Evolutie leeftijdspecifieke vruchtbaarheidcijfer

Deze grafiek geeft de evolutie van de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers weer sinds 1970 voor 4 leeftijdsklassen van vrouwen. De cijfers geven eigenlijk weer hoeveel kinderen 100 vrouwen van een leeftijdsklasse voortbrachten in een bepaald jaar. De grafiek toont aan dat er zich hier aanzienlijke evoluties hebben voorgedaan door de jaren heen. Vrouwen jonger dan 25 jaar brengen in 2020 veel minder kinderen voort dan in 1970 en vrouwen ouder dan 30 jaar kennen sinds de jaren negentig duidelijk een stijging in het aantal kinderen dat er geboren wordt.

Als we de LVC van 2019 en 2020 vergelijken dan zien we de vruchtbaarheid verder daalt in de leeftijdsklassen van 20 tot 25 jaar, van 25 tot 30 jaar en van 35 tot 40 jaar. In de leeftijdsklasse van 30 tot 35 jaar neemt de vruchtbaarheid wel nog toe.

De daling van het VC bij vrouwen van 20 tot 25 jaar en van 25 tot 30 jaar betekent dat daar het laagste vruchtbaarheid ooit wordt gehaald. De vruchtbaarheid bij vrouwen onder de 30 jaar nooit zo laag is geweest.

De vruchtbaarheid bij 30 tot 35-jarige vrouwen ligt hoger dan de vruchtbaarheid van vrouwen tussen 25 en 30 jaar (respectievelijk 11,9 versus 10,5 kinderen per 100 vrouwen). De vruchtbaarheid bij 35 tot 40-jarige vrouwen ligt hoger dan de vruchtbaarheid van vrouwen tussen 20 en 25 jaar (respectievelijk 4,5 versus 3,1 kinderen per 100 vrouwen).