Wat?
Het beroepsgeheim wordt omschreven als de geheimhoudingsplicht die van toepassing is op iedereen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun werden toevertrouwd.
Artikel 352 van het Strafwetboek vormt de basis van het beroepsgeheim. Art. 352 Sw. stelt het bekendmaken van geheimen die werden toevertrouwd omwille van een bepaalde staat of beroep strafbaar. Het gaat hier om een zwijgplicht verbonden aan een vertrouwensrelatie van een professional met de persoon waarover de geheimen gaan..
Het beroepsgeheim is daarnaast nog terug te vinden in andere wettelijke bepalingen en deontologische codes zoals het decreet IJH, CAW en CGG.
Waarom beroepsgeheim?
Het idee achter het beroepsgeheim is zowel de bescherming van de belangen van de cliënt, als de bescherming van het algemeen vertrouwen in de hulpverlening. In de eerste plaats worden de individuele belangen van een cliënt beschermd, die erop kan vertrouwen dat niets wat hij tegen een hulpverlener of vertrouwenspersoon zegt, bekend zal worden. Maar het gaat breder dan dat. Ook potentiële cliënten moeten erop kunnen vertrouwen dat hulpverlening veilig en betrouwbaar is, om de stap naar hulpverlening zo klein mogelijk te maken.