Nieuwe procedure voor de evaluatie van de ondersteuningsnood bij de zorgtoeslag

Kind met hoorapparaat

Als onderdeel van het Groeipakket krijgen kinderen met een extra ondersteuningsnood een zorgtoeslag. De zorgtoeslag is een extra financiële ondersteuning als tussenkomst bij bijvoorbeeld therapie of andere kosten die een ondersteuningsnood met zich meebrengt. Omdat de doorlooptijd voor een aanvraag gemiddeld meer dan 300 dagen bedraagt, werden de voorbije twee jaar inspanningen geleverd om de procedure, die toen grotendeels op papier gebeurde, volledig te digitaliseren en zo tijdwinsten te boeken.

Vereenvoudigde procedure voor vijf doelgroepen

Om verdere tijdwinsten te boeken werd een nieuwe procedure in het leven geroepen die binnenkort naast de standaardprocedure gebruikt zal worden voor de evaluatie van de ondersteuningsnood. De meest voorkomende aandoeningen bij kinderen met een ondersteuningsnood kennen immers een vrij voorspelbaar verloop op langere termijn. Ze kunnen gegroepeerd of ‘geclusterd’ worden tot vijf doelgroepen. Als een kind een aandoening of beperking heeft waardoor het binnen een van deze vijf doelgroepen valt, dan kan een evaluatie sneller en voor een langere termijn uitgevoerd worden.

Het gaat om:

  1. Kinderen met ADHD en/of ASS met een normale tot zwakke begaafdheid
  2. Kinderen met een mentale retardatie
  3. Kinderen met een mentale retardatie én ADHD en/of ASS
  4. Kinderen met diabetes type 1
  5. Kinderen met visusstoornissen of gehoorstoornissen

Per doelgroep heeft een medisch expertenteam het puntenaantal vastgelegd dat overeenstemt met de beperking in functioneren en met de specifieke ondersteuningsnood van deze kinderen. Bevat het aanvraagdossier van een kind de minimale gegevens om opgenomen te worden binnen een doelgroep of ‘cluster’, dan wordt de aanvraag verwerkt volgens de clusterprocedure. Het functioneren en de ondersteuningsnood van een kind moet dan niet meer individueel door een evaluerend arts beoordeeld worden.

Ook positieve impact op de complexe dossiers

In eerste instantie zal dit toegepast worden op alle nieuwe aanvragen zorgtoeslag voor deze specifieke vijf doelgroepen. In tweede instantie volgt dan de toepassing voor de herzieningen van de bestaande dossiers.

Evaluerend artsen kunnen op deze manier meer gericht ingezet worden voor de opvolging van de complexe aanvragen zoals meervoudige aandoeningen. Zo kunnen ook gezinnen met een kind of jongere met een complexe, zwaardere ondersteuningsnood sneller rekenen op een gepaste zorgtoeslag.

Ouders moeten niets extra doen

Voor ouders verandert er niets. De aanvraag voor de zorgtoeslag verloopt voor hen nog steeds op dezelfde manier. Eerst dienen ze een aanvraag in bij de uitbetaler Groeipakket en vervolgens gaat Opgroeien aan de slag om de ondersteuningsnood te evalueren. Ouders bezorgen Opgroeien dus nog altijd dezelfde informatie via het psychosociaal en het medisch inlichtingenformulier. Opgroeien bekijkt dan of de aanvraag in aanmerking komt voor de nieuwe procedure. Indien niet, verloopt de aanvraag verder volgens de standaardprocedure.