BMI van tienduizenden kinderen in kaart

Rapport BMI

Een gezonde levensstijl draagt bij tot een goede, algemene gezondheid. Het helpt kinderen en jongeren kansrijk opgroeien, en dat vanaf het prille begin. De Vlaamse agentschappen Opgroeien en Zorg en Gezondheid publiceren vandaag gedetailleerde BMI-cijfers van kinderen tussen 2 en 14 jaar in Vlaanderen. Basis zijn de meetgegevens van tienduizenden kinderen, verzameld via de lokale teams van Kind en Gezin en de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

Dit rapport bundelt cijfers van Kind en Gezin en de CLB’s van 2011 tot 2016. De cijfers zijn te raadplegen via online dashboards en dynamische kaarten. Dat geeft lokale actoren de kans om het gezondheidsbeleid op maat te versterken.

De cijfers maken het mogelijk om de gewichtsstatus van kinderen en jongeren gedetailleerd te op te volgen over verschillende jaren. De data maken ook internationale situering mogelijk

Cover rapport BMI: De gewichtsstatus van kinderen en jongeren in Vlaanderen

“Kansrijk opgroeien bestaat uit veel facetten. Een gezonde levensstijl vanaf de prille start maakt daar absoluut deel van uit. Als overheid hebben wij de taak om hier maximaal in te ondersteunen. De cijfers tonen dat gezondheids-verschillen al vroeg in het leven ontstaan. Het is belangrijk om te blijven inzetten op vroegtijdige en laagdrempelige preventie. Dit rapport biedt extra kapstokken om op maat van gezinnen aan de slag te gaan.”
Katrien Verhegge, administrateur-generaal Opgroeien

Enkele belangrijke cijfers

  • Bijna 92% van de peuters had in 2015 een normale gewichtsstatus. Bij 14-jarigen ging het om bijna 80%. Op een leeftijd van 12 jaar ligt het aandeel kinderen met normaal gewicht het laagst (78%).

  • Overgewicht (inclusief obesitas) komt op alle leeftijden vaker voor dan een lage BMI. Zowel overgewicht als een lage BMI komen het vaakst voor bij 12-jarigen.

  • Het aandeel kinderen met obesitas varieert. Bij 2-jarigen gaat het om 1 op 100 kinderen, bij 12- en 14-jarigen gaat het om 4 op 100 kinderen.

  • Op alle leeftijden ligt het aandeel meisjes met overgewicht hoger dan het aandeel jongens met overgewicht. Vooral van 6 t.e.m. 10 jaar zijn de verschillen duidelijk.

  • Op alle leeftijden kennen kinderen die geboren worden of opgroeien in kansarmoede een minder gunstige gewichtsstatus. 20% van de 4-jarigen in kansarmoede heeft overgewicht. Bij niet-kansarme kinderen gaat het op die leeftijd om minder dan 1 op de 10. Vanaf 10 jaar heeft minstens 32% van de kinderen in kansarmoede overgewicht. Dat is dubbel zo veel als bij kinderen die niet in kansarmoede opgroeien. 

  • De data van de kinderen op 24 maanden tonen dat de grootste verschillen zich voordoen naar de origine van de moeder van het kind. Kinderen met een moeder van Belgische origine hebben het minst overgewicht.

  • Er zijn ook zichtbare verschillen tussen provincies en gemeenten, al hebben die verschillen wellicht ook te maken met de verschillen naar kansarmoedesituatie én herkomst van de kinderen.