Kinderen met zorgtoeslagen

Zorgtoeslag voor (half)wezen

  • Kinderen die vanaf 2019 een ouder verliezen (half wees), krijgen bovenop het basisbedrag een wezentoeslag van 50% van het basisbedrag.  

  • Een kind dat vanaf 2019 beide ouders verliest (volledig wees), ontvangt bovenop het basisbedrag een wezentoeslag die 100% van het basisbedrag bedraagt.  

Beide toeslagen worden betaald zolang het kind recht heeft op de gezinsbijslag, dus ook voor de kinderen van wie de overlevende ouder eventueel een nieuw gezin vormt. 

Kinderen die hun ouder(s) verloren voor 2019: 

  • Behouden hun wezentoeslag volgens de oude kinderbijslagregeling, namelijk de verhoogde wezenbijslag zolang de overlevende ouder niet gaat samenwonen of hertrouwt  

  • Ontvangen een gewone wezenbijslag als de overlevende ouder een nieuw gezin vormt.

Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte

Sommige kinderen hebben als gevolg van een beperking of handicap een specifieke ondersteuningsbehoefte. Zij hebben maandelijks recht op een extra bedrag, bovenop het basisbedrag. Het bedrag van de zorgtoeslag hangt af van de mate waarin het kind meer ondersteuning nodig heeft dan zijn leeftijdgenoten.  

De specifieke ondersteuningsbehoefte wordt door de evaluerend arts vastgesteld met de medisch-sociale schaal. Deze schaal bestaat uit drie pijlers: 

  • Pijler 1: de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de aandoening of beperking. 

  • Pijler 2: de gevolgen van de aandoening of beperking voor het dagelijks leven van het kind. 

  • Pijler 3: de gevolgen voor het gezin. 

Zowel het aantal punten in pijler 1 (minder dan 4 punten of minstens vier punten) als het totaal aantal punten over de drie pijlers bepalen het bedrag waarop het kind recht heeft.

Zorgtoeslag voor pleegkinderen

Een kind dat in een pleeggezin werd geplaatst, heeft net als elk ander kind in Vlaanderen recht op een Groeipakket. Het basisbedrag gaat naar het pleeggezin. Dat bedrag wordt aangevuld met een maandelijkse pleegzorgtoeslag.