoeslag. Gemiddeld ontvangen meer dan 24.000 kinderen per maand een kinderopvangtoeslag. 

Op jaarbasis ontvangen 29,3% van de kinderen met een kinderopvangtoeslag minstens 400 euro toeslag om de kosten voor kinderopvang zonder inkomenstarief gedeeltelijk te compenseren. 

Evolutie aantal kinderen met kinderopvangtoeslag volgens toegekend bedrag op jaarbasis