Achtergrondinformatie en documentatie

In dit themarapport benutten we cijfers van Opgroeien (Kind en Gezin), Statbel, de Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken, het federaal Planbureau, Eurostat en het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE)

We belichten cijfers over geboorten op basis van diverse bronnen. 

  • Cijfers over de geboorten volgens Kind en Gezin worden berekend op basis van de woonplaats van de moeder bij de geboorte van het kind, zoals geregistreerd door medewerkers van Kind en Gezin. Dat geboortecijfer omvat alle geboorten bij inwoners van het Vlaamse Gewest, ongeacht waar de bevalling gebeurde en ongeacht het verblijfsstatuut van de ouders. Sinds 2019 beschikt Kind en Gezin over meer zuivere gegevens door een koppeling aan (domicilie)gegevens van het Rijksregister. 

  • Het officiële geboortecijfer wordt opgemaakt op basis van het Rijksregister en bevat enkel de geboorten bij de ‘de jure’-bevolking, dus de Belgische en de buitenlandse bevolking die officieel in Vlaanderen woont.  

  • Geboorten in het wachtregister gaan over kinderen van asielzoeksters, zowel vrouwen die asiel aangevraagd hebben als vrouwen van wie de aanvraag ontvankelijk werd verklaard. 

  • Cijfers over geboorten van het SPE steunen op de registraties van alle kraamklinieken in Vlaanderen en van de kraamkliniek van het UZ Brussel, alsook op registraties over heel wat thuisbevallingen. Geboorten worden geteld volgens de geboorteplaats, dus ongeacht de woonplaats van de moeder en het kind. Wie in het buitenland of in een ander gewest (met uitzondering van geboorten in het UZ Brussel) bevalt, maar wel in Vlaanderen woont, wordt in de cijfers van het SPE niet meegeteld. De gegevens vatten dus niet geheel zuiver alle borelingen in het Vlaamse Gewest.  

We belichten ook vruchtbaarheidscijfers. Met vruchtbaarheid doelen we niet op de fysiologische conditie om kinderen te kunnen krijgen, maar wel op de sociologische betekenis, namelijk de mate waarin vrouwen van een bepaalde leeftijd in een bepaald jaar kinderen voortbrengen. 

De vruchtbaarheidscijfers opgenomen in dit themarapport zijn cijfers die Opgroeien sinds 2016 zelf berekent door eigen gegevens over borelingen en kenmerken van de moeder te relateren aan gegevens van Statbel over het aantal vrouwen per leeftijd. Aangezien Kind en Gezin doorgaans iets meer geboorten telt dan Statbel, is het logisch dat de cijfers van Kind en Gezin iets hoger liggen. De officiële vruchtbaarheidscijfers zijn te vinden via Geboorten en vruchtbaarheid | Statbel (fgov.be).

Voor een detailschets van de berekeningswijze die Opgroeien hanteert verwijzen we naar het onderzoeksrapport: Van Bavel J. & Nomes E., De recente evolutie van de vruchtbaarheid in het Vlaamse Gewest: 2014-2015. Opgroeien heeft de berekeningswijze van die auteurs voortgezet. 

Belangrijk om te weten is dat we: 

  • kinderen, van wie we noch informatie hebben over de huidige of eerste nationaliteit van de moeder, noch over de nationaliteit van het kind zelf, niet meenemen in de berekeningen. Voor 2021 telden we zo 0,2% van de borelingen niet mee, in 2018 lag het aandeel kinderen met ontbrekende informatie over de nationaliteit op 3%. We beschouwen de cijfers van 2018 dan ook als minder volledig.  

  • kinderen, van wie wel de nationaliteit van de moeder gekend is, maar niet de leeftijd van de moeder en/of de pariteit, wel meenemen in de berekeningen. Op basis van de gegevens over de andere kinderen worden die kinderen verdeeld volgens het voorkomen van de leeftijden van de moeder en de pariteit.  

De cijfers van Kind en Gezin over de kenmerken van de borelingen en hun moeder steunen op registraties door medewerkers van Kind en Gezin (verpleegkundigen, gezinsondersteuners, Kind en Gezin-Lijn …) op basis van contacten met gezinnen en kraamklinieken. De registratie gebeurt rechtstreeks in het elektronische cliëntvolgsysteem Mirage. De registratie wordt met zorg verricht en wordt kwalitatief opgevolgd, maar is niet perfect. Niet iedereen kiest voor de dienstverlening van Kind en Gezin en niet alle kenmerken worden voor alle kinderen bevraagd. Meer precies gaat het om de volgende omvang van ongekende waarden in 2021: 

  • Prematuriteit: 1,4% 

  • Pariteit: 3,3% 

  • Leeftijd moeder: 0,2% 

  • Nationaliteit moeder: 0,7% 

De kenmerken die we in dit themarapport gebruiken zijn dus voor nagenoeg alle kinderen ingevuld. We maken daarom abstractie van de niet-ingevulde waarden en presenteren in dit rapport valide percentages.