Leerkracht in een gemeenschapsinstelling

Ludwig is leerkracht in een gemeenschapsinstelling

Ludwig werkt drie dagen per week als leerkracht schilderen in gemeenschapsinstelling De Zande. Twee dagen per week versterkt hij het team Communicatie in Brussel.

Sinds wanneer werk je voor Jeugdhulp? Hoe ben je bij Jeugdhulp terechtgekomen?

“Ik werk sinds juli 2002 als leerkracht voor het vroegere Jongerenwelzijn, nu Jeugdhulp. Via een kennis hoorde ik dat gemeenschapsinstelling De Zande op zoek was naar een leerkracht schilderen. Ik was net gestart met een lerarenopleiding en twijfelde geen seconde om te solliciteren. Nu, 18 jaar later, doe ik mijn job nog altijd met veel passie."

Hoe ziet een werkweek er voor jou uit?

“Van dinsdag tot donderdag werk ik als leerkracht schilderen in gemeenschapsinstelling De Zande. Mijn ochtend start rond 8 uur op de campus Ruiselede, één van de drie locaties van De Zande. Ik zorg dat het schildersatelier klaar staat, check mijn mails en maak een planning. Dan volgt de mondelinge lerarenbriefing met de campusverantwoordelijke. In die briefing bespreken we hoe het met elke jongere gaat, wie er deelneemt aan de lessen, wie het moeilijk heeft …”

“De lessen starten om 9 uur en eindigen om 12 uur, met een pauze van 20 minuten om 10.50 uur. De lunchpauze breng ik door met de andere leerkrachten. Wij zijn gelukkig een hecht team. Dat moet ook, want we worden soms geconfronteerd met zware problematieken. Even babbelen met de collega’s geeft de ruimte om te ventileren en ons hart te luchten.”

“Na de lunch wandel ik ongeveer 10 minuten naar de andere campus, Wingene. Mijn collega’s briefen me wat er in de voormiddag is gebeurd. De lessen duren tot 16.10 uur. Daarna ruim ik het atelier op en maak ik de planning voor de volgende dag.”

“Op maandag en vrijdag bied ik grafische ondersteuning aan het team communicatie van Opgroeien in Brussel. Ik zorg ervoor dat alle drukwerk zoals folders, brochures en posters drukklaar staat. De grafische wereld heeft me altijd geboeid. Vroeger werkte ik in een drukkerij als drukvoorbereider. De combinatie leerkracht en grafisch ondersteuner geeft me ademruimte. Ik apprecieer het dat mijn werkgever mij de kans geeft om mijn persoonlijke interesses verder te ontwikkelen.”

Wat vind je minder leuk aan je job als leerkracht?

“De administratieve kant. We moeten vaak formulieren invullen. Als leerkracht zitten we ook op een eiland, we zijn maar een kleine groep in het geheel en dat voel je soms. We hebben ook heel heterogene groepen, deze zijn niet per leeftijd of opleidingsvorm (dbso, bso, tso, aso, kso,…) ingedeeld, maar per richting. Zo kunnen er leerlingen van 2de jaar in hetzelfde atelier zitten met leerlingen uit het 5de of 6de  jaar. Om uitgelegd te krijgen waarom zij dan veel saaiere basisoefeningen moeten maken is niet altijd even makkelijk.”

Ludwig: De drie belangrijkste eigenschappen van een goede leerkracht zijn: consequentie, duidelijkheid en eerlijkheid.

Wat is voor jou de grootste uitdaging?

“Lesgeven in een gemeenschapsinstelling is helemaal anders dan op een ‘gewone’ school waar je de leerlingen een heel jaar kan begeleiden. Ik werk op twee campussen en heb twee keer per maand klassenraad. Dan bespreken we de vooruitgang van de jongeren. Hier blijven jongeren normaal gezien niet langer dan drie maanden. Je moet voortdurend van nul starten en op korte tijd dezelfde taken aanleren. Het is ook voortdurend loslaten. Dat laatste leer je wel, maar soms valt het afscheid me zwaar, wetende dat bepaalde jongere nog een grote groeimarge heeft.”

Wat is voor jou het moeilijkste in je job?

“De jongeren zijn meestal heel gesloten en zullen zich niet snel tonen. Ze beschermen zich door een figuurlijke muur op te trekken. Contact krijgen met hen is het moeilijkste. Je moet doorheen de muur die ze als bescherming optrekken. Meestal laten ze je op een bepaald moment wel toe en kan je echt contact maken. Maar je hebt daar niet altijd vat op om dat ontdooien te versnellen.”

Ludwig, leerkracht gemeenschapsinstelling en graficus

Ludwig: De combinatie leerkracht en grafisch ondersteuner geeft me ademruimte. Ik apprecieer het dat mijn werkgever mij de kans geeft om mijn persoonlijke interesses verder te ontwikkelen.

Wat vind je het fijnste aan je job? Wat motiveert je?

“Werken met de jongeren zelf. Hen zien groeien van een nors persoon die geplaatst is naar een jonge gast die weer goesting heeft om te leven en te leren. Enerzijds kan je hen heel concrete zaken aanleren, zoals werken in het (schilders-)atelier, en anderzijds kan je hun attitude wijzigen en hen mentaal begeleiden. De dankbaarheid is vaak groot en dat laten ze naderhand ook blijken. De fierheid die ze ontwikkelen wanneer ze uiteindelijk zelfstandig iets presteren: dat blijft me motiveren.”

Hoe ziet het onderwijs in een gemeenschapsinstelling eruit?

  • Het recht op onderwijs is één van de universele rechten van het kind. Elke jongere die in een gemeenschapsinstelling wordt geplaatst heeft dus recht op onderwijs.
  • De jongeren zijn verplicht om deel te nemen aan de lessen. Die zijn opgedeeld in een dagdeel theorie en een dagdeel praktijk.
  • De leerlingenbegeleider van de gemeenschapsinstelling bepaalt samen met de school welke vakken er kunnen gevolgd worden. Elke jongere krijgt dus onderwijs op maat.
  • Normaal gezien verblijft een jongere maximum drie maanden in de gemeenschapsinstelling. Na afloop kan hij in principe terug deelnemen aan de reguliere lessen in zijn school.
  • De klassen bestaan uit maximum zes jongeren per klas.
  • De praktijkvakken die worden gegeven zijn: lassen, mechanica, (tuin)bouw, hout, polyvalent atelier, schilderen, kantoor en verkoop en horeca.

Gemeenschapsinstellingen

  • De gemeenschapsinstellingen maken deel uit van het agentschap Opgroeien.
  • Er zijn zeven campussen op zes locaties in Vlaanderen die jaarlijks zo’n 1.100 jongeren begeleiden. Naast die van Wingene en Ruiselede liggen er ook in Beernem, Everberg, Mol en Tongeren
  • Jongeren worden in een gesloten jeugdinstelling geplaatst na een beslissing van de jeugdrechter, vooral omwille van ernstige feiten.
  • Gesloten begeleiding is de laatste optie. In de nieuwe wetgeving ligt de klemtoon eerder op herstel en ambulante begeleiding voor jongeren die delicten plegen.
  • Begeleiders en leerkrachten zorgen ervoor dat jongeren nieuwe kansen krijgen.
  • Tijdens het verblijf brengen hulpverleners de risicofactoren in kaart en schatten ze in welke vervolghulp het meest aangewezen is. Die hulp wordt dan meteen opgestart, in samenspraak met andere hulpverleners, de jongere zelf en zijn netwerk.
  • Op elke campus is er onderwijs, de mogelijkheid om te sporten en psychosociale begeleiding op maat.

Gerelateerde verhalen