Het Huis van het Kind draagt bij aan geïntegreerde zorg en ondersteuning. Geïntegreerde zorg en ondersteuning heeft als doel kinderen, jongeren en gezinnen snel, tijdig, afgestemd en gecoördineerd te ondersteunen, vertrekkend vanuit hun vragen, behoeften en mogelijkheden. Het gaat niet om een afzonderlijke functie of hulpverleningsvorm, maar om een manier van samenwerken waarbij verschillende partners gezamenlijk verantwoordelijkheid opnemen om tot een samenhangend antwoord te komen.
Wat verstaan we onder geïntegreerde zorg en ondersteuning?
Geïntegreerde zorg en ondersteuning is onderdeel van het minimale aanbod van elk Huis van het Kind.
Het gaat om ondersteuning die:
- snel beschikbaar is;
- tijdig wordt ingezet;
- afgestemd is op de noden van kind en gezin;
- gecoördineerd verloopt tussen betrokken actoren;
- aansluit bij de principes van geïntegreerde zorg;
- bijdraagt aan de doelstellingen van het Huis van het Kind.
De focus ligt niet op afzonderlijke organisaties of voorzieningen, maar op wat gezinnen nodig hebben om verder te kunnen. De ondersteuning vertrekt vanuit één samenhangend geheel waarin verschillende partners samenwerken rond gedeelde doelstellingen.
De Vlaamse pilootprojecten Zorg en Ondersteuning leverden waardevolle inzichten op over hoe geïntegreerde zorg en ondersteuning lokaal vorm kan krijgen. Deze pagina bundelt de belangrijkste praktijklessen, werkzame principes en randvoorwaarden uit deze pilootprojecten en plaatst deze binnen de krijtlijnen van het nieuwe Besluit van de Vlaamse Regering over de Huizen van het Kind.
1. De bouwstenen van geïntegreerde zorg en ondersteuning
1. Vraagverheldering als vertrekpunt
Geïntegreerde zorg en ondersteuning start met een brede vraagverheldering.
Het geïntegreerd gezinsloket biedt een toegankelijk aanspreekpunt waar gezinnen terechtkunnen met vragen over opgroeien, opvoeden, kinderopvang, vrije tijd en ondersteuning. Daarbij wordt niet enkel gekeken naar de eerste vraag die gesteld wordt, maar ook naar onderliggende vragen, krachten en mogelijkheden van het gezin.
Een grondige vraagverheldering verkleint de kans op versnipperde ondersteuning en helpt om sneller tot een passend antwoord te komen.
2. Een afwegingskader voor ondersteuning
Niet elke vraag vraagt dezelfde vorm van ondersteuning.
De pilootprojecten maakten een onderscheid tussen eenvoudige, ingewikkelde en complexe situaties. Dit helpt om te bepalen welke vorm van ondersteuning en afstemming nodig is.
| Situatie | Kenmerken | Wat is doorgaans nodig? |
|---|---|---|
| Eenvoudige situatie | Eén duidelijke vraag of ondersteuningsnood. | Informatie, advies, kortdurende ondersteuning of een gerichte doorverwijzing. |
| Ingewikkelde situatie | Verschillende vragen of levensdomeinen spelen tegelijk. Meerdere professionals zijn betrokken. | Afstemming tussen betrokken partners en gerichte inzet van bijkomende expertise. |
| Complexe situatie | Meerdere problemen beïnvloeden elkaar. Verschillende organisaties zijn betrokken of de ondersteuning dreigt vast te lopen. | Geïntegreerde zorg en ondersteuning met duidelijke afspraken over opvolging, afstemming en gedeelde verantwoordelijkheid. |
Wanneer is meer afstemming aangewezen?
Overweeg geïntegreerde afstemming wanneer:
- verschillende organisaties betrokken zijn;
- vragen elkaar beïnvloeden over verschillende levensdomeinen;
- gezinnen hun verhaal herhaaldelijk moeten vertellen;
- niet duidelijk is wie ondersteuning opvolgt;
- ondersteuning dreigt vast te lopen;
- risico bestaat op escalatie of uitval;
- partners nood hebben aan gezamenlijke besluitvorming.
De pilootprojecten tonen dat vroegtijdige afstemming vaak effectiever is dan wachten tot problemen escaleren.
3. Ondersteuning afstemmen op maat van gezinnen
Gezinnen hebben vaak ondersteuning nodig vanuit verschillende sectoren tegelijk.
De pilootprojecten tonen dat een afgestemde aanpak beter werkt wanneer betrokken partners gezamenlijk bekijken welke ondersteuning nodig is en hoe die het best kan worden georganiseerd. Daarbij wordt zoveel mogelijk vermeden dat gezinnen telkens opnieuw moeten starten bij een andere dienst.
Ondersteuning wordt sterker wanneer expertise wordt toegevoegd aan een bestaand traject in plaats van dat gezinnen telkens worden doorverwezen zonder verdere afstemming.
4. Samenwerking organiseren rond gezinnen
Geïntegreerde zorg en ondersteuning vraagt actieve samenwerking tussen partners.
Het BVR voorziet expliciet samenwerking met onder meer:
- Kind en Gezin;
- consultatiebureaus;
- kinderopvang;
- eerstelijnsdiensten;
- jeugdhulp;
- OverKop;
- aanvullende en gespecialiseerde zorg.
De pilootprojecten tonen dat samenwerking vooral krachtig wordt wanneer partners elkaar kennen, vertrouwen opbouwen en gezamenlijk verantwoordelijkheid opnemen.
2. Praktijklessen uit de pilootprojecten
Les 1. Vertrek vanuit één gedeeld perspectief op het gezin
Succesvolle samenwerking begint wanneer betrokken professionals vertrekken vanuit gedeelde doelen en een gezamenlijk beeld van de ondersteuningsbehoeften.
Les 2. Werk generalistisch waar mogelijk
Ondersteuning vertrekt vanuit het geheel van het gezin en niet vanuit afzonderlijke problematieken of sectoren.
Les 3. Organiseer samenwerking dicht bij de praktijk
Functionele teams, casusoverleggen en multidisciplinaire overlegmomenten helpen om ondersteuning beter op elkaar af te stemmen.
Les 4. Maak continuïteit mogelijk
Gezinnen ervaren ondersteuning positiever wanneer breuken tussen organisaties worden vermeden en er duidelijke opvolging is.
Les 5. Investeer in relaties tussen partners
Samenwerking wordt niet uitsluitend bepaald door structuren en afspraken. Vertrouwen, wederzijds respect en gedeelde ambities blijken minstens even belangrijk
Les 6. Bouw verder op bestaande netwerken
Piloten die konden voortbouwen op bestaande samenwerkingsverbanden boekten doorgaans sneller vooruitgang dan piloten die volledig nieuwe netwerken moesten opbouwen.
3. Werkzame principes
Toegankelijkheid
Ondersteuning is laagdrempelig, herkenbaar en bereikbaar voor alle gezinnen. Er is bijzondere aandacht voor gezinnen in maatschappelijk kwetsbare situaties
Vraaggestuurd werken
Ondersteuning sluit aan bij de vragen, behoeften en doelen van gezinnen.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Partners blijven gezamenlijk verantwoordelijkheid opnemen voor ondersteuning en afstemming.
Regie bij gezinnen
Gezinnen behouden zoveel mogelijk zelf de regie over de ondersteuning.
Samenhang en continuïteit
Ondersteuning wordt georganiseerd als een samenhangend geheel dat voor gezinnen overzichtelijk blijft.
Generalistisch werken
Ondersteuning vertrekt vanuit een brede kijk op het gezin en diens leefomgeving.
4. Reflectievragen
Voor beleid en coördinatie
- Hoe geven we binnen ons Huis van het Kind vorm aan geïntegreerde zorg en ondersteuning?
- Welke gezamenlijke visie hanteren partners rond afgestemde ondersteuning van gezinnen?
- Hoe zorgen we ervoor dat gezinnen snel de juiste ondersteuning krijgen?
- Welke partners zijn essentieel binnen ons samenwerkingsmodel en zijn zij voldoende betrokken?
- Hoe organiseren we gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gezinnen over organisatiegrenzen heen?
- Welke afspraken bestaan er rond informatie-uitwisseling, privacy en beroepsgeheim?
- Hoe monitoren we de kwaliteit en impact van geïntegreerde zorg en ondersteuning?
- Welke beleidsmatige of organisatorische drempels bemoeilijken vandaag geïntegreerd werken?
Voor professionals
- Hoe verhelderen wij de vragen van gezinnen voldoende breed?
- Hoe houden wij aandacht voor de verschillende levensdomeinen van een gezin?
- Welke expertise hebben wij zelf in huis en wanneer hebben we andere partners nodig?
- Op welke manier stemmen wij af met andere betrokken professionals?
- Hoe zorgen wij ervoor dat gezinnen hun verhaal niet telkens opnieuw moeten vertellen?
- Hoe ondersteunen wij gezinnen zonder hun regie over te nemen?
- Wanneer ervaren wij samenwerking als succesvol? Wat maakt daarin het verschil?
- Welke kennis of competenties hebben wij nog nodig om geïntegreerd te werken?
Voor het netwerk
- Hebben we een gedeeld beeld van wat geïntegreerde zorg en ondersteuning betekent in onze regio?
- Kennen partners elkaars opdracht, expertise en aanbod voldoende?
- Welke gezinnen bereiken we vandaag onvoldoende?
- Hoe organiseren we afstemming rond gezinnen met complexe ondersteuningsnoden?
- Welke overlegvormen dragen daadwerkelijk bij aan betere ondersteuning voor gezinnen?
- Waar botsen gezinnen nog op breuken tussen organisaties, dienstverlening of regelgeving?
- Hoe versterken we wederzijds vertrouwen tussen partners?
- Welke randvoorwaarden zijn noodzakelijk om geïntegreerde zorg en ondersteuning duurzaam te verankeren?
Voor gezinnen, kinderen en jongeren
- Weten gezinnen waar ze terecht kunnen met hun vragen?
- Ervaren gezinnen dat er naar hun volledige situatie wordt gekeken?
- Worden gezinnen betrokken bij beslissingen die hen aanbelangen?
- Ervaren gezinnen ondersteuning als één samenhangend geheel?
- Moeten gezinnen hun verhaal meermaals vertellen?
- Voelen gezinnen zich voldoende ondersteund bij het vinden en gebruiken van hulp?
- Welke ondersteuning missen gezinnen vandaag nog?
- Wat maakt volgens gezinnen het grootste verschil?
5. Randvoorwaarden voor een sterke praktijk
Gegevensdeling en privacy
Samenwerking vraagt afspraken over beroepsgeheim, gegevensdeling en privacybescherming.
Een gedeelde visie
Partners hebben nood aan een gemeenschappelijke opdracht en gedeelde doelstellingen.
Duidelijke afspraken
Heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden, informatiedeling en besluitvorming versterken de samenwerking.
Voldoende capaciteit
Tijd, middelen en personele capaciteit zijn noodzakelijke voorwaarden voor duurzame samenwerking.
Ondersteuning van professionals
Competentieversterking, intervisie, coaching en leren van elkaar dragen bij aan kwalitatieve ondersteuning.
Monitoring en kwaliteitsopvolging
Het BVR verwacht dat Huizen van het Kind rapporteren over de wijze waarop zij bijdragen aan geïntegreerde zorg en ondersteuning.
6. Praktijkvoorbeelden uit de pilootregio's
Aalst
Wat wilden ze aanpakken?
Professionals hebben soms nood aan bijkomende perspectieven of expertise wanneer zij vastlopen op een vraag van een gezin. Aalst wilde een toegankelijke plek creëren waar partners zulke vragen gezamenlijk kunnen bekijken, zonder dat de verantwoordelijkheid automatisch wordt overgedragen.
Hoe organiseerden ze dit?
Aalst werkt met een functioneel team dat wekelijks één uur online samenkomt. Partners kunnen er een vraag anoniem voorleggen voor advies of, met toestemming van het gezin, een situatie uitgebreider bespreken. De deelnemende partners brengen een brede waaier aan expertise samen. Het overleg kan onder meer dienen voor consult, expertisedeling, het toevoegen van ondersteuning, het organiseren van aanvullende zorg en het opvolgen van gemaakte afspraken.
Welke afspraken zijn belangrijk?
- De regie van het gezin staat centraal.
- Bespreking gebeurt transparant en met toestemming.
- De inbrenger blijft verantwoordelijk voor de verdere opvolging.
- De gemaakte afspraken worden teruggekoppeld naar het gezin.
- Partners spreken elkaar constructief aan op rollen en verantwoordelijkheden.
- Wanneer er geen concrete situaties zijn, wordt de tijd benut voor intervisie en gezamenlijke visieontwikkeling.
Wat leren we hieruit?
Een casustafel kan tegelijk een consultfunctie, een afstemmingsfunctie en een leerfunctie vervullen. Structurele terugkoppeling is noodzakelijk om overzicht en continuïteit te bewaren.
Brussel
Wat wilden ze aanpakken?
Wanneer verschillende partners rond een gezin werken, bestaat het risico dat acties naast elkaar blijven lopen of dat onduidelijk wordt wie welke stap opneemt. Brussel wilde via een terugkerende overlegvorm meer samenhang en opvolging creëren.
Hoe organiseerden ze dit?
In Huis van het Kind Noord komen partners fysiek samen in steuntafels. In 2026 werden vier steuntafels georganiseerd waarin vijftien unieke gezinnen werden besproken. Onder meer Huis van het Kind Noord, het lokaal team Kind en Gezin, BRAP, het Lokaal Loket Kinderopvang, Elmer Noord, Centrum voor Inclusie en Sonja Erteejee namen deel. Bij elk overleg wordt teruggekoppeld over eerder afgesproken acties.
Wat leren we hieruit?
Een terugkerende overlegstructuur krijgt pas waarde wanneer eerdere afspraken systematisch worden opgevolgd. Niet alleen de bespreking, maar vooral de verbinding tussen opeenvolgende overlegmomenten ondersteunt continuïteit en gedeeld eigenaarschap.
Aandachtspunt uit de piloot
De Brusselse ervaring toont ook dat de verdeling van middelen, de positie van de coördinatie en het mandaat om richting te geven vooraf helder moeten zijn. Wanneer middelen en verwachtingen niet gelijk lopen, kan dit samenwerking en vertrouwen onder druk zetten.
BraViO
Wat wilden ze aanpakken?
BraViO wilde verschillende vormen van expertise rond jonge kinderen en gezinnen beter met elkaar verbinden en ondersteuning tussen lokale en regionale netwerken afstemmen.
Hoe organiseerden ze dit?
Partners komen tweemaandelijks samen om situaties te bespreken en te bekijken welke aanvullende ondersteuning of expertise nodig is. Onder meer Villa Clementina, Resonans, 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde, COS Brussel en COS Leuven zijn betrokken. Vanuit deze samenwerking werden ook verbindingen gelegd met Vroegdiagnostiek Halle-Vilvoorde en de intersectorale partnertafel van 1 Gezin 1 Plan. Villa Clementina, COS Brussel en COS Leuven ontwikkelden samen een vorming over de ontwikkeling van baby’s en jonge kinderen voor kinderbegeleiders en leerkrachten.
Wat leren we hieruit?
Geïntegreerde samenwerking kan meer opleveren dan afstemming rond individuele gezinnen. Ze kan ook leiden tot gedeelde deskundigheidsbevordering en een beter verbonden ondersteuningslandschap.
Aandachtspunten uit de piloot
Een bestaande samenwerking is een belangrijke basis, maar volstaat niet. Nieuwe opdrachten vragen telkens opnieuw duidelijkheid over rollen, verwachtingen en doelen. Ook tijd, personeelscapaciteit, financiering, gegevensdeling en personeelswissels beïnvloeden de samenwerking. BraViO organiseert daarom regelmatig overleg en gezamenlijke werkmomenten om verbinding en informele afstemming te versterken.
Noord-Limburg
Wat wilden ze aanpakken?
Niet alle gezinnen vinden spontaan hun weg naar ondersteuning. Tegelijk kennen lokale partners elkaars aanbod en expertise niet altijd voldoende. Noord-Limburg combineerde daarom nabij werken met versterking van het lokale netwerk.
Hoe organiseerden ze dit?
In de deelnemende gemeenten werd outreachend gewerkt op plaatsen waar gezinnen al komen. Daarnaast werden verbindende teams opgezet met twee centrale functies:
- intervisie en van elkaar leren;
- gezamenlijke bespreking van situaties waarvoor partners samen verantwoordelijkheid willen opnemen.
Onder meer Huis van het Kind, Winstroom, kinderopvang, Vroeg in Beeld, onderwijs en OCMW werden betrokken. Noord-Limburg investeerde ook in verduidelijking rond beroepsgeheim en het delen van informatie.
Wat leren we hieruit?
- Outreachend werken en netwerkontwikkeling versterken elkaar. Nabijheid maakt vragen en signalen zichtbaar. Een verbonden netwerk helpt vervolgens om daar sneller en meer afgestemd op te reageren.
- Ken je netwerk. Investeer niet alleen in formele overlegmomenten, maar ook in individuele kennismaking, regelmatig contact en zichtbaarheid op lokale vindplaatsen. De Noord-Limburgse praktijk legt daarbij de nadruk op scholen, kinderopvang en andere plaatsen waar gezinnen en professionals elkaar ontmoeten.
Westhoek
Wat wilden ze aanpakken?
De Westhoek zocht naar manieren om brede vraagverheldering, generalistische basisondersteuning en aanvullende expertise met elkaar te verbinden. De landelijke context, grotere afstanden, kleinere gemeenten en beperkte personeelsinzet beïnvloeden er de mogelijkheden tot samenwerking.
Hoe organiseerden ze dit?
Tijdens de wekelijkse teamvergadering van het onthaalteam wordt tijd voorzien voor de bespreking van nieuwe en lopende situaties. Wanneer nodig wordt informatie of expertise uit het netwerk toegevoegd. Daarnaast sluit iemand van het onthaalteam aan bij het Aanmeldings- en Oriëntatieteam van 1 Gezin 1 Plan. Zo kan worden afgestemd welke partner eerst aan zet is en waar meteen een gecombineerd spoor nodig is.
Westhoek ontwikkelde daarnaast lerende netwerken en praktijkpleinen waarin medewerkers expertise uitwisselen, intervisie en casusbespreking organiseren, werkwijzen afstemmen en signalen terugkoppelen naar andere overlegstructuren.
Wat leren we hieruit?
Geïntegreerde zorg en ondersteuning vraagt niet alleen afstemming rond afzonderlijke situaties, maar ook verbinding tussen dagelijkse praktijk, leren en strategische besluitvorming. In een uitgestrekte regio zijn fysieke nabijheid, lokale verankering en verbinding tussen gemeenten bijkomende aandachtspunten.
Kordia
Wat wilden ze aanpakken?
Kordia wilde vragen opvangen op plaatsen waar ouders al komen en de eerste vraag gebruiken als ingang om, samen met het gezin, breder te kijken.
Hoe organiseerden ze dit?
Kordia organiseert contactmogelijkheden op vertrouwde plaatsen zoals het consultatiebureau, kinderopvang en het peuterspeelpunt. Daardoor worden medewerkers herkenbare gezichten en spreken ouders de medewerkers spontaner aan.
Een vraag over een lager tarief voor kinderopvang leidde bijvoorbeeld tot de vaststelling dat het Groeipakket nog niet in orde was en dat er problemen waren met energieafrekeningen. Samen werden deze verschillende vragen opgenomen. Later nam dezelfde ouder opnieuw contact op voor huiswerkbegeleiding.
Wat leren we hieruit?
Een praktische vraag staat zelden volledig los van de bredere leefwereld van een gezin. Een vertrouwde relatie en brede vraagverheldering maken het mogelijk om verschillende behoeften te zien zonder de oorspronkelijke vraag uit het oog te verliezen.
Kordia benadrukt dat samenwerking gebaat is bij:
- een duidelijke gezamenlijke opdracht;
- ervaren medewerkers met bestaande netwerken;
- ruimte voor reflectie;
- duidelijke afspraken over rollen, tijd, middelen en verwachtingen;
- onderscheid tussen strategisch, tactisch en operationeel overleg.
Samenwerking hoeft niet altijd de vorm aan te nemen van één vast team. Ook flexibele samenwerkingsvormen kunnen werken wanneer relaties sterk zijn en partners hun verbinding met de eigen organisatie bewust inzetten.
7. Aan de slag in je eigen Huis van het Kind
Stap 1. Vertrek vanuit concrete ervaringen
Verzamel situaties waarin samenwerking voor gezinnen goed werkte én situaties waarin gezinnen moeilijk hun weg vonden. Breng in kaart wat gezinnen hielp, waar ondersteuning vastliep en welke samenwerking het verschil maakte.
Stap 2. Breng het bestaande netwerk in kaart
Maak zichtbaar:
- welke partners rechtstreeks vragen van gezinnen ontvangen;
- welke partners generalistische ondersteuning bieden;
- welke aanvullende of gespecialiseerde expertise beschikbaar is;
- welke samenwerkingsafspraken al bestaan;
- welke overlegvormen al bestaan;
- waar relaties sterk zijn en waar verbinding ontbreekt.
De bedoeling is niet om automatisch een nieuwe structuur te creëren, maar eerst te zien wat al werkt en waar hiaten zitten. Bouw zoveel mogelijk verder op bestaande relaties en overlegstructuren. Bestaande samenwerking en vertrouwen blijken in alle pilootregio's een belangrijke hefboom.
Stap 3. Formuleer een gedeelde ambitie
Beschrijf samen wat geïntegreerde zorg en ondersteuning voor gezinnen in de lokale context moet betekenen. Maak dit concreet vanuit het perspectief van gezinnen, bijvoorbeeld:
- Ik weet waar ik terechtkan.
- Mijn vraag wordt ernstig genomen.
- Ik begrijp wat de volgende stap is.
- Ik moet mijn verhaal niet telkens opnieuw vertellen.
- Betrokken professionals stemmen onderling af.
- Ik weet wie mijn vraag opvolgt.
- Ik krijg tijdig de juiste ondersteuning.
- Ik blijf betrokken bij beslissingen.
Door de gewenste meerwaarde voor gezinnen expliciet te maken, ontstaat een gedeeld kompas voor samenwerking en kwaliteitsontwikkeling.
Stap 4. Maak afspraken over vraagverheldering
Bespreek met partners welke principes jullie willen hanteren bij het verhelderen van vragen van gezinnen.
Bespreek onder meer:
- hoe vragen breed verkend worden;
- wanneer expertise wordt bijgehaald;
- hoe informatie gedeeld wordt;
- wie een ondersteuningsvraag opvolgt;
- hoe gezinnen betrokken blijven.
Veel pilootregio's benadrukken daarbij het belang van:
- transparantie over wat met informatie gebeurt;
- warm en respectvol onthaal;
- aandacht voor krachten en mogelijkheden van gezinnen;
- elke ontmoeting benutten om vragen en signalen op te vangen;
- afspraken opvolgen en terugkoppelen;
- werken vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid.
Deze principes helpen om vragen niet alleen te registreren, maar samen met gezinnen te begrijpen en te vertalen naar passende ondersteuning.
Stap 5. Organiseer afstemming rond gezinnen
Kies overlegvormen die passen bij de lokale context. Dat kan een structurele casustafel zijn, een kort overleg tussen enkele betrokken partners, een gezamenlijk intakegesprek of regelmatige intervisie. Maak telkens duidelijk:
- wat het doel is;
- wie deelneemt;
- welke informatie nodig is;
- wie beslist;
- wie acties opvolgt;
- hoe terugkoppeling gebeurt.
De piloten laten zien dat de vorm verschilt per regio, maar het doel blijft hetzelfde: expertise samenbrengen, verantwoordelijkheid delen en continuïteit voor gezinnen realiseren.
Stap 6. Volg op wat het verschil maakt voor gezinnen
Sta regelmatig stil bij de vraag of gezinnen daadwerkelijk de meerwaarde ervaren die jullie willen realiseren.
Mogelijke reflectievragen zijn:
- weten gezinnen waar ze terechtkunnen?
- voelen gezinnen zich gehoord en ernstig genomen?
- begrijpen gezinnen welke stappen worden gezet?
- ervaren gezinnen samenhang tussen betrokken diensten?
- moeten gezinnen hun verhaal minder vaak herhalen?
- behouden gezinnen voldoende regie over hun situatie?
Kijk daarbij niet alleen naar aantallen en bereik, maar ook naar de ervaringen van kinderen, jongeren en gezinnen
Stap 7. Leer samen en stuur bij
Geïntegreerde zorg en ondersteuning is nooit af.
Gebruik casusbesprekingen, intervisie, signalen van gezinnen en ervaringen van partners niet alleen om een actuele vraag op te lossen maar om:
- werkwijzen bij te sturen;
- afspraken te verduidelijken;
- nieuwe partners te betrekken;
- rollen en mandaten te verfijnen;
- de samenwerking verder te versterken.
Zoek ook naar terugkerende drempels en patronen. Koppel signalen door naar coördinatie en beleid. Voorzie momenten waarop werkwijzen, rollen en overlegstructuren samen worden geëvalueerd.
De piloten tonen dat succesvolle samenwerking niet ontstaat door éénmalige afspraken, maar door voortdurend samen te leren en bij te sturen.