Kunnen de kinderen en jongeren in de residentiële voorzieningen nog naar huis?

De circulatie van personen wordt maximaal vermeden. Dit betekent dat er een keuze moet worden gemaakt over het verblijf van kinderen en jongeren die een langere tijd kan aangehouden blijven. Voor kinderen in een jeugdhulpvoorziening is in overleg met alle betrokkenen een onderbouwde keuze gemaakt qua verblijfplaats: gedurende de looptijd van de maatregelen woont elk kind permanent in de voorziening of permanent thuis. Dat verkleint het risico op verspreiding van het coronavirus, door het vermijden van circulatie en contacten tussen verschillende contexten (de zgn. contactbubbels).

Maar er zijn situaties waarbij kinderen en jongeren nu in een voorziening verblijven omdat hun gezin op het moment van de keuze (nog) niet kon instaan voor de opvang, terwijl de situatie intussen is geëvolueerd. Bijvoorbeeld: een ouder kon door professionele activiteiten of kortstondige hospitalisatie niet onmiddellijk zelf instaan voor de opvang van zijn kind, terwijl hij dit nu wel kan. In dergelijke gevallen zijn eenmalige transfers toegestaan, mits:

  • er effectief ingeschat wordt dat een stabiele terugkeer naar huis of pleeggezin mogelijk is;
  • het kind en de leden van het gezin waar het kind naartoe gaat geen symptomen van besmetting vertonen;
  • er vooraf is overlegd met alle betrokken actoren, in het bijzonder de gemandateerde voorziening (OCJ of VK), sociale dienst jeugdrechtbank en de jeugdrechter;
  • bij het ophalen de ouders de voorziening niet betreden en de regels rond social distancing worden gerespecteerd;
  • de voorziening  instaat voor opvolging en ondersteuning, volgens de eerdere instructies;
  • indien de thuissituatie ongunstig evolueert en het thuis onvoldoende veilig is, de voorziening zich engageert om de minderjarige opnieuw op te nemen. 

Hierbij moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de maatregelen nog verlengd worden en dat de nieuw gekozen optie dus een langere tijd aangehouden zal blijven.

Vanaf 21 mei is een verdere versoepeling van de bezoekregeling voor de residentiële voorzieningen Jeugdhulp en CKG mogelijk. Dat moet een warm contact opnieuw mogelijk maken tussen de minderjarigen en hun context.

Een jongere die in een voorziening verblijft, kan, onder strikte voorwaarden, terug op (dag-)bezoek of overnachting bij zijn context (dit kan ook een pleeggezin zijn). Organisaties bepalen daarbij zelf de duur en het aantal van de bezoek- en weekendregeling. Het bezoek aan de context moet voldoen aan onderstaande voorwaarden:

  • bezoek beperkt zich tot één contactbubbel, met uitzondering van de situatie van gescheiden ouders. Een belangrijke uitzondering vormen ook broers en zussen: zij kunnen samen op bezoek bij hun context, ongeacht waar ze verblijven;
  • bezoek kan enkel indien de minderjarige en de personen bij wie hij op bezoek gaat, geen symptomen hadden gedurende de laatste 14 dagen;
  • is een andere minderjarige of een begeleider uit de leefgroep vastgesteld COVID-19-besmet, dan wordt aangeraden dat een +12-jarige tijdens een bezoek dat plaatsvindt binnen de 14 dagen na vaststelling van die besmetting, zoveel mogelijk een mondmasker draagt. De voorziening maakt in overleg met de minderjarige, de context en de betrokken arts afspraken over eventuele bijkomende maatregelen;
  • bij minderjarigen of personen uit de context die tot een risicogroep behoren, maakt de voorziening - in overleg met de minderjarige, de context en de behandelende arts - afspraken of het bezoek al dan niet kan doorgaan en over het al dan niet treffen van bijkomende maatregelen.

Ook bij kamertraining, CIG of een kleinschalige wooneenheid zijn een goede voorbereiding en duidelijke afspraken tussen de voorziening, jongeren en hun context essentieel. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een werkvorm met en zonder gemeenschappelijke ruimtes:

  • wanneer er geen gemeenschappelijke ruimtes zijn, worden de studio’s als aparte contactbubbels gezien. Dit wil zeggen dat elke jongere vier personen kan ontvangen, naar analogie met de richtlijnen door de Nationale Veiligheidsraad, in overleg met de begeleiding en mits het hanteren van de nodige hygiënische maatregelen.
  • wanneer er gemeenschappelijke ruimtes zijn, wordt het kamerwonen/ de wooneenheid als één contactbubbel beschouwd. Dit wil zeggen dat deze jongeren bezoek kunnen ontvangen in een aparte bezoekersruimte en conform de eerdere afspraken voor bezoek.

Gedeelde opvang tussen twee voorzieningen, inclusief time-outs, is momenteel nog niet toegestaan. Zodra er nieuwe adviezen zijn van de Nationale Veiligheidsraad, kan dit worden herbekeken.

Meer informatie is te lezen in het nieuwsbericht op de site Jeugdhulp.