Gezinsondersteuner Engin: "Armoede leer je niet kennen uit de boeken"

Engin Özdemir, gezinsondersteuner bij Kind en Gezin Midden-Limburg

Wie kan beter begrijpen en voelen wat gezinnen in armoede doormaken dan iemand die er zelf in is opgegroeid? Engin Özdemir wint het vertrouwen van de kwetsbaarste gezinnen in Genk omdat hij nog altijd weet hoe het voelt. "Soms herken ik mijn eigen moeder in situaties van vandaag."  (Foto: Bob Van Mol)

Veerle Beel schreef dit verhaal van Engin op. Het verscheen eerder in De Standaard van 29 mei 2021. 

Aysen (34) doet de deur open met een brede glimlach: "Kom binnen!" Haar man is uit werken en de twee kinderen zijn naar school - ook de jongste, die nog niet op het potje wil. "Ik had het hem thuis nochtans geleerd, maar de juf zegt dat hij het op school niet wil." 

Engin Özdemir (38) stelt haar gerust: "Dat is niet abnormaal. Naar school gaan kan erg overweldigend zijn in het begin. Andere kinderen reageren ook soms zo. Het komt wel goed." 

Zes jaar geleden hebben ze elkaar voor het eerst ontmoet. Zij, een onzekere jonge vrouw die tien jaar eerder uit Turkije naar België was gekomen en zwanger was van haar eerste kind, terwijl haar Turkse man dit land op dat moment nog niet binnen mocht. "Ik had het financieel erg moeilijk." Hij, een gezinsbegeleider bij Kind en Gezin, die het patroon herkende, want ook zijn ouders waren uit Turkije naar Limburg getrokken om er een nieuw leven te beginnen. Özdemir beluisterde haar verhaal en bracht haar onder meer in contact met de voedselbedeling van Sint-Vincentius. 

Zes jaar geleden was deze vrouw erg onzeker en timide. Stap voor stap heeft ze een enorme weg afgelegd. 

Door corona is het een tijdje geleden dat ze elkaar in levenden lijve hebben gezien. De contacten verliepen vooral via telefoon en Whatsapp. Özdemir vraagt: "Hoe gaat het met je man?" 

Aysen: "Hij werkt voltijds in de bouw. Ik zie hem niet veel. Het werk is zwaar, maar het loon is goed." 

Zelf krijgt ze nu een uitkering. "Ze zeggen dat ik moet werken, maar dat gaat niet met twee kleine kindjes." Özdemir toont begrip maar zegt ook dat dit argument voor de VDAB niet van tel is. "Wat je kunt doen, is een opleiding volgen bij de VDAB. Dan ­laten ze je met rust. Ze hebben heel veel opleidingen. Je moet natuurlijk iets kiezen dat je graag doet. Want ze verwachten wel dat je je ervoor inspant. Wil je daar eens over nadenken? Het zou toch ook fijn zijn om zo nieuwe mensen te leren kennen?

Aysen knikt: "Ik zit de hele dag alleen." 

We verlaten haar huis met de afspraak dat zij binnenkort langskomt bij het Huis van het Kind - in Genk heet dat CO3 - om er samen met de gezinsbegeleider op zijn laptop te kijken welke opleidingen er allemaal mogelijk zijn. Aysen kent de weg. "Ik kom daar graag. Als ik een probleem heb, ga ik altijd naar Kind en Gezin.
 

Sinterklaas alleen bij de buren 

Özdemir is niet zomaar een gezinsbegeleider. Hij kent het leven in armoede van binnenuit. "Ik wilde na de middelbare school heel graag voortstuderen. Dat kon niet en mocht niet van mijn ouders. Ze verwachtten dat ik aan het werk ging."

"Mijn vader was 18 jaar toen hij naar België kwam, mijn moeder nog jonger. Vader kon gelukkig in de mijn aan de slag en verdiende daar goed, maar hij moest zijn loon elke maand opsturen naar zijn ouders in Turkije. Wij leefden met een gezin van zes van wat moeder verdiende met een halftijdse job in de fabriek. Op school zeiden ze dat we anders waren. Sinterklaas kwam bij de buren, maar nooit bij ons. In mijn tienerjaren ben ik vaak boos op hen geweest: waarom hadden andere kinderen zoveel en mochten ze zoveel doen, terwijl wij braaf moesten thuisblijven, ons klein houden, en maken dat het huis ordelijk bleef? Waarom was er van alles maar net genoeg, of eigenlijk net altijd te weinig?"

In mijn tienerjaren ben ik vaak boos geweest op mijn ouders: waarom hadden andere kinderen zoveel en mochten ze zoveel doen?

Per toeval kon Özdemir in de hulpverlening aan de slag, eerst bij het CAW, daarna bij Kind en Gezin. "Die twee organisaties hebben mij de kans gegeven om delen van de opleiding tot 'ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting' te volgen. Ik vond er onder lotgenoten een veilige plek om te spreken en leerde er taal te geven aan mijn ervaring en gevoelens. Mijn zelfwaarde werd opgekrikt. Ik kreeg inzicht in mijn eigen leven en dat van mijn ouders. Eerder schaamde ik mij daar toch voor. Nu niet meer. Alles in mijn leven heeft een plaats gekregen en is nu ook van waarde geworden in de hulpverlening."

Dat Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) de opleiding wil stopzetten, kan hij echt niet vatten: 'Er zijn nog zoveel mensen die in armoede opgroeien en competent genoeg zijn, maar elders geen kansen krijgen. Je hebt die opleiding nodig om je ervaren kennis te kunnen inzetten voor een ander doel. Ook geloof ik dat we onvervangbaar zijn: armoede kun je nooit helemaal leren kennen uit boeken alleen.'

Geen voedselpakket meer

Op naar de volgende afspraak, deze keer naar de cité van Zwartberg. Jessica (40) woont er in een huurhuis met haar drie dochters van 18, 15 en 10 jaar en haar zoontje van 2,5 jaar. Ze is wat gestresseerd omdat het huis verkocht is en ze deze zomer moeten verhuizen. De zoektocht naar een andere woonst verliep erg moeizaam, vanwege de hoge huurprijzen en de schrik van huiseigenaren voor een groot gezin met een beperkt inkomen. We krijgen het hele verhaal in de eerste tien minuten te horen, Jessica is er erg open over.

Het eerste contact met Kind en Gezin werd gelegd tijdens de zwangerschap van haar zoon. Een zorgenbaby. "Toen hij geboren was, zeiden ze in het ziekenhuis: zie je niet dat zijn armpjes en beentjes te kort zijn, of wil je het niet zien? De vooruitzichten waren niet goed. Maar Kwinten gaat intussen toch naar een gewone school. En het gaat goed!"

De jongen ligt boven te slapen, want hij is na een halve schooldag al doodop. Ze laat foto's zien op haar gsm: "Hij is zo'n vrolijk kereltje. Ook als ik een minder goede dag heb, word ik blij zodra ik hem zie."

Jessica heeft al veel meegemaakt in haar leven: een jeugd in een warm maar arm gezin, een vechtscheiding, een nieuwe partner die na de geboorte van zijn zoontje aan de drank ging maar nu al meer dan een jaar clean is. "Hij weet dat mijn kinderen voor alles komen", zegt Jessica. "Ik heb drie prachtige dochters en een fantastisch zoontje. Ik ben heel fier op wat ik voor hen heb bereikt, en ik zie ze alle vier even graag."

Özdemir zegt: "Er is hier altijd veel liefde en warmte in huis. Dat heb ik al vaak gezien. Maar wat ik wil weten is: hoe gaat het nu met jóú?"

"Dat had ik je nog niet verteld", zegt Jessica. "Ik heb nu ook hulp voor mezelf gezocht. Ik kan wel eens boos worden op de kinderen, als de ene tegenslag op de andere volgt, en dat is niet leuk voor hen. Maar wie zorgt per slot voor mama? Ik ga nu om de drie weken op gesprek bij het CAW en dat doet me veel deugd. Binnenkort ga ik met die dame ook mijn financiële situatie bespreken, want dat is nog altijd niet gemakkelijk. Wist je al dat ik geen recht meer heb op een voedselpakket?"

Özdemir noteert: "Ik zal het bespreken met de mensen van het CAW."

"Dank je wel, dat zou fijn zijn. Niet dat ik wil profiteren, maar alle beetjes helpen."

Wat ik wil weten is: hoe gaat het nu met jóú?

Bijna als een hobby

"Ik doe dit werk heel graag", zegt Özdemir, terug in de auto op weg naar het centrum van Genk. "Het is bijna als een hobby voor mij. Je moet heel veel geduld hebben, niet alles ineens willen oplossen. Onze centrale missie is: aandachtig luisteren en horen wat deze mensen nodig hebben, en hen beetje bij beetje vooruithelpen. Ik heb geen toverstaf. Ik kan hen geen groot huis, een fantastische job, en een groot inkomen beloven. Maar ik kan laten zien, ook door mijn eigen voorbeeld, dat het wel degelijk mogelijk is om op te klimmen uit armoede en dat ik erin geloof dat het ook met hen goedkomt."

Ik kan laten zien, ook door mijn eigen voorbeeld, dat het wel degelijk mogelijk is om op te klimmen uit armoede en dat ik erin geloof dat het ook met hen goedkomt.

En soms, als hij heel goed luistert, hoort Özdemir in de woorden van de kwetsbaarste moeders die hij begeleidt ook het verhaal van zijn eigen moeder. "Dan flitst het door mijn hoofd: zo moet zij zich ook hebben gevoeld. Ook zij had geen familie in de buurt en ook zij sprak de taal niet. En dan begrijp ik haar weer iets beter."

Om privacyredenen is de familienaam van de moeders niet vermeld.
 

Engin is al eerder geïnterviewd door Weliswaarhet magazine van de Vlaamse overheid voor het welzijnswerk en de gezondheidssector.

Gerelateerde verhalen