Kinderen met basisbedragen

In het dashboard Kinderen met basisbedragen zijn alle kinderen opgenomen die recht hadden op het Groeipakket in de betrokken maand. Er zijn drie verschillende categorieën van kinderen, afhankelijk van de regeling waaronder ze vallen:  

  • Kinderen met nieuwe bedragen
  • Kinderen met transitiebedragen
  • Kinderen in bilaterale overeenkomsten

De kinderen met nieuwe bedragen krijgen de bedragen uit het Groeipakket. Deze groep van kinderen bestaat uit: 

  • De kinderen die geboren zijn vanaf 1 januari 2019.  

  • De kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019 en die vanaf 1 januari 2019 halfwees of volle wees geworden zijn, maar nog geen halfwees waren voor 1 januari 2019. 

  • De kinderen die voor 1 januari 2019 in een instelling geplaatst waren en van wie 1/3 van de kinderbijslag op de geblokkeerde rekening van het kind werd gestort en van wie de plaatsing sinds 1 januari 2019 beëindigd is. 

  • De kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019 en die vanaf 1 januari 2019 in Vlaanderen kwamen wonen en die op 31 december  2018 nog niet de bedragen uit de oude kinderbijslagreglementering ontvingen.  
    Kinderen die vanaf 1 januari 2019 naar Vlaanderen verhuisden en die op 31 december 2018 al de bedragen uit de federale kinderbijslagregeling kregen, behouden die bedragen. 

De kinderen met transitiebedragen zijn de kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019 en die op 31 december 2018 recht hadden op de bedragen uit de oude federale kinderbijslagregeling. Zij ontvangen nog steeds de ‘oude’ bedragen. 

De kinderen in bilaterale overeenkomsten zijn de kinderen die recht hebben op een Groeipakket in het kader van een bilaterale overeenkomst met een ander land. Daaraan zijn ook verschillende bedragen gekoppeld. Het bedrag dat ze ontvangen is vastgelegd in de bilaterale overeenkomst waaronder ze vallen.

Type basisbedrag 

  • De kinderen met nieuwe bedragen ontvangen allen hetzelfde maandelijkse basisbedrag. Kinderen die vanaf 1 januari 2019 een ouder verloren hebben en die dus halfwees geworden zijn, krijgen daarbovenop een wezentoeslag die 50% van het basisbedrag bedraagt.  
    Kinderen die beide ouders verloren zijn en die dus volle wees geworden zijn vanaf 1 januari 2019, ontvangen bovenop hun basisbedrag een wezentoeslag die 100% bedraagt van het basisbedrag. 

  • De kinderen met transitiebedragen krijgen de basisbedragen uit de ‘oude kinderbijslagregeling’. Er zijn drie verschillende bedragen afhankelijk van de rang van het kind in het gezin:

    • Rangbedrag laag (= laagste basisbedrag uit de federale kinderbijslagregeling)

    • Rangbedrag midden (= middelste basisbedrag uit de federale kinderbijslagregeling)

    • Rangbedrag hoog (= hoogste basisbedrag uit de federale kinderbijslagregeling)

  • Daarnaast is er nog de verhoogde wezenbijslag voor kinderen van wie een of beide ouders overleden zijn (én waarvan de overlevende ouder niet opnieuw een gezin vormt). Tenslotte is er nog de proportionele verdeling voor kinderen in gezinnen waar één of meerdere kinderen in een instelling geplaatst zijn. De verschillende bedragen aan kinderbijslag van alle kinderen in het gezin worden samengeteld en ‘proportioneel’ verdeeld over het aantal kinderen. Dit is enkel het geval voor kinderen die op 31 december 2018 al geplaatst waren in een instelling. Voor kinderen die vanaf 1 januari 2019 geplaatst (of herplaatst) zijn, geldt deze proportionele verdeling niet.

  • De kinderen die recht hebben op gezinsbijslagen in het kader van een bilaterale overeenkomst krijgen de bedragen die vastgelegd zijn in de bilaterale overeenkomst. De bedragen zijn in elke bilaterale overeenkomst afzonderlijk bepaald.

Leeftijdsbijslag

De kinderen met transitiebedragen hebben recht op een leeftijdsbijslag vanaf de leeftijd van 6, 12 en 18 jaar. Voor de oudste of enige kinderen die geen toeslag ontvangen wordt de leeftijdsbijslag gehalveerd. De kinderen met nieuwe bedragen hebben geen recht op een leeftijdsbijslag.